Werkwijze · Geschiedenis

Soorten bronnen

Geschreven, materiële, mondelinge en audiovisuele bronnen, met bij elk woord uit de woordenschat van Op.stap een echt voorbeeld, zo veel mogelijk uit België.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

Een bron is een spoor uit het verleden. Dat spoor kan veel vormen hebben: een kras op een muur in Pompeï, een bronzen beeld op de markt van Tongeren, een lied dat bij een Vlaamse feestdag gezongen wordt, een filmjournaal dat ooit in de bioscoop draaide. Dit artikel ordent die sporen en geeft bij elk woord uit de woordenschat van Op.stap een echt voorbeeld, waar het kan uit België. Bij elk voorbeeld staat ook wat het wel en niet vertelt. Wat een bron precies is, en hoe ze bewijs wordt voor een bewering, staat in het artikel over bron en bewijs.

Vier soorten bronnen

Op.stap deelt bronnen in vier soorten in: geschreven bronnen, materiële bronnen, mondelinge tradities en, vanaf het vijfde leerjaar, audiovisuele bronnen (KOV Op.stap 1.3). Een geschreven bron is alles wat iemand opschreef of kraste, van een wetboek tot een doodsbrief. Een materiële bron is een voorwerp of bouwwerk: een sieraad, een ruïne, een fabriek. Een mondelinge traditie is iets wat mensen doorgeven door het te vertellen, te zingen of te zeggen. Een audiovisuele bron is opgenomen beeld en geluid, zoals een film.

De grenzen zijn niet altijd scherp. Een graffito is geschreven, maar staat op een muur. Een standbeeld is een voorwerp, maar draagt vaak een opschrift. Een lied werd mondeling doorgegeven, maar ook gedrukt. Dat is geen probleem: de indeling helpt om te zien hoeveel soorten sporen er zijn, niet om elke bron in één vakje te duwen.

Wat leerlingen in welk jaar doen: geen extra leerlingdoel

De doelen bouwen op. Kleuters herkennen en benoemen soorten bronnen, eerst uit de eigen omgeving (een standbeeld, een foto, een dagboek, een brief), in de tweede kleuterklas ook uit de prehistorie, in de derde uit het oude Egypte. In het eerste en tweede leerjaar herkennen leerlingen veelgebruikte bronnen bij de periodes van dat jaar; in het derde en vierde leerjaar noemen ze die zelf. In het vijfde en zesde leerjaar noemen ze bronnen voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd, en dan komen er audiovisuele bronnen bij (KOV Op.stap 1.3) (AHOVOKS 2026). Voor de kleuters raadt Op.stap aan bronnen te kiezen die in de schoolomgeving of de eigen leefomgeving te vinden zijn, en voor de lagere school om besproken bronnen zichtbaar te laten in de klas (KOV Op.stap 1.3).

Bronnen in de eigen omgeving

Voor de jongste kinderen begint het dichtbij: op het plein, in de schuif van de grootouders, in het fotoalbum. Op.stap noemt bij de kleuters als voorbeelden een standbeeld, een foto, een dagboek en een brief (KOV Op.stap 1.3).

Een standbeeld op de markt

Een standbeeld is een beeld van een mens of een dier, uit steen of metaal, dat op een vaste plaats staat, vaak op een plein. Op de Grote Markt van Tongeren staat een bronzen standbeeld van Ambiorix, gemaakt door Jules Bertin in 1865–1866. Het is 350 centimeter hoog (KIK-IRPA, Ambiorix). Het werd in 1866 ingehuldigd in aanwezigheid van koning Leopold II, en historici hadden toen al bezwaren tegen de vormgeving (VRT NWS 2026).

Dat beeld is een mooie eerste bron, juist omdat het niet vertelt wat je zou denken. Ambiorix leidde een opstand tegen de Romeinen in de winter van 54 op 53 v.o.t. (zie de Romeinen). Bertin maakte het beeld bijna twintig eeuwen later. Het is dus geen bron over hoe Ambiorix eruitzag, maar over hoe men zich hem in de negentiende eeuw voorstelde en wie men toen wilde eren.

“Zag Ambiorix er echt zo uit?”

Kort antwoord voor kinderen

Dat weet niemand. Het beeld werd gemaakt heel lang nadat Ambiorix leefde. De beeldhouwer heeft hem nooit gezien. Hij maakte een Ambiorix zoals mensen zich die toen voorstelden.

Nuance voor de leerkracht

Zo leren kleuters al iets belangrijks: een bron vertelt ook iets over de tijd waarin ze gemaakt werd.

Een dagboek uit 1914

Een dagboek is een boekje waarin iemand, liefst elke dag, opschrijft wat hij meemaakt of denkt. Meestal schrijft hij het voor zichzelf. Jan Leysen, een landbouwer uit Poederlee (1889–1980), was in augustus 1914 grenadier. Hij hield een klein bruin zakboekje bij, in mooi handschrift met rode inkt, dat alleen over de eerste dagen van de oorlog gaat. Zijn kleinzoon Filip Maes typte het over en zette er scans van het origineel bij; sommige stukken waren onleesbaar (Dagboek Jan Leysen (1914)). Zo begint het, en zo schrijft hij aan wie het zou lezen als hij niet terugkwam:

Historische bron

Het was in de maand Augustus 1914 … Maak nooit geen verdriet om mijnen t wille Indien ik gesneuveld ben op het Veld van Eer.

Dagboek Jan Leysen (1914), transcriptie Filip Maes

Wie de tweede zin hardop leest, hoort hoe een soldaat toen schreef, met mijnen t wille en een dubbele ontkenning. Een dagboek is een bron voor wat één mens zag en voelde, niet voor de hele oorlog. Ook een West-Vlaamse pastoor, Achiel Van Walleghem, hield tijdens de oorlog dagboeken bij, van 4 oktober 1914 tot 18 april 1918. Zijn manuscript wordt bewaard in het In Flanders Fields Museum in Ieper (Van Walleghem, oorlogsdagboeken).

Een brief

Een brief is een geschreven bericht van iemand aan iemand anders. Daardoor zie je in een brief meteen twee mensen: wie schrijft, en voor wie. Uit Mesopotamië is een brief bewaard van koning Hammurabi van Babylon aan een zekere Sinidinnam (zie Mesopotamië) (Brief van Hammurabi aan Sinidinnam (King, in Harper 1901), p. 2):

Historische bron

Aan Sinidinnam, van Hammurabi. De godinnen van Emoetbalim, die aan jou zijn toevertrouwd, zullen de troepen onder bevel van Inoehsamar veilig bij je brengen. Wanneer ze bij je aankomen, vernietig dan met de troepen die je zelf hebt de mensen, en laat hen de godinnen veilig naar hun woonplaatsen brengen.

Brief van Hammurabi aan Sinidinnam (King, in Harper 1901), p. 2 · vertaling Kennisatlas naar L. W. King (1901)

Dichter bij huis: in Vindolanda, aan de Muur van Hadrianus in Brittannië, lag rond 85–95 o.t. de eerste cohorte van de Tungri, een eenheid die haar naam dankte aan het volk rond Tongeren (zie de Romeinen). Van haar bevelhebber, de prefect Iulius Verecundus, zijn vier brieven bewaard op houten schrijfplankjes (RIB, Vindolanda Tablets).

Brieven en foto’s uit de eigen leefomgeving: geen extra leerlingdoel

Op.stap vraagt bij de kleuters uitdrukkelijk om bronnen uit de leefomgeving van de kinderen (KOV Op.stap 1.3). Een kaartje van een grootouder, een oude brief uit een familie of een foto van de school vroeger werkt dan beter dan een brief van een koning. Zo’n bron uit de eigen omgeving is niet voor dit artikel onderzocht; je kiest ze zelf, samen met de ouders. Vraag bij elke bron dezelfde dingen: wie maakte dit, voor wie, en wanneer?

Een foto

Een foto legt vast wat er voor de lens stond, op het moment dat de fotograaf afdrukte. Maar de fotograaf koos wat er in beeld kwam, en wat erbuiten bleef. Bij de opnames van de film Misère au Borinage in 1933 namen de fotografen Cami, Sasha Stone en Willy Kessels foto’s; het archief Amsab bewaart ze (Amsab, Misère au Borinage). De film zelf staat verderop, bij de audiovisuele bronnen. Een uitgewerkt voorbeeld van een foto als bron, met het beeld erbij, ontbreekt in dit artikel nog: van de foto’s bij Amsab zijn de rechten niet nagegaan, en daarom worden ze hier niet getoond.

Sporen uit de prehistorie en het oude Egypte

Uit de prehistorie zijn geen geschreven bronnen. Wat we weten, komt uit wat in de grond of in grotten bewaard bleef. Op.stap noemt bij de tweede kleuterklas beenderen, fossielen, een werktuig, een rotsschildering en een graf, en bij de derde kleuterklas, over Egypte, een graf en een standbeeld (KOV Op.stap 1.3). De voorbeelden hieronder zijn uitgewerkt in het artikel over de prehistorie.

Beenderen zijn de botten van mensen of dieren. Als ze heel lang in de grond of in een grot bewaard bleven, spreken we van fossielen: resten van levende wezens uit een ver verleden. Een van de beroemdste komt uit België. In 1829 vond de Luikse arts Philippe-Charles Schmerling in een grot in Engis de schedel van een kind. Het Smithsonian noemt het de eerste Neanderthaler die ooit gevonden werd, al werd de schedel pas tientallen jaren later herkend als fossiel van een vroege mens (Smithsonian, Engis 2). Meer daarover staat bij Engis.

Een werktuig is een voorwerp dat mensen maakten om mee te werken. Het British Museum bewaart een hakwerktuig van basalt uit de Olduvaikloof in Tanzania, verzameld door Louis Leakey. Het is 92,9 millimeter lang en weegt 682 gram. Van de bovenkant van de steen is een grote schilfer geslagen, en daarna drie kleinere, die samen een regelmatige snede vormen (British Museum 1934,1214.1). Aan die sporen van het slaan zie je dat iemand de steen met opzet zo bewerkte.

Een rotsschildering is een tekening of schildering op de wand van een grot of een rots. In de grot van Chauvet, in Frankrijk, staan er meer dan duizend, vooral van dieren. Volgens UNESCO horen ze bij de oudste gekende tekeningen; een rotsverschuiving sloot de grot af tot ze in 1994 herontdekt werd (UNESCO, Grotte Chauvet). De grot van Lascaux werd in 1940 ontdekt door een groep jongens uit het dorp (Ministerie van Cultuur, Lascaux: ontdekking).

Een graf is de plaats waar een dode begraven ligt. Voor de prehistorie geeft dit artikel nog geen voorbeeld met een bron; dat ontbreekt nog. Voor het oude Egypte wel: bij Memphis, de hoofdstad van het Oude Rijk, liggen rotsgraven, mastaba’s, tempels en piramides. Daar staat ook de trappiramide van Djoser, volgens UNESCO de eerste piramide die ooit gebouwd werd (UNESCO, Memphis en zijn necropolis). Een graf vertelt veel over hoe mensen met de dood omgingen en wat ze de dode meegaven. Wie er lag, staat er lang niet altijd bij: bij het scheepsgraf van Sutton Hoo, uit de zevende eeuw o.t., is het volgens de beheerder van de site onmogelijk om precies te weten wie de begravenen waren (National Trust, Sutton Hoo). Ook vandaag is een graf een bron: het Rijksarchief noemt grafschriften, samen met doodsbrieven en bidprentjes, als bronnen voor wie een familiegeschiedenis opzoekt (Rijksarchief, genealogie). Een wandeling over het kerkhof van de eigen gemeente kan zo een les over bronnen worden.

Geschreven bronnen

De meeste woorden uit de woordenschat bij de geschreven bronnen zijn al uitgewerkt in het artikel over bron en bewijs: een wetboek, een verslag, een mythe en een kroniek. Hier komen er drie soorten bij die er minder op lijken: krassen op een muur, kranten en verdragen, en berichten over iemands dood.

Graffiti in Pompeï

Graffiti zijn woorden of tekeningen die iemand op een muur kraste of schreef, meestal zonder toestemming. August Mau legde in zijn boek over Pompeï (Engelse uitgave van 1899) uit dat het woord Italiaans is en komt van een werkwoord dat ‘krassen’ betekent, en dat het in de oudheid een wijdverbreide gewoonte was. In Pompeï vond men op pilaren en muren namen, dichtregels, liefdesverzen en schetsjes (Mau (1899), Pompeii, hoofdstuk LVII).

Eén regel vond men er op drie plaatsen: in het grote theater, in het amfitheater en in de basiliek. Volgens Mau stond hij ook in Rome. Mau citeert hem uit de grote verzameling van Latijnse opschriften (Mau (1899), Pompeii, hoofdstuk LVII):

Admiror, paries, te non cecidisse ruinis, qui tot scriptorum taedia sustineas.

Ik sta versteld, muur, dat je niet in puin bent gevallen, jij die het vervelende gekrabbel van zoveel schrijvers moet verdragen.

Het is een graffito over graffiti: iemand die op een muur schrijft dat er al te veel op muren geschreven wordt. Dat dezelfde regel op verschillende plaatsen staat, wijst erop dat hij bekend was en door meer dan één persoon werd overgeschreven. De Nederlandse weergave is een vertaling van de Kennisatlas uit het Latijn. Een ander opschrift uit Pompeï, in houtskool, speelt een rol in de vraag wanneer de Vesuvius uitbarstte (ANSA 2018); zie bron en bewijs.

“Mocht je vroeger op muren schrijven?”

Kort antwoord voor kinderen

De Romeinen in Pompeï deden het in elk geval veel. Ze schreven hun naam, een gedichtje of een liefdesboodschap op de muren. Eén van hen vond het blijkbaar te veel, en schreef dat op de muur.

Nuance voor de leerkracht

Of het verboden was, zegt het opschrift niet. Het toont wel dat ook toen niet iedereen er blij mee was.

Kranten en verdragen

Een krant is een bron voor wat er op een bepaalde dag gemeld werd, en voor hoe een krant dat bracht. BelgicaPress, van de Koninklijke Bibliotheek, bevat gedigitaliseerde Belgische kranten die je op tekst kunt doorzoeken. Kranten van vóór 1918 zijn vrij raadpleegbaar (KBR BelgicaPress).

Een verdrag is een geschreven afspraak tussen staten. Het verdrag dat op 19 april 1839 in Londen gesloten werd tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, over de scheiding van hun grondgebieden, is online te lezen (Verdrag van Londen 1839). Beide voorbeelden worden verder uitgewerkt in bron en bewijs.

Doodsbrieven en bidprentjes

Een overlijdensbericht laat weten dat iemand gestorven is. In Vlaanderen kennen we het als doodsbrief, als rouwbericht in de krant en als bidprentje. Het Rijksarchief noemt doodsbrieven en bidprentjes, naast trouwboekjes en grafschriften, als bronnen voor de jongste decennia van een familiegeschiedenis, omdat de officiële akten daarover nog niet openbaar zijn (Rijksarchief, genealogie). Familiekundige verenigingen verzamelen ze; Familiekunde Vlaanderen verwijst bijvoorbeeld naar een databank met rouwberichten en bidprentjes in de regio Dendermonde (Familiekunde Vlaanderen, rouwberichten).

Een echt overlijdensbericht met leesbare tekst is voor dit artikel nog niet uitgewerkt. Kijk in de klas bij een bidprentje of doodsbrief vooral naar wat het vermeldt (een naam? data? een plaats?) en wat het weglaat.

Voorzichtig met recente rouwberichten: geen extra leerlingdoel

Een bidprentje uit de eigen familie is een sterke bron, maar het gaat over een echte persoon die familie heeft. Werk liever met een ouder prentje, of met een exemplaar dat een familie daarvoor zelf meegeeft.

Materiële bronnen

Materiële bronnen zijn voorwerpen en bouwwerken. Afval en grafgiften zijn uitgewerkt in bron en bewijs. Hier volgen de andere woorden: van een mozaïek in Pompeï tot een mijnsite in Wallonië.

Mozaïek en fresco

Een mozaïek is een afbeelding die gelegd is met kleine stukjes steen of glas, vaak op een vloer. In de vloer van de ingang van het huis van de Tragische Dichter in Pompeï lag er een met een hond aan een ketting, in zwarte en witte stukjes, met daarbij de woorden cave canem, ‘pas op voor de hond’ (Mau (1899), Pompeii, hoofdstuk XL). In het huis van de Faun lag een groot mozaïek van een gevecht tussen Alexander en Darius. Volgens Mau wordt het in Napels bewaard, en hij meende dat het voorbeeld ervan uit de tijd van Alexander of kort daarna kwam (Mau (1899), Pompeii, hoofdstuk XXXVI).

Een fresco is een muurschildering op natte kalk. Mau beschrijft het zo voor Pompeï: de schilders werkten met waterverf op de vochtige pleisterlaag van een pas bepleisterde muur. Toen de muur verhardde, zaten de kleuren erin vast. Volgens Mau, die zich baseert op Otto Donner, werden latere schilderingen soms op een droge muur aangebracht, met een bindmiddel dat nooit vastgesteld werd, en die waren veel minder duurzaam (Mau (1899), Pompeii, hoofdstuk LIV). Dat is de stand van het onderzoek in 1899.

Bij een mozaïek of een fresco kun je dezelfde vragen stellen als bij een tekst: wie liet dit maken, en voor wie was het bedoeld? Een Belgisch voorbeeld uit de Romeinse tijd is voor dit artikel nog niet met een bron uitgewerkt. Wat in Tongeren gevonden is, staat bij de Romeinen.

Sieraden

Sieraden zijn voorwerpen die mensen dragen om zich mooi te maken of te tonen wie ze zijn: ringen, armbanden, halskettingen. Mau noemt als typisch voorbeeld uit Pompeï een grote gouden armband in de vorm van een slang, met ogen van robijn, gevonden in het huis van de Faun (Mau (1899), Pompeii, hoofdstuk XLVI). Zo’n armband zegt iets over rijkdom, vakmanschap en smaak. De naam van wie hem droeg, staat er niet op. Belgische sieraden uit een opgraving zijn voor dit artikel nog niet met een bron gevonden.

Een monument: de Menenpoort

Een monument is een bouwwerk of beeld dat gemaakt is om iets of iemand te herdenken. De Menenpoort in Ieper is een groot poortgebouw met drie doorgangen, geïnspireerd op de klassieke triomfboog. Reginald Blomfield ontwierp het; maarschalk Lord Plumer huldigde het in op 24 juli 1927, in aanwezigheid van koning Albert. De inventaris van het onroerend erfgoed rekent het tot de oorlogsgedenktekens uit het interbellum (Onroerend Erfgoed, Menenpoort). Volgens dezelfde inventaris heeft het een dubbel karakter: van buiten lijkt het een triomfboog, van binnen staan de namen van tienduizenden vermiste Britse militairen uit de Eerste Wereldoorlog (Onroerend Erfgoed, Menenpoort).

Een monument is een bron in twee richtingen. Het herinnert aan een gebeurtenis, maar het vertelt vooral hoe mensen die gebeurtenis wilden herinneren, op het moment dat ze het bouwden. De Menenpoort zegt dus veel over hoe men in 1927 de oorlog wilde gedenken. Het verschil met een standbeeld is niet altijd scherp: het beeld van Ambiorix is ook een monument.

Een belfort en een ruïne

Een gebouw is een bron voor wat mensen nodig hadden en belangrijk vonden. Een goed Belgisch voorbeeld is het belfort. UNESCO beschermt 33 belforten in België, 26 in Vlaanderen en 7 in Wallonië, en 23 in het noorden van Frankrijk. Ze werden gebouwd van de elfde tot de twintigste eeuw. Volgens UNESCO staat het belfort, in het hart van de stad, voor het ontstaan van de stedelijke macht in de middeleeuwen. Het was een praktisch gebouw: er hingen de stadsklokken, er werden oorkonden en schatten bewaard, de stadsraad vergaderde er, en het diende als uitkijktoren en als gevangenis (UNESCO, belforten). Zo is het belfort ook een openbaar gebouw: een gebouw van en voor de stad, niet van één familie.

Een ruïne is wat overblijft van een gebouw dat grotendeels vernield of vervallen is. In Koksijde liggen de resten van de abdij Ten Duinen. Ze werd rond 1107 gesticht door de benedictijn Ligerius, sloot zich in 1138 aan bij de cisterciënzers en werd in 1566 vernield door beeldenstormers. De eerste opgravingen begonnen in 1897; sinds 1986 is de plek beschermd als archeologische site (Onroerend Erfgoed, Abdij Ten Duinen).

Ten Duinen toont ook hoe bronnen elkaar helpen. Hoe de abdijkerk en de kloostergang lagen, konden onderzoekers achterhalen met een schilderij van Pourbus uit 1580, dat in het Groeningemuseum in Brugge hangt (Onroerend Erfgoed, Abdij Ten Duinen). De ruïne in de grond en het schilderij aan de muur vertellen samen meer dan elk afzonderlijk.

Huizen en fabrieken

Een huis vertelt hoe mensen woonden, en wie zich wat kon veroorloven. In Brussel staan vier stadswoningen van de architect Victor Horta die UNESCO beschermt: het Hotel Tassel (1893), het Hotel Solvay (1894), het Hotel van Eetvelde (1895) en zijn eigen huis met atelier. UNESCO wijst op de nieuwe materialen, staal en glas, en op de nauwgezette aandacht voor elk detail, van de deurklink of de bel tot het kleinste meubelstuk (UNESCO, huizen van Horta). Het zijn grote stadswoningen. Hoe een gewoon gezin in die jaren woonde, vertellen ze niet; daarvoor is in dit artikel nog geen voorbeeld uitgewerkt.

Een industrieel gebouw is een gebouw dat diende om te produceren: een fabriek, een mijn, een werkplaats. In Wallonië beschermt UNESCO vier mijnsites, Grand-Hornu, Bois-du-Luc, Bois du Cazier en Blegny-Mine. Volgens UNESCO zijn het de best bewaarde plaatsen van de steenkoolmijnbouw in België, van het begin van de negentiende tot de tweede helft van de twintigste eeuw. Bewaard zijn niet alleen de mijngebouwen, maar ook de woningen van de arbeiders en de aanleg van de mijnwijken. Bois du Cazier herinnert bovendien aan de mijnramp van 1956 (UNESCO, mijnsites Wallonië). Wie naast de mijngebouwen naar de arbeiderswoningen kijkt, ziet twee kanten van dezelfde tijd.

Ontworpen en alledaagse voorwerpen

Een designobject is een gebruiksvoorwerp waarvan de vorm met zorg ontworpen is: een stoel, een lamp, een deur. Het Design Museum Gent bewaart de armstoel Bloemenwerf van Henry Van de Velde, onder inventarisnummer 200696; de museumfiche dateert hem in de negentiende eeuw (Art in Flanders, Armstoel Bloemenwerf). Een foto van de stoel staat op Art in Flanders; hij is beschermd en wordt hier daarom niet getoond. Op de collectiepagina van hetzelfde museum staat een glazen vouwdeur van Huib Hoste uit de Woning Haegens, uit 1931 (Design Museum Gent, collectie). Ook in de huizen van Horta was volgens UNESCO elk onderdeel ontworpen, tot de deurklink toe (UNESCO, huizen van Horta).

Een huishoudelijk artefact is een voorwerp dat in het huishouden gebruikt werd: een pot, een weegschaal, een strijkijzer. Museum De Lakenhal in Leiden bewaart een ijzeren strijkijzer van rond 1900, van het merk Salter; op de bovenkant zijn twee merknamen te lezen (Lakenhal, strijkijzer ca. 1900). Dat is een Nederlands museum; een Belgisch voorbeeld met een bron ontbreekt nog. In de klas zijn zulke voorwerpen vaak het makkelijkst te vinden: in de kelder of op de zolder van grootouders. Een oud strijkijzer naast een strijkijzer van nu doet leerlingen vanzelf vragen hoe het huishouden vroeger werkte.

Mondelinge tradities

Mondelinge tradities zijn volgens UNESCO levend erfgoed, “traditional, contemporary and living at the same time” (UNESCO, immaterieel erfgoed). Plaatsnamen en familienamen zijn uitgewerkt in bron en bewijs. Hier gaat het om verhalen, liederen, spreekwoorden en gezegden.

Verhalen die meestappen: reuzen en draken

Verhalen worden van generatie op generatie doorverteld, en onderweg veranderen ze. Soms leven ze voort in een feest. UNESCO nam in 2008 de processiereuzen en -draken van België en Frankrijk op als immaterieel erfgoed. Volgens UNESCO verschenen zulke figuren aan het einde van de veertiende eeuw voor het eerst in religieuze processies in de steden, en verwijzen de reuzen naar de geschiedenis, een legende of het leven van de stad. In Dendermonde stapt het ros Bayard mee, het paard uit de legende rond Karel de Grote (UNESCO, reuzen en draken).

Een reus of een ros in een stoet is een bron voor het verhaal zoals een stad het vandaag vertelt en viert. Of er ooit iets gebeurd is dat op het verhaal lijkt, is een andere vraag. De legende zelf wordt in dit artikel niet naverteld.

Een lied: De Vlaamse Leeuw

Een lied wordt gezongen en zo doorgegeven, vaak ook gedrukt. De Gentse toneelschrijver Hippoliet Van Peene (1811–1864) schreef in 1845 de tekst van De Vlaamse Leeuw. Die werd voor het eerst gedrukt in 1847, in het zondagsblad Gentsch Vosken. De muziek is van Karel Miry (1823–1889) (Vlaams Parlement, Vlaamse symbolen). Volgens het Vlaams Parlement werden de eerste twee strofen in 1973 bij decreet het volkslied van de Vlaamse Gemeenschap (Vlaams Parlement, Vlaamse symbolen). Het decreet van 1990 over de Vlaamse symbolen bevestigt dat, en legt ook 11 juli vast als feestdag van de Vlaamse Gemeenschap (Decreet Vlaamse symbolen (1990), art. 5 en 6).

Historische bron

Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Vlaams Parlement, Vlaamse symbolen, eerste strofe · tekst van 1845 in moderne spelling, zoals het Vlaams Parlement hem weergeeft

Wat zegt zo’n lied als bron? Het zegt iets over hoe de dichter in 1845 over Vlaanderen wilde zingen: trots, met een leeuw die zich niet laat temmen. Wie ‘zij’ zijn, staat niet in deze strofe. Dat het lied meer dan een eeuw later een officieel volkslied werd, is een tweede verhaal, over hoe een lied een andere betekenis kan krijgen dan toen het geschreven werd.

Spreekwoorden en gezegden

Een spreekwoord is een vaste zin die een levenswijsheid of een les geeft, zoals ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Een gezegde is een vaste uitdrukking die je in een zin inbouwt, zonder dat ze op zich een les is. Beide worden doorgegeven, en sommige zijn honderden jaren oud.

In 1559 schilderde Pieter Bruegel de Oude De Nederlandse Spreekwoorden, een paneel van eikenhout dat vandaag in de Gemäldegalerie in Berlijn hangt. Hij signeerde het met ‘BRVEGEL 1559’. Volgens het museum toont het meer dan honderd spreekwoorden en zegswijzen, als afzonderlijke tafereeltjes in één dorp aan zee. Een oudere titel van het schilderij is ‘De omgekeerde wereld’ (SMB Berlijn, Nederlandse Spreekwoorden). Het schilderij is dus een bron die toont dat veel van die uitdrukkingen in de zestiende eeuw al bestonden. Welk tafereeltje bij welk spreekwoord hoort, is in dit artikel niet uitgezocht.

Een gezegde met een geschiedenis is de bijnaam van de Gentenaars: ‘stroppendragers’. Volgens de Stad Gent bestrafte keizer Karel V de stad in 1540 voor de opstand tegen een nieuwe oorlogsbelasting, en daardoor kregen de Gentenaars de spotnaam ‘stroppendragers’ (Stad Gent, geschiedenis). Een verslag van de boetedoening van 3 mei 1540, dat de historicus Victor Fris in 1911 citeerde, beschrijft wie er met een strop rond de hals liep (Fris, Stropdragers! (sententie Gent 1540)):

Historische bron

Eerst gingen vooraan tot vijftig mannen, allemaal in hun linnen hemd en blootsvoets, elk met een strop om de hals.

Eerst ghinck alvooren tot vyftich mannen, al in haerlieder lynwaet ende baervoets, elc met een strop an den hals

Fris, Stropdragers! (sententie Gent 1540), verslag van 3 mei 1540 · vertaling Kennisatlas uit het Middelnederlands
Uitbreiding Wie droeg de strop? De straf van 1540 in de bron

Het gezegde zegt ‘de Gentenaars’, maar wat zegt de bron? Fris citeert ook de keizerlijke sententie van april 1540, het vonnis van de keizer over de stad. Daarin staat dat de stad Gent veroordeeld wordt, en dat een bepaalde groep opstandelingen, de Creessins, de strop om de hals moet dragen, allen in hun linnen hemd (Fris, Stropdragers! (sententie Gent 1540)):

Historische bron

Wij veroordelen de voornoemden van onze stad Gent … en dezelfde Creessins met de strop om de hals, en allen in hun linnen hemd.

Wy condempneren de voorseide van onse stede van Ghent … ende deselve Creessins den strop an den hals ende alle wesende in haerlieder lynwaet

Fris, Stropdragers! (sententie Gent 1540), sententie van april 1540 · vertaling Kennisatlas uit het Middelnederlands

Volgens Fris droegen dus alleen de opstandige ambachtslieden de strop, en niet de schepenen; het verslag van 3 mei vermeldt ook een groep in zwart laken, zonder strop (Fris, Stropdragers! (sententie Gent 1540)). Dat is de lezing van één historicus. De Stad Gent spreekt van ‘de Gentenaars’ in het algemeen (Stad Gent, geschiedenis).

Voor de klas is dat een sterk voorbeeld: een gezegde dat iedereen kent, een bron uit 1540 die preciezer is, en een historicus die de twee naast elkaar legt. Of de Gentenaars de bijnaam later zelf met trots gingen dragen, is voor dit artikel niet nagegaan.

Audiovisuele bronnen

Vanaf het vijfde leerjaar komen er audiovisuele bronnen bij: film, documentaire en nieuws (KOV Op.stap 1.3). Ze lijken de werkelijkheid gewoon te tonen. Juist daarom loont het om te vragen wie de camera vasthield, wat er in beeld kwam en wat niet, en voor wie de beelden bedoeld waren.

Film

Een film is een reeks opgenomen bewegende beelden. Volgens een tekst van Georges-Michel Coissac uit 1925, die het Brusselse filmplatform Sabzian in vertaling uitgaf, toonde Louis Lumière zijn film Sortie des ouvriers de l’usine de Monplaisir op 22 maart 1895 aan een klein gezelschap. De eerste openbare vertoning waarvoor mensen betaalden, was op 28 december 1895 in de kelder van het Grand Café in Parijs (Sabzian, Coissac over de eerste filmvertoningen). De titel zegt het al: arbeiders die de fabriek verlaten. Een film toont wat de maker filmde, op de plek en het moment dat hij koos.

Een Belgische speelfilm als voorbeeld is voor dit artikel nog niet met een bron uitgewerkt.

Een documentaire: Misère au Borinage

Een documentaire is een film die over de werkelijkheid wil vertellen, niet over een verzonnen verhaal. Een bekend Belgisch voorbeeld is Misère au Borinage van Joris Ivens en Henri Storck. Volgens Amsab werd de film tussen september en oktober 1933 in de Borinage gedraaid. De aanleiding was een brochure van dokter Paul Hennebert. De film toont de crisis na 1929, de algemene staking van 1932 en de armoede van de gezinnen van de mijnwerkers. De Belgische en de Nederlandse censuur verboden openbare vertoningen; de film werd privé en in filmclubs getoond (Amsab, Misère au Borinage).

Ook een documentaire kiest wat ze toont. Vraag daarom: waarom maakten Ivens en Storck deze film, en wat wilden ze dat de kijker voelde? De aanleiding, een brochure van een dokter over de nood in de streek, geeft al een richting. Dat maakt de film niet onwaar, maar wel een bron met een boodschap. En dat de censuur openbare vertoningen verbood, is zelf een bron: het toont dat de overheid niet wilde dat iedereen deze beelden te zien kreeg.

Nieuws in de bioscoop: Belgavox

Nieuws kennen leerlingen van televisie en internet. Vroeger zag je bewegend nieuws ook in de bioscoop, in een filmjournaal. Vanaf 22 november 1947 heette het Belgische filmjournaal Belgavox, met als ondertitel ‘Le monde vu par les Belges’, de wereld gezien door de Belgen. Het werd al snel in meer dan vijfhonderd bioscopen vertoond. In het begin van de jaren 1950 zag men de televisie als een bedreiging voor de filmjournaals. Belgavox bleef als enige over, tot de maatschappij in 1994 stopte met de wekelijkse nieuwsfilm (Biltereyst & Vande Winkel (2009), filmjournaals, p. 75–76 en 82).

Belgavox was een wekelijkse nieuwsfilm, gemaakt om in de bioscoop te bekijken. Dat bepaalt wat erin kwam. De ondertitel zegt het zelf: de wereld, gezien door de Belgen. Welke journaals bewaard zijn en waar je ze kunt bekijken, is voor dit artikel niet nagegaan.

“Als het gefilmd is, is het dan echt gebeurd?”

Kort antwoord voor kinderen

Wat de camera filmde, stond echt voor de camera. Maar de maker koos wat hij filmde, wat hij wegliet en welke muziek of uitleg erbij kwam. Daarom vragen we ook bij een film: wie maakte dit, en waarom?

Nuance voor de leerkracht

Sommige beelden in films en documentaires worden ook nagespeeld. Of dat bij een bepaalde film zo is, moet je per film nagaan.

Wat we weten en wat onzeker is

  • Zeker: de voorbeelden in dit artikel bestaan en zijn beschreven door de instellingen die ze bewaren of beschermen: het beeld van Ambiorix, het dagboek van Jan Leysen, de brief van Hammurabi, de schedel van Engis, het werktuig uit Olduvai, de Menenpoort, de belforten, de abdij Ten Duinen, de huizen van Horta, de mijnsites in Wallonië, de stoel van Van de Velde, De Vlaamse Leeuw, het schilderij van Bruegel, Misère au Borinage en Belgavox.
  • Interpretatie of oudere stand van het onderzoek: wat Mau in 1899 schreef over graffiti, fresco’s en mozaïeken in Pompeï, en Fris’ lezing dat in 1540 alleen de opstandige ambachtslieden de strop droegen. Ook wat een lied, een monument of een documentaire ‘zegt’, is een lezing, geen feit dat in de bron staat.
  • Bewust weggelaten: het precieze aantal namen op de Menenpoort en het aantal spreekwoorden bij Bruegel (de bronnen geven verschillende cijfers), de wachttermijnen voor akten in het Rijksarchief, en de inhoud van de legende van het ros Bayard.
  • Nog niet gevonden: een Belgisch mozaïek, fresco of sieraad uit een opgraving, een prehistorisch graf, een echt overlijdensbericht, een Belgisch huishoudelijk voorwerp, een Belgische speelfilm, een bewaard Belgavox-journaal en een foto die hier getoond mag worden. Welke spreekwoorden Bruegel precies schilderde, is evenmin uitgezocht.

Verbanden

  • Begrip Bron en bewijsWat een bron is en wanneer ze bewijs wordt; daar staan ook de voorbeelden bij manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, afval, grafgiften, plaatsnamen en familienamen.
  • Verdieping Vragen stellen over een bronDe vragen wie, wanneer, waar, hoe en waarom een bron gemaakt is, die je bij elk voorbeeld hier kunt stellen.
  • Verdieping De prehistorie: de eerste mensenDe schedel van Engis, de werktuigen van Olduvai en de grotschilderingen van Chauvet en Lascaux zijn daar uitgewerkt.
  • Verdieping De RomeinenPompeï, Tongeren en het standbeeld van Ambiorix komen daar uitgebreider aan bod.
  • Verdieping Het oude EgypteGraven en beelden uit het oude Egypte, voor de derde kleuterklas.
  • Begrip perspectiefnog niet geschrevenWie een bron maakte en voor wie, bepaalt wat ze toont en wat niet.
  • Verwijst hierheen Wat doen paleontologen, archeologen en historici?Verdieping vanuit dat artikel: De soorten bronnen waarmee de drie beroepen werken, met de richtinggevende woordenschat.
  • Verwijst hierheen Bron en bewijsVerdieping vanuit dat artikel: Werkt de soorten bronnen en de richtinggevende woordenschat uit die hier alleen met enkele voorbeelden aan bod komen.
  • Verwijst hierheen Vragen stellen over een bronVerdieping vanuit dat artikel: De soorten bronnen en de richtinggevende woordenschat, zoals manuscript en graffiti, die hier niet uitgewerkt worden.

Bronnen en verdieping

Historische bronnen

  1. Jan Leysen (1889-1980), grenadier, Filip Maes (transcriptie) (2026). Soldaat Jan Leysen: dagboek 1914 (overgetypt door Filip Maes).Transcriptie door kleinzoon Filip Maes, met scans. Het dagboek is nog beschermd (Leysen overleed in 1980): alleen twee korte citaten. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Hammurabi, L. W. King (vertaler), Robert Francis Harper (bezorger) (1901). A letter from Hammurabi to Sinidinnam (in: Assyrian and Babylonian Literature: Selected Translations, ed. R. F. Harper).Brief van Hammurabi aan Sinidinnam, vertaald door L. W. King (overleden 1919). (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. Smithsonian Human Origins Program (2026). Engis 2 (Awirs Cave, Engis, Belgium), Homo neanderthalensis.Fossielrecord van de Neanderthalerschedel van een kind uit Engis (Maasvallei, 1829, Schmerling): 'First Neanderthal ever found'. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Louis S. B. Leakey (veldcollectie, 1931) (2026). The Olduvai stone chopping tool (chopping tool; basalt; Oldowan), museumnummer 1934,1214.1.Museumrecord van een Oldowan-werktuig uit Olduvai Gorge: basalt, ca. 93 mm lang, 682 g. Beschrijft hoe het gemaakt is (één grote afslag als slagvlak, drie afslagen voor de snijrand). (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. Ministère de la Culture, Centre national de Préhistoire (2026). Lascaux: the discovery (1940).Officieel verslag van de ontdekking van de grot van Lascaux in 1940 door vier jongens uit Montignac. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  6. Henry Van de Velde (2026). Armstoel Bloemenwerf (Henry Van de Velde), Design Museum Gent, inv. 200696.De fiche geeft alleen maker, collectie, inventarisnummer en ‘19de eeuw’. Foto beschermd (SABAM): alleen gelinkt. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  7. Museum De Lakenhal, Leiden (2026). Strijkijzer, ca. 1900 (Salter), Museum De Lakenhal, inv. 8727.Nederlands voorwerp; een Belgisch huishoudelijk voorwerp is nog niet met een bron gevonden. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  8. Vlaams Parlement (2026). Vlaamse Symbolen (dossier).Eerste strofe van De Vlaamse Leeuw in moderne spelling, zoals op deze pagina; het manuscript zelf is niet geopend. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  9. Vlaamse Gemeenschap, Codex Vlaanderen (1990). Decreet houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap (7 november 1990).Art. 5 en 6. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  10. Pieter Bruegel de Oude (1525-1569) (1559). Die niederländischen Sprichwörter (Pieter Bruegel de Oude, 1559), inv. 1720.Het aantal spreekwoorden verschilt per bron; hier ‘meer dan honderd’. Welke tafereeltjes bij welk spreekwoord horen, is niet nagegaan. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  11. Victor Fris (1911). Stropdragers! (met aanhalingen uit de keizerlijke sententie van april 1540 en uit het verslag van de boetedoening van 3 mei 1540).Victor Fris (1911) citeert de keizerlijke sententie van april 1540 en het verslag van de boetedoening van 3 mei 1540 in het Middelnederlands. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Geraadpleegde literatuur

  1. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Indeling in vier soorten bronnen, richtinggevende woordenschat en voorbeelden bij de doelen over bronnengebruik. (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens
  2. Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.Officiële tekst van de minimumdoelen en visieteksten; geschiedenis p. 90–101. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. KIK-IRPA, BALaT. Ambiorix (standbeeld, Grote Markt Tongeren), object 147186.Inventarisgegevens van het bronzen standbeeld: Jules Bertin, 1865–1866, hoogte 350 cm. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Elian Pergola (2026). Mogelijke vestiging van Ambiorix ontdekt in Tongeren-Borgloon: ‘Toch is hij niet de eerste Belg’.Nieuwsbron; alleen voor de inhuldiging in 1866 en de bezwaren van historici tegen de vormgeving. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. WOI Westhoek (wo1.be) (2014). Achiel Van Walleghem, Oorlogsdagboeken 1914-1918 (uitgave Lannoo, 2014, hertaling Willy Spillebeen).Beschrijving van de uitgave (Lannoo, 2014), geen dagboektekst gelezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  6. Roman Inscriptions of Britain (RIB Online). Vindolanda Tablets.Wetenschappelijke online editie van de schrijfplankjes van Vindolanda (Hadrian’s Wall), waarvan veel over de eerste cohorte Tungri gaan. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  7. Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis (2026). Misère au Borinage (Amsab-ISG, fotocollectie bij de film).Pagina gelezen via een samenvattende ophaling, niet woord voor woord. Foto’s alleen gelinkt; rechten niet nagegaan. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  8. UNESCO World Heritage Centre (2014). Decorated Cave of Pont d'Arc, known as Grotte Chauvet-Pont d'Arc, Ardèche (World Heritage List, 1426).Officiële omschrijving: meer dan 1000 tekeningen, vooral dieren (ook gevaarlijke soorten), Aurignacien; grot afgesloten door instorting ca. 20.000 jaar geleden, herontdekt in 1994. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  9. UNESCO World Heritage Centre (1979). Memphis and its Necropolis – the Pyramid Fields from Giza to Dahshur (Werelderfgoed 86).Erfgoedinstelling: beschrijving en Outstanding Universal Value van Memphis en de piramidevelden van Gizeh tot Dahsjoer; piramiden als funeraire monumenten, de Grote Piramide, Memphis als eerste hoofdstad. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  10. National Trust. The royal burial ground at Sutton Hoo.Voorbeeld van grafgiften als materiele bron zonder geschreven bron: 7de-eeuwse grafheuvels, rijke vondsten, onzekere identiteit van de overledene. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  11. August Mau (overleden 1909), Francis W. Kelsey (vertaler, overleden 1927) (1899). Pompeii, Its Life and Art (vertaling Francis W. Kelsey van August Mau, Pompeji in Leben und Kunst).Engelse vertaling (F. W. Kelsey) van August Mau, stand van 1899. Hoofdstuk XXXVI (huis van de Faun), XL (cave canem), XLVI (sieraden), LIV (fresco), LVII (graffiti). Secundaire bron: het graffito wordt via Mau geciteerd, niet uit het Corpus Inscriptionum Latinarum zelf. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  12. ANSA (2018). Find suggests Pompeii eruption in Oct.Persbericht over het houtskoolopschrift dat een uitbarsting in oktober 79 waarschijnlijker maakt. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  13. KBR, Koninklijke Bibliotheek van Belgie. BelgicaPress: gedigitaliseerde historische Belgische kranten.Doorzoekbare collectie van historische Belgische kranten; materiaal van voor 1918 vrij raadpleegbaar. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  14. Overheid.nl (wetten.overheid.nl, BWBV0006129) (1839). Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Belgie betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden, Londen, 19-04-1839.Voorbeeld van een verdrag als geschreven bron, gesloten tussen Nederland en Belgie. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  15. Rijksarchief in België (State Archives) (2026). Genealogie: waar beginnen?.Alleen gebruikt voor de soorten bronnen (doodsbrieven, bidprentjes, grafschriften); de wachttermijnen voor akten zijn niet overgenomen, omdat twee teksten van het Rijksarchief verschillen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  16. agentschap Onroerend Erfgoed, Inventaris van het Onroerend Erfgoed (2026). Menenpoort (Ieper), erfgoedobject 30393.Fiche en teksten. Het aantal namen (circa 55.000) en de grensdatum (15 of 16 augustus 1917) verschillen tussen teksten van dezelfde inventaris en tussen bronnen: niet overgenomen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  17. UNESCO World Heritage Centre (2026). Belfries of Belgium and France (UNESCO Werelderfgoed 943).Beschrijving van de belforten als gebouwen die de stedelijke macht in de middeleeuwen symboliseren; 33 in België (26 in Vlaanderen, 7 in Wallonië) en 23 in Noord-Frankrijk. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  18. agentschap Onroerend Erfgoed, Inventaris van het Onroerend Erfgoed (2026). Abdij Ten Duinen (Koksijde), erfgoedobject 16323.Inventarisfiche van de ruïnes van de cisterciënzerabdij Ten Duinen: stichting rond 1107, inlijving bij Cîteaux in 1138, vernietiging door beeldenstormers in 1566, opgravingen sinds 1897, bescherming als monument sinds 23-12-1986. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  19. UNESCO World Heritage Centre (2026). Major Town Houses of the Architect Victor Horta (Brussels) (UNESCO Werelderfgoed 1005).Beschrijving van vier woningen van Victor Horta in Brussel (Hotel Tassel 1893, Hotel Solvay 1894, Hotel van Eetvelde 1895, huis en atelier Horta) als hoogtepunten van de art nouveau, met aandacht voor details tot deurklink en meubilair. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  20. UNESCO World Heritage Centre (2026). Major Mining Sites of Wallonia (UNESCO Werelderfgoed 1344).Beschrijving van Grand-Hornu, Bois-du-Luc, Bois du Cazier en Blegny-Mine als best bewaarde plaatsen van de steenkoolmijnbouw in België: industriële architectuur, arbeiderswoningen, mijnstadsplanning. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  21. Design Museum Gent (2026). Collection (Design Museum Gent).Collectiepagina: de museumcollectie telt duizenden designobjecten; voorbeeld op de pagina: Huib Hoste, glazen vouwdeur uit Woning Haegens, 1931. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  22. UNESCO, Intangible Cultural Heritage (2026). Processional giants and dragons in Belgium and France (UNESCO immaterieel erfgoed 00153).Beschrijving van processiereuzen en -draken: figuren die verhalen en legenden van een stad uitbeelden, o.a. Bayard (uit de Karel de Grote-legende) in Dendermonde. Voorbeeld van een mondelinge/levende traditie. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  23. UNESCO. What is intangible cultural heritage?.Omschrijft mondelinge tradities als levend erfgoed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  24. Stad Gent. Geschiedenis van Gent.Instelling: in 1540 bestraft Karel V de stad Gent voor de opstand tegen een nieuwe oorlogsbelasting; de Carolijnse Concessie neemt privileges af; de Gentenaars krijgen de bijnaam ‘stroppendragers’. Voorbeeld van centralisering tegenover stedelijke privileges. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  25. Georges-Michel Coissac (1925), Gerard-Jan Claes (vertaling en inleiding) (2020). The First Screenings (Georges-Michel Coissac, 1925, vertaald door Gerard-Jan Claes).Moderne vertaling van een tekst uit 1925; alleen de data overgenomen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  26. Daniël Biltereyst, Roel Vande Winkel (2009). Filmjournaals in België (1918-1994).p. 75–76 en 82. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Verder lezen en kijken

  1. Familiekunde Vlaanderen vzw (2026). Database rouwberichten en bidprentjes (Familiekunde Vlaanderen, regio Dendermonde).Verwijzing naar een database met rouwberichten en bidprentjes (regio Dendermonde); de database zelf is niet geopend. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Doelen

Op.stap

  • 5.2.GJK.1 jongste kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in de omgeving.De foto is alleen beschreven (fotografen bij Misère au Borinage), niet getoond: rechten niet nagegaan. Bronnen uit de eigen schoolomgeving kiest de leerkracht zelf. Verder in: De Romeinen.
  • 5.2.GJK.2 jongste kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in eigen leefomgeving.Een brief of foto uit de eigen leefomgeving van de kinderen is niet onderzocht; de leerkracht kiest die zelf. De foto is alleen beschreven, niet getoond.
  • 5.2.GK2.1 2de kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: prehistorie.Een prehistorisch graf is niet met een bron uitgewerkt; alleen latere graven (Egypte, Sutton Hoo, het kerkhof van vandaag). Verder in: De prehistorie: de eerste mensen.
  • 5.2.GK2.2 2de kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in de omgeving.De foto is alleen beschreven (fotografen bij Misère au Borinage), niet getoond: rechten niet nagegaan. Bronnen uit de eigen schoolomgeving kiest de leerkracht zelf. Verder in: De Romeinen.
  • 5.2.GK2.3 2de kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in eigen leefomgeving.Een brief of foto uit de eigen leefomgeving van de kinderen is niet onderzocht; de leerkracht kiest die zelf. De foto is alleen beschreven, niet getoond.
  • 5.2.GK3.1 3de kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen.Een Egyptisch standbeeld is hier niet uitgewerkt; het voorbeeld van een standbeeld is Ambiorix in Tongeren. Verder in: Het oude Egypte.
  • 5.2.GK3.2 3de kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen.De foto is alleen beschreven (fotografen bij Misère au Borinage), niet getoond: rechten niet nagegaan. Bronnen uit de eigen schoolomgeving kiest de leerkracht zelf. Verder in: De Romeinen.
  • 5.2.GK3.3 3de kleuterDe leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen.Een brief uit de eigen leefomgeving van de kinderen is niet onderzocht; de leerkracht kiest die zelf.
  • 5.2.GL1.4 1ste leerjaarDe leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de prehistorie en de oudheid herkennen.Manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, afval, grafgiften, plaatsnamen en familienamen staan in Bron en bewijs. Voor mozaïek, fresco en sieraden is nog geen Belgisch voorbeeld met een bron gevonden; de inhoud van de legende van het ros Bayard is niet verteld. Verder in: Bron en bewijs, De Romeinen.
  • 5.2.GL2.4 2de leerjaarDe leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid en de middeleeuwen herkennen.Manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, afval, grafgiften, plaatsnamen en familienamen staan in Bron en bewijs. Voor mozaïek, fresco en sieraden is nog geen Belgisch voorbeeld met een bron gevonden; de inhoud van de legende van het ros Bayard is niet verteld. Verder in: Bron en bewijs, De Romeinen.
  • 5.2.GL3.4 3de leerjaarDe leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid en de middeleeuwen noemen.Manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, afval, grafgiften, plaatsnamen en familienamen staan in Bron en bewijs. Voor mozaïek, fresco en sieraden is nog geen Belgisch voorbeeld met een bron gevonden; de inhoud van de legende van het ros Bayard is niet verteld. Verder in: Bron en bewijs, De Romeinen.
  • 5.2.GL4.4 4de leerjaar*De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen.Manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, afval, grafgiften, plaatsnamen en familienamen staan in Bron en bewijs. Voor mozaïek, fresco en sieraden is nog geen Belgisch voorbeeld met een bron gevonden; de inhoud van de legende van het ros Bayard is niet verteld. Verder in: Bron en bewijs, De Romeinen.
  • 5.2.GL5.2 5de leerjaarDe leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.Geen echt overlijdensbericht, geen Belgisch huishoudelijk voorwerp (het strijkijzer is Nederlands), geen Belgische speelfilm en geen prehistorisch graf met een bron. Krant en verdrag zijn verder uitgewerkt in Bron en bewijs. Verder in: Bron en bewijs.
  • 5.2.GL6.2 6de leerjaarDe leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.Geen echt overlijdensbericht, geen Belgisch huishoudelijk voorwerp (het strijkijzer is Nederlands), geen Belgische speelfilm en geen prehistorisch graf met een bron. Krant en verdrag zijn verder uitgewerkt in Bron en bewijs. Verder in: Bron en bewijs.

Minimumdoelen

  • 5.2.4 vierde leerjaarDe leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen.Manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, afval, grafgiften, plaatsnamen en familienamen staan in Bron en bewijs. Voor mozaïek, fresco en sieraden is nog geen Belgisch voorbeeld met een bron gevonden; de inhoud van de legende van het ros Bayard is niet verteld. Verder in: Bron en bewijs, De Romeinen.
  • 5.2.2 zesde leerjaarDe leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.Geen echt overlijdensbericht, geen Belgisch huishoudelijk voorwerp (het strijkijzer is Nederlands), geen Belgische speelfilm en geen prehistorisch graf met een bron. Krant en verdrag zijn verder uitgewerkt in Bron en bewijs. Verder in: Bron en bewijs.
  • 5.2.1 derde kleuterklasDe kleuters kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen:Geen prehistorisch graf met een bron; de foto is alleen beschreven; bronnen uit de eigen leefomgeving kiest de leerkracht. Verder in: De prehistorie: de eerste mensen, Het oude Egypte.

Over dit artikel

Geschreven
3 november 2026
Laatst gewijzigd
3 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie