Onderwerp · Geschiedenis · ook: Aardrijkskunde, Wetenschap

De prehistorie: de eerste mensen

Hoe de eerste mensen leefden, van de voetsporen in Afrika tot de huizen van Çatalhöyük, en wat de vondsten daarover vertellen.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

De prehistorie is de lange tijd waarin mensen leefden, maar nog niet schreven. Uit die tijd zijn er dus geen teksten. Wat we weten, komt uit wat de mensen achterlieten en wat bewaard bleef: voetsporen in vulkanische as, botten en schedels, stenen werktuigen, resten van haardvuren, schilderingen op grotwanden, en veel later de huizen van een dorp. Dit artikel volgt de onderwerpen die kleuters en leerlingen van het eerste leerjaar tegenkomen: hoe de eerste mensen in kleine groepen leefden, vuur gebruikten, jaagden en verzamelden, werktuigen maakten en op de wanden van grotten schilderden, en hoe mensen uit Afrika over de wereld trokken, tot in de Maasvallei en tot in Çatalhöyük, een van de eerste grote dorpen van boeren.

Waar het kan, laten we de vondsten zelf spreken. Omdat een vondst niet praat, doen we dat via de mensen die haar beschreven: de musea die ze bewaren, de archeologen die ze opgroeven, en voor de Maasvallei de ontdekker zelf, de Luikse arts Philippe-Charles Schmerling, die in 1833 schreef wat hij in de grot van Engis gevonden had. Die passages staan in een apart kader, met de vertaling erbij.

Over tijd een woord vooraf. Voor de echte prehistorie spreken de bronnen niet in jaartallen maar in ‘jaar geleden’: duizenden, honderdduizenden en zelfs miljoenen jaren. Dat houden we hier ook zo. Pas bij Çatalhöyük, veel dichter bij ons, gebruiken we jaartallen voor onze tijdrekening (v.o.t.). Bijna alle getallen zijn schattingen, en onderzoekers stellen ze geregeld bij. Ook dat hoort bij dit verhaal.

Waar het begon: Afrika

Afrika en de Riftvallei

De menselijke evolutie begon in Afrika, en een groot deel ervan speelde zich op dat continent af (Smithsonian, Introduction to Human Evolution). Veel van de bekendste vondsten komen uit het oosten van Afrika: de voetsporen van Laetoli en de werktuigen van Olduvai in Tanzania, het skelet van Lucy in Ethiopië, het skelet van de Turkana-jongen in Kenia (Smithsonian, Laetoli) (Smithsonian, AL 288-1 (Lucy)) (Smithsonian, Turkana Boy).

Door Oost-Afrika loopt de Riftvallei. Het Smithsonian, het grote natuurhistorische museum in Washington, onderzoekt al jaren het leven van vroege mensen in de Oost-Afrikaanse Riftvallei. Op de vindplaats Olorgesailie in het zuiden van Kenia leefden mensen tussen 1,2 miljoen en 490.000 jaar geleden (Smithsonian, onstabiele omgevingen). Op.stap spreekt van Afrika (rift-vallei). Wees daar wel voorzichtig mee: de gelezen bronnen tonen de Riftvallei als een gebied waar veel gevonden en onderzocht is, niet als de enige plaats waar de mens ontstond. De oudste resten van onze eigen soort komen zelfs uit Marokko, in het noorden van Afrika (zie verder bij Homo sapiens).

Welke mensen?: geen extra leerlingdoel

Wie ‘de eerste mensen’ zegt, bedoelt in dit artikel verschillende soorten. Het Smithsonian gebruikt ‘early humans’ (vroege mensen) voor de soorten van de menselijke stamboom die vóór ons leefden. Er waren tijden waarin drie of vier soorten tegelijk leefden, soms zelfs in hetzelfde gebied (Smithsonian, Human Fossils). Lucy hoort bij Australopithecus afarensis, de Turkana-jongen bij Homo erectus, de Flores-mens bij Homo floresiensis; dan zijn er de Neanderthalers en onze eigen soort, Homo sapiens. Voor kleuters volstaat ‘de eerste mensen’ en ‘lang geleden’.

Rechtop lopen

Wie op twee benen loopt, loopt rechtop. Het oudste bewijs daarvoor komt uit fossielen van de vroegste mensen die we kennen, van ongeveer 6 miljoen jaar geleden (Smithsonian, Walking Upright). Een andere pagina van hetzelfde museum spreekt van ‘meer dan 4 miljoen jaar geleden’ (Smithsonian, Introduction to Human Evolution); het juiste getal ligt dus niet vast.

Het mooiste spoor van rechtop lopen zijn voetafdrukken. In 1978 vonden Mary Leakey en Paul Abell in Laetoli, in Tanzania, een spoor van bijna 27 meter met ongeveer zeventig afdrukken van vroege mensen. Ze liepen ongeveer 3,6 miljoen jaar geleden door natte vulkanische as. Vermoedelijk was hun soort Australopithecus afarensis, waarvan in dezelfde laag fossielen liggen (Smithsonian, Laetoli). Wat het museum uit de sporen afleest:

Historische bron

De vroege mensen die deze sporen achterlieten, liepen op twee benen en hadden een grote teen die in lijn stond met de rest van de voet.

The early humans that left these prints were bipedal and had big toes in line with the rest of their foot.

Smithsonian, Laetoli, ‘The footprints of our predecessors’ · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Ze zetten eerst hun hiel neer en duwden zich dan af met de tenen, zoals wij vandaag lopen (Smithsonian, Laetoli).

Bruine, ruwe ondergrond met meerdere langwerpige voetafdrukken; bij de grootste is de grote teen duidelijk te zien.
Figuur 1. Replica van voetsporen uit Laetoli (Tanzania), ongeveer 3,6 miljoen jaar oud. Foto van de replica in het Nationaal Museum voor Natuur en Wetenschap in Tokio. Foto: Momotarou2012 (2013), via Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 (Commons-bestandspagina gelezen), verkleind (webp, max. 1600 px)

Waarom was rechtop lopen handig? Het Smithsonian noemt verschillende mogelijke voordelen: je handen komen vrij om voedsel, werktuigen of baby’s te dragen, je kunt fruit plukken dat laag hangt, je lijkt groter, en je doorkruist een open landschap met minder moeite (Smithsonian, Walking Upright). Het museum noemt geen van die redenen als de enige of de zekere. Lucy, het bekende skelet uit Hadar in Ethiopië (1974, ongeveer 3,2 miljoen jaar oud), laat zien dat het geen keuze tussen grond en boom hoefde te zijn:

Historische bron

Omdat Lucy rechtop op de grond kon lopen en in bomen kon klimmen, konden zij en andere leden van haar soort gebruikmaken van wat bossen, graslanden en andere omgevingen te bieden hadden.

Because Lucy could walk upright on the ground and climb trees, she and other members of her species were able to use resources from woodlands, grasslands, and other diverse environments.

Smithsonian, AL 288-1 (Lucy), ‘At home in two worlds’ · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Haar soort leefde zowel in de bomen als op de grond (Smithsonian, Australopithecus afarensis). Volgens het Smithsonian is dat een interpretatie van het skelet: de vondst zelf toont botten, het museum leest er een manier van leven in.

“Hoe weten we dat die voetsporen van mensen zijn?”

Kort antwoord voor kinderen

Kijk naar de grote teen. Bij de voetsporen van Laetoli staat de grote teen recht naast de andere tenen, net als bij jouw voet. En de mensen stapten zoals wij: eerst de hiel, dan de tenen.

Nuance voor de leerkracht

Het museum schrijft dat de sporen ‘waarschijnlijk’ van Australopithecus afarensis zijn. Hoeveel mensen daar samen liepen, is onder onderzoekers betwist; daarom noemt dit artikel geen aantal.

Mens, dier en plant

De eerste mensen leefden van wat hun omgeving hun gaf. Homo sapiens at allerlei dierlijk en plantaardig voedsel (Smithsonian, Homo sapiens); Lucy’s soort gebruikte wat bossen en graslanden te bieden hadden (zie hierboven). Op.stap noemt dat de relaties tussen mens-dier-plant: de mens als deel van de natuur, die afhangt van planten en dieren in zijn omgeving en zich ook moet beschermen tegen dieren die gevaarlijk zijn (KOV Op.stap 1.3). In de volgende hoofdstukken komen daar concrete sporen van: geslachte paarden bij houten speren, stenen werktuigen om vlees en beenmerg los te maken, verbrande zaden bij een haard, en heel veel later, in Çatalhöyük, akkers en kuddes.

Leven in een kleine groep

De eerste mensen leefden in groepen. Op.stap spreekt van een kleine groep (stam). Volgens het Smithsonian hielpen het delen van voedsel, de zorg voor kleine kinderen en het opbouwen van sociale netwerken onze voorouders om te overleven, en leidde het delen van wat nodig was met de andere leden van de groep tot sterkere banden (Smithsonian, Social Life).

Hoe groot zo’n groep was, weten we voor de eerste mensen niet: botten en werktuigen vertellen dat niet. Ook het woord ‘stam’ komt in de wetenschappelijke bronnen niet voor; die spreken van ‘groepen’. Wat er voor de leerlingen overblijft, is wat de vondsten wel tonen: mensen die samen een haard gebruikten, samen jaagden en samen werktuigen maakten, zoals de volgende hoofdstukken laten zien.

Hedendaagse jager-verzamelaars als vergelijking: geen extra leerlingdoel

Over groepsgrootte bestaat wel onderzoek bij jager-verzamelaars van onze tijd. Een studie van 32 zulke groepen kwam op gemiddeld ongeveer 28 volwassenen per groep (Hill e.a. 2011). Dat is een vergelijking, geen bewijs: mensen van vandaag zijn geen prehistorische mensen, en hoe groot de groepen vroeger waren, blijft open.

Vuur

De oudste sporen van vuur

Vuur laat sporen na: as, houtskool, verbrande botten, geblakerde stenen. Het oudste zekere bewijs voor vuur op een plaats waar mensen leefden, komt uit de Wonderwerkgrot in Zuid-Afrika: verbrand bot en as van planten van ongeveer 1 miljoen jaar oud (Berna e.a. 2012, samenvatting). Volgens het Smithsonian zijn de oudste haarden, vaste vuurplaatsen, minstens 790.000 jaar oud. Sommige onderzoekers denken dat mensen al meer dan 1,5 miljoen jaar geleden kookten (Smithsonian, Hearths & Shelters); dat is een vermoeden, geen vaststaand feit.

Eén vindplaats van ongeveer 790.000 jaar oud ligt in Israël, aan de Jordaan. In 2004 vond een team onder leiding van Naama Goren-Inbar er afval van het maken van stenen werktuigen dat door vuur geblakerd was (Smithsonian, Fire-Altered Stone Tools):

Historische bron

Onderzoekers vonden afval van het maken van stenen werktuigen dat door vuur geblakerd was, op de vindplaats Gesher Benot Ya’aqov in Israël. Vlakbij lagen concentraties verbrande zaden en hout, de plaats van vroege haarden.

Scientists found this debris from stone toolmaking that had been scorched by fire at the site of Gesher Benot-Ya'aqov, Israel. Close by were concentrations of burned seeds and wood, marking the location of early hearths.

Smithsonian, Fire-Altered Stone Tools · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Let op wat hier staat en wat niet. Er staat dat er vuur was, waar het brandde en dat er zaden en hout in verbrandden. Er staat niet hoe de mensen het vuur aanstaken of brandend hielden.

Het gebruik van vuur

Waarvoor diende vuur? Over de haarden van Homo erectus schrijft het Smithsonian dat ze waarschijnlijk gebruikt werden om te koken, om samen te zijn, voor warmte en om roofdieren op afstand te houden. Hoe goed die soort het vuur beheerste, is volgens het museum nog een open vraag (Smithsonian, Homo erectus).

Figuur 2. Reconstructie: een kleine groep mensen zit 's avonds rond een vuur. Dit is een voorstelling, geen foto. Reconstructie, geen historisch beeld.

Het gebruik van vuur veranderde ook het eten. Gekookt voedsel is beter verteerbaar en geeft meer voedingsstoffen vrij, en sommige planten verliezen door verhitting hun gif (Smithsonian, Hearths & Shelters). Rond haarden en schuilplaatsen kwamen mensen samen om te eten en met elkaar om te gaan (Smithsonian, Hearths & Shelters). Daar konden ze mogelijk voedsel en kennis delen (Smithsonian, Social Life). Neanderthalers en Homo sapiens beheersten het vuur en leefden in schuilplaatsen (Smithsonian, Homo neanderthalensis) (Smithsonian, Homo sapiens).

En vuur maken? Daarover zwijgen de oudste vondsten. De oudste aanwijzing die de bronnen hier geven, is veel jonger: op handbijlen van Neanderthalers uit Frankrijk, van ongeveer 50.000 jaar geleden, vonden onderzoekers slijtsporen die passen bij het slaan van pyriet tegen vuursteen, een manier om vonken te maken. De onderzoekers stellen voor dat dit een gewoonte was die de Neanderthalers deelden (Sorensen e.a. 2018, samenvatting). Dat is hun lezing van de sporen. Hoe de eerste vuurgebruikers aan vuur kwamen, weten we niet.

“Waarom hadden de eerste mensen vuur nodig?”

Kort antwoord voor kinderen

Vuur gaf warmte als het koud was. Het hield waarschijnlijk wilde dieren op afstand. Op het vuur kon je eten klaarmaken. En rond het vuur zaten de mensen samen om te eten en te praten.

Nuance voor de leerkracht

‘Waarschijnlijk’ is hier belangrijk: de haarden tonen dat er vuur was, wat de mensen ermee deden, leiden onderzoekers af. Dat verhalen vertellen rond het vuur belangrijk was, zoals Op.stap suggereert, laten vondsten niet zien. Zie het kader hieronder.

Vuur bij jager-verzamelaars van later: geen extra leerlingdoel

Twee dingen die Op.stap bij vuur noemt, zijn alleen bekend van jager-verzamelaars uit latere tijden. Bij de Ju/’hoan in zuidelijk Afrika verlengt het licht van het vuur de dag, en ’s avonds worden er verhalen verteld, wordt er gezongen en gedanst (Wiessner 2014, samenvatting). Bij recente en historische jager-verzamelaars in Noord-Amerika en Australië werd vuur gebruikt om wild op te jagen of te omsingelen (Dewerte & Crombe 2019, p. 6). Dat zijn waardevolle vergelijkingen, maar geen bewijs dat de eerste mensen hetzelfde deden. Gebruik ze in de klas als ‘zo doen of deden mensen het later’, niet als ‘zo ging het in de prehistorie’.

Jagen en voedsel verzamelen

Wat de eerste mensen aten

De eerste mensen haalden hun eten uit hun omgeving. Ze gingen voedsel verzamelen: vruchten, noten, knollen en andere plantendelen zoeken en meenemen. En ze gingen jagen: dieren doden om te eten. Homo sapiens verzamelde en jaagde, en at allerlei plantaardig en dierlijk voedsel (Smithsonian, Homo sapiens). Over Homo erectus zegt het Smithsonian dat die soort vlees at; honing en knollen onder de grond waren mogelijk ook belangrijk (Smithsonian, Homo erectus).

Vlees haalden vroege mensen ook met stenen werktuigen uit dieren. In Olduvai in Tanzania gebruikten ze 1,8 miljoen jaar geleden scherpe stenen afslagen om vlees en beenmerg uit grote dieren te halen (Smithsonian, Olduvai Chopper) (meer daarover bij de werktuigen).

De speren van Schöningen

Grote dieren jagen was gevaarlijk werk (Smithsonian, Tools & Food). Speren lieten de jagers toe om van iets verder weg aan te vallen (Smithsonian, Oldest Wooden Spear). Bij Schöningen in Duitsland vond Hartmut Thieme in 1995 houten speren:

Historische bron

In Schöningen (Duitsland) zijn drie houten speren als deze gevonden, samen met stenen werktuigen en de geslachte resten van meer dan tien paarden.

Three wooden spears like this one were found at Schöningen, Germany, along with stone tools and the butchered remains of more than 10 horses.

Smithsonian, Oldest Wooden Spear · vertaling Kennisatlas uit het Engels

De opgraver trok er in 1997 een stevige conclusie uit:

Historische bron

Omdat de speren samen met stenen werktuigen en de geslachte resten van meer dan tien paarden gevonden zijn, wijzen ze er sterk op dat systematisch jagen, met vooruitzien, planning en passende technologie, bij het gedrag van vroege mensen hoorde.

Thieme 1997, samenvatting · vertaling Kennisatlas uit het Engels

‘Systematisch jagen’ is de lezing van Thieme. De ouderdom is wel bijgesteld. Thieme en het Smithsonian schreven ongeveer 400.000 jaar; een nieuw onderzoek uit 2025 komt op ongeveer 200.000 jaar. De auteurs zien in de vondst een verschuiving naar gemeenschappelijk jagen bij de Neanderthalers (Hutson e.a. 2025, samenvatting). Ook dat is hun interpretatie.

Bovenaanzicht van een lange, donkere houten speer die in een grijze opgravingslaag ligt, met een bot ernaast en een bordje met opgravingsgegevens.
Figuur 3. Een houten speer ligt nog in de grond bij de opgraving van Schöningen (Duitsland). De ouderdom is bijgesteld, van ongeveer 400.000 naar ongeveer 200.000 jaar. Foto: P. Pfarr, Niedersächsisches Landesamt für Denkmalpflege (NLD), via Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 DE (Commons-metadata gelezen), verkleind (webp, max. 1600 px)

Op.stap wijst erop dat samenwerken in een kleine groep voordelen had: samen grotere prooien bejagen, elkaar beschermen, voedsel delen (KOV Op.stap 1.3). Voor het delen van voedsel bestaat een bron (zie bij de kleine groep); voor samen jagen is Schöningen het voorbeeld uit dit artikel, met de voorzichtigheid die bij een interpretatie hoort. Of samen verzamelen ‘efficiënter’ was, zeggen de gelezen bronnen niet.

“Wat aten de eerste mensen?”

Kort antwoord voor kinderen

Wat ze in de natuur vonden: planten, vruchten en knollen die ze verzamelden, en vlees van dieren waarop ze jaagden. Er waren geen winkels en nog geen boerderijen.

Werktuigen van steen en been

Werktuigen van steen en been gebruiken

Een werktuig is een voorwerp waarmee je iets doet wat met je blote handen moeilijk gaat: snijden, hakken, schrapen, een gat prikken. Voor de leerlingen gaat het om werktuigen van steen en been. Mensen maakten ze met wat ze in hun omgeving vonden: vooral steen, maar soms ook been, ivoor of gewei, en hout voor speren (Smithsonian, Tools & Food). Dat we vooral stenen werktuigen kennen, heeft ook een eenvoudige reden: steen gaat veel langer mee dan been of hout, dus blijft het vaker bewaard (Smithsonian, Stone Tools).

De oudste stenen werktuigen zijn minstens 2,6 miljoen jaar oud. Onderzoekers noemen die vroegste werkwijze Oldowan: hamerstenen, kernen en scherpe afslagen. Vanaf ongeveer 1,76 miljoen jaar geleden maakten mensen ook handbijlen (de Acheuléen-werkwijze) (Smithsonian, Stone Tools). Zo’n werktuig uit Olduvai, 1,8 miljoen jaar oud, staat in het Smithsonian:

Historische bron

Vroege mensen in Oost-Afrika sloegen met hamerstenen tegen stenen kernen om scherpe afslagen te maken. Ze gebruikten die stenen werktuigen voor allerlei doeleinden, onder meer om vlees en beenmerg uit grote dieren te halen.

Early humans in East Africa used hammerstones to strike stone cores and produce sharp flakes. They used these stone tools for a variety of purposes, including extracting meat and bone marrow from large animals.

Smithsonian, Olduvai Chopper · vertaling Kennisatlas uit het Engels
Een grijze, onregelmatige steen met scherpe, uitgesprongen vlakken, in een houder tegen een donkere achtergrond.
Figuur 4. Een stenen hakwerktuig uit Olduvai (Tanzania) in het British Museum. Werktuigen van dit type zijn ongeveer 1,8 miljoen jaar oud. Foto: Archaeomoonwalker (2011), via Wikimedia Commons · CC BY 3.0 (Commons-bestandspagina gelezen), verkleind (webp, max. 1600 px)

Ook de Turkana-jongen, een skelet van een kind van acht à negen jaar uit Kenia, ongeveer 1,6 miljoen jaar oud, hoort bij een soort die werktuigen maakte. Kamoya Kimeu vond hem in 1984 (Smithsonian, Turkana Boy):

Historische bron

De soort van de Turkana-jongen maakte en gebruikte stenen werktuigen. De werktuigen uit het Turkana-bekken van 1,6 miljoen jaar geleden zijn eenvoudige kernen en afslagen, maar ook grote snijdende werktuigen zoals handbijlen.

The Turkana Boy's species made and used stone tools. The tools known from 1.6 million years ago in the Turkana Basin included simple stone cores and flakes but also large cutting tools such as handaxes.

Smithsonian, Turkana Boy · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Homo sapiens maakte later kleinere, ingewikkeldere en meer gespecialiseerde werktuigen (Smithsonian, Homo sapiens). Stenen punten konden op een schacht vastgemaakt worden tot een speer, en er waren priemen om huiden te doorboren en schrapers (Smithsonian, Stone Tools). Ook been werd bewerkt: in de Blombosgrot in Zuid-Afrika zijn priemen van been gevonden van ongeveer 77.000 jaar oud, waarmee volgens het Smithsonian gaten in kleding werden geprikt (Smithsonian, Bone Awls).

“Waarmee maakten de eerste mensen hun werktuigen?”

Kort antwoord voor kinderen

Met wat ze in de natuur vonden: vooral stenen, maar ook hout, botten en gewei. Met een harde steen sloegen ze stukjes van een andere steen, zodat er een scherpe rand ontstond.

Werktuigen leren maken

Een stenen werktuig maken lukt niet zomaar. Je moet weten welke steen je kiest, waar je slaat en in welke volgorde. Hoe precies dat ging, zie je in de beschrijving die het British Museum geeft van een hakwerktuig uit Olduvai, uit de verzameling van Louis Leakey:

Historische bron

Hakwerktuig; basalt; Oldowan. Door een grote afslag van de bovenkant van de kei te halen ontstond een slagvlak waarop drie afslagen werden losgeslagen die samen een duidelijke, regelmatige rand vormen.

Chopping tool; basalt; Oldowan. The removal of a large flake from the top of the cobble provide a striking platform for the removal of three flakes which form a well defined regular edge.

British Museum 1934,1214.1, museumnummer 1934,1214.1 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Eerst één grote slag, dan drie kleinere vanaf het vlak dat zo ontstond: wie zo werkt, heeft een plan. Waarvoor de kei diende, weet het museum niet zeker: mogelijk als bron van scherpe afslagen voor lichte klussen, als hakwerktuig, of allebei (British Museum 1934,1214.1). Het record geeft voor dit stuk geen ouderdom.

Op.stap legt bij de kleuters de nadruk op het leren maken van werktuigen: mensen leren elkaar die technieken aan, en zo kan kennis van generatie op generatie worden doorgegeven (KOV Op.stap 1.3). Dat is een redelijke gedachte, maar een werktuig vertelt niet hoe de maker het geleerd heeft. Er is wel een experiment met 184 hedendaagse volwassenen die zulke Oldowan-werktuigen leerden maken. Ze leerden het beter als iemand het hun voordeed en uitlegde, en vooral als er bij gesproken werd, dan wanneer ze alleen keken of nadeden (Morgan e.a. 2015, samenvatting). De onderzoekers zien daarin een aanwijzing dat werktuigen maken, lesgeven en taal samen ontwikkeld zijn. Dat blijft een hypothese.

Geen uitvinding op één dag: geen extra leerlingdoel

Op.stap vraagt om niet te spreken van mensen die werktuigen ‘ontdekten’: het ging volgens de leerplanmakers om een geleidelijk proces van uitproberen dat vaak generaties duurde (KOV Op.stap 1.3). De bronnen in dit artikel tonen vooral dat de werkwijzen in de loop van honderdduizenden jaren veranderden, van eenvoudige afslagen tot handbijlen en kleine, gespecialiseerde punten. Hoe dat veranderen in zijn werk ging, kunnen ze niet tonen. Het Smithsonian voegt eraan toe dat het vaak moeilijk te zeggen is welke soort welk werktuig maakte (Smithsonian, Stone Tools).

Taal

Taal is het vermogen om met woorden en zinnen te vertellen wat je denkt, weet of wilt, ook over dingen die er niet zijn: gisteren, morgen, de rivier achter de heuvel. Wanneer mensen begonnen te spreken, weten onderzoekers niet zeker: gesproken woorden laten geen fossielen na (Smithsonian, Language & Symbols).

Wat wel bewaard blijft, zijn sporen van tekens en symbolen. In Twin Rivers in Zambia vond Larry Barham in 1996 stukken rood pigment (hematiet) van ongeveer 250.000 jaar oud (Smithsonian, Ancient Pigments):

Historische bron

De afgeplatte vlakken op dit stuk hematiet zijn sporen van malen of wrijven; ze laten zien dat het als een dikke waskrijt vastgehouden en gebruikt werd.

The flattened areas on this hematite pigment are signs of grinding or rubbing, telling us that it was held and used like a chunky crayon.

Smithsonian, Ancient Pigments · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Volgens het Smithsonian waren kleuren symbolen waarmee mensen zichzelf en hun groep herkenbaar maakten (Smithsonian, Language & Symbols); dat is de lezing van het museum. Rond 40.000 jaar geleden maakten mensen afbeeldingen, zowel tweedimensionale als driedimensionale (Smithsonian, Language & Symbols). Wie zulke tekens maakt en begrijpt, deelt betekenissen met anderen. Of en hoe zij daarbij spraken, blijft open. Het experiment met het leren maken van werktuigen (hierboven) suggereert dat taal hielp om vaardigheden door te geven (Morgan e.a. 2015, samenvatting).

Grotschilderingen

Grotschilderingen zijn tekeningen en schilderingen op de wanden en zolders van grotten, gemaakt door mensen van de prehistorie. Ze behoren tot de bekendste vondsten uit die tijd, juist omdat ze ons iets tonen van wat die mensen zagen en belangrijk vonden.

Chauvet

Op zondag 18 december 1994 ontdekten Jean-Marie Chauvet, Éliette Brunel en Christian Hillaire bij een verkenning een grot in de Ardèche, in het zuiden van Frankrijk (Ministerie van Cultuur, Chauvet: paneel van de paarden). De ingang van de grot was rond 20.000 jaar geleden door een instorting afgesloten. Ze bevat meer dan duizend tekeningen, vooral van dieren, waaronder verschillende gevaarlijke soorten (UNESCO, Grotte Chauvet). Het Franse ministerie van Cultuur telt 435 dierfiguren; mammoeten, katachtigen, neushoorns en beren maken bijna twee derde uit van de soorten die te herkennen zijn (Ministère de la Culture, Chauvet).

Hoe oud zijn ze? Hier verschillen de bronnen. Het ministerie steunt op 82 radiokoolstofdateringen: de vroegste menselijke bezoeken aan de grot zijn ongeveer 36.500 jaar oud, de laatste 31.000 tot 30.000 jaar (Ministère de la Culture, Chauvet). UNESCO, dat de grot op de werelderfgoedlijst zette, spreekt van 30.000 tot 32.000 jaar (UNESCO, Grotte Chauvet). Ruim dertigduizend jaar oud zijn ze in elk geval.

Een van de hoofdpanelen beschrijft het ministerie zo:

Historische bron

Dit is een van de hoofdpanelen van de grot: ongeveer vijftig figuren op vijf meter, met vijf diersoorten (neushoorn, katachtige, paard, beer en bizon), positieve en negatieve handen, verschillende soorten tekens en twee groepen handstippen.

This is one of the main panels in the cave because it concentrates around 50 figures into a space of 5 m and combines 5 species (rhinoceros, feline, horse, bear, and bison), positive and negative hands, various types of signs and two groups of hand dots.

Ministerie van Cultuur, Chauvet: paneel met positieve handen · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Bij een ‘positieve’ hand is de hand zelf in verf afgedrukt. Bij een ‘negatieve’ hand is de vorm van de hand uitgespaard en zit de verf eromheen. Hoe die verf precies werd aangebracht, beschrijven de gelezen bronnen niet. In Chauvet komen rode handen in beide vormen voor, en ook grote stippen gemaakt met een handpalm vol verf (Ministère de la Culture, Chauvet). Op een ander paneel staan drie paarden en een mammoet in zwarte lijnen, met drie negatieve handen en rode stippen; de best bewaarde hand ligt over de tekening van de mammoet (Ministerie van Cultuur, Chauvet: paneel met negatieve handen).

Historische bron

Op dit vlakke oppervlak van ongeveer 4 m² staan 21 figuren, vooral zwarte tekeningen, maar ook twee gravures op 2,5 m hoogte, buiten het bereik van een staande volwassene.

On this flat surface of around 4 m2 are grouped 21 figures, essentially black drawings, but also two engravings at a height of 2.5 m, out of the reach of a standing adult.

Ministerie van Cultuur, Chauvet: paneel van de paarden · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Twee gravures buiten het bereik van een volwassene: hoe kwam de maker daar? De bron zegt het niet. Zo’n vraag stellen bij een vondst is precies wat onderzoekers doen.

Replica van een grotschildering met vijf paardenkoppen, wisenten en een neushoorn in zwarte houtskool op een geelbruine rotswand.
Figuur 5. Replica van een paneel uit de Grotte Chauvet-Pont d'Arc (Frankrijk). De schilderingen in de grot zijn tienduizenden jaren oud. Foto van de replica in het Anthropos-museum in Brno. Reconstructie, geen historisch beeld. Foto: HTO (2009) · Publiek domein (door de maker vrijgegeven; Commons-bestandspagina gelezen)

Lascaux

Een andere beroemde beschilderde grot in Frankrijk is Lascaux, bij Montignac. Ze werd in 1940 ontdekt door vier jongens; het verhaal staat in de uitbreiding hieronder. Hoe oud de schilderingen van Lascaux zijn, staat niet op de pagina’s die voor dit artikel gelezen zijn; daarom noemen we hier geen getal.

Uitbreiding De ontdekking van Lascaux (1940)

Het Franse ministerie van Cultuur vertelt de ontdekking zo na (Ministerie van Cultuur, Lascaux: ontdekking).

In de late zomer van 1940 vond Marcel Ravidat, een jonge leerling-monteur, op de heuvel boven het stadje Montignac een gat in de grond, een vossenhol. Volgens een plaatselijke legende liep er van daar een gang naar een kasteel. Op 12 september kwam hij terug met drie andere jongens uit het dorp: Jacques Marsal, Georges Agnel en Simon Coencas. Ze maakten het gat groter en kropen naar binnen.

Historische bron

Bij het licht van een haastig gemaakte lamp liepen ze door een gang van een dertigtal meter lang. Toen de gang smaller werd, zagen ze de eerste schilderingen, in wat nu de Axiale Galerij heet.

By the light of a hastily constructed lamp, they walked along a gallery some thirty metres long. As the passageway narrowed, they spied the first paintings in what is now known as the Axial Gallery.

Ministerie van Cultuur, Lascaux: ontdekking · vertaling Kennisatlas uit het Engels

De dag erna liet Marcel zich aan een touw acht meter diep in een schacht zakken. Daar ontdekte hij de scène van de man tegenover de bizon. Op 18 september daalde hun leraar, Léon Laval, af in de grot. Twee dagen later bezocht Henri Breuil de grot; hij was in die oorlogstijd in de streek ondergedoken.

Het ministerie beschrijft hier hoe de grot gevonden werd, niet wat de schilderingen betekenen of hoe oud ze zijn.

Hoe maakte je een grotschildering?

Over de werkwijze in Lascaux geeft het ministerie een opvallend korte lijst van wat de makers nodig hadden: enkele vuurstenen, een paar blokken pigment, maalstenen, een paar penselen en tampons, en sjablonen uit dierenhuid, ‘hoewel meestal de menselijke hand daarvoor diende’. Water diende als bindmiddel (Ministère de la Culture, Lascaux (technieken)). Over de kleuren schrijft het ministerie:

Historische bron

Er is zwart, en een reeks warme tinten (donkerbruin, rood en geel) in een heel smalle reeks varianten.

Black is present, and a range of warm tones – dark brown, red and yellow – in a very narrow range of variants.

Ministerie van Cultuur, Lascaux: grondstoffen · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Het zijn minerale kleurstoffen; het rood is hematiet, en sporen van kleurstoffen uit planten of dieren zijn tot nu toe niet gevonden (Ministerie van Cultuur, Lascaux: grondstoffen). In Chauvet werkten de makers met houtskool, rode verf en gravures, en ze wreven de verf soms uit om reliëf te suggereren (Ministère de la Culture, Chauvet). Dat zijn gegevens over deze twee grotten; elke beschilderde grot heeft haar eigen verhaal.

“Hoe konden ze schilderen zonder verfpotten en penselen uit de winkel?”

Kort antwoord voor kinderen

Ze maakten hun verf zelf, met gekleurde stenen die ze fijnmaalden en met water mengden. Zwart kwam van houtskool. Ze schilderden met hun vingers, met hun hand, met tampons en zelfgemaakte penselen. Soms legden ze hun hand tegen de wand en kwam de verf eromheen.

Over de hele wereld

Grotschilderingen zijn niet alleen in Frankrijk gevonden. In grotten in het noorden van Spanje is een rode schijf minstens 40.800 jaar oud, een handstencil minstens 37.300 jaar. De onderzoekers laten de mogelijkheid open dat ook Neanderthalers grotten beschilderden (Pike e.a. 2012, samenvatting). Aan de andere kant van Eurazië, op het Indonesische eiland Sulawesi, vonden onderzoekers bij Maros iets even ouds:

Historische bron

De oudst gedateerde afbeelding uit Maros, met een minimumleeftijd van 39,9 duizend jaar, is nu de oudst bekende handstencil ter wereld.

The earliest dated image from Maros, with a minimum age of 39.9 kyr, is now the oldest known hand stencil in the world.

Aubert e.a. 2014, samenvatting · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Er staat ook een babiroesa, een soort wild varken, van minstens 35.400 jaar oud. Volgens de onderzoekers maakten mensen dus rond 40.000 jaar geleden al rotskunst aan de twee uiteinden van Europa en Azië (Aubert e.a. 2014, samenvatting). ‘Minimumleeftijd’ betekent: zeker niet jonger, misschien ouder.

Rotswand met meerdere lichte handvormen met gespreide vingers op een achtergrond van rode verf.
Figuur 6. Handstencils in de Pettakere-grot op het eiland Sulawesi (Indonesie). In grotten in dit gebied zijn handstencils gedateerd op minstens 39.900 jaar oud. Foto: Cahyo (2014), via Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0

Wat betekenden ze?

Waarom mensen in donkere grotten dieren en handen schilderden, weten we niet met zekerheid. Ze schreven het niet op. Het Franse ministerie zet voor Lascaux de ideeën van onderzoekers op een rij (Ministère de la Culture, Lascaux (interpretaties)):

  • kunst om de kunst, om het mooi maken zelf;
  • jachtrituelen, om de jacht te laten slagen; volgens het ministerie zijn er maar weinig bizons met pijlachtige tekens, zodat die verklaring beperkt blijft;
  • vruchtbaarheid en totemisme, ideeën die geopperd zijn maar volgens het ministerie niet beter onderbouwd;
  • een vaste ordening van de dieren en tekens in de ruimte (de onderzoeker André Leroi-Gourhan);
  • sjamanisme, contact met een geestenwereld (Jean Clottes en David Lewis-Williams);
  • een verbeelding van het ontstaan van de wereld en van de kringloop van de seizoenen (Norbert Aujoulat).

Voor Chauvet doet het ministerie geen uitspraak over de betekenis (Ministère de la Culture, Chauvet). Op.stap noemt nog andere vermoedens, zoals dat handafdrukken toonden dat een groep op die plaats verbleef of dat mensen bij een groep hoorden (KOV Op.stap 1.3). Voor die vermoedens is in de gelezen bronnen geen onderbouwing gevonden. Wat de leerlingen vooral mogen meenemen: we kunnen niet met zekerheid weten wat de makers bedoelden, en onderzoekers verschillen daarover van mening.

“Waarom tekenden ze op de muren van de grot?”

Kort antwoord voor kinderen

Dat weten we niet zeker, want ze hebben het niet opgeschreven. Onderzoekers hebben verschillende ideeën: misschien vonden ze het mooi, misschien hoorde het bij de jacht of bij een feest, misschien vertelden ze er iets mee over hun wereld. Wat denk jij?

De eerste migraties

Uit Afrika

Een migratie is een verhuizing van een groep mensen naar een ander gebied. Bij de eerste migraties gaat het om mensen die vanuit Afrika andere werelddelen bereikten. Dat gebeurde niet in één reis, maar in de loop van zeer lange tijd en door verschillende soorten mensen.

Vroege mensen trokken waarschijnlijk tussen 2 miljoen en 1,8 miljoen jaar geleden voor het eerst uit Afrika naar Azië. Europa bereikten ze iets later, tussen 1,5 miljoen en 1 miljoen jaar geleden (Smithsonian, Introduction to Human Evolution). Homo erectus, de soort van de Turkana-jongen, geldt als de eerste soort die zich buiten Afrika verspreidde. Haar resten zijn gevonden in Dmanisi in Georgië, in China en in Indonesië; of ze ook Europa bereikte, is niet zeker (Smithsonian, Homo erectus).

Figuur 7. Schematische kaart: menselijke soorten ontstonden in Afrika en verspreidden zich over andere continenten. Niet op schaal.

Zo kwamen mensen in andere omgevingen terecht dan die waarin ze ontstaan waren. Twee voorbeelden komen in dit artikel aan bod: de Flores-mens op een eiland in Indonesië, en de Neanderthalers in Europa, ook in onze streken.

Flores

Flores is een eiland in Indonesië. In de grot Liang Bua vonden onderzoekers, onder wie Wahyu Saptomo, Thomas Sutikna en Michael Morwood, in 2003 het skelet van een heel kleine volwassen mens (Smithsonian, LB-1). Het museumrecord beschrijft haar zo:

Historische bron

Deze volwassen vrouw, die op ongeveer dertigjarige leeftijd stierf, was nauwelijks meer dan 1 m groot. Haar hersenen, geschat op 400 kubieke centimeter, waren zo klein als die van chimpansees.

This adult female, who died around the age of 30, was only a little over 1 m (3.5 ft) tall. Her brain, estimated at 400 cubic centimeters, was as small as those of chimpanzees.

Smithsonian, LB-1 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Onderzoekers gaven haar soort de naam Homo floresiensis. Die soort is alleen op Flores gevonden. Haar botten zijn ongeveer 100.000 tot 60.000 jaar oud, de stenen werktuigen in de grot ongeveer 190.000 tot 50.000 jaar (Smithsonian, Homo floresiensis). Ze jaagde onder meer op Stegodon, een uitgestorven olifantachtige (Smithsonian, Homo floresiensis). De soort verdween rond 50.000 jaar geleden, net voor of rond de tijd dat Homo sapiens in de streek aankwam (Smithsonian, 'Hobbits' on Flores).

Schedel met grote oogkassen, uitstekende neus- en kaakstreek en een kleine, afgeronde hersenpan, in oranje museumlicht.
Figuur 8. Schedel van de Flores-mens (Homo floresiensis), getoond in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel. Waarschijnlijk een replica; dat is niet vastgesteld. Reconstructie, geen historisch beeld. Foto: Ghedoghedo (2015), via Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 (Commons-bestandspagina gelezen), verkleind (webp, max. 1600 px)

Waarom was de Flores-mens zo klein? De ontdekkers schreven in 2004:

Historische bron

De meest waarschijnlijke verklaring voor haar bestaan op Flores is langdurige isolatie, met daarna verdwerging van een voorouderlijke Homo erectus-populatie.

The most likely explanation for its existence on Flores is long-term isolation, with subsequent endemic dwarfing, of an ancestral H. erectus population.

Brown e.a. 2004, samenvatting · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Die verklaring heet eilandverdwerging. De eilanden rond Flores waren zelden of nooit door een landbrug met het vasteland verbonden, en er leefden weinig diersoorten (Smithsonian, 'Hobbits' on Flores). Volgens het Smithsonian kan langdurige isolatie op een klein eiland, met weinig voedsel en weinig roofdieren, tot een kleinere lichaamsbouw leiden; de uitgestorven dwergolifanten van Flores vertonen hetzelfde patroon. Andere onderzoekers denken dat de voorouders van de Flores-mens al klein waren toen ze op het eiland aankwamen (Smithsonian, Homo floresiensis). Op.stap spreekt van een kleine gestalte die ‘vermoedelijk een aanpassing’ was (KOV Op.stap 1.3); dat ‘vermoedelijk’ is terecht.

Homo sapiens

Onze eigen soort heet Homo sapiens, of kort Sapiens. Ze ontstond in Afrika, volgens het Smithsonian rond 300.000 jaar geleden, in een tijd van grote klimaatveranderingen (Smithsonian, Homo sapiens). Ander onderzoek geeft een ruimere marge, tussen 500.000 en 300.000 jaar geleden (Smithsonian, onstabiele omgevingen). De oudste vondsten komen uit Jebel Irhoud in Marokko:

Historische bron

Samen met een leeftijd van 315 ± 34 duizend jaar maakt dit bewijs van Jebel Irhoud de oudste en rijkste Afrikaanse vindplaats uit de middensteentijd die vroege stadia van de Homo sapiens-lijn documenteert. … De evolutionaire processen achter het ontstaan van H. sapiens speelden zich af op het hele Afrikaanse continent.

the evolutionary processes behind the emergence of H. sapiens involved the whole African continent

Hublin e.a. 2017, samenvatting · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Volgens deze onderzoekers ontstond onze soort dus niet op één plek, maar verspreid over Afrika. Vanuit Afrika verspreidde Homo sapiens zich over alle continenten (Smithsonian, Homo sapiens). Australië werd volgens het Smithsonian waarschijnlijk in de laatste 60.000 jaar bereikt, Amerika in de laatste 30.000 jaar of zo (Smithsonian, Introduction to Human Evolution). Nieuwer onderzoek komt voor Australië op vroegere dateringen; dat is voor dit artikel niet gelezen.

Hoe paste Homo sapiens zich aan al die omgevingen aan? Het Smithsonian wijst op werktuigen: kleinere, ingewikkeldere en meer gespecialiseerde werktuigen dan eerdere soorten. Homo sapiens at allerlei dierlijk en plantaardig voedsel, beheerste het vuur, leefde in schuilplaatsen en maakte kunst, muziek, sieraden en rituelen (Smithsonian, Homo sapiens). Onderzoek in Olorgesailie wijst op nieuwe technieken en handel tussen groepen, die jager-verzamelaars hielpen in een onvoorspelbare omgeving (Smithsonian, onstabiele omgevingen). Op.stap vat dat samen als aanpassing door kennis te delen en er creatief mee om te gaan (KOV Op.stap 1.3); de bronnen tonen de werktuigen en de handel, het grote verschil met andere soorten formuleren ze voorzichtiger.

Vandaag zijn wij, Homo sapiens, de enige soort die nog over is van wat ooit een veelvormige menselijke stamboom was (Smithsonian, Human Fossils). Veel vroege soorten hebben geen levende nakomelingen achtergelaten (Smithsonian, Introduction to Human Evolution).

Wij als een van de vele: geen extra leerlingdoel

Op.stap wil dat leerlingen beseffen dat wij niet ‘dé mens’ zijn, maar de enige overlevende van een grotere groep (KOV Op.stap 1.3). Het Smithsonian zegt het zo: lange tijd leefden er verschillende soorten mensen tegelijk, soms zelfs in dezelfde gebieden (Smithsonian, Human Fossils). De Neanderthalers, het volgende hoofdstuk, zijn daarvan het voorbeeld dichtbij huis.

Neanderthalers in de Maasvallei

Wie waren de Neanderthalers?

De Neanderthalers leefden ongeveer 400.000 tot 40.000 jaar geleden in Europa en in het westen en midden van Azië. Ze zijn de naaste uitgestorven verwanten van onze soort: Neanderthalers en Homo sapiens hadden een gemeenschappelijke voorouder, die 700.000 tot 300.000 jaar geleden leefde, en ze behoren allebei tot het geslacht Homo. Ze hebben zich ook vermengd met moderne mensen buiten Afrika (Smithsonian, Homo neanderthalensis).

Neanderthalers maakten verfijnde werktuigen, waarbij ze afslagen losmaakten van een vooraf bewerkte kern. Ze gebruikten speren om grote dieren te doden, maakten schrapers en priemen om kleding te maken, beheersten het vuur en leefden in schuilplaatsen (Smithsonian, Homo neanderthalensis). In West-Azië leefden Neanderthalers en Homo sapiens 30.000 tot 50.000 jaar lang in dezelfde gebieden. Rond 40.000 jaar geleden verdwijnen alle sporen van de Neanderthalers (Smithsonian, Homo neanderthalensis).

In België zijn er opvallend veel vindplaatsen. Volgens het dossier waarmee België de Neanderthalersites van Wallonië voordraagt voor het werelderfgoed, is dat de noordelijkste concentratie van Neanderthalers in Europa (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië). Neanderthalerresten zijn gevonden in negen Belgische grotten, onder meer in Engis, Spy, Scladina, Walou en Goyet (Devièse e.a. 2021). Op.stap verbindt de Neanderthalers met de Maasvallei: de grot van Engis ligt in een zijvallei op ongeveer 750 meter van de Maas, die van Spy aan de Orneau, een zijrivier van de Samber (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië).

Figuur 9. Vier grotten in Wallonie waar Neanderthalerresten gevonden zijn: Engis, Scladina, Goyet en Spy. Schematisch, niet op schaal.

Engis: de eerste Neanderthaler

In 1829 en 1830 groef de Luikse arts Philippe-Charles Schmerling in de grot van Engis, in een zijvallei op ongeveer 750 meter van de Maas. Hij vond er twee schedels: die van een volwassene en die van een kind van ongeveer drie jaar (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië). In 1833 beschreef hij zijn vondsten in een boek, en daarin staat hoe hij de volwassen schedel aantrof:

Historische bron

Op anderhalve meter diepte vonden we deze schedel, verborgen onder een beenderbreccie, samengesteld uit resten van kleine dieren, met een tand van een neushoorn en enkele van paard en herkauwers. … De aarde die deze menselijke schedel bevatte, vertoonde geen enkele verstoring; tanden van neushoorn, paard, hyena en beer omgaven hem langs alle kanten.

C'est à un mètre et demi de profondeur que nous rencontrâmes ce crâne, caché sous une brèche osseuse, composée de restes de petits animaux, et contenant une dent de rhinocéros, et quelques-unes de cheval et de ruminans.

Schmerling 1833, tome I, p. 60–61 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Een beenderbreccie is een harde laag waarin botjes en steentjes aaneengekit zijn. Schmerling vond menselijke resten tussen de botten van dieren die hier al lang niet meer leven, zoals de neushoorn en de hyena. Daaruit concludeerde hij dat de mensen even oud moesten zijn als die dieren (zie de uitbreiding). Wat hij niet kon weten: de schedel van het kind was van een Neanderthaler. Pas Charles Fraipont herkende hem, ongeveer honderd jaar na de ontdekking, als Neanderthaler; later onderzoek van het erfelijk materiaal bevestigde dat (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië). Het Smithsonian noemt de kinderschedel van Engis de eerste Neanderthaler die ooit gevonden werd: ontdekt dertig jaar voor Darwin zijn boek over het ontstaan van de soorten publiceerde, maar pas tientallen jaren later erkend als fossiel van een vroege mens (Smithsonian, Engis 2). Een tand van dit kind is gedateerd op ongeveer 39.900 jaar geleden, met een marge van 1.700 jaar (Devièse e.a. 2021).

Zwart-wit lithografie met een grote schedel in zijaanzicht en een in vooraanzicht, daaronder een tand en vier kaakfragmenten, genummerd Fig. 1 tot Fig. 6.
Figuur 10. Tekening uit het boek van Philippe-Charles Schmerling (1833): de schedel van de volwassene uit de grot van Engis, in profiel en van voren, met tanden en kaakfragmenten. Philippe-Charles Schmerling, Recherches sur les ossemens fossiles, 1833; scan via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · Publiek domein (maker overleed in 1836; Commons: Public domain), verkleind (webp, max. 1600 px)
Uitbreiding Schmerling in de grot van Engis

Philippe-Charles Schmerling (hij overleed in 1836) onderzocht rond 1829–1830 grotten in de provincie Luik. Zijn boek Recherches sur les ossemens fossiles découverts dans les cavernes de la province de Liège (‘Onderzoek naar de fossiele beenderen die in de grotten van de provincie Luik ontdekt zijn’) verscheen in 1833. De tekst is vrij te lezen op archive.org. Hieronder enkele kernpassages, vertaald uit het Frans.

Eerst wat de grot opleverde:

Historische bron

Engis heeft ons twee menselijke schedels geleverd en weinig beenderen van de ledematen.

Engis nous a fourni deux crânes humains et peu d'os des extrémités.

Schmerling 1833, tome I, p. 65 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Dan zijn waarneming. Schmerling keek niet alleen naar de vorm van de beenderen, maar naar hoe ze eruitzagen en waar ze lagen:

Historische bron

Ik heb er al op gewezen dat de kleur, de graad van ontbinding en de ligging van deze menselijke beenderen niet verschillen van die van de andere resten van fossiele dieren in onze grotten.

J'ai déjà fait observer que la couleur, le degré de décomposition et le gisement de ces ossemens humains, ne se distinguent point des autres restes d'animaux fossiles de nos cavernes.

Schmerling 1833, tome I, p. 65 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

En ten slotte zijn besluit:

Historische bron

Ik heb de hypothesen die tot nu toe opgesteld waren, laten varen, en ben uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat deze menselijke resten in deze grotten begraven zijn in dezelfde tijd, en dus door dezelfde oorzaken, als de massa beenderen van verschillende uitgestorven soorten.

J'ai fini par conclure que ces restes humains ont été enfouis dans ces cavernes à la même époque, et par conséquent par les mêmes causes qui y ont entraîné une masse d'ossemens de différentes espèces éteintes.

Schmerling 1833, tome I, p. 66 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Dit is een mooi voorbeeld van redeneren vanuit een bron. Schmerling had geen methode om botten te dateren. Hij vergeleek: zien de menselijke beenderen er hetzelfde uit als die van de uitgestorven dieren, en liggen ze in dezelfde ongestoorde laag? Zo ja, dan zijn ze waarschijnlijk even oud. Meer daarover in het artikel over bron en bewijs.

Twee nuances. De schedel waarvan hij de ligging zo precies beschrijft, is die van de volwassene. De Neanderthaler is het kind, en dat herkende Schmerling niet: dat gebeurde pas veel later (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië). En wat zijn tijdgenoten van zijn besluit vonden, staat niet in zijn boek; dat behandelt dit artikel daarom niet.

Spy en de andere grotten

In de grot van Spy, bij Jemeppe-sur-Sambre, groeven Marcel de Puydt, Maximin Lohest en Julien Fraipont in 1885 en 1886 twee skeletten van Neanderthalers op. Volgens het werelderfgoeddossier was dat de eerste vondst van Neanderthalerfossielen waarbij alles samen werd vastgesteld: de laag waarin ze lagen, de uitgestorven diersoorten erbij en de werktuigen van de mensen (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië). De verzameling werd later opnieuw onderzocht: tussen meer dan 1.800 menselijke resten vonden onderzoekers nog stukken van de twee Neanderthalers van Spy, en van een kind dat eerder niet herkend was (Devièse e.a. 2021).

Bruine schedel met zware wenkbrauwbogen en een losse onderkaak met tanden, tegen een witte achtergrond.
Figuur 11. Schedel van een Neanderthaler uit de grot van Spy (Namen), opgegraven in 1886. Foto van een reconstructie of afgietsel (niet vastgesteld). Reconstructie, geen historisch beeld. Foto: We El (2006), via Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0

In de Scladinagrot bij Andenne vonden onderzoekers tussen 1993 en 1996 de onderkaak van een Neanderthalerkind van ongeveer acht jaar; het is volgens het werelderfgoeddossier de rijkste vondst van Neanderthalerfossielen in België sinds Spy. In de grotten van Goyet werden in de 21ste eeuw resten van zes Neanderthalers herontdekt, in oude verzamelingen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië).

Ook de ouderdom werd herzien. Oudere dateringen van de botten van Spy gaven soms maar 24.000 jaar. Een onderzoek uit 2021 toonde dat die tot 10.000 jaar te jong waren, door vervuiling van de botten. Met nieuwe dateringen van Spy, Engis en Fonds-de-Forêt besluiten de onderzoekers dat de Neanderthalers tussen 44.200 en 40.600 jaar geleden uit Noordwest-Europa verdwenen, veel vroeger dan eerder gedacht (Devièse e.a. 2021). Of Neanderthalers en Homo sapiens ook in onze streken een tijd naast elkaar leefden, zeggen de gelezen bronnen niet; voor West-Azië wel (zie hierboven).

Mens, dier en plant in de Maasvallei

Op.stap vraagt ook bij de Maasvallei naar de relaties tussen mens-dier-plant. Daar zijn de gelezen bronnen karig. Wat ze tonen: in de grotten waar Neanderthalers gevonden zijn, lagen ook resten van dieren die hier vandaag niet meer leven. In Engis lagen tanden van neushoorn, paard, hyena en beer rond de volwassen schedel (Schmerling 1833, tome I, p. 61), en in Spy hoorden uitgestorven diersoorten bij de vondst (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië). Dat die dieren er lagen, betekent nog niet dat de Neanderthalers ze aten; hoe de botten in de grotten terechtkwamen, zeggen deze bronnen niet. Wat de Neanderthalers in de Maasvallei precies aten en welke planten ze gebruikten, beantwoorden de gelezen bronnen niet. Volgens het werelderfgoeddossier helpt vooral de Scladinagrot om hun voeding, technieken en lichaamsbouw in hun omgeving beter te begrijpen (UNESCO, Neanderthalsites Wallonië), maar het geeft daar geen concrete resultaten bij.

Çatalhöyük

Een dorp op de Konya-vlakte

Çatalhöyük ligt in het zuiden van Anatolië, in Turkije, op de Konya-vlakte. Het zijn twee heuvels met de resten van vele lagen bewoning. De oostelijke heuvel bevat achttien lagen bewoning uit de jonge steentijd, van ongeveer 7400 tot 6200 v.o.t.; de westelijke heuvel lagen van 6200 tot 5200 v.o.t. (UNESCO, Çatalhöyük). Met Çatalhöyük maken we een grote sprong in de tijd: dit is ruim dertigduizend jaar na de laatste sporen van de Neanderthalers in Noordwest-Europa.

Çatalhöyük is volgens UNESCO uitzonderlijk door zijn grootte. De huizen stonden dicht tegen elkaar, in buurten zonder straten, en je kwam binnen via het dak (UNESCO, Çatalhöyük). Ian Hodder, die de opgravingen jarenlang leidde, schatte dat er ongeveer 8.000 mensen in zo’n 2.000 huizen woonden, op ongeveer 10 hectare. Hij voegde eraan toe dat maar ongeveer 4 procent van de site is opgegraven (Hodder 2005). Het was niet de eerste zo grote nederzetting in het Midden-Oosten, maar wel de eerste van die omvang in Centraal-Anatolië (Pearson e.a. 2021).

Wit gepleisterde kamer met een lemen oven en een houten ladder naar het dak, stierenkoppen aan de muur en een skelet in een uitsparing in de vloer.
Figuur 12. Reconstructie van een vertrek uit Çatalhöyük in het Museum voor Anatolische Beschavingen (Ankara), samengesteld met originele vondsten. Çatalhöyük werd bewoond van ca. 7400 tot 6200 v.o.t. Reconstructie, geen historisch beeld. Foto: Dosseman (2011), via Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0

Van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt

Çatalhöyük toont volgens UNESCO hoe mensen zich vroeg aanpasten aan een vast leven en aan landbouw; in Centraal-Anatolië groeiden de eerste boerendorpen in de loop van eeuwen uit tot grotere woonplaatsen (UNESCO, Çatalhöyük). De inwoners verbouwden graan en hielden schapen. Ze jaagden ook nog op wilde runderen, varkens en paarden en gebruikten veel wilde planten. Volgens Hodder werden de landbouwproducten in de jongste lagen wellicht belangrijker (Hodder 2005). Uit onderzoek van de botten van de bewoners blijkt dat ze vooral graan en dierlijke eiwitten aten; schapen, geiten, runderen en wilde dieren zijn in dat onderzoek meegenomen (Pearson e.a. 2021).

Zo zie je in Çatalhöyük de relaties tussen mens-dier-plant veranderen. Mensen leefden niet langer alleen van wat ze vonden en vingen. Ze zaaiden en oogstten zelf, en ze hielden dieren, maar ze bleven ook jagen en verzamelen. Op.stap beschrijft de overgang als ‘van verzamelen naar zaaien’ en ‘van jagen naar kuddes beheren’ (KOV Op.stap 1.3). Hoe de mensen van Çatalhöyük hun kuddes precies hoedden en beschermden, vertellen de gelezen bronnen niet.

Op het ritme van de seizoenen

Wie zaait en oogst, leeft op het ritme van het jaar: er is een tijd om te zaaien, een tijd om te oogsten, een tijd waarin dieren jongen krijgen. En wie geen elektrisch licht heeft, leeft ook op het ritme van licht en donker. Dat bedoelt Op.stap met leven op het ritme van dag/nacht/seizoenen (KOV Op.stap 1.3).

Voor Çatalhöyük geven de gelezen bronnen daar weinig concreets over. Eén klein voorbeeld laat wel zien hoe archeologen een seizoen kunnen aflezen. In het verslag van de opgraving van 1999 schrijft Hodder over baby’s die begraven waren in manden van wilde grassen; omdat het bloeiende deel van de plant gebruikt was, leidt hij af dat die kinderen in de lente stierven (Hodder 1999 (archiefrapport)). Dat gaat over enkele graven, niet over het hele dorp.

Complexere sociale groepen en omgang met anderen

Duizenden mensen die dicht op elkaar in één dorp wonen: dat is iets anders dan een kleine groep die rondtrekt. Op.stap spreekt hier van complexere sociale groepen: veel mensen die op één plaats samenleven, omdat landbouw en veeteelt dat daar mogelijk maakten (KOV Op.stap 1.3). Wie zo samenleeft, heeft elke dag met buren, familie en anderen te maken. Hoe mensen met elkaar omgaan, wie wat krijgt en wie wat mag, is de omgang met anderen.

Wat de opgravers in de huizen zagen, geeft een idee van dat leven. Uit het verslag van 1999:

Historische bron

In Niveau VIII van dit gebouw, in 1999 opgegraven, werd een groot aantal graven onder de vloer gevonden. … Eén graf was dat van een baby met armbanden en enkelbanden. Andere baby’s waren begraven in manden van bepaalde soorten wilde grassen.

In Level VIII of this building excavated in 1999, a large number of burials were found beneath the floor.

Hodder 1999 (archiefrapport) · vertaling Kennisatlas uit het Engels

De doden werden dus niet ver weg begraven, maar onder de vloer van het huis waar de levenden woonden. Hoe de bewoners dat zelf zagen, weten we niet.

Leefden de mensen van Çatalhöyük als gelijken? UNESCO schrijft dat de huizen overal in het dorp ongeveer even groot zijn, en ziet daarin een vroege vorm van woonplaats gebaseerd op gemeenschap en gelijkheid (UNESCO, Çatalhöyük). Ook tussen mannen en vrouwen ziet Hodder geen grote verschillen: volgens hem is er geen sprake van een samenleving waarin mannen of vrouwen de baas waren, en het botonderzoek van mannen en vrouwen toont geen verschil in wat ze aten (Hodder 2005). Een later onderzoek komt tot hetzelfde besluit: mannen en vrouwen die in Çatalhöyük begraven zijn, aten in grote lijnen hetzelfde. Leeftijd was volgens die onderzoekers waarschijnlijk belangrijker dan of je man of vrouw was. Ongeveer 90 procent van de onderzochte mensen kwam van de Konya-vlakte zelf (Pearson e.a. 2021).

Dat zijn sterke aanwijzingen, maar het blijven interpretaties. Hetzelfde eten betekent nog niet dezelfde rechten of hetzelfde aanzien, en het grootste deel van het dorp is nooit opgegraven (Hodder 2005). Op.stap formuleert het daarom terecht voorzichtig: de resten ‘doen vermoeden’ dat er sociale gelijkheid was, ook tussen man en vrouw (KOV Op.stap 1.3).

Uitbreiding Een huis in Çatalhöyük

Het opgravingsverslag van 1999 beschrijft verschillende huizen. Een korte rondgang, in de woorden van Ian Hodder (Hodder 1999 (archiefrapport)).

In één huis lag de vloer niet overal even hoog. Er waren verhoogde platformen, en op de verschillende platformen gebeurden volgens de opgraver verschillende dingen. In een hoek was het ‘vuile’ deel van het huis:

Historische bron

Het onderste deel van de vloer in de zuidoostelijke hoek was het vuile deel van het huis, met een haard en veegafval. Maar boven een haard in dit deel stond een kleifiguur, een van de grootste die we in Çatalhöyük gevonden hebben. … Een zone met rode schildering en een verhoogde rand liep rond het onderste deel van de gepleisterde muur.

The lower part of the floor in the southeast corner was the dirty part of the house, with hearth and floor sweepings. But placed above a hearth in this area was a clay figure, one of the largest we have found at Çatalhöyük.

Hodder 1999 (archiefrapport) · vertaling Kennisatlas uit het Engels

In een ander gebouw zagen de archeologen dit:

Historische bron

Het witte pleisterplatform in het noordwesten is omgeven door rode verf en er zijn graven in uitgegraven. Er lagen ook gevallen bucrania (de schedels en hoorns van grote wilde stieren) en twee menselijke schedels op de vloer van dit gebouw.

The white plaster platform to the northwest is surrounded by red paint and has burials dug into it. There were also fallen bucrania (the skulls and horns of large wild bulls) and two human skulls on the floor of this building.

Hodder 1999 (archiefrapport) · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Wat valt op? Er was een haard en er werd geveegd, maar er werd ook geschilderd en begraven, allemaal in hetzelfde huis. En de hoorns van wilde stieren hadden een plaats in huis, ook al hielden de mensen al schapen. Wat die stierenschedels en de kleifiguur voor de bewoners betekenden, laat het verslag open. Een gebouw dat vroeger ‘Shrine 10’ (heiligdom 10) genoemd werd, heet in dit verslag gewoon Building 17, een huis.

Wat we weten en wat onzeker is

  • Zeker: dat de menselijke evolutie in Afrika begon, dat vroege mensen al miljoenen jaren geleden rechtop liepen en stenen werktuigen maakten, dat er al minstens 790.000 jaar haarden zijn, dat er houten speren bij geslachte paarden lagen in Schöningen, dat er in Chauvet, Lascaux, Spanje en Sulawesi grotschilderingen zijn van tienduizenden jaren oud, dat de Flores-mens op een eiland leefde, dat de oudste resten van Homo sapiens uit Afrika komen, dat in de grotten van de Maasvallei Neanderthalers gevonden zijn, en dat Çatalhöyük een groot dorp van boeren was. Dat zijn gegevens uit vondsten, museumrecords en opgravingsverslagen.
  • Bijgesteld en nog in beweging: bijna alle dateringen. De speren van Schöningen gingen van 400.000 naar ongeveer 200.000 jaar; de Neanderthalers van Spy bleken veel ouder dan de eerste metingen; voor Chauvet geven het Franse ministerie en UNESCO verschillende getallen. De bronnen spreken vaak van minimumleeftijden en bandbreedtes.
  • Interpretatie, geen bewezen feit: wat de eerste mensen met het vuur deden (warmte, bescherming, koken, samenzijn), dat Schöningen op systematisch of gemeenschappelijk jagen wijst, waarom de Flores-mens klein was, wat de grotschilderingen betekenden, en of er in Çatalhöyük gelijkheid was tussen mensen en tussen mannen en vrouwen. Bij elk van die punten staat in de tekst wie de uitleg geeft.
  • Alleen als vergelijking: wat we weten over jager-verzamelaars van onze tijd of van de recente geschiedenis (groepsgrootte, verhalen rond het vuur, vuur bij de jacht). Dat zegt iets over mensen, maar bewijst niets over de prehistorie.
  • Nog niet beantwoord in dit artikel: hoe groot de groepen van de eerste mensen waren, hoe en wanneer ze vuur leerden maken, hoe ze elkaar werktuigen leerden maken, wanneer mensen begonnen te spreken, hoe oud de schilderingen van Lascaux zijn, wat de Neanderthalers in de Maasvallei aten, of zij en Homo sapiens in onze streken samen leefden, en hoe het jaar van de boeren in Çatalhöyük verliep. Ook werktuigen van brons en ijzer, die veel later komen, vallen buiten dit artikel.

Kaarten

  • Wereldkaart met pijlen die de verspreiding van Homo sapiens vanuit Afrika naar de andere continenten tonen, met getallen in duizenden jaren geleden.

    Early migrations (peopling of the world, recent out of Africa and Upper Paleolithic) · Dbachmann (Wikimedia Commons-gebruiker; echte naam en sterfjaar niet vastgesteld, maker leeft vermoedelijk nog), 2018

    Schematische kaart van de verspreiding van Homo sapiens vanuit Afrika, met jaartallen in duizenden jaren geleden.

    Alleen LINKEN en niet gebruiken als hoofdbeeld. Een vrijwilligerskaart zonder bronvermelding per pijl en de jaartallen komen niet uit een bron die ik heb kunnen controleren; de Smithsonian geeft zelf uiteenlopende datums (100.000 tot 60.000 jaar). Voor het artikel liever een eigen exact_diagram (zie beelden.json, briefing 'prehistorie-uit-afrika-schema'). De kaart is wel vrij te hergebruiken (CC BY-SA 4.0, bronvermelding en dezelfde licentie verplicht) als de coordinator ze toch wil opnemen.

    Grote versie · Bekijk bij de bron · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

  • Wereldkaart met dikke pijlen en veel Engelse tekstvakken over de verspreiding van Homo sapiens en populatiegenetica.

    Migration routes of modern humans (2023) · Jayasinghe Sevan (Commons-gebruiker Jayasinghe23), 2023

    Kaart van de verspreiding van Homo sapiens, gebaseerd op archeogenetische gegevens.

    AFGEKEURD voor het artikel: het beeld is gemaakt door een particulier op basis van niet gespecificeerde publicaties, is overladen met Engelstalige populatiegenetica (Anatolian HG, AASI/SAHG, CHG ...) en niet bruikbaar voor het basisonderwijs. Alleen vermeld zodat niemand het opnieuw hoeft te beoordelen.

    Grote versie · Bekijk bij de bron · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Verbanden

  • Overzicht periode-prehistorienog niet geschrevenPlaatst de eerste mensen in de periode die we de prehistorie noemen.
  • Voortwerking MesopotamiëNa de eerste landbouwdorpen zoals Çatalhöyük ontstonden in Mesopotamië steden met irrigatie en schrift.
  • Begrip Bron en bewijsOver de prehistorie zijn er geen geschreven bronnen; alles wat we weten komt uit vondsten, en dateringen worden bijgesteld.
  • Verdieping Wat doen paleontologen, archeologen en historici?Paleontologen en archeologen halen uit botten, voetsporen, werktuigen en schilderingen wat we over de eerste mensen weten.
  • Begrip Tijd en chronologieDe prehistorie rekent in duizenden en miljoenen jaren geleden; pas bij Çatalhöyük gebruiken we jaartallen voor onze tijdrekening.
  • Verwijst hierheen Wat doen paleontologen, archeologen en historici?Verdieping vanuit dat artikel: De Neanderthalers van Engis en Spy, en de datering ervan.
  • Verwijst hierheen Soorten bronnenVerdieping vanuit dat artikel: De schedel van Engis, de werktuigen van Olduvai en de grotschilderingen van Chauvet en Lascaux zijn daar uitgewerkt.
  • Verwijst hierheen Het oude EgypteVoorgeschiedenis vanuit dat artikel: Bij grotschilderingen weten we niet zeker wat de makers bedoelden; bij de Egyptenaren helpt het schrift ons, sinds het weer gelezen kan worden.
  • Verwijst hierheen Tijd en chronologieVerdieping vanuit dat artikel: De grotschilderingen van Lascaux en hun ontdekking.

Bronnen en verdieping

Historische bronnen

  1. Smithsonian Human Origins Program (2026). Laetoli Footprint Trails.Vondstrecord; latere studies over het aantal personen zijn niet gebruikt. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Smithsonian Human Origins Program (2026). AL 288-1 (Lucy), Australopithecus afarensis.Tentoonstellingsrecord van het Smithsonian; het origineel wordt elders bewaard. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. Smithsonian Human Origins Program (2026). KNM-WT 15000 ('Turkana Boy'), Homo erectus.Fossielrecord van het skelet van een Homo erectus-jongen uit West-Turkana (Kenia), ca. 1,6 miljoen jaar oud; lichaamsbouw, hersenvolume en werktuigen van zijn soort. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Smithsonian Human Origins Program (2026). Fire-Altered Stone Tools (Gesher Benot Ya'aqov, Israel).Objectrecord van verbrande vuurstenen uit Gesher Benot Ya'aqov (Israël), ca. 790.000 jaar oud, met verbrande zaden en hout ernaast. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. Francesco Berna, Paul Goldberg, Liora Kolska Horwitz, James Brink, Sharon Holt, Marion Bamford, Michael Chazan (2012). Microstratigraphic evidence of in situ fire in the Acheulean strata of Wonderwerk Cave, Northern Cape province, South Africa. doi:10.1073/pnas.1117620109.Alleen de samenvatting gelezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  6. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Oldest Wooden Spear (Schoningen).De datering op deze pagina (ongeveer 400.000 jaar) is herzien; zie Hutson e.a. 2025. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  7. Hartmut Thieme (1997). Lower Palaeolithic hunting spears from Germany. doi:10.1038/385807a0.Samenvatting; de datering uit 1997 is herzien. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  8. Smithsonian Human Origins Program (2026). Olduvai Chopper (Early Stone Age Tools).Objectrecord van een Oldowan-werktuig uit Olduvai Gorge (Tanzania), ca. 1,8 miljoen jaar oud; het oudste door mensen gemaakte voorwerp in de Smithsonian-collectie. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  9. Louis S. B. Leakey (veldcollectie, 1931) (2026). The Olduvai stone chopping tool (chopping tool; basalt; Oldowan), museumnummer 1934,1214.1.Museumrecord; geeft geen ouderdom voor dit exemplaar. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  10. Smithsonian Human Origins Program (2026). Ancient Pigments (Twin Rivers, Zambia).Objectrecord van een stuk hematiet-pigment uit Twin Rivers (Zambia), ca. 250.000 jaar oud, gebruikt 'like a chunky crayon'. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  11. Carole Fritz, Gilles Tosello (2026). Chauvet-Pont d'Arc cave: Panel of Positive Hand Prints.Officiële beschrijving van een hoofdpaneel in de grot van Chauvet: ca. 50 figuren op 5 m, vijf diersoorten, positieve en negatieve handen, rode stippen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  12. Carole Fritz, Gilles Tosello (2026). Chauvet-Pont d'Arc cave: Panel of Negative Hand Prints.Officiële beschrijving van het paneel met drie negatieve handen, drie paarden, een mammoet en rode stippen; een hand ligt over de mammoettekening. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  13. Ministère de la Culture, Centre national de Préhistoire (2026). Chauvet-Pont d'Arc cave: Panel of the Horses.Officiële beschrijving van het Paardenpaneel in Chauvet: 21 figuren, vooral zwarte tekeningen, twee gravures op 2,5 m hoogte. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  14. Ministère de la Culture, Centre national de Préhistoire (2026). Lascaux: the discovery (1940).Officieel verslag van de ontdekking van de grot van Lascaux in 1940 door vier jongens uit Montignac. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  15. Ministère de la Culture, Centre national de Préhistoire (2026). Lascaux: raw materials (pigments).Wat de schilders van Lascaux als kleurstoffen gebruikten: rood (hematiet), geel, bruin en zwart (mangaanoxide), een beperkt kleurenpalet, geen organische kleurstoffen aangetroffen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  16. A. W. G. Pike, D. L. Hoffmann, M. García-Diez, P. B. Pettitt, J. Alcolea, R. De Balbín, C. González-Sainz, C. de las Heras, J. A. Lasheras, R. Montes, J. Zilhão (2012). U-series dating of Paleolithic art in 11 caves in Spain. doi:10.1126/science.1219957.Alleen de samenvatting gelezen; minimumleeftijden. (betaald, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  17. M. Aubert, A. Brumm, M. Ramli, T. Sutikna, E. W. Saptomo, B. Hakim, M. J. Morwood, G. D. van den Bergh, L. Kinsley, A. Dosseto (2014). Pleistocene cave art from Sulawesi, Indonesia. doi:10.1038/nature13422.Alleen de samenvatting gelezen; minimumleeftijden. (betaald, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  18. Smithsonian Human Origins Program (2026). LB-1, Homo floresiensis (Liang Bua, Flores).Fossielrecord van het skelet LB-1 van Homo floresiensis (Flores, 2003): ruim 1 m groot, hersenen van ca. 400 cm3. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  19. P. Brown, T. Sutikna, M. J. Morwood, R. P. Soejono, Jatmiko, E. Wayhu Saptomo, R. Awe Due (2004). A new small-bodied hominin from the Late Pleistocene of Flores, Indonesia. doi:10.1038/nature02999.Alleen de samenvatting gelezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  20. J.-J. Hublin, A. Ben-Ncer, S. E. Bailey, e.a. (2017). New fossils from Jebel Irhoud, Morocco and the pan-African origin of Homo sapiens. doi:10.1038/nature22336.Alleen de samenvatting gelezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  21. Philippe-Charles Schmerling (1833). Recherches sur les ossemens fossiles découverts dans les cavernes de la province de Liège, tome premier.Tome I, p. 59–66 (grot van Engis, menselijke beenderen). Gelezen in de OCR-tekst van archive.org; Schmerling overleed in 1836, de tekst is publiek domein. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  22. Smithsonian Human Origins Program (2026). Engis 2 (Awirs Cave, Engis, Belgium), Homo neanderthalensis.Fossielrecord van de Neanderthalerschedel van een kind uit Engis (Maasvallei, 1829, Schmerling): 'First Neanderthal ever found'. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  23. Ian Hodder (1999). Çatalhöyük 1999 Archive Report: Introduction (Ian Hodder).Opgravingsverslag van het Çatalhöyük Research Project: begravingen onder de vloer, rode wandschildering, platformen en haarden in een huis, bucrania en schedels in Building 3. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Geraadpleegde literatuur

  1. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Introduction to Human Evolution.Menselijke evolutie begon in Afrika; eerste migratie uit Afrika naar Azie 2-1,8 miljoen jaar geleden, Europa 1,5-1 miljoen; Australie binnen de laatste 60.000 jaar; de meeste vroege soorten hebben geen nakomelingen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Human Fossils (evidence).Homo sapiens is de enige overlevende soort in de menselijke stamboom. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Unstable environments favored flexibility.Ook voor de Olorgesailie-projectpagina in de Oost-Afrikaanse Riftvallei. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Walking Upright.Voordelen van rechtop lopen: handen vrij om voedsel, werktuigen of baby's te dragen, laaghangend fruit, groot overkomen, open land doorkruisen; oudste bewijs ca. 6 miljoen jaar geleden. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Australopithecus afarensis.Vindplaatsen Hadar en Dikika (Ethiopie) en Laetoli (Tanzania), met de oudste gedocumenteerde sporen van rechtop lopen; leefde in bomen en op de grond. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  6. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Social Life.Delen van voedsel en bronnen versterkt sociale banden; verzamelen rond haarden om voedsel en informatie te delen; kinderen leren. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  7. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Hearths & Shelters.Oudste haarden minstens 790.000 jaar; koken (voedsel verteerbaarder, giftige planten onschadelijk); samenkomen rond haarden om te eten en te praten. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  8. Andrew C. Sorensen, Emmanuel Claud, Marie Soressi (2018). Neandertal fire-making technology inferred from microwear analysis. doi:10.1038/s41598-018-28342-9.Alleen de samenvatting gelezen; interpretatie van de auteurs. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  9. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Homo erectus.Homo erectus: eerste soort buiten Afrika; haarden voor koken, sociaal samenzijn, warmte en roofdieren op afstand houden; handbijlen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  10. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Tools & Food.Hamerstenen en afslagen in Oost-Afrika; werktuigen ook van been, ivoor of gewei; houten speren; jagen op groot wild was gevaarlijk. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  11. Jarod M. Hutson, Frank Bittmann, Petra Fischer, Alejandro García-Moreno, Sabine Gaudzinski-Windheuser, e.a. (2025). Revised age for Schöningen hunting spears indicates intensification of Neanderthal cooperative behavior around 200,000 years ago. doi:10.1126/sciadv.adv0752.Alleen de samenvatting gelezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  12. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Stone Tools.Oudste steentechniek minstens 2,6 miljoen jaar geleden (Oldowan: hamerstenen, kernen, scherpe afslagen); handbijlen vanaf ca. 1,76 miljoen jaar; punten voor speren, priemen, schrapers. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  13. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Bone Awls (Blombos Cave).Beenderen priemen uit de Blombosgrot (Zuid-Afrika), ca. 77.000 jaar oud, gebruikt om gaten in kleding te steken. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  14. T. J. H. Morgan, N. T. Uomini, L. E. Rendell, L. Chouinard-Thuly, S. E. Street, H. M. Lewis, C. P. Cross, C. Evans, R. Kearney, I. de la Torre, A. Whiten, K. N. Laland (2015). Experimental evidence for the co-evolution of hominin tool-making teaching and language. doi:10.1038/ncomms7029.Experiment met hedendaagse volwassenen; alleen de samenvatting gelezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  15. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Language & Symbols.Wanneer mensen begonnen te spreken is onzeker (spraak laat geen fossiel na); kleur als symbool van groep; beelden rond 40.000 jaar geleden. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  16. UNESCO World Heritage Centre (2014). Decorated Cave of Pont d'Arc, known as Grotte Chauvet-Pont d'Arc, Ardèche (World Heritage List, 1426).Officiële omschrijving: meer dan 1000 tekeningen, vooral dieren (ook gevaarlijke soorten), Aurignacien; grot afgesloten door instorting ca. 20.000 jaar geleden, herontdekt in 1994. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  17. Ministère de la Culture (Frankrijk), archeologie.culture.gouv.fr (2026). Aurignacian cave art (Grotte Chauvet-Pont d'Arc).Dateringen (82 radiokoolstofdateringen), aantal dierenafbeeldingen, rode handen in positief en negatief, technieken. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  18. Ministère de la Culture (Frankrijk), archeologie.culture.gouv.fr (2026). Lascaux: The techniques.Pigmentblokken, water als bindmiddel, vuurstenen, wrijfstenen, penselen en wissers, stencils van huid, vaak de hand zelf. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  19. Ministère de la Culture (Frankrijk), archeologie.culture.gouv.fr (2026). Lascaux: Interpretations.Overzicht van verklaringen voor grotkunst (kunst om de kunst, jachtrituelen, vruchtbaarheid en totemisme, ruimtelijke orde, sjamanisme, kosmogonie), telkens als hypothese. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  20. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Homo floresiensis.Flores-mens: Liang Bua, Flores; ca. 106 cm; eilanddwerggroei als hypothese, anderen denken dat de voorouders al klein waren; stenen werktuigen, jacht op Stegodon. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  21. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). 'Hobbits' on Flores, Indonesia.Flores als Wallacea-eiland nooit met het vasteland verbonden; nieuwe datering (Sutikna e.a., Science 2016): Homo floresiensis uitgestorven ca. 50.000 jaar geleden, rond de komst van Homo sapiens in de regio. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  22. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Homo sapiens.Homo sapiens ontstond ca. 300.000 jaar geleden in Afrika; jagen en verzamelen; gespecialiseerde werktuigen; vuur, onderkomens; kunst en symbolen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  23. Smithsonian Institution, Human Origins Program (National Museum of Natural History) (2026). Homo neanderthalensis.Neanderthalers: 400.000-40.000 jaar geleden in Europa en west- tot centraal-Azie; nauwste uitgestorven verwant; gemeenschappelijke voorouder 700.000-300.000 jaar geleden; Mousterien-werktuigen, speren, kleding, vuur. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  24. UNESCO World Heritage Centre, voorlopige lijst; ingediend door België/Wallonië (2026). Les sites néandertaliens de Wallonie (voorlopige lijst werelderfgoed, nr. 6398).Voorlopige lijst van het werelderfgoed, Franstalig. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  25. Thibaut Devièse, Grégory Abrams, Mateja Hajdinjak, Stéphane Pirson, Isabelle De Groote, Kévin Di Modica, Michel Toussaint, Valentin Fischer, Dan Comeskey, Luke Spindler, Matthias Meyer, Patrick Semal, Tom Higham (2021). Reevaluating the timing of Neanderthal disappearance in Northwest Europe. doi:10.1073/pnas.2022466118.Neanderthalerresten uit Belgische grotten (Spy, Engis, Fonds-de-Forêt) opnieuw gedateerd: verdwijnen uit Noordwest-Europa 44.200-40.600 jaar geleden; negen Belgische grotten; Spy-opgraving 1885-1886. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  26. UNESCO World Heritage Centre (2012). Neolithic Site of Çatalhöyük (World Heritage List, 1405).Officiële omschrijving: 18 Neolithische bewoningslagen 7400-6200 v.o.t.; aanpassing aan sedentair leven en landbouw; huizen rug aan rug met toegang via het dak; vergelijkbare woninggrootte als uiting van gemeenschaps- en gelijkheidsprincipes. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  27. Ian Hodder (2005). Women and Men at Çatalhöyük.De leider van de opgravingen: geen patriarchaat of matriarchaat; isotopen tonen geen voedingsverschil; ca. 8000 inwoners; slechts ca. 4 procent opgegraven. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  28. Jessica Pearson, Angela Lamb, Jane Evans (2021). Multi-isotope evidence of diet (carbon and nitrogen) and mobility (strontium) at Neolithic Çatalhöyük (hoofdstuk 11 in: Peopling the Landscape of Çatalhöyük. Reports from the 2009-2017 seasons). London: British Institute at Ankara. ISBN 978-1-912090-75-4.Isotopenonderzoek aan mensen en dieren van Çatalhöyük: mannen en vrouwen aten hetzelfde; leeftijd bepaalt meer dan geslacht; ca. 90 procent van de onderzochte volwassenen komt uit de vlakte van Konya; schapen, geiten, runderen en wilde dieren. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  29. Kim R. Hill, Robert S. Walker, Miran Bozicevic, James Eder, Thomas Headland, Barry Hewlett, A. Magdalena Hurtado, Frank Marlowe, Polly Wiessner, Brian Wood (2011). Co-residence patterns in hunter-gatherer societies show unique human social structure. doi:10.1126/science.1199071.Hedendaagse jager-verzamelaars; alleen als vergelijking gebruikt, alleen de samenvatting gelezen. (betaald, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  30. Polly W. Wiessner (2014). Embers of society: Firelight talk among the Ju/'hoansi Bushmen. doi:10.1073/pnas.1404212111.Hedendaagse Ju/’hoan; alleen als vergelijking gebruikt, alleen de samenvatting gelezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  31. Elliot Dewerte, Philippe Crombe (2019). The ethnography of prehistoric forest fires.Etnografie van recente en historische jager-verzamelaars; alleen als vergelijking gebruikt. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  32. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Toelichting bij de doelen over de prehistorie (kleine groep, vuur, werktuigen, grotschilderingen, Çatalhöyük). (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens

Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.

Doelen

Op.stap

  • 5.1.GK2.1 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: kleine groep (stam), vuur.De groepsgrootte van de eerste mensen en het woord ‘stam’ zijn niet gebronnen; groepsgrootte en verhalen rond het vuur staan alleen als vergelijking met hedendaagse jager-verzamelaars (Leerkracht-kader). Wat vuur deed, is als ‘waarschijnlijk’ geformuleerd.
  • 5.1.GK2.2 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: jagen, voedsel verzamelen.Dat samenwerken het verzamelen of jagen ‘efficiënter’ maakte, is niet gebronnen; samen jagen alleen via de interpretatie van Schöningen (Neanderthalers, ca. 200.000 jaar).
  • 5.1.GK2.3 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: het gebruik van vuur.Hoe de eerste mensen vuur maakten en die kennis doorgaven, is niet gebronnen; vuur om prooien op te jagen alleen etnografisch; ‘vlees makkelijker te kauwen’ niet gebronnen (wel ‘beter verteerbaar’).
  • 5.1.GK2.4 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: werktuigen van steen en been gebruiken.Het geleidelijke proces van uitproberen over generaties staat alleen als leerplanuitgangspunt (Leerkracht-kader), zonder eigen bron; naalden van been zijn niet gebronnen.
  • 5.1.GK2.5 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: werktuigen van steen en been leren maken.Dat prehistorische mensen elkaar technieken aanleerden, is niet uit vondsten af te leiden; het artikel geeft alleen een experiment met hedendaagse volwassenen als hypothese.
  • 5.1.GK2.6 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: grotschilderingenDe vermoedens dat handafdrukken een verblijfplaats of groepslidmaatschap markeerden of aan gebeurtenissen herinnerden, zijn niet gebronnen; de ouderdom van Lascaux ontbreekt; hoe een handstencil precies gemaakt werd, is niet beschreven.
  • 5.1.GL1.1 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: Afrika (rift-vallei), rechtop lopen, relaties tussen mens-dier-plant, taal.De Riftvallei staat als onderzoeksgebied, niet als enige wieg; ‘beter overzicht’ als voordeel van rechtop lopen en het verband tussen rechtop lopen en later werktuigen maken zijn niet gebronnen; wanneer mensen begonnen te spreken, is onbekend.
  • 5.1.GL1.2 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur omgingen en samenleefden: de eerste migraties, Flores.
  • 5.1.GL1.3 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur omgingen en samenleefden: de eerste migraties, Sapiens.Het contrast ‘aanpassing door kennis in plaats van lichaamsbouw’ en kledij aangepast aan de omgeving zijn niet als zodanig gebronnen; recentere dateringen voor Australië zijn niet gelezen.
  • 5.1.GL1.4 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur omgingen en samenleefden: Maasvallei (Neanderthalers), relaties tussen mens-dier-plant.Wat Neanderthalers in de Maasvallei aten en hoe ze met planten en dieren omgingen, is niet gebronnen (alleen de dierresten in de grotten); of Neanderthalers en Homo sapiens in onze streken samen leefden, blijft open; verschillen in dagelijks leven met Sapiens zijn niet uitgewerkt. Verder in: Wat doen paleontologen, archeologen en historici?.
  • 5.1.GL1.5 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: Çatalhöyük, relaties tussen mens-dier-plant, leven op het ritme van dag/nacht/seizoenen.Het leven op het ritme van dag, nacht en seizoenen in Çatalhöyük is niet gebronnen; het artikel geeft alleen de uitleg van de term en één afleiding uit een opgravingsverslag (babymanden, lente). Hoe kuddes gehoed en beschermd werden, ontbreekt. Verder in: Mesopotamië.
  • 5.1.GL1.6 1ste leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: Çatalhöyük, complexere sociale groepen, omgang met anderen.Sociale gelijkheid staat als interpretatie met voorbehoud (slechts een klein deel opgegraven; zelfde voeding is niet hetzelfde als gelijke status).

Minimumdoelen

  • 5.1.1 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur omgingen en samenleefden.
  • 5.1.1 derde kleuterklasDe kleuters weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden.

Over dit artikel

Geschreven
3 november 2026
Laatst gewijzigd
3 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie