Op.stap-doel · 2de leerjaar (G)
4.1.GL2.5
De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de hoofdwindrichtingen, het noorden, het oosten, het zuiden, het westen, N, O, Z, W;
De bron bevat geen toelichting bij dit doel.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 4.1.2 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 4.1.GL1.6 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging verkennen: het noorden, het oosten, het zuiden, het westen.
Volgt na (after)
- 4.3.GL3.3 3de leerjaar · De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief oriëntatie, windrichtingen;
- 4.1.GL3.12 3de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de tussenwindrichtingen, het noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het noordwesten, NO, ZO, ZW, NW.
- 4.2.GL3.14 3de leerjaar · De leerlingen kennen de duur en de richting van de beweging van de aarde om haar as.