← terug naar het dossiervolgende stap →
Erfgoed en herinnering
Wat erfgoed is, waarom mensen iets uit het verleden bewaren, wat het met wie we zijn te maken heeft, en waarom standbeelden, straatnamen en herdenkingen voor de ene meer betekenen dan voor de andere; opgebouwd van de kleuterklas tot het zesde leerjaar.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
Wie door een dorp of een stad loopt, ziet overal sporen van vroeger: een kerktoren, een standbeeld op het plein, een straat met de naam van iemand die lang geleden leefde. Thuis staat een oude foto in de kast of ligt een ring van een overgrootmoeder in een doosje. Sommige van die dingen worden zorgvuldig bewaard, andere verdwijnen. Over die keuze gaat dit artikel: wat erfgoed is, waarom mensen iets bewaren, wat het verleden te maken heeft met wie we zijn, en waarom een standbeeld of een herdenking voor de ene iets anders betekent dan voor de andere.
Het leerplan laat die vragen meegroeien met de kinderen. Kleuters herkennen sporen van vroeger in hun omgeving en leren waarom iets bewaard wordt. In het eerste tot het vierde leerjaar vertellen, beschrijven en leggen ze uit hoe hun eigen identiteit mee gevormd wordt door het verleden, via familiebanden en aandenkens. In het derde en vierde leerjaar leren ze dat wat vroeger gebeurde, invloed heeft op samenlevingen vandaag, en in het vijfde en zesde leerjaar leggen ze uit wat gebeurtenissen, plaatsen en personen voor de samenleving kunnen betekenen (KOV Op.stap 1.3). De hoofdstukken hieronder volgen die opbouw. Ze gebruiken voorbeelden uit de andere artikels van de atlas en verwijzen ernaar.
Wat is erfgoed?
De Vlaamse overheid gebruikt ‘cultureel erfgoed’ als ‘een verzamelnaam voor alles wat door vorige generaties is gemaakt’. Daarbinnen onderscheidt ze roerend cultureel erfgoed en immaterieel erfgoed. Daarnaast is er het onroerend erfgoed: ‘de verzamelnaam voor monumenten, archeologische sites en landschappen’, die tastbaar zijn maar niet verplaatst kunnen worden (Vlaanderen.be, erfgoed). Zo komen we bij drie soorten erfgoed: wat we van vorige generaties ontvangen en zelf willen doorgeven.
- Onroerend erfgoed ligt vast op zijn plaats. Het agentschap Onroerend Erfgoed onderscheidt drie types: archeologisch, bouwkundig en landschappelijk erfgoed (Onroerend Erfgoed, soorten erfgoed). Een belfort, een begijnhof, een Romeinse muur in de grond en een oud landschap met holle wegen horen erbij.
- Roerend erfgoed kun je, zoals het woord zegt, wel verplaatsen: een schilderij, een foto, een kledingstuk, een gereedschap, een machine in een museum.
- Immaterieel erfgoed kun je niet vastpakken. Het gaat om wat mensen doen, weten en kunnen, en doorgeven.
Voor dat laatste geeft het UNESCO-verdrag van 2003 de omschrijving die vandaag het meest gebruikt wordt:
Uit de tijd zelf
Onder ‘immaterieel cultureel erfgoed’ verstaat men de praktijken, voorstellingen, uitingen, kennis en vaardigheden, en ook de instrumenten, voorwerpen, artefacten en culturele ruimten die daarmee verbonden zijn, die gemeenschappen, groepen en in sommige gevallen individuen erkennen als deel van hun cultureel erfgoed.
The “intangible cultural heritage” means the practices, representations, expressions, knowledge, skills … that communities, groups and, in some cases, individuals recognize as part of their cultural heritage.
Het belangrijkste woord in die zin is ‘erkennen’. Volgens die omschrijving zijn het de gemeenschappen, groepen en soms individuen zelf die iets als hun erfgoed erkennen, niet alleen een overheid of een deskundige. Het verdrag noemt vijf domeinen, waaronder mondelinge tradities, sociale gebruiken, rituelen en feesten, en traditioneel vakmanschap (UNESCO, Conventie 2003, art. 2.2). Volgens UNESCO is zulk erfgoed ‘traditional, contemporary and living at the same time’: traditioneel, van nu en levend tegelijk (UNESCO, immaterieel erfgoed). De grenzen tussen de domeinen noemt UNESCO zelf ‘extremely fluid’ (UNESCO, ICH-domeinen): een processie is tegelijk een ritueel, een feest en een verhaal.
De minimumdoelen geven bij materieel erfgoed als woordenschat onder meer gebouw, weg en pad, foto, kleding, landschap en gebruiksvoorwerp, en bij immaterieel erfgoed traditie, dialect, zang, dans, sport en spel, processie, folklore en herdenkingsceremonie (AHOVOKS 2026, p. 101). Die lijst is handig om in de klas voorbeelden te zoeken bij elke soort.
Kindvraag
Wat is erfgoed?
Kort antwoord voor kinderen
Erfgoed is iets van vroeger dat mensen bewaren en doorgeven, omdat het voor hen veel betekent. Het kan een gebouw zijn, een voorwerp, een feest of iets wat mensen kunnen, zoals een lied of een ambacht.
Nuance voor de leerkracht
Niet alles wat oud is, is erfgoed. Het wordt erfgoed als mensen het belangrijk vinden en het willen bewaren. Bij immaterieel erfgoed zeggen de mensen die het beoefenen zelf mee dat het erfgoed is (UNESCO, Conventie 2003, art. 2.1).

Sporen in de eigen omgeving
Voor kleuters begint erfgoed dichtbij. Het leerplan vraagt dat ze herkennen dat sporen uit het verleden aanwezig zijn in wat ze om zich heen zien (KOV Op.stap 1.3). Een wandeling rond de school volstaat: een oud huis met een jaartal in de gevel, een kapelletje, een standbeeld, een kerktoren, een straatnaambord. De vraag is telkens dezelfde: was dit er al toen oma klein was? Hoe zie je dat?
Veel van die sporen staan uitgewerkt in andere artikels. Hoe je een oude prentkaart van de eigen straat naast een foto van vandaag legt, staat bij mijn straat. Wat een standbeeld, een foto, een dagboek en een brief als bron vertellen, staat bij bronnen in de eigen omgeving. Het standbeeld van Ambiorix op de Grote Markt van Tongeren is daar het voorbeeld: het werd in 1865–1866 gemaakt door Jules Bertin (KIK-IRPA, Ambiorix), bijna twintig eeuwen na Ambiorix zelf (zie een standbeeld op de markt).
Een spoor is nog geen erfgoed: geen extra leerlingdoel
Voor kleuters is het genoeg om sporen te herkennen en te benoemen: dit is oud, dit is nieuw. Of iets ook erfgoed is, hangt af van wat mensen ermee doen: bewaren ze het, zorgen ze ervoor, vertellen ze erover? Die tweede stap, waarom iemand iets bewaart, is het onderwerp van het volgende hoofdstuk.
Waarom bewaren we iets?
Het leerplan noemt vier redenen om te bewaren: schoonheid, belang, herinnering en persoonlijke band (KOV Op.stap 1.3). Ze zijn eenvoudig genoeg voor kleuters, en ze gelden ook voor wat volwassenen en overheden bewaren.
- Schoonheid: iets is mooi, en mensen willen dat het mooi blijft. Een gebrandschilderd raam, een versierde gevel, een oud kleedje met kant.
- Belang: iets is belangrijk geweest voor veel mensen, of het vertelt ons iets wat we anders niet zouden weten. Een belfort, waar de stad vroeger haar oorkonden bewaarde (UNESCO, belforten), of een machine uit de eerste fabrieken.
- Herinnering: iets helpt om iets of iemand niet te vergeten. Een monument voor gesneuvelde soldaten, een gedenkplaat, een foto van een overleden grootvader.
- Persoonlijke band: iets is van iemand geweest die je graag zag, of het hoort bij je eigen leven. Een knuffel van toen je klein was, de ring van een overgrootmoeder.
Eén voorwerp kan meer redenen tegelijk hebben. Een doopkleedje dat al door drie generaties gedragen werd, is mooi, het herinnert aan wie het droeg, en het hoort bij de familie. De erfgoedorganisatie FARO noemt zulke dingen als vertrekpunt voor ‘persoonlijk erfgoed’ in gezinnen: ‘familieportretten, fotoalbums en/of koekjes- en schoenendozen allerhande, gevuld met herinneringen, een overgeërfd doopkleedje, een broche van de betovergrootmoeder’ (FARO 2010, 't Zit in de familie, p. 6).
Ook de overheid moet zeggen waarom iets bewaard wordt. Het Onroerenderfgoeddecreet noemt daarvoor de ‘erfgoedwaarde’:
Uit de tijd zelf
erfgoedwaarde: de archeologische, architecturale, artistieke, culturele, esthetische, historische, industrieel-archeologische, technische waarde, ruimtelijk-structurerende, sociale, stedenbouwkundige, volkskundige of wetenschappelijke waarde waaraan onroerende goederen […] hun huidige of toekomstige maatschappelijke betekenis ontlenen
De vier woorden van het leerplan staan niet in het decreet. Wie ze naast elkaar legt, ziet wel verwantschap. Dat verband leggen wij hier zelf; het is een hulp om over te stappen van de woorden van kleuters naar de woorden van volwassenen, geen uitleg van het decreet. ‘Schoonheid’ ligt dicht bij esthetische en artistieke waarde, ‘belang’ bij historische en wetenschappelijke waarde, ‘herinnering’ en ‘persoonlijke band’ bij sociale en culturele waarde. Opvallend is wat het decreet zegt over de tijd: een goed ontleent er zijn ‘huidige of toekomstige maatschappelijke betekenis’ aan. Erfgoed gaat dus evengoed over nu en later als over vroeger.
Kindvraag
Waarom bewaart oma een oud kleedje?
Kort antwoord voor kinderen
Omdat het haar aan iemand of aan iets herinnert, of omdat het mooi of speciaal is voor haar. Mensen bewaren dingen waarmee ze een band hebben.
Nuance voor de leerkracht
Niet alles wat oud is, wordt bewaard. Wat de ene familie koestert, gooit een andere weg. Daarom is de vraag ‘waarom bewaar je dit?’ altijd een goede vraag, ook aan een grootouder.
Laat de kinderen zelf kiezen: geen extra leerlingdoel
Een eenvoudige oefening voor kleuters: elk kind brengt iets mee van thuis dat bewaard wordt, of tekent het. In de kring vertelt het waarom: omdat het mooi is, omdat het belangrijk is, omdat het aan iemand doet denken, omdat het van mij is. Zo leren de kinderen de vier redenen herkennen zonder dat ze ze uit het hoofd moeten leren. Laat ook toe dat een kind zegt: ‘ik weet het niet, mama bewaart het’. Dat is een goede vraag om thuis te stellen.
Wie ik ben: familiebanden en aandenkens
Vanaf het eerste leerjaar gaat het een stap verder. Het leerplan vraagt dat leerlingen vertellen, en in de volgende leerjaren beschrijven, toelichten en uitleggen, hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden, met de woorden familiebanden en aandenken (KOV Op.stap 1.3). Dat het verleden mee bepaalt wie we zijn, is hier een uitgangspunt van het leerplan en van erfgoedwerkers. FARO schrijft dat het ‘de uitdaging voor erfgoedorganisaties’ is ‘om aan te sluiten in de ontwikkeling van de identiteit, het zelfbewustzijn en de burgerschapszin van jonge mensen’ (FARO 2010, 't Zit in de familie, p. 6). Het is een stelling van wie met erfgoed werkt, geen onderzoeksresultaat.
Familiebanden zijn de banden tussen mensen van dezelfde familie, over de generaties heen: ouders, grootouders, overgrootouders, ooms, tantes, neven en nichten. Via die banden komt veel van vroeger bij een kind terecht: een familienaam, een taal of een dialect, een recept, een lied, een gewoonte op een feestdag. Een familienaam is daar een mooi voorbeeld van, omdat hij zelf een spoor kan zijn van een beroep, een plaats of een vader van lang geleden (zie wat mensen doorgeven).
Een aandenken is een voorwerp dat je bewaart om aan iemand of iets te denken: een foto, een brief, een speldje, een stuk speelgoed. Het verdrag van UNESCO rekent ook ‘kennis’ en ‘vaardigheden’ tot erfgoed (UNESCO, Conventie 2003, art. 2.1). Ook een recept van een grootmoeder of een liedje dat in de familie gezongen wordt, kan dus werken als een aandenken, al kun je het niet in een doos stoppen.
Hoe je grootouders als levende bron in de klas haalt, met een interview of een voorwerp uit hun kindertijd, staat in mijn familie. De Brugse lesmap die daar gebruikt wordt, noemt grootouders ‘de mooiste levende getuigen’ (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, tip 2).
Niet elke familie is dezelfde: geen extra leerlingdoel
Familiebanden zijn voor sommige kinderen een gevoelig onderwerp: door een scheiding, een adoptie, een overlijden, een pleeggezin of een migratie. Niet elk kind kent zijn grootouders, en niet elke familie bewaart dingen. Laat kinderen kiezen wie hun ‘familie’ is voor de opdracht, en laat ook een buur, een verzorger of een vriend van het gezin meetellen. Een aandenken hoeft ook niet oud te zijn: een kind kan ook vertellen wat het zelf bewaart en waarom.
Wat in de leerjaren verandert, is vooral hoe ver de kinderen kunnen gaan in hun uitleg. In het eerste leerjaar vertellen ze over een aandenken: wat is het, van wie was het? In het tweede leerjaar beschrijven ze het: hoe ziet het eruit, uit welke tijd komt het? In het derde leerjaar lichten ze toe waarom het voor hen of hun familie belangrijk is. In het vierde leerjaar leggen ze uit hoe zoiets mee bepaalt wie ze zijn: een naam, een taal, een gewoonte die ze van hun familie meekregen. Die opbouw volgt de werkwoorden van het leerplan (KOV Op.stap 1.3); de voorbeelden bij elk leerjaar zijn suggesties.
Uitbreiding Een erfgoedradar in de klas
De Erfgoedcel Mijn-Erfgoed in de Limburgse Mijnstreek werkt sinds 2011 met een Erfgoedradar voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar. De fiche beschrijft vier stappen. Eerst maken de leerlingen kennis met erfgoed via de vraag ‘Wat is erfgoed?’. Daarna screenen ze hun buurt en stellen ze een inventaris samen. De erfgoedcel kijkt die inventaris na, en tot slot verwerken de leerlingen wat ze vonden (FARO, Erfgoedradar).
Als succesfactor noemt de fiche dat leerlingen een voorwerp meebrengen dat zij als erfgoed zien, samen met ‘het verhaal achter het object’, verteld door ouders, grootouders of andere familieleden. Tussen 2011 en 2013 werd de Erfgoedradar toegepast in 7 van de 70 lagere scholen van de Mijnstreek (FARO, Erfgoedradar).
De fiche is een praktijkbeschrijving, geen onderzoek naar wat leerlingen ervan leren. Ze toont wel hoe de twee lijnen van dit artikel samenkomen: het voorwerp van thuis (familiebanden, aandenken) en de sporen in de buurt (erfgoed in de omgeving). In de Mijnstreek ligt het voor de hand dat veel verhalen over de mijnen en over migratie gaan; elke school vindt in haar eigen buurt andere verhalen.
Wat het verleden ons nalaat
In het derde en vierde leerjaar leren de leerlingen dat ontwikkelingen in de samenlevingen die ze bestuderen, invloed hebben gehad op hoe we vandaag leven. Het leerplan noemt daarbij (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede, en erfgoed, met als woordenschat gebouwen, plaatsnamen, volksverhalen en ambachtelijke vaardigheden (KOV Op.stap 1.3). Erfgoed is daarbij het meest zichtbare: wat van vroeger vandaag nog staat, klinkt of gedaan wordt.
Gebouwen
Gebouwen blijven vaak eeuwen staan, ook als de mensen die ze bouwden en de samenleving waarin ze leefden, verdwenen zijn. België telt 33 belforten op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, 26 in Vlaanderen en 7 in Wallonië. Volgens UNESCO staat het belfort voor het ontstaan van de stedelijke macht in de middeleeuwen (UNESCO, belforten). Wie vandaag een belfort ziet, ziet dus een spoor van de macht die steden in de middeleeuwen verwierven (zie stadsrechten in een keure en een belfort en een ruïne).

Dertien Vlaamse begijnhoven staan sinds 1998 op de Werelderfgoedlijst (UNESCO, Vlaamse begijnhoven). Ze vertellen hoe vrouwen in de middeleeuwen een godsdienstig leven konden leiden buiten het klooster (zie begijnen). Het Industriemuseum in Gent bewaart een Mule Jenny die volgens het museum het oudste bewaarde exemplaar ter wereld is (Industriemuseum 2023) (zie het Industriemuseum in Gent). Zo kan een gebouw vertellen over vrijheid in de middeleeuwen, over vrouwen die hun eigen weg kozen, of over het werk in de eerste fabrieken.
Plaatsnamen
Plaatsnamen zijn de namen van dorpen, steden, wijken, beken en velden. Veel ervan zijn ouder dan de gebouwen die er vandaag staan. De toponymie, de studie van plaatsnamen, vertrekt van de oudste vorm van een naam, die iets kan vertellen over het landschap van toen, de geschiedenis van een nederzetting en hoe de taal veranderde (Onroerend Erfgoed, toponymische studie). Hoe je daar voorzichtig mee omgaat, staat bij wat mensen doorgeven.
Volksverhalen
Volksverhalen zijn verhalen die niet één schrijver hebben, maar van generatie op generatie verteld worden: legenden, sagen, verhalen over reuzen, heiligen en draken. Ze leven vaak voort in een stoet of een feest. UNESCO nam in 2008 de processiereuzen en -draken van België en Frankrijk op als immaterieel erfgoed; volgens UNESCO verwijzen de reuzen naar de geschiedenis, een legende of het leven van de stad (UNESCO, reuzen en draken) (zie verhalen die meestappen).
Een tweede voorbeeld is de Heilig-Bloedprocessie in Brugge, die UNESCO in 2009 erkende. Ze trekt elk voorjaar door de stad op Hemelvaartsdag, en meer dan 1.700 inwoners nemen eraan deel. Volgens de overlevering bracht een burger een relikwie van het Heilig Bloed mee van de Tweede Kruistocht; UNESCO schrijft zelf ‘according to tradition’, volgens de overlevering (UNESCO, Heilig-Bloedprocessie). Dat onderscheid is belangrijk in de klas. De processie is een echt, levend feest en een echt stuk erfgoed. Het verhaal over haar ontstaan is een overlevering: of het zo gebeurd is, is een andere vraag, die je met andere bronnen moet onderzoeken (zie bron en bewijs).

Ambachtelijke vaardigheden
Ambachtelijke vaardigheden zijn de kennis en de handigheid die nodig zijn om iets met de hand te maken of te doen, en die je vooral leert door het een ander na te doen. In Oostduinkerke wordt op garnalen gevist te paard, met Brabantse trekpaarden in de branding. UNESCO erkende die praktijk in 2013. Volgens UNESCO doen nog twaalf huishoudens het actief, en ‘experienced shrimpers demonstrate techniques and share their knowledge of nets, tides and currents with beginners’: ervaren vissers tonen de technieken en delen hun kennis van netten, getijden en stromingen met beginners (UNESCO, garnaalvissers te paard).

Dat laatste is precies wat immaterieel erfgoed levend houdt: het doorgeven van persoon tot persoon. De Werkplaats immaterieel erfgoed, een Vlaamse organisatie rond levend erfgoed, noemt andere voorbeelden, zoals bijenkorfvlechten en het kuipersambacht, en heeft een apart thema ‘Ambacht, vakmanschap en techniek’ (Werkplaats immaterieel erfgoed).
Erfgoed en de grote thema’s: geen extra leerlingdoel
Het leerplan zet erfgoed naast (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid en oorlog en vrede. Die thema’s horen bij de periodes zelf, maar erfgoed maakt ze zichtbaar in het heden. Het belfort herinnert aan de vrijheden van de middeleeuwse steden. De Menenpoort en de begraafplaatsen in de Westhoek herinneren aan oorlog (zie verder). In Leuven werden in 2019 de slachtoffers herdacht van de strijd voor het algemeen enkelvoudig stemrecht, een strijd tegen ongelijkheid (VRT NWS 2019) (zie de Bloednacht in Leuven). Vraag bij elk spoor: welke ontwikkeling van vroeger zien we hier vandaag nog?
Bewaren en beschermen
In het vijfde en zesde leerjaar komt de vraag wie beslist wat bewaard wordt, en hoe. Het antwoord is niet alleen ‘de overheid’, maar de overheid speelt wel een grote rol.
Inventaris en bescherming
In Vlaanderen houdt het agentschap Onroerend Erfgoed een wetenschappelijke inventaris bij. ‘Een erfgoedobject is een object dat opgenomen is in de wetenschappelijke inventaris’, schrijft het agentschap, en zo’n opname in de wetenschappelijke inventaris heeft op zich geen rechtsgevolgen (Onroerend Erfgoed, soorten erfgoed). Wat daarin staat, is dus gekend en beschreven, maar daarmee nog niet beschermd. Voor een deel van de inventarissen kan de Vlaamse Regering een vaststelling doen. Die kan wel andere gevolgen hebben, bijvoorbeeld een zorgplicht voor overheden bij hun eigen werken (Onroerenderfgoeddecreet 2013, art. 4.1.9).
Beschermen is een aparte beslissing. Het decreet bepaalt: ‘De Vlaamse Regering kan een archeologische site, monument, cultuurhistorisch landschap, stadsgezicht of dorpsgezicht … beschermen’ (Onroerenderfgoeddecreet 2013, art. 6.1.1). Een monument wordt beschermd omdat het ‘van algemeen belang’ is ‘wegens de erfgoedwaarde(n)’ (Onroerenderfgoeddecreet 2013, art. 2.1, 38°). Er zijn vier soorten bescherming: als monument, als cultuurhistorisch landschap, als stads- of dorpsgezicht en als archeologische site (Onroerend Erfgoed, soorten erfgoed). Wie in Vlaanderen bij het bouwen of graven iets ouds vindt, heeft ook een taak; dat staat bij archeologie in Vlaanderen vandaag.
Wat bescherming betekent
Elk beschermingsbesluit zegt waarom iets beschermd wordt. Een voorbeeld uit Ieper: in 1986 besliste de Vlaamse Executieve, na advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, om de vestingen van de stad te beschermen (Beschermingsbesluit Vestingen Ieper 1986). Het eerste artikel van het besluit geeft de reden in één zin:
Uit de tijd zelf
Worden beschermd als monument, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 3 maart 1976, om reden van historische en sociaal-culturele waarde: de vestingen van Ieper met begrachtingen en poorten.
Na die zin volgt in het besluit een lange lijst van percelen met hun eigenaars (Beschermingsbesluit Vestingen Ieper 1986). Zo ziet een bescherming er in de praktijk uit: een reden, een plaats en mensen die er verantwoordelijk voor worden. Volgens de inventaris valt ook de Menenpoort, die in de vestingen staat, onder deze bescherming (Onroerend Erfgoed, Vestingen Ieper) (Onroerend Erfgoed, Menenpoort).
Een bescherming heeft gevolgen. ‘Het is verboden om beschermde goederen te ontsieren, te beschadigen, te vernielen’, schrijft Onroerend Erfgoed. De eigenaar moet zorgen voor ‘de instandhouding, de beveiliging, het beheer, de herstelling en het onderhoud’. Voor veel ingrepen is een vergunning of toelating nodig, en ‘de volledige sloop van een beschermd monument of stads- of dorpsgezicht is altijd verboden’ (Onroerend Erfgoed, beschermd erfgoed).
Kindvraag
Mag je een beschermd huis afbreken?
Kort antwoord voor kinderen
Nee. Een beschermd monument mag nooit helemaal afgebroken worden. Wie er iets aan wil veranderen, heeft vaak eerst een toelating nodig, en de eigenaar moet het goed onderhouden.
Nuance voor de leerkracht
Dat geldt voor wat beschermd is, niet voor alles wat oud is. Een oud huis dat niet beschermd is, valt niet onder die regels (Onroerend Erfgoed, beschermd erfgoed) (Onroerend Erfgoed, soorten erfgoed).
Werelderfgoed
Sommige plekken zijn zo belangrijk dat landen afspreken ze samen te bewaren. Dat gebeurt via het werelderfgoedverdrag van UNESCO uit 1972. Het verdrag rekent monumenten, groepen van gebouwen en sites tot het cultureel erfgoed (UNESCO, Conventie 1972, art. 1). Het legt de eerste verantwoordelijkheid bij het land waar het erfgoed ligt:
Uit de tijd zelf
… de plicht om [dat erfgoed] te identificeren, te beschermen, in stand te houden, te tonen en door te geven aan toekomstige generaties …
… the duty of ensuring the identification, protection, conservation, presentation and transmission to future generations …
Die vijf werkwoorden vatten goed samen wat met erfgoed gebeurt: eerst moet je weten wat er is, dan bescherm je het, je zorgt ervoor, je laat het zien, en je geeft het door. ‘Alleen erfgoed dat ingeschreven is op de Werelderfgoedlijst van UNESCO mag de titel Werelderfgoed dragen’ (Onroerend Erfgoed, soorten erfgoed). In België gaat het onder meer om de belforten en de begijnhoven (UNESCO, belforten) (UNESCO, Vlaamse begijnhoven), en sinds 20 september 2023 ook om begraafplaatsen en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog, met de Menenpoort. Volgens de VRT gaat het om 139 plaatsen, waarvan 27 in de Westhoek (VRT NWS, WO I-werelderfgoed). De Commonwealth War Graves Commission, die de Britse en andere Commonwealth-begraafplaatsen beheert, telt daarbij 51 van haar eigen begraafplaatsen en gedenktekens (CWGC, Werelderfgoed 2023).
Levend erfgoed bewaren
Immaterieel erfgoed kun je niet in een museum zetten of met een vergunning beschermen. Het verdrag van 2003 spreekt daarom van ‘safeguarding’, borgen, en wil zorgen voor ‘respect for the intangible cultural heritage of the communities, groups and individuals concerned’ (UNESCO, Conventie 2003, art. 1). Borgen betekent vooral: zorgen dat mensen het blijven doen en doorgeven, zoals de ervaren garnaalvissers die hun kennis delen met beginners (UNESCO, garnaalvissers te paard). In Vlaanderen brengt de Werkplaats immaterieel erfgoed zulke praktijken in beeld, onder thema’s als ‘Feesten, rituelen en sociale gebruiken’ en ‘Ambacht, vakmanschap en techniek’ (Werkplaats immaterieel erfgoed).
Herdenken
Herdenken is samen terugdenken aan iets of iemand, vaak op een vaste dag of een vaste plek. Het is een van de duidelijkste manieren waarop het verleden betekenis krijgt voor een hele samenleving.
11 november
Feestdagen zijn dagen waarop een hele gemeenschap iets viert of herdenkt. Sommige komen uit de godsdienst, andere uit de geschiedenis. Een feestdag uit de geschiedenis is 11 november. In de Belgische lijst van wettelijke feestdagen heet die dag ‘Wapenstilstand’ (FOD WASO, feestdagen). Op 11 november 1918, om 11 uur, ging de wapenstilstand in die een einde maakte aan de gevechten van de Eerste Wereldoorlog (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). De VRT vat de betekenis zo samen: ‘11 november is Wapenstilstand: we herdenken dan het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918)’. In België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en enkele landen van het Gemenebest vinden de plechtigheden plaats om 11 uur ’s morgens (VRT NWS, Wapenstilstand).
Kindvraag
Waarom is 11 november een feestdag?
Kort antwoord voor kinderen
Op 11 november herdenken we het einde van de Eerste Wereldoorlog: op 11 november 1918, om 11 uur, stopten de gevechten.
Nuance voor de leerkracht
Een wapenstilstand is nog geen vrede: het Verdrag van Versailles werd pas op 28 juni 1919 getekend (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)) (zie het Verdrag van Versailles). Volgens de VRT liggen de plechtigheden van vandaag om 11 uur eigenlijk een uur vroeger dan het werkelijke tijdstip in 1918 (VRT NWS, Wapenstilstand).
De Menenpoort en de Last Post
De Menenpoort in Ieper is een groot poortgebouw met drie doorgangen, in de vorm van een klassieke triomfboog, ontworpen door Reginald Blomfield en ingehuldigd op 24 juli 1927. Het opschrift draagt het monument op ‘to the armies of the British Empire who stood here from 1914 to 1918 and to those of their dead who have no known grave’, aan de legers van het Britse Rijk die hier stonden van 1914 tot 1918, en aan die van hun doden die geen bekend graf hebben (Onroerend Erfgoed, Menenpoort). De poort herdenkt dus in de eerste plaats vermisten van het Britse Rijk, niet alle soldaten die in de Westhoek sneuvelden (zie de Menenpoort).

Bij die poort hoort een gewoonte die minstens zo bekend is als het gebouw zelf: de Last Post, een trompetsignaal dat elke avond onder de poort klinkt. Hier komen onroerend en immaterieel erfgoed samen. De Vlaamse minister van Erfgoed noemde de herdenking van de Groote Oorlog bij de erkenning als werelderfgoed in 2023, volgens de VRT, ‘a living tradition that is part of our identity’: een levende traditie die deel is van onze identiteit (VRT NWS, WO I-werelderfgoed).

Uitbreiding De geschiedenis van de Last Post
Bij de inhuldiging van de Menenpoort op 24 juli 1927 speelden blazers van het 2nd Battalion, Somerset Light Infantry de Last Post. Volgens de Last Post Association, de vereniging die de ceremonie nu organiseert, begon haar eigen reeks op 2 juli 1928. Op 1 mei 1929 werd ze hervat, en sindsdien gebeurt het elke avond (Last Post Association). De erfgoedinventaris vermeldt de dagelijkse herhaling sinds 1 mei 1929 (Onroerend Erfgoed, Menenpoort).
Eén keer werd die reeks lang onderbroken. Vanaf 20 mei 1940, tijdens de Duitse bezetting, werd de Last Post in Ieper niet gespeeld. In die jaren, van 1940 tot 1944, klonk de ceremonie op de militaire begraafplaats van Brookwood in het Verenigd Koninkrijk. Op 6 september 1944 werd ze in Ieper weer dagelijks gespeeld (Last Post Association).
De blazers zijn vrijwilligers van de vereniging. Op 9 juli 2015 vond de 30.000ste ceremonie plaats (Last Post Association).
Dit verhaal toont goed wat een herdenking tot erfgoed maakt. Het is geen gebouw en geen voorwerp, maar een handeling die mensen elke avond opnieuw doen, en die ze bewust doorgeven. En het toont dat ook een herdenking een eigen geschiedenis heeft: de oorlog die ze herdenkt, werd zelf onderbroken door een nieuwe oorlog.
Wie herdenkt wie?: geen extra leerlingdoel
Een herdenking zegt altijd ook iets over wie herdenkt. De Menenpoort werd gebouwd voor de vermisten van het Britse Rijk. In dezelfde streek staat de IJzertoren, die voor een andere groep een heel andere betekenis kreeg. Die twee herdenkingen staan naast elkaar uitgewerkt in invloed en betekenis: twee herdenkingen. Een goede vraag voor het zesde leerjaar: wie wordt hier herdacht, wie niet, en wie besliste dat?
Standbeelden en straatnamen
In het vijfde en zesde leerjaar leren leerlingen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen en personen voor de samenleving kunnen betekenen. Het leerplan noemt daarbij standbeelden, straatnamen, verhalen en feestdagen (KOV Op.stap 1.3). Standbeelden en straatnamen zijn bijzonder, omdat ze iemand eren in de openbare ruimte, waar iedereen ze ziet, ook wie het er niet mee eens is.
Wat een standbeeld vertelt
Standbeelden zijn beelden van mensen of dieren, uit steen of metaal, die op een vaste plaats staan, vaak op een plein of in een park. Wie een standbeeld laat maken, wil iemand of iets eren of herinneren. Een standbeeld vertelt daarom twee dingen tegelijk: iets over wie het voorstelt, en iets over de tijd waarin het gemaakt werd. Het beeld van Ambiorix in Tongeren werd in 1866 ingehuldigd in aanwezigheid van koning Leopold II, en historici hadden toen al bezwaren tegen de vormgeving (VRT NWS 2026). Het zegt meer over hoe men zich in de negentiende eeuw een held uit de oudheid voorstelde dan over Ambiorix zelf (zie Ambiorix: van opstandeling tot ‘eerste Belg’).

Kindvraag
Waarom staat er een standbeeld op het plein?
Kort antwoord voor kinderen
Omdat mensen iemand of iets wilden eren of herinneren, in de tijd dat het beeld gemaakt werd. Het beeld vertelt dus ook iets over wie het liet maken en wanneer.
Nuance voor de leerkracht
Het beeld van Ambiorix werd in 1865–1866 gemaakt, bijna twintig eeuwen na hem (KIK-IRPA, Ambiorix). De beeldhouwer heeft hem nooit gezien. Een standbeeld toont vooral hoe de makers iemand wilden laten herinneren.
Ook verhalen geven een plaats of een persoon betekenis. Ambiorix wordt soms ‘de eerste Belg’ genoemd. Robert Nouwen, oud-conservator van het Gallo-Romeins Museum, wijst erop dat België pas na 1830 ontstond en dat Ambiorix daarom moeilijk zo kan heten (VRT NWS 2026). Een verhaal dat in een samenleving verteld wordt, kan dus sterker zijn dan wat de bronnen zeggen. Daarom horen bij een standbeeld altijd twee vragen: wat weten we over deze persoon, en welk verhaal vertelt het beeld?
Een buste in Gent
Soms verandert wat mensen over een standbeeld denken. In het Zuidpark in Gent stond een buste van koning Leopold II, ‘onthuld in 1955 en verwijderd in 2020’ (Stad Gent, dekoloniaal parcours). Op 18 juni 2020 besliste het Gentse stadsbestuur het beeld weg te halen, op 30 juni 2020, de verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo. Het beeld was eerder al herhaaldelijk beschadigd (VRT NWS, Gent haalt Leopold II weg). De stad schrijft: ‘Het weghalen van dergelijke symbolen is geen poging om de geschiedenis te wissen’ (Stad Gent, dekoloniaal parcours).
Waarom Leopold II voor zoveel discussie zorgt, heeft te maken met wat er onder zijn bewind in de Onafhankelijke Kongostaat gebeurde. Dat staat uitgewerkt in de Onafhankelijke Kongostaat en hoe het rubberstelsel werkte. Hoe er vandaag in België over gesproken wordt, staat in onafhankelijkheid en herinnering.
In Gent staan nog andere koloniale sporen. Het Congopioniersmonument op het Acht Mei Plein werd in 1936 opgericht ‘tijdens de Gentse Koloniale Dag’, voor ongeveer zestig Gentenaars die in Congo stierven, vooral soldaten van de Force Publique. De stad beschrijft het als een deel van de koloniale propaganda (Stad Gent, dekoloniaal parcours).
Uitbreiding Eén vraag, verschillende standpunten
In juni 2020 werd in heel België gediscussieerd over de beelden van Leopold II. De standpunten liepen sterk uiteen. Hieronder staan ze zoals ze in de bronnen staan, met de naam van wie ze uitsprak.
Weghalen. De Gentse schepen Astrid De Bruycker zei bij de beslissing over de buste: ‘De criminele acties van onder meer Leopold II verdienen geen eerbetoon, integendeel.’ Ze voegde eraan toe dat het weghalen ‘mag niet op zich staan’: de koloniale geschiedenis moet uitgelegd en onderwezen worden. Haar collega Tine Heyse zei dat dekolonisering over veel meer gaat dan over beelden (VRT NWS, Gent haalt Leopold II weg). In Brussel zei staatssecretaris Pascal Smet: ‘Als het resultaat is dat het standbeeld weg moet, zal ik de vergunning afleveren’ (VRT NWS, standpunten Leopold II-beelden).
Laten staan, met of zonder uitleg. De Antwerpse burgemeester Bart De Wever zei: ‘Ik ben er geen fan van om alles uit het verleden wat ondertussen wordt heroverwogen uit het publiek domein te verwijderen.’ De Oostendse burgemeester Bart Tommelein wilde het beeld op de Zeedijk niet weghalen en wees op de rol van Leopold II in de ontwikkeling van zijn stad. De Hasseltse burgemeester Steven Vandeput zei: ‘Educatie is veel belangrijker dan een symbolenstrijd.’ In Sint-Truiden wilde het stadsbestuur het beeld laten staan en er een contextbord bij zetten; burgemeester Veerle Heeren: ‘We mogen die geschiedenis evenwel niet vergeten’ (VRT NWS, standpunten Leopold II-beelden).
Een antropologe over het debat in Kinshasa. De antropologe Katrien Pype (KU Leuven) zei in juni 2020 dat de discussie in Kinshasa nauwelijks leefde: ‘in Kinshasa hebben ze andere prioriteiten’. Er bestaan volgens haar veel uiteenlopende standpunten. Het beeld van Leopold II staat er ‘in een museale context’. Toen het op 2 februari 2005 even in een hoofdstraat werd neergezet, werd het nog dezelfde dag weggehaald (VRT NWS, Pype).
Stemmen uit Kinshasa. Het persbureau AFP vroeg in juni 2020 in Kinshasa naar het beeld. José Batekele, directeur van de collecties van het Nationaal Museum op de Mont-Ngaliema, zei: ‘Leopold II is voor ons een deel van onze geschiedenis, een herinnering, een referentie voor onze kinderen.’ De bankier Moïse Tangamo noemde het ‘een verleden dat traumatisch was voor de Congolezen die het meemaakten’, en vond dat de echte geschiedenis op school verteld moet worden. Een zakenman vond dat het monument allang vernield had moeten worden (AFP/Africanews 2020). Het zijn drie stemmen, geen peiling: ze tonen dat ook in Kinshasa de meningen uiteenlopen.
Zorgen voor beelden. In oktober 2026 startte Vlaams minister Ben Weyts de campagne ‘Beeldschone Verhalen’ om standbeelden te reinigen. Volgens het artikel van de VRT telt Vlaanderen ongeveer 4.500 standbeelden en monumenten, waarvan ongeveer 1.700 in de officiële inventaris; minstens 150 worden gekozen, en ook omstreden beelden komen in aanmerking. Volgens het artikel wil de minister debat over de ‘zwarte en witte’ bladzijden van het verleden. Als voorbeeld werd het standbeeld van Daens in Aalst gereinigd (VRT NWS, Beeldschone Verhalen).
Wie de standpunten naast elkaar legt, ziet dat bijna iedereen het over één ding eens is: de geschiedenis moet verteld en uitgelegd worden. Waar ze verschillen, is de vraag wat een beeld in de openbare ruimte vandaag betekent: eerbetoon, herinnering of aanleiding tot uitleg.
Straatnamen
Straatnamen werken zoals standbeelden, maar je ziet ze nog vaker: op elk bord, op elke brief, in elk adres. Een straat die naar iemand genoemd wordt, eert die persoon elke dag opnieuw. In Gent heet de vroegere Koning Leopold II-laan vandaag Floraliënlaan (VRT NWS, Gent uitlegborden). In 2020 had het stadsbestuur over die laan nog geen beslissing genomen (VRT NWS, Gent haalt Leopold II weg).
Gent koos daarnaast voor uitleg ter plaatse. Sinds 2026 plaatst de stad borden bij vier standbeelden, een gebouw en twee straatnamen met een koloniale geschiedenis; sommige panelen zijn nog gepland. Op de panelen staat: ‘Ter ere van de slachtoffers van Belgisch kolonialisme plaatsen we het hiernaast staande koloniale spoor in context.’ Schepen Hafsa El-Bazioui: ‘Door duiding te geven bij koloniale sporen erkennen we het leed dat veroorzaakt werd’ (VRT NWS, Gent uitlegborden). Een uitlegbord is zelf ook een spoor van zijn tijd: het toont hoe een stad in 2026 naar haar koloniale verleden kijkt.
Een voorstel in de Kamer
Ook in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd over zulke sporen gesproken. Een bijzondere commissie over het koloniale verleden raakte het in december 2022 niet eens over haar aanbevelingen (VRT 2022, Kamercommissie). In februari 2023 dienden twee Kamerleden, Wouter De Vriendt en Guillaume Defosse, een voorstel van resolutie in. Het gaat over monumenten en straatnamen:
Uit de tijd zelf
Bij het ontwikkelen van een beleid rond de verwijzingen naar het koloniale verleden, zoals monumenten of straatnamen, dient het participatieve proces centraal te staan. […] Een “case-by-case”-benadering is nodig […]. Wel wordt aangedrongen op ten minste contextualisering of het ontwikkelen van een tegenbeeld of -signaal in de onmiddellijke omgeving van verwijzingen naar het koloniale verleden in de publieke ruimte, zoals monumenten.
Het voorstel zegt ook dat een beslissing ‘enkel op het niveau van de bevoegde besturen’ kan worden genomen, en vraagt een interactieve kaart ‘Koloniale Monumenten in België’ (Kamer, DOC 55 3192/001, punten 2.2.3.1 en 2.2.3.3). Het is een voorstel van twee Kamerleden, geen wet. In de klas is het vooral bruikbaar om drie ideeën te bespreken: mensen betrekken bij de beslissing, elk geval apart bekijken, en minstens uitleg geven.
Kindvraag
Mag een stad een standbeeld weghalen?
Kort antwoord voor kinderen
Soms gebeurt dat. In 2020 besliste het stadsbestuur van Gent om een buste van Leopold II weg te halen. Andere steden lieten hun beeld staan en zetten er uitleg bij. Mensen denken er verschillend over, en beide keuzes komen voor.
Nuance voor de leerkracht
Een beschermd monument mag niet zomaar beschadigd of vernield worden (Onroerend Erfgoed, beschermd erfgoed). Niet elk standbeeld is beschermd; of een bepaald beeld beschermd is, moet je per beeld nagaan. Over Gent en de andere steden: (VRT NWS, Gent haalt Leopold II weg) (VRT NWS, standpunten Leopold II-beelden).
Een gevoelig gesprek in de klas: geen extra leerlingdoel
Dit is een maatschappelijk debat, en het hoort niet bij de leerkracht om een kant te kiezen. Het doel is dat leerlingen begrijpen waarom mensen er verschillend over denken, en dat ze hun eigen mening met argumenten kunnen uitleggen. Een paar aandachtspunten:
- Leg eerst uit wat er gebeurd is (de Kongostaat, de kolonie) met het artikel over imperialisme en kolonialisme in Kongo, en pas daarna wat een beeld vandaag betekent.
- In de klas kunnen kinderen zitten met Congolese wortels of wortels in een andere voormalige kolonie. Voor hen gaat dit niet over een ver verleden. Laat niemand ‘namens’ een groep spreken.
- Laat meer dan Belgische stemmen horen. Katrien Pype beschrijft in haar duiding van het debat in Kinshasa dat er ook in Congo zelf verschillend gedacht wordt. Het blijft een Belgische onderzoekster die de standpunten samenvat: zoek zo nodig een bron van een Congolese onderzoeker, kunstenaar of betrokkene, en laat niemand voor heel Congo spreken.
- Een standpunt is gekoppeld aan een persoon en een moment. Schrijf ‘de burgemeester van Hasselt zei in 2020’, niet ‘men vindt’.
Waarom iets betekenis krijgt
Achter al deze voorbeelden zit één vraag: waarom vinden mensen iets uit het verleden belangrijk genoeg om het te bewaren, te herdenken of er een straat naar te noemen? Geschiedenisdidactici noemen dat de historische betekenis of significantie van iets.
Het Canadese Historical Thinking Project geeft daar twee aanwijzingen voor. Gebeurtenissen zijn betekenisvol als ze ‘resulted in great change over long periods of time for large numbers of people’, als ze dus veel veranderden, lang, voor veel mensen. Of als ze ‘revealing’ zijn: als ze iets zichtbaar maken over bredere ontwikkelingen, ook voor vandaag. Het project voegt eraan toe dat betekenis ‘depends upon one’s perspective and purpose’: ze hangt af van wie kijkt en met welk doel. Iets is niet betekenisvol omdat het in een geschiedenisboek staat (Historical Thinking Project, significance).
Dat sluit aan bij wat de onderwijsonderzoekers Jannet van Drie en Carla van Boxtel schrijven. Ze verwijzen naar Barton en Levstik, voor wie geschiedenisonderwijs ook moet helpen ‘to reflect on the impact of the past on the present’, om na te denken over de invloed van het verleden op het heden (Van Drie en Van Boxtel 2008, p. 87–88). Hun kader voor historisch redeneren is ontwikkeld voor het secundair onderwijs; het zegt dus niet hoe kinderen in de lagere school redeneren. Het helpt wel om te zien dat de vragen van dit artikel bij hetzelfde denkwerk horen als bronnen gebruiken en verklaren (zie historisch redeneren).
Voor de klas kun je de vragen zo samenvatten, van klein naar groot:
- Wat zie ik dat van vroeger is?
- Waarom heeft iemand het bewaard?
- Wat betekent het voor mij of mijn familie?
- Wat vertelt het over hoe mensen vroeger leefden, en wat is daarvan gebleven?
- Wat betekent het voor de samenleving, en betekent het voor iedereen hetzelfde?
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: wat de wetteksten, besluiten en verdragen zeggen die hier aangehaald worden: de omschrijving van immaterieel erfgoed in het UNESCO-verdrag van 2003, de plicht uit het werelderfgoedverdrag van 1972, de erfgoedwaarden en de bescherming in het Onroerenderfgoeddecreet, en de reden voor de bescherming van de vestingen van Ieper. Ook de inhuldiging van de Menenpoort, de geschiedenis van de Last Post, de erkenningen door UNESCO en de verwijdering van de buste van Leopold II in Gent in 2020 zijn goed gedocumenteerd. De Nederlandse weergaven van de Engelse verdragsteksten zijn vertalingen van de Kennisatlas.
- Toegeschreven, geen vaststaand feit: de standpunten over standbeelden en straatnamen, en de aantallen standbeelden in Vlaanderen, die uit een nieuwsartikel over een campagne van de minister komen. De aantallen plaatsen op de Werelderfgoedlijst voor de Eerste Wereldoorlog komen van de VRT en van de beheerder van de Commonwealth-begraafplaatsen. Het ontstaansverhaal van de Heilig-Bloedprocessie is een overlevering.
- Een stelling, geen onderzoeksresultaat: dat het verleden mee bepaalt wie we zijn, staat hier als doel van het leerplan en als uitgangspunt van erfgoedwerkers. Het verband tussen de vier redenen om te bewaren en de erfgoedwaarden van het decreet is een hulp van de Kennisatlas, geen tekst van het decreet.
- Een open maatschappelijk debat: hoe een samenleving omgaat met standbeelden en straatnamen van omstreden personen. Daarover bestaat geen eensgezindheid, in België niet en in Congo niet. Het voorstel van resolutie uit 2023 is een voorstel, geen aangenomen beleid.
Verbanden
- Verdieping Soorten bronnen
- Verdieping Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie
- Begrip Bron en bewijs
- Begrip Perspectief
- Verdieping De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo
- Verdieping De Eerste Wereldoorlog
- Verdieping Europa in de middeleeuwen
- Begrip Historisch redeneren
- Verdieping Wat doen paleontologen, archeologen en historici?
- Verwijst hierheen Hedendaagse tijd
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- Vlaamse overheid, Codex Vlaanderen (2013). Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, art. 2.1 (definities) en art. 6.1.1 (bescherming), geconsolideerde tekst (Codex Vlaanderen).
- Vlaamse Executieve; gepubliceerd door agentschap Onroerend Erfgoed (1986). Besluit van de Vlaamse Executieve houdende bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten: Vestingen (Ieper), ondertekend 22 oktober 1986, Belgisch Staatsblad 25 maart 1987.
- UNESCO (2003). Convention for the Safeguarding of the Intangible Cultural Heritage (UNESCO, 2003), tekst.
- UNESCO World Heritage Centre (1972). Convention concerning the Protection of the World Cultural and Natural Heritage (UNESCO, 1972), tekst.
- Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers (2023). Voorstel van resolutie teneinde uitvoering te geven aan aanbevelingen van de bijzondere commissie Congo-Vrijstaat en Belgisch koloniaal verleden (DOC 55 3192/001, 28 februari 2023; ingediend door Wouter De Vriendt en Guillaume Defosse).
Geraadpleegde literatuur
- Africanews (AFP) (2020). ‘Good riddance to sour history’: Congolese on toppling of Leopold II statue.
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
- Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.
- Vlaamse overheid (2026). Erfgoed (overzichtspagina Vlaanderen.be).
- agentschap Onroerend Erfgoed (2026). Soorten erfgoed (Onroerend Erfgoed).
- agentschap Onroerend Erfgoed (2026). Beschermd erfgoed (Onroerend Erfgoed).
- agentschap Onroerend Erfgoed, Inventaris van het Onroerend Erfgoed (2026). Vestingen (Ieper), aanduidingsobject 13704 (beschermd monument), Inventaris Onroerend Erfgoed.
- UNESCO. What is intangible cultural heritage?.
- UNESCO (z.j.). Intangible Cultural Heritage domains.
- Werkplaats immaterieel erfgoed vzw (2026). Werkplaats immaterieel erfgoed: Tradities, gebruiken, praktijken, kennis en vaardigheden (startpagina).
- UNESCO, Intangible Cultural Heritage (2026). Processional giants and dragons in Belgium and France (UNESCO immaterieel erfgoed 00153).
- UNESCO, Intangible Cultural Heritage (2009). Procession of the Holy Blood in Bruges (UNESCO immaterieel erfgoed 00263).
- UNESCO, Intangible Cultural Heritage (2013). Shrimp fishing on horseback in Oostduinkerke (UNESCO immaterieel erfgoed 00673).
- UNESCO World Heritage Centre (2026). Belfries of Belgium and France (UNESCO Werelderfgoed 943).
- UNESCO World Heritage Centre (1998). Flemish Béguinages (Werelderfgoed, dossier 855).
- Agentschap Onroerend Erfgoed, Vlaamse overheid. Toponymische studie (thesaurusconcept).
- Industriemuseum Gent / Stad Gent (2023). Twijn- en spinmolen van Industriemuseum blijken oudste ter wereld (persbericht Stad Gent).
- KIK-IRPA, BALaT. Ambiorix (standbeeld, Grote Markt Tongeren), object 147186.
- Elian Pergola (2026). Mogelijke vestiging van Ambiorix ontdekt in Tongeren-Borgloon: ‘Toch is hij niet de eerste Belg’.
- FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed (2010). 't Zit in de familie: Cultureel erfgoed vanuit gezinsperspectief (brochure).
- FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed; Erfgoedcel Mijn-Erfgoed (Leen Gos) (z.j.). Fiche Erfgoedradar (Erfgoedcel Mijn-Erfgoed), uit het FARO-dossier 'Participatie, cocreatie en makelaardij'.
- Musea Brugge (2021). Lesmap Kinderen van toen, senioren van nu (versie corona).
- Kamer van volksvertegenwoordigers en Belgische Senaat (2014). Het Parlement tijdens de Groote Oorlog: een thematische rondleiding (brochure).
- VRT NWS (2025). 11 november Wapenstilstand: wat herdenken we? (VRT NWS, 10 november 2025).
- FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (2026). Na te leven arbeidsvoorwaarden bij detachering naar Belgie (lijst wettelijke feestdagen).
- agentschap Onroerend Erfgoed, Inventaris van het Onroerend Erfgoed (2026). Menenpoort (Ieper), erfgoedobject 30393.
- Last Post Association (2026). The Last Post at the Menin Gate (geschiedenis van de ceremonie).
- Commonwealth War Graves Commission (2023). CWGC delighted by UNESCO World Heritage status inscription (20 september 2023).
- VRT NWS (2023). First World War cemeteries and memorials added to UNESCO World Heritage List (VRT NWS, 20 september 2023).
- VRT NWS (2019). Leuven herdenkt slachtoffers van strijd voor algemeen enkelvoudig stemrecht (VRT NWS, 16 november 2019).
- Stad Gent (2026). Verwijderde buste Leopold II en herdenkingsmonument Congopioniers (Dekoloniaal parcours).
- VRT NWS (2020). Gent haalt controversieel standbeeld Leopold II weg (VRT NWS, 18 juni 2020).
- VRT NWS (2020). Moeten beelden van Leopold II uit het straatbeeld in Antwerpen en Gent? (VRT NWS, 11 juni 2020).
- VRT NWS (2020). Prof. Katrien Pype: discussie rond beelden Leopold II leeft nauwelijks in Kinshasa (VRT NWS, 23 juni 2020).
- VRT NWS (2026). Gent plaatst uitlegborden bij koloniale sporen (VRT NWS, 7 januari 2026).
- VRT NWS (2026). Weyts start campagne om standbeelden te reinigen: Beeldschone Verhalen (VRT NWS, 8 oktober 2026).
- VRT NWS (2022). Kamercommissie Belgisch koloniaal verleden draait uit op een sis (19 december 2022).
- Jannet van Drie, Carla van Boxtel (2008). Historical Reasoning: Towards a Framework for Analyzing Students' Reasoning about the Past. Educational Psychology Review 20(2), p. 87-110. doi:10.1007/s10648-007-9056-1.
- The Historical Thinking Project (Centre for the Study of Historical Consciousness) (z.j.). Historical Significance (The Historical Thinking Project).
Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.
Doelen
2de kleuter
- 5.3.GK2.1De leerlingen kunnen herkennen dat sporen uit het verleden aanwezig zijn in wat ze om zich heen zien.Er is geen onderzoek gebruikt over hoe kleuters deze redenen leren begrijpen; de klasoefening is een suggestie. Het verband tussen de vier redenen en de erfgoedwaarden van het decreet is een eigen hulp van de atlas, geen tekst van het decreet. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie, Soorten bronnen.
- 5.3.GK2.2De leerlingen weten waarom iets uit het verleden bewaard wordt.Er is geen onderzoek gebruikt over hoe kleuters deze redenen leren begrijpen; de klasoefening is een suggestie. Het verband tussen de vier redenen en de erfgoedwaarden van het decreet is een eigen hulp van de atlas, geen tekst van het decreet. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie, Soorten bronnen.
3de kleuter
- 5.3.GK3.1De leerlingen kunnen herkennen dat sporen uit het verleden aanwezig zijn in wat ze om zich heen zien.Er is geen onderzoek gebruikt over hoe kleuters deze redenen leren begrijpen; de klasoefening is een suggestie. Het verband tussen de vier redenen en de erfgoedwaarden van het decreet is een eigen hulp van de atlas, geen tekst van het decreet. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie, Soorten bronnen.
- 5.3.GK3.2De leerlingen weten waarom iets uit het verleden bewaard wordt.Er is geen onderzoek gebruikt over hoe kleuters deze redenen leren begrijpen; de klasoefening is een suggestie. Het verband tussen de vier redenen en de erfgoedwaarden van het decreet is een eigen hulp van de atlas, geen tekst van het decreet. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie, Soorten bronnen.
1ste leerjaar
- 5.3.GL1.1De leerlingen kunnen vertellen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.Dat persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden, staat alleen als doel van het leerplan en als stelling van erfgoedwerkers (FARO), niet als onderzoeksresultaat. De Erfgoedradar is een praktijkbeschrijving, geen effectonderzoek. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie.
2de leerjaar
- 5.3.GL2.1De leerlingen kunnen beschrijven hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.Dat persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden, staat alleen als doel van het leerplan en als stelling van erfgoedwerkers (FARO), niet als onderzoeksresultaat. De Erfgoedradar is een praktijkbeschrijving, geen effectonderzoek. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie.
3de leerjaar
- 5.3.GL3.1De leerlingen kunnen toelichten hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.Dat persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden, staat alleen als doel van het leerplan en als stelling van erfgoedwerkers (FARO), niet als onderzoeksresultaat. De Erfgoedradar is een praktijkbeschrijving, geen effectonderzoek. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie.
- 5.3.GL3.2De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen; (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede, erfgoed.(On)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid en oorlog en vrede worden hier alleen via erfgoed aangeraakt en niet als termen uitgewerkt; ze horen bij de artikels over de periodes. (On)verdraagzaamheid krijgt geen eigen voorbeeld. Verder in: Europa in de middeleeuwen, Revoluties, grondwetten en emancipatie, De Eerste Wereldoorlog, Bron en bewijs.
4de leerjaar
- 5.3.GL4.1De leerlingen kunnen uitleggen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.Dat persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden, staat alleen als doel van het leerplan en als stelling van erfgoedwerkers (FARO), niet als onderzoeksresultaat. De Erfgoedradar is een praktijkbeschrijving, geen effectonderzoek. Verder in: Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie.
- 5.3.GL4.2De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen: (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede, erfgoed.(On)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid en oorlog en vrede worden hier alleen via erfgoed aangeraakt en niet als termen uitgewerkt; ze horen bij de artikels over de periodes. (On)verdraagzaamheid krijgt geen eigen voorbeeld. Verder in: Europa in de middeleeuwen, Revoluties, grondwetten en emancipatie, De Eerste Wereldoorlog, Bron en bewijs.
5de leerjaar
- 5.3.GL5.1De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.De woordenschat ‘voor onze tijdrekening’ en ‘onze tijdrekening’ komt hier niet aan bod. Over andere feestdagen dan 11 november, over de wettelijke herkomst van die feestdag en over de regels voor het (her)benoemen van straten geeft het artikel geen uitleg. Of het voorstel van resolutie van 2023 is aangenomen, staat er niet in. Verder in: Tijd en chronologie, De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo, Perspectief, De Eerste Wereldoorlog.
6de leerjaar
- 5.3.GL6.1De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.De woordenschat ‘voor onze tijdrekening’ en ‘onze tijdrekening’ komt hier niet aan bod. Over andere feestdagen dan 11 november, over de wettelijke herkomst van die feestdag en over de regels voor het (her)benoemen van straten geeft het artikel geen uitleg. Of het voorstel van resolutie van 2023 is aangenomen, staat er niet in. Verder in: Tijd en chronologie, De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo, Perspectief, De Eerste Wereldoorlog.
Einde vierde leerjaar
- 5.3.3De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen:
- 5.3.4De leerlingen kunnen uitleggen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden:
Einde zesde leerjaar
- 5.3.3De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen, en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.
Einde derde kleuterklas
Over dit artikel
- Geschreven
- 4 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 4 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie