Werkwijze · Geschiedenis
Wat doen paleontologen, archeologen en historici?
Drie beroepen die elk op een eigen manier antwoorden op de vraag ‘hoe weten we dat?’, met voorbeelden uit België, van de iguanodons van Bernissart tot de schrijfplankjes van Tongeren.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
Hoe weten we hoe mensen in de prehistorie leefden? Hoe weten we wat Romeinen aten, of hoe het leven in een middeleeuwse stad eruitzag? Op.stap stelt zulke vragen in elk leerjaar, en antwoordt telkens met sporen: grafgiften en afval op plaatsen waar mensen leefden, fossiele voetstappen en skeletten, de resten in Pompeï, historische gebouwen, kronieken en handelsovereenkomsten (KOV Op.stap 1.3). Wie die sporen zoekt en leest, zijn paleontologen, archeologen en historici.
Op.stap vraagt ook dat je dit doel niet apart behandelt. Telkens als je in de klas iets over het verleden vertelt, breng je ter sprake hoe we dat weten (KOV Op.stap 1.3). Dit artikel geeft daarvoor voorbeelden uit België. Wat een bron is, staat in het artikel over bron en bewijs.
Drie beroepen, drie soorten sporen
Een korte, officiële omschrijving van de drie beroepen hebben we bij geen enkele instelling gevonden. Daarom gebruiken we in dit artikel een werkafspraak, die volgt uit de voorbeelden verderop:
- Paleontologen onderzoeken fossielen: resten van planten en dieren, ook van lang uitgestorven dieren, en van de oudste mensachtigen.
- Archeologen onderzoeken wat mensen in de grond en in gebouwen hebben achtergelaten: voorwerpen, afval, graven, muren, grachten.
- Historici onderzoeken vooral geschreven bronnen: brieven, kronieken, rekeningen, wetten, archieven.
De grenzen zijn niet scherp. Bij de Neanderthalers van Spy werken paleontologen en archeologen samen, bij de schrijfplankjes van Tongeren archeologen en kenners van Latijnse teksten. Alle drie stellen ze dezelfde vragen over een bron: hoe, waarom, wanneer en waar werd ze gemaakt?
Een werkafspraak, geen definitie: geen extra leerlingdoel
De drie omschrijvingen hierboven zijn een samenvatting van wat de voorbeelden in dit artikel tonen, geen citaat. Beroepensites op het internet geven vergelijkbare omschrijvingen, maar die zijn niet als bron gebruikt. Voor de klas volstaat: wie werkt met fossielen, wie met wat mensen achterlieten, wie met wat mensen opschreven.
De paleontoloog
De iguanodons van Bernissart
Eind maart 1878 stootten mijnwerkers in de steenkoolmijn van Bernissart, op 322 meter diepte, op beenderen. Het bleken de skeletten van iguanodons te zijn: volgens het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) ongeveer dertig vrij volledige skeletten (KBIN, Bernissart in het kort). Op 12 april 1878 stuurde ingenieur Gustave Arnould een telegram naar museumdirecteur Edouard Dupont, dat volgens het KBIN luidde: ‘Belangrijke ontdekking beenderen in breuk steenkolenmijn Bernissart’ (KBIN, Bernissart mijlpaal).
Het werk begon meteen, en het was niet eenvoudig. Op 13 april daalden onder meer Louis-François De Pauw en Arnould af. Ze legden een poot vrij, maar boven de grond vielen de beenderen snel uiteen. De Pauw verklaarde dat door pyriet, een mineraal in de beenderen dat aangetast wordt als het met lucht in contact komt. Op 18 april vertrokken de eerste elf kisten naar Brussel (KBIN, Bernissart mijlpaal). De skeletten werden in gipsblokken opgegraven; in Brussel haalden technici van het museum het gesteente en het pyriet weg (KBIN, Bernissart in het kort). Tussen 1878 en 1881 werden zo ongeveer dertig skeletten bovengehaald (KBIN, Bernissart mijlpaal).
Wat leert zo’n vondst? Naast de iguanodons vonden de onderzoekers vissen, schildpadden, krokodillen en varens. Daaruit besluit het KBIN dat Bernissart toen een warm moerasgebied was (KBIN, Bernissart in het kort). Dat is typisch voor het werk van een paleontoloog: uit de resten van planten en dieren een landschap afleiden dat er niet meer is. Het KBIN noemt fossielen ‘de enige manier om ecosystemen van lang vervlogen tijden te reconstrueren’. Zijn paleontologische collecties tellen meer dan drie miljoen fossielen, die onderzoekers kunnen raadplegen (KBIN, collecties paleontologie).
Een opstelling die herzien werd
Louis Dollo leidde in 1882 de eerste opstelling van een skelet en was ervan overtuigd dat het dier op twee poten liep. In 1980 toonde David Norman aan dat de ruggengraat veel meer horizontaal lag. Zo rechtop als in de eerste opstelling stond de iguanodon dus niet (KBIN, Bernissart in het kort).
De archeoloog
Spy: mensen tussen uitgestorven dieren
In 1886 groeven Maximin Lohest en Marcel De Puydt in de grot van Spy de beenderen van twee volwassen Neanderthalers op. Volgens de website van het KBIN was dat de eerste keer dat zulke resten in een archeologische context gevonden werden: in lagen waarin ook resten lagen van uitgestorven dieren, zoals de mammoet en de wolharige neushoorn. De vondst speelde een sleutelrol in de aanvaarding van de menselijke evolutie (KBIN, Spy).
De ligging is hier het bewijs. Een halve eeuw eerder had de Luikse arts Philippe-Charles Schmerling in de grot van Engis al menselijke beenderen gevonden tussen botten van uitgestorven dieren. In zijn boek uit 1833 schreef hij welk besluit hij daaruit trok:
Historische bron
Ik ben uiteindelijk tot het besluit gekomen dat deze menselijke resten in dezelfde tijd in deze grotten begraven werden, en dus door dezelfde oorzaken die er een massa beenderen van verschillende uitgestorven soorten in hebben gebracht.
J'ai fini par conclure que ces restes humains ont été enfouis dans ces cavernes à la même époque, et par conséquent par les mêmes causes qui y ont entraîné une masse d'ossemens de différentes espèces éteintes.
Schmerling redeneert vanuit de ligging: wat samen in de grond ligt, kwam er volgens hem in dezelfde tijd terecht. Een vergelijkbare redenering zie je hieronder in Velzeke, met een munt in plaats van botten. Meer over Engis en Spy staat in het artikel over de eerste mensen.
Velzeke: een munt in de gracht
In Velzeke (Zottegem) ontdekte archeoloog Marc Rogge in 1976 de sporen van een Romeins legerkamp. Rond de versterking lagen drie brede spitsgrachten, met daarachter een aarden wal met een houten palissade. In de grachten vonden de archeologen onder meer een zilveren munt van Julius Caesar, geslagen in 48 v.o.t., de hals van een vroege wijnamfoor en Italisch tafelaardewerk. Een laag uit de tijd van de keizers Tiberius en Claudius bedekt de grachten (Meulemeester 2008).
Daaruit volgen twee eenvoudige redeneringen. Een munt uit 48 v.o.t. kan pas na 48 v.o.t. in de gracht gevallen zijn, dus de vulling is niet ouder. En de laag erboven toont dat de grachten in de tijd van Tiberius en Claudius al dicht lagen: toen was het kamp verlaten (Meulemeester 2008). Waarvoor het kamp precies diende, is volgens dezelfde bron nog niet beslist; er bestaan meerdere hypothesen. Meer staat in het artikel over de Romeinen.
Walraversijde: een verdwenen dorp
Bij Oostende lag in de late middeleeuwen het vissersdorp Walraversijde. Tussen 1992 en 1998 werd er opgegraven, en ook later volgden nog vondsten: een muntschat, een grafzone en een Romeinse dijk van 12 meter breed. Uit de grond kwamen onder meer wapens, Spaans aardewerk, kurken schoenzolen, eiken vaten uit Gdansk en een benen brillenkoker. Het agentschap Onroerend Erfgoed besluit dat het Vlaamse bodemarchief, alles wat nog in de grond zit, zeer rijk is, en dat elke opgraving nieuwe informatie oplevert (Onroerend Erfgoed, Walraversijde).
Zo’n lijst toont wat een archeoloog kan zeggen over het dagelijks leven, ook zonder één geschreven regel: wat de mensen droegen, waar hun vaten vandaan kwamen, waar ze hun doden begroeven. Het is geen stad, maar het antwoordt op dezelfde vraag die Op.stap stelt over het leven in een middeleeuwse stad.
Archeologie in Vlaanderen vandaag
Archeologen graven niet alleen waar ze zelf kiezen. Wie in Vlaanderen grote bouw- of verkavelingswerken plant, moet vaak een erkende archeoloog aanstellen voor een vooronderzoek. Die bepaalt wat de werken zouden betekenen voor het archeologisch erfgoed in de grond. Soms kan dat erfgoed blijven liggen; anders volgt een verder onderzoek of een opgraving vóór de bouw begint (Onroerend Erfgoed, archeologie en vergunningen).
Ook wie toevallig iets vindt, heeft een taak. Een archeologische vondst moet binnen drie dagen gemeld worden aan het agentschap Onroerend Erfgoed, en de vondst moet tot tien dagen erna bewaard en beschermd worden. ‘Een kleine munt of een grote pottenscherf kan wijzen op een archeologische site’, schrijft de Vlaamse overheid (Vlaanderen, vondst melden).
“Mag ik zelf gaan graven als ik iets in de tuin vind?”
Kort antwoord voor kinderen
Als je iets vindt wat heel oud lijkt, laat je het liggen en vertel je het aan een volwassene. Die meldt het aan Onroerend Erfgoed. Waar iets ligt, is voor een archeoloog even belangrijk als het voorwerp zelf.
Nuance voor de leerkracht
De meldplicht en de termijnen staan op de pagina van de Vlaamse overheid; ze kunnen wijzigen. Voor vondsten met een metaaldetector gelden aparte regels (Vlaanderen, vondst melden). Dat de vindplaats zelf informatie geeft, volgt uit de voorbeelden van Spy en Velzeke.
Hoe oud is het?
Dateren is een groot deel van het werk. Drie manieren komen in dit artikel voor.
- Lagen en vondsten. Wat in een laag ligt, kan niet ouder zijn dan het jongste voorwerp erin, en een laag erbovenop is jonger. Velzeke is het voorbeeld (Meulemeester 2008).
- Radiokoolstof. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) in Brussel heeft een laboratorium voor koolstofdatering. Het legt de methode uit met twee principes: radioactieve koolstof (14C) ontstaat in de atmosfeer en wordt door alle levende wezens opgenomen, en die radioactieve koolstof verdwijnt in een materiaal aan een vaste snelheid. Zo dateert het onder meer houtskool, textiel, hout, been, zaden en schelpen, tot een ouderdom van ongeveer 50.000 jaar (KIK-IRPA, radiokoolstoflab).
- Jaarringen. Dendrochronologie is de studie van de groeiringen in hout. Een handleiding van het agentschap Onroerend Erfgoed noemt ze ‘de meest precieze natuurwetenschappelijke dateringstechniek’, en archeologisch, historisch en bouwhistorisch onderzoek gebruikt de resultaten vaak (Haneca 2017, dendrochronologie).
Ook een datering kan herzien worden. Eerdere radiokoolstofdateringen van de Neanderthalers van Spy bleken volgens een onderzoek uit 2021 tot 10.000 jaar te jong. Met een methode die vervuiling beter verwijdert, besluiten de onderzoekers dat de Neanderthalers tussen 44.200 en 40.600 jaar geleden uit Noordwest-Europa verdwenen (Devièse e.a. 2021).
De historicus
Archieven
Het Rijksarchief noemt zich ‘ons collectief geheugen’. Het bewaart honderden kilometers papieren archief (418,6 kilometer volgens het jaarverslag 2025) en een grote hoeveelheid digitale bestanden: archieven van parochies, rechtbanken en gemeenten, van families en bedrijven, koloniale archieven uit Congo, kaarten, plannen en foto’s. Er zijn leeszalen in onder meer Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven, Namen en Luik (Rijksarchief).
Ook een bedrijf kan een archief nalaten. Het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen bewaart een bijna volledig bedrijfsarchief van een drukkersfamilie, vanaf 1555; site en archief zijn erkend als UNESCO-werelderfgoed (Museum Plantin-Moretus). Voor een historicus zijn zulke archieven wat de grond is voor een archeoloog: de plaats waar de sporen liggen.
Een tekst uitgeven en lezen
Een manuscript is een met de hand geschreven tekst. Van de tekst die Galbert van Brugge schreef over de moord op graaf Karel de Goede in 1127, bestaan meerdere handschriften. In 1891 gaf de historicus Henri Pirenne de Latijnse tekst uit, met een inleiding en noten in het Frans; in zijn uitgave verwijst hij naar verschillende handschriften, die hij met letters aanduidt, zoals A en V (Galbert, De multro (ed. Pirenne 1891)). Zo’n uitgave maken betekent: de handschriften naast elkaar leggen en tonen waar ze verschillen.
Galberts tekst is een kroniek: een verslag van gebeurtenissen in de volgorde waarin ze gebeurden. De historicus leest daarin ook wat de schrijver over zichzelf zegt. Galbert schrijft in zijn proloog:
Historische bron
Ik spreek de waarheid uit die open lag voor allen die met mij hetzelfde gevaar doorstonden, en ik vertrouw ze toe aan onze nakomelingen om ze te onthouden.
… veritatem … loquor, et eam posteris nostris memorandam commendo.
Galbert zelf was geen historicus in de betekenis van vandaag; hij was notaris en ooggetuige. Zijn tekst is de bron, het werk van Pirenne is het onderzoek. Hoe je zo’n tekst bevraagt, staat in het artikel over vragen stellen over een bron.
Samenwerken: de schrijfplankjes van Tongeren
In Tongeren werden houten schrijfplankjes gevonden, bedekt met een laagje bijenwas waarin met een stift geschreven werd. Een groot deel werd in de jaren 1930 opgegraven. De vochtige grond had het hout bewaard. Volgens de VRT dateren ze uit de 3de eeuw o.t. en zijn het de oudste in België (VRT NWS 2025). Lange tijd zag niemand dat het schrijfplankjes waren: de houtfragmenten werden eerst aangezien voor planken of bakjes (HeritageDaily 2026).
Pas veel later werden de krassen van de stift herkend en ontcijferd, met microscopen en geavanceerde fotografie. Dat werk duurde jaren (VRT NWS 2025). Kenners van Latijnse teksten uit Frankfurt en Mainz lazen de plankjes; op één ervan staat een datum die overeenkomt met 207 o.t. (HeritageDaily 2026). Het gaat om officiële stukken, in een cursief Latijns handschrift, onder meer over de gemeenteraad, religieuze plechtigheden en militaire diensten (VRT NWS 2025).
Hier zie je de drie beroepen in elkaar overlopen. Archeologen vonden en bewaarden het hout, specialisten herkenden de sporen van het schrift, en kenners van teksten lazen wat er stond. Wie meer wil weten, vindt de volledige studie gratis online (Hartoch 2025).
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: de vondsten en hun jaartallen zoals de instellingen ze geven: Bernissart (1878-1881), Spy (1886), Velzeke (1976), Walraversijde (1992-1998), en de werking van melden en vooronderzoek in Vlaanderen volgens de Vlaamse overheid. Schmerlings besluit staat in zijn eigen boek.
- Herzien en nog in beweging: de houding van de iguanodons en de ouderdom van de Neanderthalers van Spy. Wanneer de krassen op de Tongerse plankjes herkend werden, zeggen de nieuwsberichten verschillend; daarom staat hier geen jaartal.
- Niet gevonden of niet gelezen: een korte omschrijving van de drie beroepen door een instelling (de omschrijving hierboven is een werkafspraak), de halfwaardetijd van radiokoolstof en hoe jaarringen precies een jaartal geven. Over de Neanderthalers van Spy is van het onderzoek uit 2021 alleen de samenvatting gelezen. Schmerlings tekst is gelezen in een digitale tekst die nog niet tegen de gedrukte bladzijde gecontroleerd is.
- Elders uitgewerkt: de soorten bronnen en de woordenschat zoals manuscript, graffiti, ruïne en grafgiften staan in het artikel over soorten bronnen.
Verbanden
- Begrip Bron en bewijs
- Verdieping Vragen stellen over een bron
- Verdieping Soorten bronnen
- Verdieping De prehistorie: de eerste mensen
- Verdieping De Romeinen
- Begrip Tijd en chronologie
- Verwijst hierheen De prehistorie: de eerste mensen
- Verwijst hierheen Vragen stellen over een bron
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- Philippe-Charles Schmerling (1833). Recherches sur les ossemens fossiles découverts dans les cavernes de la province de Liège, tome premier.
- Galbert van Brugge (notaris), Henri Pirenne (uitgever, 1891) (1891). Histoire du meurtre de Charles le Bon, comte de Flandre (1127-1128) (Latijnse tekst van Galbert van Brugge, uitg. Henri Pirenne).
Geraadpleegde literatuur
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
- Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.
- Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) (2026). The Bernissart Iguanodons at a glance.
- Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) (2026). Bernissart: mijlpaal in de paleontologie.
- Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) (2026). Collecties paleontologie (KBIN).
- Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) (2026). Spy (website 'Neandertal', KBIN).
- Thibaut Devièse, Grégory Abrams, Mateja Hajdinjak, Stéphane Pirson, Isabelle De Groote, Kévin Di Modica, Michel Toussaint, Valentin Fischer, Dan Comeskey, Luke Spindler, Matthias Meyer, Patrick Semal, Tom Higham (2021). Reevaluating the timing of Neanderthal disappearance in Northwest Europe. doi:10.1073/pnas.2022466118.
- Jean-Luc Meulemeester (2008). Een Romeinse legerbasis in Velzeke. Vlaanderen. Kunsttijdschrift, jaargang 57.
- Agentschap Onroerend Erfgoed (Vlaamse overheid) (2026). Raversijde, of de kracht van het archeologisch bodemarchief.
- Vlaamse overheid (Onroerend Erfgoed) (2026). Een archeologische vondst melden.
- Agentschap Onroerend Erfgoed (Vlaamse overheid) (2026). Archeologie bij vergunningsaanvragen (voor vergunningverleners).
- Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA), Brussel (2026). Radiocarbon Dating Lab (KIK-IRPA).
- Agentschap Onroerend Erfgoed (Vlaamse overheid) (2017). Dendrochronologie en erfgoedonderzoek. Handleiding (Kristof Haneca).
- Rijksarchief / Archives de l'État (2026). Rijksarchief (Staatsarchief) in België.
- Museum Plantin-Moretus, Stad Antwerpen. Museum Plantin-Moretus.
- VRT NWS (2025). Unieke collectie Romeinse schrijftabletten uit Tongeren werpt nieuw licht op het dagelijks leven 2.000 jaar geleden.
- Mark Milligan (2026). Deciphering Roman writing tablets from Tongeren.
Verder lezen en kijken
- Else Hartoch (red.) (2025). The Writing Tablets of Roman Tongeren (Belgium) and Associated Wooden Finds. Turnhout: Brepols. ISBN 978-2-503-61687-2.
- Stad Zottegem. Archeocentrum Velzeke.
Doelen
Op.stap
- 5.2.GL1.3 1ste leerjaarDe leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.Er is geen instelling gevonden die de drie beroepen omschrijft; de omschrijving is een werkafspraak. Het voorbeeld van Op.stap over grafgiften (sieraden uit been, schelpen) en afval op kampplaatsen uit de prehistorie wordt hier niet uitgewerkt. Verder in: De prehistorie: de eerste mensen, Soorten bronnen.
- 5.2.GL2.3 2de leerjaarDe leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.De voorbeelden van Op.stap (fossiele voetstappen en skeletten om te weten dat mensen rechtop liepen; teruggevonden tekstfragmenten over hoe Grieken over de wereld dachten) worden hier niet uitgewerkt. Verder in: De prehistorie: de eerste mensen, De Griekse wereld.
- 5.2.GL3.3 3de leerjaarDe leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.Het voorbeeld van Op.stap (wat Romeinen aten, uit archeologische resten in Pompeï) staat niet in dit artikel. Over de Tongerse plankjes verschillen de nieuwsbronnen over het jaar van (her)ontdekking; daarom geen jaartal. Verder in: De Romeinen.
- 5.2.GL4.3 4de leerjaarDe leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.Walraversijde is een dorp, geen stad; historische gebouwen en handelsovereenkomsten uit een middeleeuwse stad zijn hier niet uitgewerkt. De werking van radiokoolstof (halfwaardetijd) en dendrochronologie wordt niet verder uitgelegd dan de gelezen instellingspagina’s. Graffiti en de andere richtinggevende woordenschat staan elders. Verder in: Europa in de middeleeuwen, Soorten bronnen, Vragen stellen over een bron.
Minimumdoelen
- 5.2.3 vierde leerjaarDe leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie