Op.stap-doel · 3de leerjaar (G)
5.2.GL3.4
De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid en de middeleeuwen noemen.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
We beperken ons tot de periodes die in het derde leerjaar aan bod komen. Zorg dat besproken bronnen zichtbaar blijven in de klas.
We nemen dit doel verplicht samen met de doelen uit kennis van het verleden voor dit leerjaar, zodat leerlingen weten hoe we aan kennis over het verleden komen. D.w.z. dat je bij elk van deze doelen afzonderlijk ook dit doel telkens meeneemt. Het gaat om doelen waar expliciet bronnen in de afbakening genoemd worden. In principe kan dit doel met élk doel uit kennis van het verleden samen genomen worden.
Voorbeeld(en): archeologische vondsten in Tongeren - archeologische vondsten in Pompeï - de Bello Gallico - 13 UNESCO-begijnhoven in Vlaanderen - ...
Richtinggevende woordenschat:
We nemen dit doel verplicht samen met de doelen uit kennis van het verleden voor dit leerjaar, zodat leerlingen weten hoe we aan kennis over het verleden komen. D.w.z. dat je bij elk van deze doelen afzonderlijk ook dit doel telkens meeneemt. Het gaat om doelen waar expliciet bronnen in de afbakening genoemd worden. In principe kan dit doel met élk doel uit kennis van het verleden samen genomen worden.
Voorbeeld(en): archeologische vondsten in Tongeren - archeologische vondsten in Pompeï - de Bello Gallico - 13 UNESCO-begijnhoven in Vlaanderen - ...
Richtinggevende woordenschat:
- Geschreven bronnen: manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, graffiti
- Materiële bronnen: sieraden, ruïne, afval, gebouw, mozaïek, fresco, standbeeld, monument, grafgiften
- Mondelinge tradities: verhalen, plaatsnamen, familienamen
Kennis in de encyclopedie
Minimumdoelen
- 5.2.4 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 5.2.GL2.4 2de leerjaar · De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid en de middeleeuwen herkennen.
Volgt na (after)
- 5.2.GL4.4 4de leerjaar · *De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 5.1.GL3.13 3de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kloosters en abdijen.
- 5.1.GL3.10 3de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen gedurende contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Dorestad, Vikingen.
- 5.1.GL3.9 3de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: rurale en stedelijke samenleving, machtsverhoudingen en ongelijkheid.
- 5.1.GL3.1 3de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Caesar, de Kelten.
- 5.1.GL3.8 3de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: gilde, ambachtslieden, handel, Brugge, Gent.
- 5.1.GL3.3 3de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: identiteit en integratie, culturele uitwisseling, Tongeren.