Onderwerp · Geschiedenis · ook: Wetenschap
De Griekse wereld
Goden op de Olympos, de stad Athene met haar burcht, de wetten van Solon, burgers en vrouwen, en drie denkers die nog altijd genoemd worden: Sokrates, Archimedes en Hippocrates.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
Met ‘de Griekse wereld’ bedoelen we de steden en landschappen in de oudheid waar mensen Grieks spraken, dezelfde goden vereerden en dezelfde verhalen vertelden. Het was geen land met één koning, maar een wereld van veel steden. Dit artikel volgt de onderwerpen die leerlingen in het tweede leerjaar tegenkomen: wat de Grieken over hun goden vertelden, hoe de stad Athene eruitzag met haar burcht, de Akropolis, wie er de macht had, wat Solon aan de wetten veranderde, wie burger was en wat vrouwen mochten, en drie mannen die nog altijd genoemd worden: Sokrates, Archimedes en Hippocrates.
We laten de Grieken zo vaak mogelijk zelf spreken: een dichter over het begin van de goden, een geschiedschrijver over de herkomst van die goden, de wetgever Solon in zijn eigen verzen, de staatsman Perikles in een rede, de leerling die Sokrates’ verdediging opschreef, en de eed van de Griekse artsen. Die passages staan in een apart kader. Het zijn Nederlandse vertalingen die de Kennisatlas maakte naar oude Engelse vertalingen, waarvan de vertalers al meer dan zeventig jaar overleden zijn. Eén passage is rechtstreeks uit het Latijn vertaald.
Twee dingen om vooraf te weten. Veel van wat we over vroege figuren als Solon en Archimedes weten, schreven Griekse en Romeinse auteurs pas veel later op, vaak met ‘naar men zegt’ erbij. En wat een redenaar of filosoof over zijn eigen stad zegt, is een mening, geen beschrijving van hoe het voor iedereen was. Waar dat speelt, staat het erbij.
Goden, mythen en de Olympos
Verhalen over goden
De Grieken vertelden veel verhalen over hun goden: hoe ze ontstonden, hoe ze met elkaar streden en hoe ze zich met de mensen bemoeiden. Zo’n verhaal heet een mythe. Alle mythen samen, en de kennis ervan, noemen we de mythologie. Leerlingen kennen al een verhaal uit een nog oudere samenleving: het Gilgamesj-epos uit Mesopotamië. Op.stap gebruikt dat als opstap naar de Griekse mythen (KOV Op.stap 1.3).
Een van de oudste Griekse verhalen over het begin van alles is een lang gedicht van Hesiodos, de Theogonie, over het ontstaan van de wereld en de goden. Het begint niet met mensen, maar met de wereld zelf:
Historische bron
Voorwaar, eerst ontstond Chaos, en daarna de breedgeborste Aarde, de altijd vaste grondvesten van alle onsterfelijken die de toppen van de besneeuwde Olympos bewonen, en de duistere Tartaros diep in de wijde Aarde, en Eros, de schoonste onder de onsterfelijke goden. … Toen de zalige goden hun werk hadden gedaan en met geweld hun strijd om de eerbewijzen met de Titanen hadden beslecht, drongen ze er, op raad van de Aarde, bij de ver-ziende Olympische Zeus op aan om koning te zijn en over hen te heersen. Zo verdeelde hij onder hen hun waardigheden.
Wat opvalt: de Aarde is hier zelf een godin, en even verder in het gedicht brengt de Aarde ‘de sterrenhemel’ voort (Hesiodos, Theog.). Delen van de natuur worden zo als goden voorgesteld. Op.stap zegt het zo: de Grieken verpersoonlijkten in hun goden de natuur en het leven in de natuur, zoals de seizoenen, de wind, de zee, de vruchtbaarheid van de aarde, geboren worden en sterven (KOV Op.stap 1.3). Het fragment laat ook zien dat er een rangorde was: Zeus wordt koning van de goden en verdeelt de taken.
Hoe oud zijn zulke verhalen? Daarover dacht de Griekse geschiedschrijver Herodotos al na. Hij schrijft dat de Grieken de verhalen over hun goden vooral kenden dankzij twee dichters, Homeros en Hesiodos:
Historische bron
Vanwaar elk van de goden afstamde, of ze allemaal altijd al bestonden, welke gedaante ze hadden: dat wisten de Grieken tot voor kort, zou je kunnen zeggen, niet. Want Homeros en Hesiodos waren de eersten die godenstambomen dichtten, de goden hun bijnamen gaven, hun taken en bezigheden verdeelden en hun gedaante beschreven; en ze leefden, denk ik, niet meer dan vierhonderd jaar vóór mij. … Wat ik over Homeros en Hesiodos zeg, is mijn eigen mening.
Herodotos zegt er zelf bij dat dit zijn eigen mening is, en de ‘vierhonderd jaar’ is zijn schatting. Dat maakt het fragment juist interessant: al in de oudheid vroegen mensen zich af waar hun verhalen vandaan kwamen, en ze wisten het niet zeker.
Uitbreiding De mythe van Prometheus, zoals Plato haar vertelt
Op.stap stelt voor om in de klas de mythe van Prometheus te bespreken, zoals ze verteld wordt in Plato’s dialoog Protagoras (KOV Op.stap 1.3). In die dialoog is het niet Sokrates die het verhaal vertelt, maar de leraar Protagoras, tegen Sokrates. Het is dus een mythe zoals Plato haar een van zijn personages laat vertellen. Andere Griekse dichters, zoals Hesiodos, vertellen het verhaal van Prometheus anders; die versie is voor dit artikel niet gelezen. De navertelling hieronder volgt de Engelse vertaling van Benjamin Jowett, die in 1893 overleed. De volledige tekst staat vrij online bij Project Gutenberg.
Eerst alleen goden. In het begin waren er alleen goden. Toen ook de sterfelijke wezens gemaakt moesten worden, vormden de goden hen diep in de aarde. Twee broers, Prometheus en Epimetheus, kregen de opdracht om hen hun eigenschappen te geven (Plato, Protagoras, 320c–d).
Historische bron
Er waren eens alleen goden, en geen sterfelijke wezens. Maar toen de tijd kwam dat ook deze geschapen zouden worden, vormden de goden hen uit aarde en vuur en verschillende mengsels van beide in het binnenste van de aarde; en toen ze hen aan het daglicht wilden brengen, droegen ze Prometheus en Epimetheus op hen toe te rusten en hun elk hun passende eigenschappen toe te delen.
Epimetheus verdeelt. Epimetheus begint. Het ene dier krijgt kracht maar geen snelheid, het andere snelheid. Sommige krijgen hoeven of een dikke vacht, andere vleugels of een hol onder de grond. Zo zorgt hij dat geen enkele soort uitsterft. Maar Epimetheus is niet erg wijs: hij heeft alles al aan de dieren uitgedeeld voor hij bij de mens komt (Plato, Protagoras, 320d–321c).
Prometheus steelt het vuur. Prometheus komt kijken en ziet dat de mens naakt is, zonder schoenen, zonder bed en zonder wapens. Om hem te redden, doet hij iets verbodens:
Historische bron
Prometheus, die niet wist hoe hij de mens kon redden, stal de kunstvaardigheid van Hephaistos en Athena, en het vuur erbij (ze waren zonder vuur niet te verwerven of te gebruiken), en gaf ze aan de mens.
De mensen leven verspreid. Nu kunnen de mensen veel. Ze bouwen altaren en beelden voor de goden, ze leren spreken, ze maken huizen en kleren en ze vinden voedsel. Maar ze wonen nog niet samen in steden. Wilde dieren doden hen, en als ze toch samenkomen, doen ze elkaar kwaad (Plato, Protagoras, 322a–b).
Zeus stuurt Hermes. Dan grijpt Zeus in:
Historische bron
Zeus vreesde dat het hele geslacht zou worden uitgeroeid, en zond Hermes tot hen met eerbied en recht, als de ordenende beginselen van steden en de banden van vriendschap en verzoening. … ‘Aan allen’, zei Zeus; ‘ik wil dat ze allen deel hebben; want steden kunnen niet bestaan als slechts enkelen deel hebben aan de deugden, zoals bij de kunsten.’
Hermes had gevraagd of hij eerbied en recht aan een paar mensen moest geven, zoals elk ambacht maar door enkelen gekend wordt, of aan iedereen. Zeus antwoordt: aan iedereen (Plato, Protagoras, 322c–d).
Om over te praten. Het verhaal legt uit waarom mensen vuur en kunstvaardigheid hebben, maar ook waarom ze regels nodig hebben om samen te leven. Dat sluit aan bij de rest van dit artikel: bij Solon, die wetten maakte voor de stad, en bij de vraag wie in een stad mee mocht beslissen.
“Bestonden die goden echt?”
Kort antwoord voor kinderen
De Grieken geloofden dat hun goden bestonden. Ze bouwden tempels voor hen en brachten offers. Vandaag geloven bijna geen mensen meer in Zeus of Athena, maar we kennen hun verhalen nog, omdat ze opgeschreven zijn.
Nuance voor de leerkracht
Houd geloof en geschiedenis uit elkaar: de vraag is niet of de goden bestonden, maar wat de Grieken geloofden en hoe we dat weten. Herodotos laat mooi zien dat ook een Griek al nadacht over waar de verhalen vandaan kwamen (Herodotos, Hist. 2, 2.53).
Waar de goden woonden
De Grieken geloofden dat hun goden op de berg Olympos woonden (KOV Op.stap 1.3). Hesiodos noemt de goden ‘de onsterfelijken die de toppen van de besneeuwde Olympos bewonen’ (zie het fragment hierboven). In de Odyssee, het lange gedicht over de omzwervingen van Odysseus dat aan Homeros wordt toegeschreven, keert de godin Athena na een bezoek bij de mensen terug naar huis:

Historische bron
Toen ze dit gezegd had, ging Athena weg naar de Olympos, waarvan ze zeggen dat het het eeuwige huis van de goden is. Daar beuken geen winden, en er valt noch regen noch sneeuw; het blijft er altijd zonnig, in een grote vredigheid van licht, waarin de zalige goden voor eeuwig en altijd worden verlicht.
Het gedicht beschrijft de Olympos als een plek waar het nooit stormt of regent. Dat is een droombeeld. De echte Olympos is een berg in Griekenland, de hoogste van het land. Zijn hoogste top, de Mytikas, is 2918 meter hoog (National Geographic, Olympos). Hesiodos spreekt juist van ‘besneeuwde’ toppen. De twee dichters zeggen dus niet hetzelfde: voor Hesiodos de besneeuwde toppen, voor de Odyssee een plek boven het weer.
Butler schrijft ‘Minerva’: geen extra leerlingdoel
De Engelse vertaler Samuel Butler (overleden 1902) gebruikt in zijn Odyssee Romeinse namen voor de goden, zoals Minerva voor Athena. In de Nederlandse weergave hierboven staat de Griekse naam. Dat de Romeinen de Griekse goden met eigen namen vereerden, kan een brug zijn naar het artikel over de Romeinen, maar wordt hier niet uitgewerkt.
Tempels, offers en feesten
Met religie bedoelen we wat mensen geloven over goden en hoe ze dat geloof samen beleven: in tempels, met offers, gebeden en feesten. Een overzicht van de Griekse religie hebben we voor dit artikel niet gelezen. Wel tonen de bronnen hoe het geloof een band was tussen Grieken die in verschillende steden woonden. Bij Herodotos zeggen de Atheners tegen gezanten uit Sparta waarom ze de andere Grieken niet in de steek zullen laten:
Historische bron
… en ten tweede is er de band van het Griekse volk, waardoor wij van één bloed en één taal zijn, met gemeenschappelijke tempels van de goden en gemeenschappelijke offers, en een levenswijze die voor allen dezelfde is; daaraan mogen de Atheners geen verraad plegen.
Dit is een toespraak die Herodotos de Atheners laat houden, in een tijd van oorlog met de Perzen. Het is dus hoe Atheners zichzelf wilden voorstellen, geen neutrale beschrijving. Toch vat het samen wat Op.stap ook zegt: de Grieken leefden niet in één staat, maar deelden dezelfde verhalen en het geloof in dezelfde goden (KOV Op.stap 1.3).
Religie was ook een zaak van de stad. Athena was de beschermgodin van Athene, en op de Akropolis lag haar grootste heiligdom (Griekse Ministerie van Cultuur, Akropolis). Bij haar verering hoorde een priesteres (Rotroff en Lamberton 2006, pdf-p. 20). Een Griekse arts zwoer zijn eed bij Apollo en andere goden (zie verderop), en Sokrates werd aangeklaagd omdat hij volgens zijn aanklagers ‘niet geloofde in de goden van de staat’ (zie bij Sokrates). Godsdienst zat dus in het hele leven, ook in de wetten en de rechtbank.
Athene en de Akropolis
Een stad tussen vele steden
Athene was een van de Griekse stadstaten (KOV Op.stap 1.3). Bij de stad hoorde een groter gebied, Attica. De geschiedschrijver Thucydides vertelt dat de bewoners van Attica vroeger in losse plaatsen woonden en later samen één stad vormden, met Athene als middelpunt. Hij schrijft die samenvoeging toe aan Theseus, een figuur uit de overlevering (Thucydides 2.2 (Crawley), 2.15). Dat is wat de Atheners zelf over hun begin vertelden, geen bewijs.
Wat de Atheners van hun stad vonden, staat in een beroemde rede. Thucydides schreef een geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog en laat daarin de leider Perikles spreken bij de begrafenis van gesneuvelde Atheners:
Historische bron
Kortom: als stad zijn wij de school van Hellas, en ik betwijfel of de wereld een man kan voortbrengen die, waar hij alleen op zichzelf is aangewezen, zo veel noodsituaties aankan en met zo’n gelukkige veelzijdigheid, als de Athener.
Hellas is de Griekse naam voor de Griekse wereld. Perikles noemt Athene dus de school voor alle Grieken. Dat is trots, en het is een rede om de rouwende stad moed te geven. Hoe letterlijk Thucydides Perikles’ woorden weergeeft, weten we niet. Het blijft een Atheens zelfbeeld.
De burcht boven de stad
Boven Athene ligt een rotsheuvel, de Akropolis. Op.stap beschrijft hem als een burcht op een hoogte boven de stad, met binnen de muren verschillende tempels (KOV Op.stap 1.3). Volgens het Griekse ministerie van Cultuur was de Akropolis het grootste en mooiste heiligdom van het oude Athene, vooral gewijd aan de beschermgodin Athena (Griekse Ministerie van Cultuur, Akropolis).

De geschiedenis van de heuvel gaat ver terug. In de 13de eeuw v.o.t. werd er een verdedigingsmuur rond gebouwd. In de 8ste eeuw v.o.t. werd hij een heilige plaats, toen de verering van Athena Polias, ‘Athena van de stad’, er begon. In 480 v.o.t. vielen de Perzen Attica binnen en plunderden ze de Akropolis (Griekse Ministerie van Cultuur, Akropolis).
Dat de Akropolis het oudste hart van Athene was, wisten de Atheners zelf ook nog. Thucydides schrijft:
Historische bron
Omdat ze daar vroeger woonden, heet de burcht bij de Atheners nog altijd ‘de stad’.
Perikles laat bouwen
Na de Perzische verwoesting begon Perikles een groot bouwprogramma, dat de hele tweede helft van de 5de eeuw v.o.t. duurde. Toen ontstonden de gebouwen die je vandaag nog op de Akropolis ziet: het Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion en de tempel van Athena Nike (Griekse Ministerie van Cultuur, Akropolis). De Griekse schrijver Plutarchus, die veel later een levensbeschrijving van Perikles schreef, was er vol bewondering voor:
Historische bron
Zo rezen de werken op, even torenhoog in hun grootsheid als onnavolgbaar in de gratie van hun vormen, want de werklieden streefden ernaar zichzelf te overtreffen in de schoonheid van hun handwerk. Het verbazingwekkendste eraan was de snelheid waarmee ze verrezen. … Zijn algemeen bestuurder en opzichter was Pheidias, hoewel de afzonderlijke werken ook grote architecten en kunstenaars hadden. Het Parthenon bijvoorbeeld, met een cella van honderd voet lang: Kallikrates en Iktinos waren de architecten. … De Propyleeën van de Akropolis werden in vijf jaar voltooid, met Mnesikles als architect.
De cella is de binnenruimte van een tempel. Plutarchus noemt dus namen van mensen die het werk leidden en ontwierpen. Maar er zijn ook bronnen uit de bouwtijd zelf. De opzichters van het Parthenon lieten hun rekeningen in steen houwen. Van het jaar 434/3 v.o.t. is zo’n rekening bewaard: er staan ontvangsten op, onder meer 25.000 drachmen van de schatbewaarders van Athena, en uitgaven zoals lonen voor arbeiders bij Pentele en betalingen aan de beeldhouwers van de frontons, de driehoekige gevelvelden. Delen van de steen zijn beschadigd. De fragmenten liggen in het Epigrafisch Museum (IG I³ 449 (Parthenon)). Een Engelse vertaling staat op Attic Inscriptions Online.
Zo’n rekening is een ander soort bron dan Plutarchus’ lofzang: ze vertelt niet hoe mooi het werd, maar wie betaald werd en waarvoor.
Akropolis, piramide en ziggurat: geen extra leerlingdoel
Op.stap legt de Akropolis naast de piramides van Gizeh en de ziggurats van Mesopotamië: elke samenleving heeft een kenmerkend groot bouwwerk (KOV Op.stap 1.3). Laat leerlingen ook de verschillen zien. De piramides waren graven, de ziggurats volgens het British Museum religieuze bouwwerken met een heiligdom bovenaan (zie de artikels over het Oude Egypte en Mesopotamië). De Akropolis was een versterkte heuvel die een heiligdom werd, met verschillende tempels en gebouwen. Het jaar waarin de bouw van het Parthenon begon, hebben we in de gelezen bronnen niet gevonden; daarom staat er hier alleen ‘de tweede helft van de 5de eeuw v.o.t.’.
Wie had de macht?
De aristocratie
De samenleving in Athene was geen gelijke samenleving. Er was een leidende groep die de politieke macht in handen had en de regels bepaalde (KOV Op.stap 1.3). Zo’n bestuur door een kleine groep van voorname, rijke families noemen we een aristocratie. In de Staatsinrichting van Athene, een tekst van Aristoteles of zijn school, staat hoe men vroeger een ambt kreeg:

Historische bron
De magistraten werden gekozen op grond van geboorte en rijkdom.
Wie uit een aanzienlijke familie kwam en rijk was, kon dus bestuurder worden. De anderen niet. De tekst zelf gebruikt in deze passage niet het woord ‘aristocratie’; de Engelse vertaler schrijft dat het bestuur ‘in alle opzichten oligarchisch’ was, wat ‘bestuur door enkelen’ betekent (Aristoteles, Ath. Pol., 2). Voor leerlingen volstaat: een kleine groep van rijke families van goede afkomst had het voor het zeggen.
Schulden en slavernij
Hoe zwaar dat voor de armen was, beschrijft dezelfde tekst:
Historische bron
De staatsinrichting was in die tijd in alle opzichten oligarchisch, en de armere klassen, mannen, vrouwen en kinderen, waren de horigen van de rijken. Ze heetten Pelaten en ook Hektemoroi, omdat ze het land van de rijken bewerkten tegen de pacht die die naam aangeeft. Het hele land was in handen van enkelen, en als de pachters hun pacht niet betaalden, konden ze in slavernij worden weggevoerd, en hun kinderen mee.
Hektemoroi betekent ‘zesdedelers’. Plutarchus legt uit dat ze een zesde van de opbrengst aan de rijken betaalden. Wie leende, stond met zijn eigen persoon borg: kon hij niet terugbetalen, dan kon de schuldeiser hem grijpen. Sommigen werden slaaf in hun eigen land, anderen werden naar het buitenland verkocht, en velen moesten hun kinderen verkopen of vluchten (Plutarchus, Solon, 13.2). Een vrije Athener kon zo door schulden tot slaaf gemaakt worden. Meer over wat dat betekent, staat in het artikel over slavernij.
De wetten van Solon
Die spanning tussen arm en rijk zocht Solon op te lossen. Op.stap vat het samen: de wetten van Solon beschreven de rechten en plichten van de burgers, maar maakten niet iedereen gelijk (KOV Op.stap 1.3). De tijdlijn van de Amerikaanse opgravingen op de Agora, het marktplein van Athene, zet Solon in 594 v.o.t. (ASCSA, Agora-tijdlijn). De antieke teksten zelf geven geen jaartal.
Wat zijn wetten van Solon veranderden, beginnen we met de schulden:
Historische bron
Zodra Solon aan het hoofd van de zaken stond, bevrijdde hij het volk voor eens en altijd, door alle leningen op de persoon van de schuldenaar te verbieden; bovendien maakte hij wetten waarmee hij alle schulden, openbare en private, kwijtschold. Deze maatregel heet gewoonlijk de Seisachtheia, het afschudden van lasten, want daarmee werden de lasten van het volk gehaald.
Niemand kon dus nog als slaaf verkocht worden omdat hij een schuld niet kon betalen. Of Solon echt alle schulden kwijtschold, was al in de oudheid een twistpunt. Plutarchus schrijft dat sommige schrijvers, onder wie een zekere Androtion, beweren dat Solon de schulden niet kwijtschold maar alleen de rente verlaagde. Plutarchus zelf denkt dat de meeste schrijvers gelijk hebben die van kwijtschelding spreken, omdat dat beter past bij wat Solon zelf in zijn gedichten schreef (Plutarchus, Solon, 15.3–5). In die gedichten roemt Solon dat hij de stenen weghaalde die op verpande akkers stonden: ‘vroeger was de Aarde slaaf, nu is ze vrij’ (Plutarchus, Solon, 15.5).
Solon maakte niet iedereen gelijk. Hij verdeelde de burgers naar hun bezit:
Historische bron
Hij verdeelde de bevolking naar bezit in vier klassen, zoals ze al eerder verdeeld was, namelijk Pentakosiomedimnoi, Ridders, Zeugieten en Theten. … Wie bij de Theten hoorde, kreeg niets dan een plaats in de volksvergadering en in de rechtbanken.
De rijkste klasse, de Pentakosiomedimnoi, waren volgens Plutarchus mannen met een jaarlijkse oogst van vijfhonderd maten. De tweede klasse kon een paard houden; de derde heette Zeugieten. Wie armer was, behoorde tot de Theten. Zij mochten geen ambt bekleden, maar wel meedoen in de volksvergadering en als lid van een rechtbank. Plutarchus voegt eraan toe dat dit laatste ‘eerst onbelangrijk leek, maar later van het allergrootste belang bleek’ (Plutarchus, Solon, 18.1–2). Hoe rijker, hoe meer je mocht. Maar ook de armsten hadden nu een stem.
Solons eigen gedichten zijn niet als boek bewaard. We kennen stukken ervan alleen omdat latere schrijvers ze citeerden. Zo staat in de Staatsinrichting van Athene een stuk waarin Solon zegt hoe hij zijn werk zag:
Historische bron
Aan de massa van het volk gaf ik zoveel rang als haar nood vroeg; ik nam haar eer niet weg en gaf haar niets uit hebzucht. En wie machtig waren en beroemd om hun rijkdom: voor hen zorgde ik dat hun niets overkwam dat hun glans en stand onwaardig was. Zo stond ik met mijn schild naar beide kanten uitgestrekt, en beide zaten veilig in zijn bescherming, en ik wilde niet dat de een of de ander zou winnen als de overwinning geen recht was.
Solon stelt zich voor als iemand die tussen arm en rijk in staat en geen van beide laat winnen. Dat is zijn eigen beeld van zichzelf, net zoals Hammurabi in Mesopotamië zichzelf als beschermer van de zwakken voorstelde (zie het artikel over Mesopotamië). Zulke woorden zeggen wat een wetgever wilde dat men van hem dacht. Hoe de gewone Atheners het beleefden, staat er niet in. Zie ook het artikel over bron en bewijs.
Volgens de Staatsinrichting waren drie punten van Solons wetten het meest democratisch: het verbod om met je eigen persoon borg te staan voor een lening, het recht van iedereen om op te komen voor iemand die onrecht werd aangedaan, en het recht om in beroep te gaan bij de volksrechtbanken (Aristoteles, Ath. Pol., 9).
“Was Solon de baas van Athene?”
Kort antwoord voor kinderen
Solon kreeg de leiding om de ruzie tussen arm en rijk op te lossen. Hij maakte nieuwe wetten. Daardoor kon niemand meer als slaaf verkocht worden omdat hij zijn schulden niet kon betalen. Maar de rijken mochten nog altijd meer dan de armen.
Nuance voor de leerkracht
De antieke teksten zeggen dat Solon ‘aan het hoofd van de zaken’ kwam (Aristoteles, Ath. Pol., 6). Wat zijn ambt precies inhield, werkt dit artikel niet uit. Laat het bij ‘hij kreeg de leiding’.
Na Solon
Met Solon was Athene nog geen democratie, een bestuur waarin het volk beslist. De Staatsinrichting zegt dat de democratie ‘haar begin nam’ bij de staatsvorm uit de tijd van Solon (Aristoteles, Ath. Pol., 41). Een volgende stap zette Kleisthenes, in 508/507 v.o.t. (ASCSA, Agora-tijdlijn). Hij verdeelde de bevolking in tien nieuwe stammen (Aristoteles, Ath. Pol., 21), en volgens de tekst werd de staatsinrichting door zijn hervormingen ‘veel democratischer dan die van Solon’ (Aristoteles, Ath. Pol., 22).
Bij die tijd hoort ook een wet over het ostracisme. De Atheners konden een man die te machtig dreigde te worden, voor tien jaar uit de stad verbannen. Volgens de Staatsinrichting was de eerste die zo verbannen werd Hipparchos, zoon van Charmos, twee jaar na de Atheense overwinning bij Marathon (Aristoteles, Ath. Pol., 22). Het woord komt van ostrakon, Grieks voor potscherf: op zulke scherven werd de naam gekrast van wie men wilde verbannen. Bij de opgravingen op de Agora werd in 1937 zo’n scherf gevonden, een stuk van de voet van een drinkbeker, met de naam ‘Themistokles, zoon van Neokles, uit Phrearrioi’ diep ingekrast aan de onderkant (Ostrakon Themistokles (Agora P 10144)). Een foto staat in de collectie van de Agora-opgravingen.

Wanneer werd Themistokles verbannen?: geen extra leerlingdoel
Het jaar waarin Themistokles verbannen werd, staat niet in de bronnen die voor dit artikel geopend zijn, en ook de collectiepagina van de scherf noemt geen jaar. Gebruik de scherf daarom als voorbeeld van hoe een stemming met potscherven werkte, niet als bewijs voor een bepaald jaar. Ook bij het woord ‘aristocratie’ is voorzichtigheid op zijn plaats: de antieke tekst spreekt van geboorte en rijkdom, en de Engelse vertaling van ‘oligarchie’. ‘Aristocratie’ is het woord dat Op.stap kiest voor die leidende groep.
Burgers en burgerrechten
Wat een burger mocht en moest
Een burger is iemand die volledig bij de stad hoort. Burgerrechten zijn de rechten die daarbij horen: in Athene onder meer meedoen aan de volksvergadering, zetelen in een rechtbank en een ambt bekleden. In Solons wetten hingen die rechten af van je bezit. Zelfs de armste klasse, de Theten, had een plaats in de volksvergadering en in de rechtbanken, maar geen ambt (Aristoteles, Ath. Pol., 7) (Plutarchus, Solon, 18.2).
Bij rechten hoorden ook plichten. Plutarchus beschrijft een opvallende wet van Solon:
Historische bron
Onder zijn andere wetten is er een heel eigenaardige en verrassende, die bepaalt dat wie bij een burgertwist geen partij kiest, zijn burgerrechten verliest. Hij wil waarschijnlijk dat een man niet ongevoelig of onverschillig blijft voor het algemeen belang, zijn privézaken veilig regelt en zich beroemt op het feit dat hij geen deel heeft aan de kwalen en de nood van zijn land, maar liever snel de betere en rechtvaardiger zaak kiest, haar gevaren deelt en haar helpt, in plaats van veilig af te wachten welke zaak wint.
Het woordje ‘waarschijnlijk’ is van Plutarchus: hij raadt wat Solon bedoelde. Of de wet echt zo bestond en hoe ze werd toegepast, zegt hij niet.
Een eeuw en meer later prijst Perikles in zijn grafrede de manier waarop Athene bestuurd werd:
Historische bron
Onze staatsinrichting kopieert de wetten van onze buren niet; wij zijn eerder een voorbeeld voor anderen dan dat we hen navolgen. Het bestuur is in handen van de velen en niet van de enkelen; daarom heet het een democratie. Als we naar de wetten kijken, bieden ze iedereen gelijk recht in hun private geschillen.
Wie was burger?
‘De velen’ en ‘iedereen’ bij Perikles betekent niet alle inwoners. De volledige deelnemers aan de Atheense democratie waren de burgermannen. Hun recht om te besturen rustte erop dat ze als soldaat dienden of gediend hadden voor het voortbestaan van de stad (Rotroff en Lamberton 2006, pdf-p. 9). Wie geen burgerman was, deed dus niet volledig mee.
Wie burger kon worden, werd later nog strenger geregeld. Op voorstel van dezelfde Perikles besliste Athene:
Historische bron
… doordat het aantal burgers sterk was toegenomen, werd op voorstel van Perikles besloten dat niemand tot het burgerrecht werd toegelaten die niet langs beide ouders van burgers afstamde.
Om burger te zijn, moesten dus je vader én je moeder uit een Atheense burgerfamilie komen. De tekst dateert dat besluit in het jaar van de archont Antidotos. Het jaartal in onze jaartelling hebben we in de gelezen bronnen niet gevonden.
Vrouwen in de Griekse oudheid
Vrouwen hadden in de Griekse oudheid minder rechten dan mannen (KOV Op.stap 1.3). Hoe dat in Athene concreet was, kunnen we uit drie soorten bronnen afleiden: uit wetten, uit wat mannen over vrouwen schreven, en uit wat archeologen en historici over het dagelijks leven vonden. Ze vertellen niet hetzelfde verhaal. De Op.stap-term vrouwen in de Griekse oudheid vraagt daarom om alle drie samen te lezen.
Wat de wet zei
Plutarchus beschrijft wetten van Solon over huwelijk en over vrouwen buitenshuis:
Historische bron
Voor alle andere huwelijken verbood hij bruidsschatten; de bruid moest drie stel kleren meebrengen, huisraad van weinig waarde, en niets anders. Want hij wilde niet dat het huwelijk een zaak van winst of prijs zou zijn. … Ook onderwierp hij het openbaar optreden van de vrouwen, hun rouw en hun feesten, aan een wet die wanorde en losbandigheid afschafte. Als ze naar buiten gingen, mochten ze niet meer dan drie kledingstukken dragen, niet meer dan voor een obool aan eten of drinken meenemen, geen mand hoger dan een el, en ze mochten ’s nachts alleen reizen in een wagen met een lamp om hun weg te verlichten.
Een obool was een munt, een el een oude lengtemaat. De wet bepaalde dus tot in de details hoe een vrouw zich buitenshuis mocht vertonen. Voor mannen staat er niets vergelijkbaars. Plutarchus, die veel later leefde, vond die wetten zelf vreemd: ‘over het algemeen lijken Solons wetten over vrouwen heel ongerijmd’ (Plutarchus, Solon, 23.1).
Een vrouw kon ook niet zelfstandig grote zaken regelen. Een Atheense vrouw mocht geen contracten sluiten boven een bepaalde, lage waarde. Bij grotere zaken en voor de rechtbank moest een mannelijk familielid haar vertegenwoordigen, haar kyrios (Rotroff en Lamberton 2006, pdf-p. 12).
Solons wetten over overspel en verkrachting: geen extra leerlingdoel
Plutarchus vermeldt ook wetten van Solon over overspel en verkrachting: een overspelige man die op heterdaad betrapt werd, mocht gedood worden, en op verkrachting stond een geldboete (Plutarchus, Solon, 23.1–2). Dat is geen stof voor leerlingen, maar het helpt om te begrijpen dat de wet de vrouw vooral zag als deel van het huishouden van een man.
Wat mannen schreven
De bewaarde teksten over vrouwen zijn bijna allemaal door mannen geschreven. Twee voorbeelden laten zien hoe sommige van hen dachten. De schrijver Xenophon laat in een gesprek over het beheer van een huishouden een man, Ischomachos, uitleggen waarom zijn vrouw binnen blijft:
Historische bron
God heeft van meet af aan voorzien, door, zoals het mij toeschijnt, de natuur van de vrouw voor werk binnenshuis te vormen en die van de man voor werk buitenshuis. … Door het lichaam van de vrouw met minder vermogen voor deze dingen te scheppen, lijkt God haar het werk binnenshuis te hebben opgelegd.
De filosoof Aristoteles schrijft in zijn boek over de staat:
Historische bron
Want de slaaf heeft helemaal geen vermogen om te overleggen; de vrouw heeft het wel, maar zonder gezag, en het kind heeft het, maar het is onvolgroeid.
En Perikles richt zich in zijn grafrede tot de weduwen van de gesneuvelden:
Historische bron
Als ik dan toch iets moet zeggen over de deugd van vrouwen tegen wie van jullie nu weduwe zijn, dan komt het neer op deze korte vermaning: groot zal jullie roem zijn als je niet tekortschiet aan je eigen aard, en het grootst zal de roem zijn van de vrouw over wie onder de mannen het minst gesproken wordt, in goede of in slechte zin.
Dit zijn meningen en idealen, geen beschrijvingen van hoe alle vrouwen leefden. Xenophon legt zijn woorden in de mond van een personage, Aristoteles geeft zijn eigen opvatting, en Perikles spreekt als staatsman bij een begrafenis.
Wat vrouwen deden
De archeologen en historici van de Agora-opgravingen schetsen een beeld dat ruimer is. Ondanks de beperkingen beheerden Atheense vrouwen wel degelijk bezit, en ze oefenden heel wat beroepen uit (Rotroff en Lamberton 2006, pdf-p. 12). Ook in de religie hadden vrouwen een plaats: bij de verering van Athena hoorde een priesteres (Rotroff en Lamberton 2006, pdf-p. 20). Het beeld van de vrouw die altijd binnen blijft, is dus vooral het ideaal van sommige mannen.

“Mochten vrouwen in Athene dan niets?”
Kort antwoord voor kinderen
Vrouwen mochten niet stemmen en niet mee besturen. Ze mochten ook geen grote dingen kopen of verkopen zonder een man uit hun familie. Maar veel vrouwen werkten, sommigen hadden bezit, en Athena had een priesteres.
Nuance voor de leerkracht
Laat leerlingen vergelijken: wat zegt de wet, wat zegt een filosoof, wat vonden archeologen? Elk soort bron toont een stukje. Een goede vraag bij elke tekst: wie schreef dit, en was die persoon zelf een vrouw?
Denkers in de Griekse wereld
Wat is filosofie?
Op.stap zet drie Grieken samen onder het woord filosofie: Sokrates, Archimedes en Hippocrates (KOV Op.stap 1.3). Bij Sokrates gaat het om filosofie in de enge zin: nadenken over grote vragen zoals ‘wat is geluk?’, ‘wanneer ben je een goed mens?’ en ‘wat is echte rijkdom?’ (KOV Op.stap 1.3). Archimedes was volgens Op.stap een wiskundige, en Hippocrates werd bekend door geschriften over geneeskunde (KOV Op.stap 1.3). Wat de drie verbindet, is een manier van denken: vragen stellen, redeneren en bewijzen. Bij Hippocrates zie je bovendien hoe artsen ziekte uit de natuur probeerden te verklaren. Dat Archimedes en Hippocrates zelf ‘filosoof’ genoemd werden, hebben we in de gelezen bronnen niet gevonden. Gebruik het woord dus breed, als ‘Griekse denkers’.
Sokrates
Sokrates werd in 469 v.o.t. geboren (SEP, Socrates) en woonde en werkte in Athene (KOV Op.stap 1.3). Hij schreef zelf niets. Wat we over hem weten, komt vooral uit drie andere schrijvers: Aristophanes, Xenophon en Plato (SEP, Socrates). Op.stap zegt het zo: zijn leerlingen schreven later op wat ze zich van zijn gesprekken herinnerden (KOV Op.stap 1.3).
Vragen stellen
Sokrates werd bekend omdat hij in Athene mensen kritische vragen stelde over wat ze dachten te weten (KOV Op.stap 1.3). In de Apologie, de verdedigingsrede die Plato hem voor de rechtbank laat houden, legt hij uit wat hem onderscheidde van een man die zichzelf wijs vond:

Historische bron
Ik denk niet dat een van ons beiden iets werkelijk moois en goeds weet, maar ik sta er beter voor dan hij: want hij weet niets en denkt dat hij iets weet; ik weet niets en denk ook niet dat ik iets weet.
Hij vergelijkt zichzelf met een horzel, een steekvlieg die een paard in beweging houdt:
Historische bron
… ik ben een soort horzel, door de god aan de staat gegeven; en de staat is een groot en edel ros dat door zijn omvang traag is en gewekt moet worden. Ik ben die horzel die de god aan de staat heeft vastgemaakt, en die u de hele dag en overal opjaagt, overtuigt en verwijt.
Zijn vragen waren niet altijd prettig. Aan zijn medeburgers vraagt hij of ze zich niet schamen dat ze zoveel geven om geld, eer en aanzien, en zo weinig om wijsheid, waarheid en de verbetering van hun ziel (Plato, Apologie, 29d–e). Volgens de Apologie weigerde hij ook mee te werken aan een onrechtvaardig bevel. Toen een kleine groep, de Dertig, de macht had gegrepen, kreeg Sokrates samen met vier anderen het bevel een man, Leon van Salamis, op te halen om hem te laten doden. De andere vier gingen. Sokrates ging naar huis. Dat had hem zijn leven kunnen kosten, zegt hij, als de macht van de Dertig niet kort daarna ten einde was gekomen (Plato, Apologie, 32c–d). Die Dertig grepen de macht in 404 v.o.t.; in 403 begon de verzoening (SEP, Socrates).
Het proces
In 399 v.o.t. stond Sokrates terecht en werd hij terechtgesteld (SEP, Socrates). De aanklacht, zoals Plato hem laat voorlezen:
Historische bron
Er staat dat Sokrates een kwaaddoener is, die de jeugd bederft en niet gelooft in de goden van de staat, maar andere, nieuwe godheden van zichzelf heeft.
Een jury van Atheners stemde. Een meerderheid vond hem schuldig, maar het verschil was klein: als dertig stemmen anders waren uitgevallen, zegt Sokrates, was hij vrijgesproken (Plato, Apologie, 36a). Hij werd veroordeeld tot de dood. Volgens de Stanford Encyclopedia of Philosophy dronk hij een beker met gevlekte scheerling, het gif dat in Athene voor terechtstellingen van burgers gebruikt werd (SEP, Socrates). De rustige manier waarop hij met zijn proces en zijn veroordeling omging, maakte veel indruk op zijn tijdgenoten (KOV Op.stap 1.3).
Uitbreiding De verdediging en het einde van Sokrates
Plato schreef twee teksten die bij het proces en de dood van Sokrates horen: de Apologie, de verdedigingsrede, en de Phaidon, het gesprek op de dag van zijn dood. Hieronder enkele kernpassages, in de volgorde van het verhaal, naar de Engelse vertaling van Benjamin Jowett (overleden 1893). De volledige teksten staan vrij online bij Project Gutenberg: de Apologie en de Phaidon.
Belangrijk om te weten: Jowett schrijft zelf in zijn inleiding dat de rede ‘trouw is aan het karakter van Sokrates’, maar dat we van geen enkele zin kunnen aantonen dat Sokrates hem echt zo uitsprak (Plato, Apologie, inleiding van Jowett). Het is Plato’s Sokrates.
De aanklacht. Sokrates zou de jeugd bederven en niet geloven in de goden van de stad (zie hierboven) (Plato, Apologie, 24b).
Waarom hij blijft vragen. Sokrates zegt dat hij zijn medeburgers niet met rust zal laten zolang hij leeft. Hij blijft hen aanspreken over wat echt belangrijk is:
Historische bron
… schaamt u zich niet dat u zoveel mogelijk geld, eer en aanzien bijeenschraapt, en zo weinig geeft om wijsheid en waarheid en om de grootst mogelijke verbetering van uw ziel, waar u nooit naar kijkt of om geeft?
De uitspraak. De jury vindt hem schuldig, met een kleine meerderheid:
Historische bron
Ik had het verwacht en ben er alleen verbaasd over dat de stemmen zo dicht bij elkaar liggen; want ik had gedacht dat de meerderheid tegen mij veel groter zou zijn; maar als nu dertig stemmen naar de andere kant waren gegaan, was ik vrijgesproken.
Een leven zonder vragen. Hij zou kunnen beloven te zwijgen, maar dat weigert hij:
Historische bron
… dat dagelijks over deugd spreken het grootste goed voor de mens is, en dat een leven zonder zelfonderzoek niet de moeite waard is om te leven …
Het einde. In de Phaidon vertelt een leerling over de laatste dag. Sokrates drinkt de gifbeker. Zijn laatste woorden gaan over een offer aan de god Asklepios:
Historische bron
‘Kriton, ik ben Asklepios een haan schuldig; zul je eraan denken die schuld te betalen?’ … Zo was het einde, Echekrates, van onze vriend, van wie ik naar waarheid kan zeggen dat hij van alle mannen van zijn tijd die ik heb gekend, de wijste, de rechtvaardigste en de beste was.
Wat Sokrates met die haan bedoelde, wordt op verschillende manieren uitgelegd. De tekst zelf zegt het niet. In de Engelse vertaling staat overigens alleen ‘gif’, niet de naam van de plant.
Wie veroordeelde Sokrates?: geen extra leerlingdoel
Op.stap schrijft dat Sokrates werd aangeklaagd en veroordeeld ‘toen de aristocratie weer aan de macht kwam’ (KOV Op.stap 1.3). De bronnen die voor dit artikel gelezen zijn, geven een ander beeld. Volgens de tijdlijn van de Stanford Encyclopedia of Philosophy grepen de Dertig in 404 v.o.t. de macht, begon in 403 de verzoening en keerden de ballingen terug, en volgde het proces pas in 399 (SEP, Socrates). In de Apologie zegt Sokrates dat de macht van de Dertig toen al voorbij was (Plato, Apologie, 32c–d), en hij spreekt een jury van burgers toe die stemt (Plato, Apologie, 36a). Vertel het in de klas daarom zonder ‘de aristocratie kwam terug’: Sokrates werd veroordeeld door een rechtbank van Atheense burgers, enkele jaren nadat het bewind van de Dertig was gevallen.
“Waarom werd Sokrates gestraft als hij alleen maar vragen stelde?”
Kort antwoord voor kinderen
Zijn aanklagers zeiden dat hij de jongeren slechte dingen leerde en niet in de goden van de stad geloofde. Niet iedereen vond zijn lastige vragen leuk. Een rechtbank van Atheners stemde, en net iets meer dan de helft vond hem schuldig.
Nuance voor de leerkracht
Wat de aanklagers echt dreef, weten we niet zeker: we kennen het proces vooral uit Plato, een leerling en bewonderaar van Sokrates. Een goede vraag voor de klas: hoe zou het verhaal klinken als een van de aanklagers het had opgeschreven?
Archimedes
Archimedes leefde van ongeveer 287 tot 212 v.o.t. in de stad Syracuse (MacTutor, Archimedes). Op.stap noemt hem een wiskundige van wie we sommige ontdekkingen en uitvindingen nog altijd gebruiken, zoals de schroef van Archimedes en de wet van Archimedes (KOV Op.stap 1.3). Over zijn leven weten we veel minder dan over zijn werk. De bekende verhalen over hem komen van latere schrijvers, en die zeggen er zelf vaak ‘naar men zegt’ bij.
Hefbomen, katrollen en de schroef
Plutarchus vertelt dat Archimedes aan koning Hiero van Syracuse, een verwant en vriend van hem, schreef dat je met een gegeven kracht elk gewicht kunt verplaatsen. Hiero vroeg hem dat te bewijzen:

Historische bron
Archimedes koos daarvoor een driemaster uit de koninklijke vloot, die met veel moeite van veel mannen aan land was getrokken; hij liet er veel passagiers en de gewone lading aan boord brengen, ging op afstand zitten en trok het schip, zonder veel inspanning, door met zijn hand rustig een stelsel van samengestelde katrollen in beweging te zetten, glad en gelijkmatig naar zich toe, alsof het door het water gleed.
Volgens hetzelfde verhaal zou Archimedes gezegd hebben dat hij, als er een andere wereld was waar hij kon gaan staan, deze wereld zou kunnen bewegen (Plutarchus, Marcellus, 14.7). Plutarchus voegt er zelf ‘naar men zegt’ aan toe.
Volgens Plutarchus vond Archimedes zulke praktische uitvindingen niet zijn belangrijkste werk. Hij liet er geen boek over na, want hij vond het werk van een ingenieur ‘laag en ordinair’ en wijdde zich liever aan de zuivere meetkunde (Plutarchus, Marcellus, 17.3–4). Of Archimedes er echt zo over dacht, weten we niet: het is Plutarchus’ oordeel.
Toch is één uitvinding naar hem genoemd. De Griekse geschiedschrijver Diodoros schrijft in zijn eerste boek, over Egypte:
Historische bron
… de bewoners bevloeien gemakkelijk heel dit gebied met een werktuig dat is uitgevonden door Archimedes van Syracuse en naar zijn vorm een schroef heet.
Elders vertelt hij dat mijnwerkers in Spanje met ‘de Egyptische schroef’ het water uit hun mijngangen pompten, stap voor stap naar boven, en dat Archimedes die schroef bij een bezoek aan Egypte had uitgevonden (Diodorus, V, 5.37.3). Of Archimedes echt in Egypte was, is niet zeker: MacTutor schrijft voorzichtig dat ‘sommige auteurs’ dat melden (MacTutor, Archimedes). Een schroef om water op te pompen sluit aan bij wat leerlingen al weten over irrigatie in Egypte en Mesopotamië.
Heureka
Het bekendste verhaal over Archimedes staat bij de Romeinse schrijver Vitruvius, in zijn boek over de bouwkunst. Koning Hiero had een gouden kroon laten maken voor een tempel, maar vermoedde dat de goudsmid een deel van het goud door zilver had vervangen. Hij vroeg Archimedes om dat te onderzoeken zonder de kroon te beschadigen:
Historische bron
Met die opdracht ging Archimedes toevallig naar een bad, en terwijl hij in het vat zat, merkte hij dat het water uit het vat liep naarmate zijn lichaam eronder zakte. Daarop begreep hij de methode die hij moest volgen, sprong vol vreugde uit het vat, liep naakt naar huis en riep luid dat hij gevonden had wat hij zocht, want hij bleef in het Grieks roepen: heureka (ik heb het gevonden).
Heureka is Grieks voor ‘ik heb het gevonden’. Vitruvius vertelt daarna dat Archimedes de proef gedaan zou hebben met een klomp goud en een klomp zilver; ook dat schrijft hij met ‘naar men zegt’ (Vitruvius, IX, IX, inleiding 9–12). De wet van Archimedes zelf staat in een boek dat Archimedes schreef, Over drijvende lichamen (MacTutor, Archimedes). Dat boek is voor dit artikel niet gelezen. Wat die wet precies zegt, hoort bij wetenschap en techniek.
De dood van Archimedes
Archimedes werd in 212 v.o.t. gedood toen de Romeinen Syracuse innamen, tijdens de Tweede Punische Oorlog (MacTutor, Archimedes), de oorlog van Rome tegen Carthago en Hannibal (zie het artikel over de Romeinen). De Romeinse geschiedschrijver Livius vertelt het zo:

Historische bron
Over Archimedes is overgeleverd dat hij, in zo’n tumult als het rondlopen van plunderende soldaten in de straten van een veroverde stad kon veroorzaken, verdiept in de figuren die hij in het stof had getekend, gedood werd door een soldaat die niet wist wie hij was; dat Marcellus dit zwaar opnam, dat er voor zijn begrafenis werd gezorgd, en dat zijn verwanten werden opgespoord en zijn naam en nagedachtenis hun tot eer en bescherming strekten.
Archimeden memoriae proditum est … intentum formis quas in puluere descripserat ab ignaro milite quis esset interfectum
Marcellus was de Romeinse bevelhebber die Syracuse innam. Livius begint met ‘er is overgeleverd’: ook hij had het van anderen. Plutarchus gaat nog verder en geeft drie versies. In de eerste weigert Archimedes met een soldaat mee te gaan voor hij zijn bewijs af heeft, en de soldaat doodt hem in woede. In de tweede smeekt Archimedes de soldaat om even te wachten. In de derde draagt hij een kist met instrumenten naar Marcellus, en soldaten die denken dat er goud in zit, doden hem. ‘Algemeen wordt echter aangenomen’, besluit Plutarchus, ‘dat Marcellus over zijn dood bedroefd was’ (Plutarchus, Marcellus, 19.4–6).
Een bron die zelf drie verhalen naast elkaar zet, is een mooi voorbeeld voor de klas: ook schrijvers in de oudheid wisten niet altijd wat er precies gebeurd was. Zie het artikel over bron en bewijs.
Plutarchus vertelt ten slotte dat Archimedes gevraagd zou hebben om op zijn graf een cilinder met een bol erin te plaatsen, met de verhouding tussen beide als opschrift (Plutarchus, Marcellus, 17.7). Ook hier: ‘zou gevraagd hebben’.
“Wat betekent ‘heureka’?”
Kort antwoord voor kinderen
Het is Grieks en betekent ‘ik heb het gevonden!’. Volgens een oud verhaal riep Archimedes het toen hij in bad zat en plots een oplossing bedacht voor een moeilijk probleem.
Nuance voor de leerkracht
Het verhaal komt van Vitruvius, die het als overlevering vertelt (Vitruvius, IX, IX, inleiding 9–12). Je kunt het woord vergelijken met ‘ik heb het!’ dat we zelf roepen als we iets ontdekken.
Hippocrates
Hippocrates werd geboren op Kos en leefde ongeveer van 460 tot 370 v.o.t. Hij wordt vaak gezien als de bekendste en invloedrijkste arts van de oudheid (RCPE, Hippocrates). Toch weten we over hemzelf haast niets. De Amerikaanse National Library of Medicine schrijft dat er ‘vrijwel niets bekend is’ over de arts Hippocrates. Onder zijn naam zijn een zestigtal geschriften over geneeskunde bewaard, het Corpus Hippocraticum. Ze zijn door verschillende auteurs geschreven, verspreid over meerdere eeuwen, en spreken elkaar soms tegen (NLM, Greek Medicine). Als we hieronder ‘Hippocrates’ zeggen, bedoelen we dus die verzameling teksten.
Op.stap zegt het zo: uit die geschriften leren we hoe men in de Griekse oudheid over het menselijk lichaam dacht, en onze geneeskunde geeft daar vaak een heel ander beeld van (KOV Op.stap 1.3). Een voorbeeld: volgens de Hippocratische teksten bestond het lichaam uit vier sappen, bloed, slijm, gele gal en zwarte gal (NLM, Greek Medicine).
Ziekte heeft een natuurlijke oorzaak
Wat de teksten vernieuwend maakt, is hun manier van zoeken. Een van de geschriften gaat over een ziekte die de Grieken ‘heilig’ noemden, omdat ze dachten dat ze van de goden kwam. De schrijver is het daar niet mee eens:
Historische bron
Over de ziekte die ‘heilig’ heet: het lijkt mij niet goddelijker of heiliger dan andere ziekten, maar ze heeft een natuurlijke oorzaak. De mensen houden haar aard en oorzaak voor goddelijk uit onwetendheid en verwondering, omdat ze helemaal niet op andere ziekten lijkt.
Een ander geschrift zegt waar een arts op moet letten:
Historische bron
Wie de geneeskunde goed wil onderzoeken, moet zo te werk gaan: eerst de jaargetijden overwegen en welke gevolgen elk ervan heeft, want ze lijken helemaal niet op elkaar, maar verschillen veel van zichzelf bij de wisselingen. Dan de winden, de warme en de koude, vooral die welke aan alle landen gemeen zijn en dan die welke eigen zijn aan elke streek. We moeten ook de eigenschappen van de wateren overwegen.
De arts zoekt de oorzaak van ziekte dus in de omgeving: het seizoen, de wind, het water. Dat is iets anders dan een ziekte als straf van een god zien.
De eed
Het bekendste Hippocratische geschrift is de eed. Op.stap noemt hem als voorbeeld van hoe Hippocrates voor anderen probeerde te zorgen (KOV Op.stap 1.3). De National Library of Medicine noemt hem misschien de bekendste Griekse medische tekst (NLM, Greek Medicine). Een stuk eruit:

Historische bron
Ik zweer bij Apollo de arts, bij Asklepios, bij Gezondheid en Alheling en bij alle goden en godinnen, dat ik, naar mijn vermogen en oordeel, deze eed en deze verbintenis zal nakomen. … Ik zal die levenswijze volgen die ik naar mijn vermogen en oordeel beschouw als ten voordele van mijn patiënten, en mij onthouden van wat schadelijk en verderfelijk is. Ik zal aan niemand een dodelijk middel geven als hij erom vraagt, en ook geen raad in die zin geven. … In welke huizen ik ook binnenga, ik ga erin ten bate van de zieken en onthoud mij van elke opzettelijke daad van kwaad en bederf. … Wat ik, in verband met mijn beroepsuitoefening of daarbuiten, zie of hoor in het leven van de mensen en wat niet mag worden doorverteld, zal ik niet bekendmaken, in de overtuiging dat zulke dingen geheim moeten blijven.
De arts zweert bij goden: bij Apollo, bij Asklepios en bij Gezondheid en Alheling, die de Grieken ook als goden vereerden. Wetenschap en religie stonden voor een Griekse arts dus niet tegenover elkaar. De belofte om de zieken te helpen, geen kwaad te doen en te zwijgen over wat je hoort, herken je in de geneeskunde van vandaag. Wie de eed schreef, weten we niet; waarschijnlijk niet Hippocrates zelf (RCPE, Hippocrates).
Weggelaten stukken uit de eed: geen extra leerlingdoel
In het fragment zijn met ‘…’ enkele bepalingen weggelaten, onder meer over abortus en over het snijden van blaasstenen. Ze staan in de volledige tekst, die vrij online staat bij het Internet Classics Archive. Voor leerlingen volstaan de beloften om te helpen, geen kwaad te doen en te zwijgen. De vertaler, Francis Adams, overleed in 1861.
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: wat de bewaarde teksten zeggen: Hesiodos over het ontstaan van de goden, Homeros over de Olympos, Herodotos over Homeros en Hesiodos, Aristoteles (of zijn school) en Plutarchus over Solons wetten, Thucydides over de grafrede van Perikles, Plato over het proces van Sokrates, Vitruvius, Livius, Diodoros en Plutarchus over Archimedes, en de Hippocratische geschriften. Ook de geschiedenis van de Akropolis in grote lijnen (muur in de 13de eeuw, heiligdom van Athena vanaf de 8ste eeuw, plundering door de Perzen in 480, bouwprogramma van Perikles) en de bewaarde bouwrekening van het Parthenon uit 434/3 v.o.t. steunen op instellingen en op de steen zelf.
- Overlevering, geen bewezen gebeurtenis: het badverhaal en het katrollenschip van Archimedes, de manier waarop hij stierf (de bronnen geven zelf verschillende versies), zijn graf met cilinder en bol, en zijn reis naar Egypte. Ook wat Plutarchus over Solon vertelt, schreef hij lang na Solon op. Solons eigen verzen kennen we alleen uit citaten bij latere schrijvers.
- Mening of zelfbeeld: wat Perikles in de grafrede over Athene en over vrouwen zegt, wat Solon over zichzelf dicht, wat Xenophons personage en Aristoteles over vrouwen schrijven, en het beeld van Sokrates bij Plato, die zijn leerling was.
- Voorzichtig mee omgaan: de levensjaren van Archimedes en Hippocrates zijn bij benadering, en over Hippocrates zelf is bijna niets bekend. De Engelse vertalingen waarnaar de fragmenten hier vertaald zijn, zijn meer dan honderd jaar oud (die van Kenyon en Oldfather iets jonger); recentere vertalingen kunnen op details verschillen. De paragraafnummers volgen de gangbare indeling van de teksten.
- Nog niet beantwoord in dit artikel: het jaartal van Perikles’ burgerschapswet en van het begin van de bouw van het Parthenon, het jaar waarin Themistokles verbannen werd, een overzicht van de Griekse religie, wat de wet van Archimedes precies zegt (dat hoort bij wetenschap en techniek), en of artsen in België vandaag een eed afleggen.
Kaarten

Graeciae antiquae et Insularum conspectus · Richard William Seale (graveur), naar Cellarius (Latijnse kaartreeks 'Geographia Antiqua'), 18de-eeuwse plaat; de Commons-scan komt uit een uitgave van 1817
Het oude Griekenland zoals een 18de-eeuwse kaartmaker het tekende, met Latijnse plaatsnamen: Athene, Sparta, Korinthe, Thebe en de Olympos.
Toont dat de Griekse wereld uit veel steden en landschappen bestond (stadstaten) rond de Egeische Zee, en waar Athene en de Olympos liggen. De kaart is een latere voorstelling in het Latijn, geen oudheidkundig document. Beeld zelf bekeken (8425 x 5650 px): Athenae, Sparta, Olympus en Creta staan erop. Lokale kopie kan; vraagt wel Commons-credit en vermelding van de collectie.

Reference Map of Attica. Plan of Thermopylae (met inzet 'Harbors of Athens') · Historical Atlas door William R. Shepherd (1871-1934); de kaartplaat draagt '© V. & K.' (Velhagen & Klasing); individuele cartograaf niet vastgesteld, 1911 (eerste uitgave), Commons-scan uit de editie 1923
Attica rond Athene: de stad, de havenstad Piraeus en de Lange Muren ertussen, op een atlaskaart uit het begin van de 20ste eeuw.
Toont Athene als stadstaat met eigen gebied (Attica) en haven. Aanbeveling: LINKEN, niet lokaal opnemen, tenzij de coordinator de maker van de plaat kan vaststellen. Afbeelding bekeken: titel 'Reference Map of Attica. Plan of Thermopylae' bovenaan; 'Athenae', 'Piraeus', 'Long Walls' en 'Harbors of Athens according to W. Judeich' staan erop.

Reference Map of Ancient Greece. Southern Part · Historical Atlas door William R. Shepherd (1871-1934); plaat van Velhagen & Klasing (individuele cartograaf niet vastgesteld), 1911
Het zuiden van het oude Griekenland, met Athene, Sparta, Korinthe en de eilanden, op een atlaskaart uit 1911.
Toont dat Athene en Sparta verschillende stadstaten waren, en geeft Attica, Peloponnesos en de Egeische eilanden. De kleurindeling in 'Ionians' en 'Dorians' is een moderne indeling: niet overnemen zonder uitleg. Aanbeveling: LINKEN. De Olympos ligt in het noorden en staat op het noordelijke blad van deze atlas (niet bekeken).
Verbanden
- Overzicht Oudheid
- Vergelijking Mesopotamië
- Vergelijking Het oude Egypte
- Begrip Stadstaat
- Begrip Slavernij en slaafgemaakten
- Voortwerking De Romeinen
- Voortwerking democratie-en-rechtsstaatnog niet geschreven
- Begrip Bron en bewijs
- Verwijst hierheen De Arabische wereld in de middeleeuwen
- Verwijst hierheen Het oude Egypte
- Verwijst hierheen Stadstaat
- Verwijst hierheen Vragen stellen over een bron
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- Hesiodos. Theogonie (vertaling H. G. Evelyn-White).
- Herodotos, George Rawlinson (vertaler) (oud (vertaling publiek domein)). The History of Herodotus, boek 2 (Egypte), vertaling George Rawlinson.
- Herodotos. The History of Herodotus, deel 2 (vertaling G. C. Macaulay).
- Homerus, Samuel Butler (vertaler). The Odyssey (Engelse prozavertaling van Samuel Butler).
- Plato. Protagoras, Engelse vertaling van B. Jowett.
- Thucydides, Richard Crawley (vertaler) (1874). The History of the Peloponnesian War, boek 2 (Engelse vertaling van Richard Crawley; Griekse tekst op Perseus).
- Plutarchus (1916). Life of Pericles (Engelse vertaling, Loeb Classical Library 1916).
- Opzichters (epistatai) van het Parthenon (opdrachtgevers), Stephen Lambert en Robin Osborne (Engelse vertaling). IG I³ 449: bouwrekeningen van het Parthenon, 434/3 v.o.t..
- Aristoteles (toegeschreven; school van Aristoteles). The Athenian Constitution (Athenaion Politeia), Engelse vertaling van F. G. Kenyon.
- Plutarchus (1914). Life of Solon (Engelse vertaling, Loeb Classical Library 1914).
- Onbekende Atheense burger (opschrift). Ostrakon van Themistokles Neokleous Phrearrios (Agora P 10144).
- Xenophon. The Economist (Oeconomicus), vertaling van H. G. Dakyns.
- Aristoteles, Benjamin Jowett (vertaler volgens de MIT-pagina) (oud (vertaling publiek domein)). Politics, boek 1 (Engelse vertaling door B. Jowett).
- Plato. Apology (Verdediging van Socrates), Engelse vertaling van B. Jowett.
- Plato. Phaedo, Engelse vertaling van B. Jowett.
- Plutarchus (1917). Life of Marcellus (Engelse vertaling, Loeb Classical Library 1917).
- Vitruvius. De architectura, boek 9, inleiding (vertaling J. Gwilt).
- Titus Livius. Ab urbe condita, boek 25 (Latijnse tekst).
- Diodorus Siculus (1933). Bibliotheca historica, boek 1, hoofdstukken 30-41 (Loeb, 1933).
- Diodorus Siculus (1939). Bibliotheca historica, boek 5, hoofdstukken 19-40 (Loeb, 1939).
- Hippocratische verzameling (auteur onbekend). The Oath (Hippocratic Oath), vertaling F. Adams.
- Hippocratische verzameling (auteur onbekend). On the Sacred Disease, vertaling F. Adams.
- Hippocratische verzameling (auteur onbekend). On Airs, Waters, and Places, vertaling F. Adams.
Geraadpleegde literatuur
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
- National Geographic. Mount Olympus, Greece.
- Ioanna Venieri (archeologe). Acropolis of Athens: History (Ministry of Culture and Sports, Hellenic Republic).
- American School of Classical Studies at Athens (Agora Excavations). Athenian Agora: History and Timeline.
- Susan I. Rotroff, Robert D. Lamberton (2006). Women in the Athenian Agora (Agora Picture Book 26).
- Debra Nails (naam niet op de gelezen paginatekst bevestigd; controleren) (2005; herzien 2022). Socrates (Stanford Encyclopedia of Philosophy).
- J. J. O'Connor en E. F. Robertson (auteurs niet op de gelezen samenvatting bevestigd; controleren). Archimedes of Syracuse (MacTutor History of Mathematics).
- National Library of Medicine (VS), History of Medicine Division. Greek Medicine (Hippocrates, het Hippocratische Corpus, de eed).
- Royal College of Physicians of Edinburgh. Hippocrates (People's Dispensary: individuele beoefenaars).
- World Medical Association (2017). Modern physicians' pledge approved by World Medical Association (persbericht, 14 oktober 2017) en WMA Declaration of Geneva.
Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.
Doelen
Op.stap
- 5.1.GL2.1 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: mythologie, religie, de berg Olympos.Voor mythologie en religie is geen overzichtsbron gelezen; beide worden alleen omschreven en met antieke teksten geïllustreerd. Dat de Grieken de natuur in hun goden verpersoonlijkten, staat als lezing van Op.stap met Hesiodos als voorbeeld. De Prometheusmythe bij Hesiodos is niet gelezen. Verder in: Mesopotamië.
- 5.1.GL2.2 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Athene, Akropolis.Het jaar waarin de bouw van het Parthenon begon, is niet gebronnen; alleen ‘tweede helft van de 5de eeuw v.o.t.’ en de rekening van 434/3. De vergelijking met piramide en ziggurat staat als leerkrachtnoot. Verder in: Stadstaat, Het oude Egypte, Mesopotamië.
- 5.1.GL2.3 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Athene, de aristocratie.Het woord aristocratie zelf staat niet in de gelezen antieke passages (de vertaling schrijft ‘oligarchisch’); het begrip wordt omschreven met ‘geboorte en rijkdom’ uit Ath. Pol. 3. De vergelijking met de standenmaatschappij in Mesopotamië staat alleen als verwijzing. Verder in: Democratie en rechtsstaat door de tijd (nog te schrijven), Slavernij en slaafgemaakten.
- 5.1.GL2.4 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Athene, de wetten van Solon, burgerrechten.De antieke bronnen over Solon zijn eeuwen later geschreven; de omvang van de schuldkwijtschelding was al in de oudheid omstreden. Solons ambt wordt niet uitgewerkt. De vergelijking met de Codex Hammurabi staat alleen als verwijzing. Verder in: Democratie en rechtsstaat door de tijd (nog te schrijven), Mesopotamië, Bron en bewijs.
- 5.1.GL2.5 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: burgerrechten, vrouwen in de Griekse oudheid.Het jaartal van Perikles’ burgerschapswet is niet gebronnen (alleen ‘archontaat van Antidotos’). Er is geen bron van een vrouw zelf en geen Atheense inscriptie over vrouwen gelezen; de situatie buiten Athene komt niet aan bod. Verder in: Emancipatie (nog te schrijven), Democratie en rechtsstaat door de tijd (nog te schrijven).
- 5.1.GL2.6 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: filosofie, Sokrates.Het woord filosofie wordt omschreven met de voorbeelden van Op.stap, niet met een antieke definitie. Op.stap zegt dat Sokrates veroordeeld werd toen de aristocratie terug aan de macht kwam; de gelezen bronnen (SEP-tijdlijn, Apologie) plaatsen het proces na het einde van de Dertig. Dat staat als leerkrachtnoot. Het orakel van Delphi is niet behandeld. Verder in: Bron en bewijs, Perspectief (nog te schrijven).
- 5.1.GL2.7 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: filosofie, Archimedes.De inhoud van de wet van Archimedes en de werking van de schroef zijn niet uitgelegd: Archimedes’ eigen geschriften zijn niet gelezen en dat hoort bij wetenschap en techniek. Dat Archimedes ‘filosoof’ genoemd werd, is niet gebronnen. Verder in: De Romeinen, Irrigatielandbouw.
- 5.1.GL2.8 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: filosofie, Hippocrates.Over Hippocrates zelf is vrijwel niets bekend; wie de eed schreef, is onzeker. Of artsen in België vandaag een eed afleggen, is niet nagegaan. Dat Hippocrates ‘filosoof’ genoemd werd, is niet gebronnen.
Minimumdoelen
- 5.1.2 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie