Op.stap-doel · 3de leerjaar (G)

4.1.GL3.12

De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de tussenwindrichtingen, het noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het noordwesten, NO, ZO, ZW, NW.

Discipline
Aardrijkskunde
Domein
Topografie
Subdomein
Relatieve en absolute ligging
Cluster
Relatieve ligging
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
3de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 90ad741a-1a82-4b45-95bb-8524b9fa2a90

De bron bevat geen toelichting bij dit doel.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 4.1.2 vierde leerjaarDe leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de hoofdwindrichtingen, de tussenwindrichtingen, het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, het noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het noordwesten, N, O, Z, W, NO, ZO, ZW, NW.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92556); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 4.1.GL2.5 2de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de hoofdwindrichtingen, het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, N, O, Z, W;

Volgt na (after)

  • 4.3.GL4.2 4de leerjaar · De leerlingen kunnen met betrekking tot aardijkskundige vaardigheden: zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: kompas;
  • 4.3.GL4.5 4de leerjaar · De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief werken met legende, oriëntatie, (tussen)windrichtingen;
  • 4.2.GL4.14 4de leerjaar · De leerlingen weten dat het weer beschreven wordt op basis van kenmerken van de windrichting en de windsnelheid.