Samenleving · Geschiedenis · ook: Aardrijkskunde
Mesopotamië
Het land tussen Tigris en Eufraat, waar mensen velden bevloeiden, in steden samenleefden, op klei schreven en de wetten van Hammurabi en het verhaal van Gilgamesj nalieten.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
Mesopotamië is de naam van het gebied rond twee grote rivieren, de Tigris en de Eufraat. Daar ontstonden in de oudheid steden, een van de oudste schriften en wetten die op steen werden gezet. Dit artikel volgt de onderwerpen die leerlingen in het eerste leerjaar tegenkomen: hoe mensen er dankzij de rivieren landbouw konden doen, welke beroepen en welke handel er waren, hoe steden elk hun eigen gebied hadden, wie er bovenaan en onderaan stond, hoe men schreef en wat men schreef, en waarom het verhaal van Gilgamesj nog altijd gelezen wordt.
De hoofdstukken bouwen op elkaar voort, maar zijn ook apart te lezen. Jaartallen zijn bij benadering: de bronnen zelf schrijven ‘ongeveer’.
Tussen twee rivieren
Een vruchtbare strook
De oude Grieken noemden het gebied Mesopotamië, ‘tussen de rivieren’. Het grootste deel ervan ligt vandaag in Irak (British Museum, Babylon (2008), p. 2).
Het gebied hoort bij wat in het Engels de Fertile Crescent heet, in het Nederlands de ‘vruchtbare halve maan’. De naam verwijst naar de rijke grond. De Tigris en de Eufraat traden er geregeld buiten hun oevers, en dankzij die vruchtbare grond bij de rivieren konden irrigatie en landbouw zich er ontwikkelen (National Geographic, Fertile Crescent).
Irrigatielandbouw
In het zuiden van Mesopotamië regent het te weinig om akkers alleen met regenwater te laten groeien. Daarom werden de velden daar altijd bevloeid, ook vandaag nog (Miller 2018 (Expedition)). Water uit de rivieren werd via gegraven kanalen naar de akkers geleid. Zulke landbouw heet irrigatielandbouw.
Dat kon je niet alleen. Naomi Miller, onderzoekster van het Penn Museum, schrijft dat het graven en onderhouden van kanalen vermoedelijk samenwerking tussen groepen mensen vroeg, en dat later grotere groepen in steden de irrigatie op grotere schaal organiseerden (Miller 2018 (Expedition)). Ze formuleert dat voorzichtig: zo moet het wel gegaan zijn, omdat zulke werken zonder samenwerking niet kunnen bestaan.
Ook kennis was nodig. Met meetinstrumenten werd het land opgemeten om irrigatiesystemen aan te leggen (British Museum, Babylon (2008), p. 5). En er waren regels. In de wetten van koning Hammurabi, waarover verderop meer, staat wat er gebeurt als iemand te lui is om zijn dijk in goede staat te houden en de dijk breekt: wie zo de velden van anderen onder water zet, moet de schade vergoeden. Kan hij dat niet, dan wordt hij voor geld verkocht. Wie onzorgvuldig water laat lopen en zo het veld van een buur beschadigt, moet ook graan betalen (Codex Hammurabi (King), art. 53–56). Dat zulke regels bestonden, laat zien hoe belangrijk het water was, en hoeveel ruzie het kon geven.
“Waarom gingen de mensen niet gewoon ergens wonen waar het meer regent?”
Kort antwoord voor kinderen
Omdat de grond bij de rivieren heel vruchtbaar was. Als je water van de rivier naar je akker kon brengen, groeide daar veel. Daarvoor groeven de mensen samen kanalen en bouwden ze dijken.
Nuance voor de leerkracht
De vraag waarom mensen zich ergens vestigden, heeft meestal meer dan één antwoord. De bronnen in dit artikel gaan over de vruchtbare grond en de irrigatie, niet over alle redenen. Houd het antwoord daarom bescheiden.
Vergelijken met Egypte: geen extra leerlingdoel
Ook in Egypte hing de landbouw af van een rivier, de Nijl. Op.stap verwijst bij Mesopotamië naar de irrigatielandbouw in het stroomgebied van de Nijl (KOV Op.stap 1.3). Dit artikel behandelt alleen de kant van Mesopotamië; de Egyptische kant hoort bij het artikel over het Oude Egypte.
Beroepen en handel
Meer voedsel, meer beroepen
Een veelgebruikte uitleg luidt zo: dankzij de irrigatie konden boeren meer voedsel verbouwen dan ze zelf nodig hadden. Met dat overschot konden ook mensen leven die geen boer waren, en zo ontstonden gespecialiseerde ambachten. Volgens die uitleg was zo’n landbouwoverschot nodig voor het ontstaan van de eerste steden (World History Encyclopedia, landbouw Mesopotamië). Die redenering staat in een encyclopedie, niet in een wetenschappelijke studie die we voor dit artikel gelezen hebben. Ze is aannemelijk, maar we presenteren ze als uitleg, niet als bewezen verloop.
Wat we wel zeker weten: rond 2000 v.o.t. waren er gespecialiseerde beroepen. Teksten uit de stad Ur uit die tijd noemen steenslijpers, smeden en andere ambachtslieden. Ze kregen rantsoenen emmertarwe, een graansoort. Eén tablet beschrijft een werkplaats waar luxegoederen gemaakt werden (Loding 1981 (Expedition)). Dat zijn bewijzen voor beroepen rond 2000 v.o.t., niet voor het moment waarop beroepsspecialisatie begon.
Handel
De Tigris en de Eufraat waren eerst belangrijk voor de irrigatie. Later werden de rivieren en hun zijrivieren ook belangrijke handelsroutes (Miller 2018 (Expedition)).
Het eerste schrift had ook met goederen te maken. Volgens het British Museum ontstond het schrift in het zuiden van Mesopotamië om bij te houden welk voedsel er in de steden werd verzameld en verdeeld (British Museum, Babylon (2008), p. 5). Daarover meer in het hoofdstuk over het spijkerschrift.
Handel was gewoon genoeg om er wetten over te maken. De wetten van Hammurabi regelen wat er gebeurt tussen een handelaar en een agent, iemand die met het geld of de goederen van de handelaar op pad gaat. De agent moest het kapitaal terugbetalen. Bedroog hij de handelaar, dan moest hij drie keer zoveel teruggeven; bedroog de handelaar de agent, dan zes keer zoveel (Codex Hammurabi (King), art. 100–107).
Wat hier niet staat: geen extra leerlingdoel
Op.stap legt uit dat handel ontstond doordat oogst, vlees en gebruiksvoorwerpen geruild werden. Dat is een didactische samenvatting. In de bronnen die we voor dit artikel lazen, wordt dat ontstaan niet beschreven; we laten het daarom weg. Wel gedragen: rivieren als handelsroutes, schrift om voedsel bij te houden en wetten voor handelaars.
Stadstaten
Steden en hun water
In het zuiden van Mesopotamië organiseerden groepen mensen in steden de irrigatie op grote schaal (Miller 2018 (Expedition)). Zo’n stad met het land eromheen, met een eigen bestuur, noemen we een stadstaat. In dit artikel komen onder meer de steden Ur, Nippur, Lagasj, Umma en Babylon voor. Babylon begon rond het begin van het derde millennium v.o.t. als een kleine stad (British Museum, Babylon (2008), p. 2).
Water kon tot ruzie leiden. Uit teksten van het tweede millennium v.o.t. zijn geschillen over water bekend (Miller 2018 (Expedition)).
Lagasj tegen Umma
Stadstaten voerden ook oorlog tegen elkaar. Een bekend voorbeeld is de zogenaamde Gierenstele, een kalkstenen plaat met reliëfs uit ongeveer 2450–2425 v.o.t. Ze werd gevonden in Girsu (Tello) en staat nu in het Louvre in Parijs. Het opschrift in Sumerisch spijkerschrift vertelt over de overwinning van Eannatum, de heerser van Lagasj, op de naburige stad Umma (Louvre, Stèle des vautours).
Waar die oorlog precies om draaide, laten we hier open. De stele is een overwinningsmonument van één partij: ze vertelt het verhaal zoals Lagasj het wilde laten zien.
Handel tussen de stadstaten: geen extra leerlingdoel
Op.stap stelt dat de stadstaten onderling handel dreven en conflicten hadden. Voor de conflicten is de Gierenstele een goed voorbeeld. Voor handel tussen de stadstaten hebben we voor dit artikel geen bron gelezen die het concreet beschrijft; daarom staat er alleen dat de rivieren handelsroutes werden. Ga in de klas niet verder dan dat, tot er een bron is.
Koning Hammurabi en zijn wetten
Hammurabi, koning van Babylon
Rond 1792 v.o.t. werd Hammurabi de zesde koning van Babylon. Hij regeerde tot ongeveer 1750 v.o.t. Hij veroverde steden in het noorden en het zuiden van Mesopotamië en maakte Babylon tot de hoofdstad van een Babylonisch rijk (British Museum, Babylon (2008), p. 2). Hij liet een reeks wetten opstellen. Volgens het British Museum waren sommige daarvan gebaseerd op oudere Sumerische wetten, en zorgden ze voor een eenvormige rechtspraak (British Museum, Babylon (2008), p. 2). Dat er oudere Sumerische wetten bestonden, blijkt ook uit kleitabletten met wetsbepalingen die ouder zijn dan Hammurabi, al zijn die maar in brokstukken bewaard (Scheil 1920 (Museum Journal)).
De stele van Hammurabi
De wetten staan op een stele, een rechtopstaande steen, van basalt en 2,25 meter hoog. Ze werd in 1901–1902 gevonden in Susa, in het huidige Iran, door de archeologische missie van Jacques de Morgan, en staat nu in het Louvre. Bovenaan staat een reliëf: de zonnegod Sjamasj zit op een troon en ontvangt koning Hammurabi. Volgens het Louvre moest dat beeld het gezag van de koning wettig maken (Louvre, Code de Hammurabi (Sb 8)). De stele was in Mesopotamië gemaakt en werd later door de Elamieten naar Susa meegenomen (British Museum, Babylon (2008), p. 2). Zo komt het dat een Babylonische wettekst in Iran werd teruggevonden.
Vandaag spreken we van de Codex Hammurabi of de wetten van Hammurabi. De tekst bestaat uit een inleiding (de proloog), een lange reeks wetsartikels en een slot (de epiloog).
Een samenleving met trappen
Op.stap stelt de samenleving van Mesopotamië voor als een piramide. Bovenaan stond de koning, onderaan de slaafgemaakten, en daartussen waren verschillende trappen. Zo’n samenleving noemen we een standenmaatschappij (KOV Op.stap 1.3).
Het woord standenmaatschappij gebruiken wij; het staat niet in de wet. Maar in de wetten van Hammurabi zie je wel dat niet iedereen gelijk was. Wie een andere man een oog uitstak, verloor zelf een oog. Stak hij het oog uit van een vrijgelatene, iemand die vroeger slaaf was geweest, dan betaalde hij een gouden mina. Was het de slaaf van iemand, dan betaalde hij de helft van wat die slaaf waard was (Codex Hammurabi (King), art. 196–199). Ook wat een arts mocht vragen hing ervan af wie hij genas: tien sikkels voor een vrije man, vijf voor een vrijgelatene, twee voor een slaaf (Codex Hammurabi (King), art. 215–217).
Uit zulke artikels kun je opmaken dat er minstens drie groepen waren: vrije mensen, vrijgelatenen en slaafgemaakten. Dat is een lezing van enkele wetten, geen volledige beschrijving van hoe de samenleving in elkaar zat.
Slavernij
In de wetten van Hammurabi zijn slaafgemaakten bezit van iemand anders. Wie de slaaf van een man verwondde, moest de eigenaar betalen, niet de slaaf zelf (Codex Hammurabi (King), art. 199). Wie een weggelopen slaaf van het paleis meenam of verborg, kreeg de doodstraf (Codex Hammurabi (King), art. 15–16). Ook oudere Sumerische wetten bevatten al regels over weggelopen slaven (Scheil 1920 (Museum Journal)). Meer over slavernij in verschillende tijden staat in een apart artikel.
Je kon ook door schulden je vrijheid verliezen. Wie een schuld niet kon betalen, mocht zichzelf, zijn vrouw, zijn zoon of zijn dochter verkopen of in dienst geven. Die mensen werkten dan drie jaar in het huis van de koper, en in het vierde jaar moesten ze vrijgelaten worden (Codex Hammurabi (King), art. 117). Die schuldbinding was dus volgens de wet tijdelijk.
“Kon een slaaf ooit weer vrij worden?”
Kort antwoord voor kinderen
Soms wel. Volgens de wetten van Hammurabi moest iemand die verkocht was omdat de familie een schuld niet kon betalen, na drie jaar werken weer vrijgelaten worden. De wetten spreken ook over vrijgelatenen: mensen die slaaf geweest waren en weer vrij waren.
Nuance voor de leerkracht
Een wet zegt wat er moest gebeuren. Of het ook altijd zo ging, weten we daarmee nog niet. Zie ook het artikel over bron en bewijs.
Woorden in de vertaling: geen extra leerlingdoel
De Engelse vertaling die hier gebruikt is, van L. W. King uit het begin van de 20ste eeuw, spreekt van ‘man’, ‘freed man’ en ‘slave’. In dit artikel staat ‘vrije man’, ‘vrijgelatene’ en ‘slaaf’ of ‘slaafgemaakte’. Op.stap noemt nog een tweede manier om slaaf te worden: doordat je stad door een naburige stad veroverd werd. Daarvoor hebben we voor dit artikel nog geen bron gelezen; vertel het daarom niet als vaststaand feit.
Hoe Hammurabi zichzelf zag
In de proloog en de epiloog spreekt Hammurabi over zichzelf. Hij noemt zich ‘de machtige vorst, de zon van Babylon, wiens stralen licht werpen over het land van Sumer en Akkad’. Hij noemt zich ‘de beschermende koning’ (Codex Hammurabi (King), proloog; epiloog). Over het doel van zijn wetten schrijft hij:
Historische bron
Opdat de sterke de zwakke geen kwaad zou doen, om de weduwen en de wezen te beschermen.
Ook het reliëf bovenaan de stele, met de zonnegod die de koning ontvangt, toont hoe hij gezien wilde worden (Louvre, Code de Hammurabi (Sb 8)).
Dat is Hammurabi’s eigen voorstelling. Of hij de zwakken echt beschermde, is een andere vraag. Leg zijn woorden naast de artikels over het oog en over de arts: daar krijgt een slaaf minder bescherming dan een vrije man (Codex Hammurabi (King), art. 196–199; 215–217). Het verschil tussen wat een bron zegt en wat ze bewijst, wordt uitgewerkt in het artikel over bron en bewijs.
“Was Hammurabi een goede koning?”
Kort antwoord voor kinderen
Hammurabi schreef zelf dat hij de zwakke mensen, de weduwen en de wezen wilde beschermen. Maar dat schreef hij over zichzelf. In zijn wetten kreeg een slaaf minder bescherming dan een vrije man. Wat denk jij?
Nuance voor de leerkracht
Een open vraag zonder één juist antwoord. Laat leerlingen vooral het verschil zien tussen wat iemand over zichzelf zegt en wat we daar uit andere stukken van dezelfde bron over leren.
Spijkerschrift en schriftgeleerden
Van tekening tot wigvormig teken
Het schrift ontstond in het zuiden van Mesopotamië, ruim vóór 3100 v.o.t. Het eerste schrift diende om bij te houden welk voedsel er in de steden werd verzameld en verdeeld. De allereerste Sumerische tekens waren kleine tekeningen. Geleidelijk werden ze een schrift van wigvormige tekens, die met een stift in klei gedrukt werden (British Museum, Babylon (2008), p. 5). Wij noemen dat schrift spijkerschrift.
Uiteindelijk waren er meer dan zeshonderd tekens. Het eerste spijkerschrift was voor de Sumerische taal. Later schreven ook de Akkadiërs, de Assyriërs en de Babyloniërs hun eigen talen in spijkerschrift. Het werd meer dan drieduizend jaar gebruikt: de laatste bekende tekst is een Babylonische sterrenkundige tekst uit de tweede eeuw o.t. (British Museum, Babylon (2008), p. 5)
Het woord ‘spijkerschrift’: geen extra leerlingdoel
‘Spijkerschrift’ is een woord dat wij gebruiken. Op.stap wijst erop dat de oorspronkelijke gebruikers hun schrift zo niet noemden (KOV Op.stap 1.3). Wie de naam bedacht en wanneer, zoeken we nog uit; het is beter dat in de klas niet te vertellen dan het te raden.
Schrijven op klei
De meeste geschreven teksten uit Mesopotamië staan op kleine kleitabletten. Vochtige klei werd tot een plat tablet gevormd dat je in één hand kon houden. De schrijver drukte er een stift in van riet, hout, metaal of ivoor, en liet het tablet daarna in de zon hard worden (British Museum, Babylon (2008), p. 5).
Op de tabletten staat van alles: boekhouding, maar ook epische gedichten, koninklijke opschriften, hymnen voor de goden, spreuken, fabels en wiskunde (Penn Museum, How Do We Know? (scribes), p. 2).
“Waarom schreven ze op klei en niet op papier?”
Kort antwoord voor kinderen
Bijna alles wat we uit Mesopotamië geschreven hebben, staat op klei. Je maakte van vochtige klei een plat tabletje, drukte de tekens erin met een stokje van riet en liet het in de zon hard worden.
Nuance voor de leerkracht
Waarom men precies voor klei koos, zeggen de bronnen van dit artikel niet. Vast staat dat de meeste teksten op kleitabletten staan en hoe die gemaakt werden; vermijd een stellige verklaring. Vergelijk met de Egyptenaren, die ook op papyrus schreven.
De schriftgeleerde
Niet iedereen kon schrijven. Het spijkerschrift telde honderden tekens, en wie het wilde leren, ging naar school. De eerste scholen waren plaatsen waar schrijvers werden opgeleid tot ambtenaren van de staat (British Museum, Babylon (2008), p. 5). Zo’n schrijver noemen we ook een schriftgeleerde: iemand die de tekens kende en kon noteren.
Hoe weten we dat er scholen waren? Archeologen van het Penn Museum vonden in de jaren 1920 en 1930 bij opgravingen in Ur en Nippur duizenden kleitabletten in bepaalde gebouwen. Volgens de onderzoekers kunnen die gebouwen alleen bibliotheken of scholen geweest zijn. Uit de tabletten blijkt ook hoe leerlingen leerden: eerst oefenden ze losse wigvormige tekens, daarna woorden en zinnen, en ten slotte hele teksten (Penn Museum, How Do We Know? (scribes), p. 1–2).
Verzamelingen van tabletten
Koningen legden soms grote verzamelingen aan. De Assyrische koning Assurbanipal, die regeerde van 668 tot 631 v.o.t., verzamelde in zijn paleis in Nineve een bibliotheek van ongeveer 25.000 kleitabletten (British Museum, Babylon (2008), p. 5).
De ziggurat
In de grote steden van Mesopotamië bouwden de machtigste heersers hoge, getrapte religieuze bouwwerken: ziggurats. Ze bestonden uit lagen lemen bakstenen, met aan de buitenkant een laag gebakken stenen. Ze rezen op vierkante platformen op, met bovenaan een heiligdom. Via lange hellingen of trappen konden de weinige mensen die er toestemming voor hadden naar boven klimmen. Koning Ur-Nammu (ongeveer 2112–2095 v.o.t.) liet ziggurats bouwen in Ur en Nippur. De ziggurat in Babylon, die door koning Nebukadnezar gebouwd werd, zeven platformen. Volgens het British Museum is het mogelijk dat dat bouwwerk aan de oorsprong ligt van het bijbelverhaal over de toren van Babel (British Museum, Babylon (2008), p. 4).
De tempels in de steden waren centra van religieus leven. In een nis stond een beeld van de god (British Museum, Babylon (2008), p. 4).
Tabletten in de ziggurat?: geen extra leerlingdoel
Op.stap vermeldt dat verzamelingen kleitabletten teruggevonden werden in de getrapte torens (KOV Op.stap 1.3). Voor dit artikel hebben we daarvoor geen bron gevonden. Wat de bronnen wel zeggen: tabletten werden in Ur en Nippur gevonden in gebouwen die als scholen of bibliotheken worden gezien, en Assurbanipal bewaarde zijn verzameling in zijn paleis. Houd de ziggurat in de klas bij wat vaststaat: een religieus bouwwerk met een heiligdom bovenaan.
Het Gilgamesj-epos
Een epos is een lang verhaal in dichtvorm over helden en goden. Onder de teksten die in spijkerschrift bewaard bleven, zitten zulke epische gedichten (Penn Museum, How Do We Know? (scribes), p. 2). Het bekendste is het Gilgamesj-epos.
Gilgamesj, koning van Uruk
Gilgamesj is in het verhaal de koning van de stad Uruk; de oude vertaling van Budge noemt die stad Erech. Hij is voor twee derde god en voor een derde mens. Als zijn vriend Enkidu sterft, gaat Gilgamesj op zoek naar Oet-napisjtim, om van hem te leren hoe je aan de dood kunt ontsnappen (Budge 1920 (Deluge)). Op.stap noemt het een verhaal over de relatie tussen goden en mensen, en over leven en dood (KOV Op.stap 1.3).
Het verhaal van de vloed
Oet-napisjtim vertelt Gilgamesj hoe hij zelf onsterfelijk werd. De goden hadden besloten een grote storm te sturen. De god Ea waarschuwde Oet-napisjtim, die in de stad Sjoeroeppak woonde, en zei hem een schip te bouwen. Zes dagen en zes nachten woedde de storm. Daarna bleef het schip steken op de berg Nisir. Na zeven dagen liet Oet-napisjtim een duif los, daarna een zwaluw en ten slotte een raaf. De raaf kwam niet terug. Hij bracht een offer aan de goden, en de goden maakten hem en zijn vrouw ‘zoals de goden’ (Budge 1920 (Deluge)).
Het vloedverhaal en Noach: geen extra leerlingdoel
Op.stap wijst erop dat het Gilgamesj-epos een verhaal over een overstroming bevat zoals het bijbelverhaal over Noach (KOV Op.stap 1.3). De gelijkenissen kunnen leerlingen zelf ontdekken door de twee verhalen naast elkaar te leggen: een mens die gewaarschuwd wordt, een schip, een berg, vogels die worden losgelaten, een offer. Hoe de twee verhalen met elkaar samenhangen, is een vraag voor specialisten; dit artikel geeft daar geen antwoord op.
Hoe het verhaal bewaard bleef
De vloedtekst die Budge in 1920 vertaalde, staat op Assyrische kleitabletten uit Nineve (Budge 1920 (Deluge)), de stad waar Assurbanipal zijn grote verzameling tabletten aanlegde (British Museum, Babylon (2008), p. 5). Het verhaal zelf is ouder dan die tabletten. Volgens een Amerikaans schoolboek dat het Penn Museum aanhaalt, gebruikten mensen oudere gedichten om er later het Gilgamesj-epos van te maken, het verhaal van een legendarische Sumerische koning (Penn Museum, How Do We Know? (scribes), p. 1).
“Heeft Gilgamesj echt bestaan?”
Kort antwoord voor kinderen
Gilgamesj is de held van een heel oud verhaal. In dat verhaal is hij voor twee derde een god. Het is een verhaal, geen verslag van wat er echt gebeurd is.
Nuance voor de leerkracht
Of er een echte koning van Uruk met die naam achter het verhaal zit, behandelt dit artikel niet. Het onderscheid tussen een mythe of epos en een historisch verslag is wel een goede aanleiding om te praten over soorten bronnen.
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: dat het zuiden van Mesopotamië op irrigatie aangewezen was, dat er rond 2000 v.o.t. gespecialiseerde ambachtslieden werkten, dat stadstaten zoals Lagasj en Umma tegen elkaar vochten, dat Hammurabi rond 1792–1750 v.o.t. koning van Babylon was, wat er in zijn wetten staat, hoe spijkerschrift en kleitabletten werkten, wat ziggurats waren en wat het vloedverhaal in het Gilgamesj-epos vertelt. Dat zijn gegevens uit museumcollecties, archeologisch onderzoek en de teksten zelf. De jaartallen zijn bij benadering.
- Uitleg, geen bewezen verloop: dat een voedseloverschot door irrigatie tot beroepsspecialisatie en tot steden leidde. Dat is een gangbare redenering (World History Encyclopedia, landbouw Mesopotamië), die in dit artikel niet met een wetenschappelijke studie onderbouwd is.
- Voorzichtig mee omgaan: wat Hammurabi over zichzelf schrijft, en wat een overwinningsmonument als de Gierenstele over een oorlog vertelt. De woorden ‘standenmaatschappij’ en ‘spijkerschrift’ zijn woorden van later. De vertalingen die hier gebruikt zijn, van King voor de wetten en van Budge voor het vloedverhaal, zijn meer dan honderd jaar oud.
- Nog niet beantwoord in dit artikel: hoe handel ontstond en welke handel de stadstaten onderling dreven, of mensen ook slaaf werden doordat hun stad veroverd werd, waar de verzamelingen kleitabletten precies bewaard werden, hoe oud het Gilgamesj-epos is en hoe het vloedverhaal samenhangt met dat over Noach, en wanneer de stele van Hammurabi naar Susa werd gebracht.
Kaarten
Map of Syria, Mesopotamia, Babylonia, and Assyria · Onbekend (kaart 3 bij het lemma 'Syria' in de Encyclopaedia Biblica; kaartmaker niet vastgesteld), 1903
Een kaart uit 1903 van het gebied tussen Tigris en Eufraat, zoals geleerden het toen in beeld brachten.
Alleen LINKEN, niet lokaal opnemen (maker onbekend, auteursrecht in Belgie niet vast te stellen). Moet nog bevestigd worden dat Kish, Lagasj, Nippur, Ur en Uruk er echt op staan: Commons-pagina vermeldt dat niet; de zoekresultaten wel, maar het beeld zelf is niet geinspecteerd.
Map of Babylonia and Assyria · Uit D. A. Mackenzie, Myths of Babylonia and Assyria (1915); Mackenzie (1873-1936) is de auteur, wie de kaart tekende is niet vastgesteld, 1915
Kaart van Babylonie en Assyrie uit een boek van 1915.
Reserve-optie; alleen linken tot kaartmaker en sterfjaar bevestigd zijn. Afgebeelde plaatsnamen niet gecontroleerd.
Verbanden
- Overzicht Oudheid
- Vergelijking oude-egyptenog niet geschreven
- Begrip Bron en bewijs
- Begrip irrigatielandbouwnog niet geschreven
- Begrip stadstaatnog niet geschreven
- Begrip slavernijnog niet geschreven
- Vergelijking De Romeinen
- Verwijst hierheen Bron en bewijs
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- Hammurabi (opdrachtgever), L. W. King (vertaler). Code of Hammurabi (Engelse vertaling).
Geraadpleegde literatuur
- The British Museum (2008). Babylon: Myth and Reality. Teachers' resources, Key Stages 2 and 3 (Background information for teachers).
- Naomi F. Miller (2018). Adaptation and Change: The Development of Agriculture in the Ancient Middle East.
- Rachel Graham (schrijver), Lydia Bjornlund (redacteur) (2026). Fertile Crescent (encyclopedic entry).
- Jan van der Crabben (2023). Agriculture in the Fertile Crescent & Mesopotamia.
- Darlene Loding (1981). Lapidaries in the Ur III Period.
- Musée du Louvre, Département des Antiquités orientales (2026). Code de Hammurabi (stèle), Sb 8.
- V. Scheil (1920). The Oldest Written Code.
- Musée du Louvre, Département des Antiquités orientales (2026). Stèle des vautours (AO 50).
- Penn Museum (University of Pennsylvania Museum of Archaeology and Anthropology) (2020). How Do We Know? Mesopotamia Edition (scribes and scribal school).
- E. A. Wallis Budge (1920). The Babylonian Story of the Deluge as Told by Assyrian Tablets from Nineveh.
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.
Doelen
Op.stap
- 5.1.GL1.7 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: irrigatielandbouw, stroomgebied van Tigris en Eufraat.De vergelijking met de irrigatielandbouw langs de Nijl staat alleen als verwijzing; het begrip irrigatielandbouw zelf wordt kort omschreven. Verder in: Irrigatielandbouw (nog te schrijven), Het Oude Egypte (nog te schrijven).
- 5.1.GL1.8 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: beroepsspecialisatie, handel.De keten overschot naar beroepsspecialisatie rust alleen op een encyclopedie (World History Encyclopedia) en staat als uitleg, niet als vaststaand verloop. Het ontstaan van handel door ruil van oogst, vlees en gebruiksvoorwerpen is niet gebronnen en niet behandeld. Verder in: Handel over lange afstanden (nog te schrijven).
- 5.1.GL1.9 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: stadsstaten.Onderlinge handel tussen de stadstaten is niet gebronnen en niet behandeld; de aanleiding van het conflict tussen Lagasj en Umma ook niet. Verder in: Stadstaat (nog te schrijven).
- 5.1.GL1.10 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: standenmaatschappij, slavernij, slaafgemaakten, koning, Codex Hammurabi.Slaaf worden door de verovering van je stad is niet gebronnen en niet behandeld. De standenmaatschappij staat als lezing van wetsartikels, zonder wetenschappelijke bron voor het begrip in Mesopotamië. Hammurabi veroverde volgens de bron steden in noord en zuid, niet aantoonbaar alle stadstaten. Verder in: Slavernij (nog te schrijven), Bron en bewijs.
- 5.1.GL1.11 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: ziggurat, schriftgeleerde, spijkerschrift.Dat verzamelingen tabletten in ziggurats gevonden werden en de herkomst van de term spijkerschrift zijn niet gebronnen en alleen als open punt vermeld. De vergelijking met hiërogliefen, papyrus en de piramides staat alleen als verwijzing. Verder in: Het Oude Egypte (nog te schrijven).
- 5.1.GL1.12 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: epische verhalen, Gilgamesj-epos.Dat het epos een van de oudste verhalen is en de samenhang met het verhaal van Noach zijn niet gebronnen; de Noach-vergelijking staat alleen als opdracht voor de klas. De vertaling (Budge 1920) is verouderd; een moderne vertaling (George 2003) is nog niet gelezen. Verder in: Soorten bronnen (nog te schrijven).
Minimumdoelen
- 5.1.2 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026