Samenleving · Geschiedenis · ook: Aardrijkskunde
De Arabische wereld in de middeleeuwen
Van Mohammed in Mekka en Medina tot de kaliefen in Damascus en Bagdad, met de vraag wie hen moest opvolgen, de geleerden van het Huis van Wijsheid, moskeeën en kalligrafie, en de twijfel van Al-Ghazali.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
In de eeuwen die we in Europa de middeleeuwen noemen, ontstond in Arabië een nieuwe godsdienst, de islam. Onder de Omajjaden, een eeuw later, bestuurden de opvolgers van Mohammed een rijk dat van de Atlantische Oceaan tot de Indus reikte. Dit artikel volgt de onderwerpen die leerlingen in het vierde leerjaar tegenkomen: Mohammed in Mekka en Medina, de verspreiding van de islam onder de kaliefen, de vraag wie Mohammed moest opvolgen en waarom moslims daarover verschillend denken, de stad Bagdad met haar geleerden en het Huis van Wijsheid, de kunst van kalligrafie, mozaïeken en moskeeën, en de geleerde Al-Ghazali.
Over geloof is dit artikel voorzichtig. Wat moslims geloven over Mohammed en de Koran, beschrijven we als het geloof van moslims, en waar sjiieten en soennieten verschillend denken, geven we beide standpunten. Waar het kan, laten we mensen uit die tijd zelf aan het woord: de Koran, een wiskundige die zijn boek aan de kalief opdroeg, een geograaf die steden en moskeeën beschreef en Al-Ghazali, die over zijn eigen twijfel schreef. Die passages staan in een apart kader, met erbij wie ze vertaalde. De meeste vertalingen zijn meer dan honderd jaar oud en in het Engels; wat hier staat, is een Nederlandse weergave daarvan.
Waar en wanneer
Op.stap spreekt van de Arabische wereld. Dat is een ruim woord. De Koran werd in het Arabisch doorgegeven (Met 2001 (Kalligrafie)), en de geleerden van Bagdad vertaalden Griekse boeken in het Arabisch (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Maar het rijk van de kaliefen omvatte ook Syrië, Egypte, Irak en Iran (Met 2001 (Geboorte van de islam)), met de volken die daar woonden. Toen kalief al-Mansoer Bagdad bouwde, kwamen er volgens de overlevering werklieden uit Syrië en Mosoel, uit Perzië en uit Babylonië (Le Strange 1900 (Bagdad), p. 17). En niet alle inwoners waren moslim: verderop in dit artikel werken christenen, moslims en anderen samen aan vertalingen.
De periode die dit artikel beschrijft, loopt ongeveer van het leven van Mohammed, in de zevende eeuw, tot de plundering van Bagdad door de Mongolen in 1258 (Met 2001 (Abbasiden)). In Europa valt dat in de middeleeuwen. Alle jaartallen in dit artikel zijn jaren van onze tijdrekening (o.t.).
Moslims tellen de jaren op een andere manier. Hun tijdrekening begint met de hidjra, de uittocht van Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622 (Met 2001 (Geboorte van de islam)). Historici zetten daarom vaak twee jaartallen naast elkaar. De Engelse historicus Guy Le Strange schreef in 1900 bijvoorbeeld dat Bagdad gesticht werd ‘in het jaar 145 (A.D. 762)’ (Le Strange 1900 (Bagdad), p. 15): het jaar 145 na de hidjra is het jaar 762 van onze tijdrekening. Wie 145 bij 622 optelt, komt niet op 762 uit: de twee kalenders tellen de jaren niet op dezelfde manier.
Een tijdlijn met twee tellingen: geen extra leerlingdoel
Leg twee tijdlijnen onder elkaar: de onze en die van de islamitische kalender, met 622 als jaar 1. Laat leerlingen een paar data uit dit artikel op beide zetten (Bagdad 145/762, Karbala 61/680). Het verschil tussen 762 en 145 is geen 622 maar minder. Waarom de islamitische kalender anders telt, leggen de bronnen van dit artikel niet uit; de leerlingen hoeven het verschil alleen te zien, niet te kunnen uitrekenen. Zie ook het artikel Tijd en chronologie.
Mohammed, Mekka en Medina
Mekka
Mekka ligt in het westen van Arabië. Het Metropolitan Museum of Art in New York beschrijft het als een welvarende stad waarvan de rijkdom en de invloed steunden op de karavaanhandel en op de Ka‘ba. De Ka‘ba was een heiligdom en een bedevaartsplaats waarin beelden stonden van de godheden die de Arabieren toen vereerden (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
In Mekka werd Mohammed geboren. Hij leefde ongeveer van 570 tot 632 (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
De eerste openbaring
Volgens de islamitische overlevering ontving Mohammed in 610 zijn eerste openbaring. Moslims geloven dat het woord van God hem in het Arabisch werd geopenbaard door de aartsengel Gabriël, die zei: ‘Draag voor in de naam van je Heer’ (Met 2001 (Geboorte van de islam)). Die woorden staan in het begin van de zesennegentigste soera, of hoofdstuk, van de Koran. De Koran, een woord dat ‘recitatie’ betekent, is het heilige boek van moslims. De openbaringen werden later verzameld en op schrift gesteld (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
Historische bron
Lees, in de naam van je Heer, die schept, die de mens schept uit een klonter. Lees, want je Heer is de Meest Gulle, die onderwijst met de pen, die de mens leert wat hij niet wist.
Pickthall vertaalde het eerste woord met ‘lees’, het Met met ‘draag voor’. Beide vertalingen tonen iets wat verderop in dit artikel terugkomt: het belang van het woord, van de pen en van het leren. Pickthall noemde zijn vertaling zelf een uitleg van de betekenis, geen vervanging van de Arabische tekst (Koran (Pickthall 1930)).
Volgens moslims is Mohammed de laatste in de rij van profeten van de joden en de christenen (Met 2001 (Geboorte van de islam)). Zijn boodschap was de aanbidding van één God, Allah. Die boodschap viel niet in goede aarde bij de leiders van Mekka (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
Voorkennis: het ontstaan van het christendom: geen extra leerlingdoel
Op.stap vraagt om hier de voorkennis over het ontstaan van het christendom bij de Romeinen en over godsdienst en mythologie bij de Grieken te activeren (KOV Op.stap 1.3). Laat leerlingen naast elkaar zetten wat ze over het begin van het christendom weten en wat hier staat over Mohammed in Mekka en Medina: waar begon het, wie volgde, wie verzette zich? Vergelijk geen geloofsinhouden; dat hoort bij de levensbeschouwelijke vakken.
De hidjra naar Medina
De leiders van Mekka dwongen Mohammed en zijn volgelingen de stad te verlaten. Ze trokken naar het noorden, naar de oase Yathrib, die later Medina genoemd werd. Dat gebeurde in 622. Die uittocht heet de hidjra, en met dat jaar begint de islamitische tijdrekening (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
In Medina kreeg Mohammed meer volgelingen. Ook zijn huis daar werd belangrijk: het werd het voorbeeld voor de latere moskeeën (Met 2001 (Geboorte van de islam)). Daarover meer in het hoofdstuk over de kunst.
Terug naar Mekka
Binnen enkele jaren had ook Mekka de islam grotendeels aanvaard. Toen Mohammed terugkeerde, haalde hij de beelden uit de Ka‘ba en wijdde hij het heiligdom aan Allah. Mohammed overleed in 632 (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
Moskeeën zijn naar Mekka gericht (Met 2001 (Geboorte van de islam)). Over de gebedsrichting staat in de Koran:
Historische bron
Keer dus je gezicht naar de onschendbare plaats van aanbidding; en jullie, waar je ook bent, keer je gezicht ernaartoe wanneer je bidt.
“Waarom ging Mohammed weg uit Mekka?”
Kort antwoord voor kinderen
Zijn boodschap, dat mensen één God moesten aanbidden, viel niet goed bij de leiders van de stad. Ze dwongen hem en zijn volgelingen weg te gaan. In Medina kregen ze meer volgelingen, en later keerde Mohammed terug naar Mekka.
Nuance voor de leerkracht
Wat we over het leven van Mohammed weten, komt uit de islamitische overlevering, die later op schrift werd gesteld. Het museum waarop dit hoofdstuk steunt, vertelt die overlevering in het kort na. Spreek in de klas van ‘volgens de overlevering’ of ‘moslims geloven’ waar het om geloof gaat.
De islam verspreidt zich
De eerste kaliefen
Na de dood van Mohammed in 632 leidden vier opeenvolgende kaliefen de moslims. Het Arabische woord khalifa betekent ‘opvolger’. Het Met noemt hen de ‘rechtgeleide’ kaliefen (Met 2001 (Geboorte van de islam)). Wie de eerste kalief zou worden, was niet vanzelfsprekend; dat verhaal staat in het hoofdstuk over sjiieten en soennieten. De eerste werd Aboe Bakr (Poonawala 1985 (Ali, Iranica)). De vierde was Ali, een neef en schoonzoon van Mohammed, van 656 tot 661 (Met 2001 (Omajjaden)). Zijn voorganger was Othman, kalief van 644 tot 656 (Litvak 2006 (sjiieten in Irak, Iranica)).
Onder de kaliefen begon de verspreiding van de islam buiten Arabië. Arabische legers veroverden Syrië, Palestina en Egypte op het Byzantijnse Rijk. Irak en Iran, het hart van het Perzische Rijk van de Sassaniden, vielen eveneens in hun handen. Zo bereikte het geloof de Middellandse Zee in het westen en Oost-Iran in het oosten (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
De Omajjaden in Damascus
In 661 werd Ali vermoord. Moeawija, de gouverneur van Syrië, nam de macht over en stichtte de eerste islamitische dynastie, de Omajjaden. Zij bleven aan de macht tot 750. Het bestuur verhuisde van Arabië naar Syrië, en Damascus werd de hoofdstad van een rijk dat zich uitstrekte van de Atlantische Oceaan tot de rivier de Indus (Met 2001 (Omajjaden)). Een dynastie is een reeks heersers uit dezelfde familie. Na de dood van Moeawija in 680 eiste zijn zoon Jazid trouw van de moslims, ook van Hoessein, een kleinzoon van Mohammed (Madelung 2004 (Hosayn, Iranica)). Daarover meer in het volgende hoofdstuk.
Van Damascus naar Bagdad
In 750 namen de Abbasiden de plaats van de Omajjaden in (Met 2001 (Abbasiden)) (Bosworth 1982 (Abbasiden, Iranica), p. 89). Hun beweging begon in het oosten van Perzië, in Khorasan. Ze eiste een leider uit het huis van de Profeet, de familie van Mohammed. Vroeger zagen sommige geleerden in die machtswissel een strijd tussen Arabieren en Perzen. Volgens C. E. Bosworth, die over de Abbasiden schreef in de Encyclopaedia Iranica, bevestigt recenter onderzoek die tegenstelling niet; het beeld is genuanceerder (Bosworth 1982 (Abbasiden, Iranica), p. 89).
Onder de Abbasiden verschoof het middelpunt van de islamitische wereld van Syrië naar Irak, waar in 762 een nieuwe hoofdstad gebouwd werd: Bagdad (Met 2001 (Abbasiden)).
De Abbasiden bleven kalief tot 1258, maar hun macht nam af. Nadat andere heersers Bagdad innamen, de Buyiden in 945 en de Seldjoeken in 1055, hadden de kaliefen weinig meer dan morele en religieuze invloed, als hoofd van de soennitische islam. In 1258 plunderden de Mongolen Bagdad (Met 2001 (Abbasiden)).
Wat hier ontbreekt: geen extra leerlingdoel
De jaartallen van de eerste en de tweede kalief staan niet in de bronnen die voor dit artikel gelezen zijn; daarom noemen we alleen Aboe Bakr als eerste en geven we geen regeringsjaren. Ook hoe de veroveringen precies verliepen en hoe snel de bevolking van de veroverde gebieden zelf moslim werd, behandelt dit artikel niet. Een kaart van het rijk rond 750 maakt de omvang zichtbaar; die komt in een volgende versie van dit artikel.
Sjiieten en soennieten
Op.stap vraagt dat leerlingen begrijpen waarom er binnen de islam verschillende strekkingen bestaan, en wijst erop dat dit verschil tot vandaag van belang is, ook in de internationale politiek (KOV Op.stap 1.3). De oorsprong ligt in de eerste eeuw van de islam, bij een vraag die na de dood van Mohammed meteen gesteld werd: wie moest hem opvolgen?
Wie volgt Mohammed op?
Toen Mohammed in 632 stierf, viel de gemeenschap volgens Ismail Poonawala, die over Ali schreef in de Encyclopaedia Iranica, uiteen in groepen die elk een eigen kandidaat wilden. De inwoners van Medina wilden een van hen, Sa‘d ibn ‘Oebada, tot leider uitroepen. Dat vonden de moslims die met Mohammed uit Mekka gekomen waren onaanvaardbaar. Een derde groep zag Ali als de rechtmatige erfgenaam. Volgens moslimhistorici werd een crisis vermeden doordat drie vooraanstaande mannen uit Mekka, Aboe Bakr, Omar en Aboe Oebayda, naar de bijeenkomst in Medina snelden en Aboe Bakr als kalief doordrukten (Poonawala 1985 (Ali, Iranica)).
Over wat Mohammed zelf gewild had, bestaan twee overleveringen. Poonawala vat ze zo samen (Poonawala 1985 (Ali, Iranica)):
- Volgens de sjiieten heeft Mohammed Ali ondubbelzinnig als zijn opvolger aangewezen, bij de plaats Ghadir Khumm, op de terugweg van zijn laatste bedevaart naar Mekka.
- De soennieten wijzen dat af: volgens hen stierf Mohammed zonder een opvolger aan te wijzen.
Een breuk binnen een godsdienst, waarbij groepen gelovigen elk hun eigen weg gaan, noemen we een schisma. Het schisma tussen sjiieten en soennieten begon dus als een meningsverschil over gezag: wie de gemeenschap mocht leiden na Mohammed. Ali zelf eiste volgens Poonawala zijn recht eerst niet op, omdat hij de jonge gemeenschap niet in onenigheid wilde storten (Poonawala 1985 (Ali, Iranica)).
Ali in Koefa en de Slag van de Kameel
In 656 werd Ali de vierde kalief. Zijn hoofdstad was Koefa, in Irak, en daar vond hij zijn aanhangers. Volgens Meir Litvak ontstond het sjiisme in Irak, bij die aanhangers van Ali in Koefa (Litvak 2006 (sjiieten in Irak, Iranica)). Sjiieten zien Ali als hun eerste imam, hun eerste leider.
Tijdens zijn kalifaat kwam een groep onder leiding van Talha, Zoebayr en Aïsja, een weduwe van Mohammed, tegen Ali in opstand. De opstandelingen werden verslagen in de Slag van de Kameel, zo genoemd omdat Aïsja midden in de strijd op een kameel zat (Poonawala 1985 (Ali, Iranica)). In 661 werd Ali vermoord, en Moeawija nam de macht over (Met 2001 (Omajjaden)).
Karbala
Na de dood van Moeawija in 680 wilde zijn zoon Jazid dat Hoessein hem trouw zwoer. Hoessein was een zoon van Ali en een kleinzoon van Mohammed. Hij weigerde en werd door inwoners van Koefa uitgenodigd om naar hen te komen (Madelung 2004 (Hosayn, Iranica)). Bij Karbala, in Irak, kwam het tot een gevecht dat van de ochtend tot zonsondergang duurde, op 10 moeharram van het jaar 61 na de hidjra, in oktober 680 (Madelung 2004 (Hosayn, Iranica)). Hoessein en zijn metgezellen werden gedood. Litvak noemt die gebeurtenis de beslissende gebeurtenis van het sjiisme (Litvak 2006 (sjiieten in Irak, Iranica)).
“Waarom zijn er sjiieten en soennieten?”
Kort antwoord voor kinderen
Toen Mohammed stierf, waren de moslims het niet eens over wie hun nieuwe leider moest worden. Sjiieten geloven dat Mohammed zijn neef en schoonzoon Ali had aangeduid. Soennieten geloven dat Mohammed niemand had aangeduid. Uit die onenigheid groeiden twee groepen.
Nuance voor de leerkracht
Beide groepen zijn moslims. Dit artikel gaat alleen over hoe het verschil ontstond, niet over latere verschillen in leer en gebruiken; die zijn met de bronnen van dit artikel niet te beschrijven.
Ook de christelijke wereld was verdeeld: geen extra leerlingdoel
Op.stap waarschuwt voor het beeld van een eensgezinde christelijke wereld tegenover een verdeelde islam. Als voorbeelden noemt Op.stap de breuk tussen de Rooms-katholieke en de Orthodoxe kerk in 1054, de kruistochten tegen de katharen in het huidige Zuid-Frankrijk in de eerste helft van de dertiende eeuw en de inquisitie. Zulke voorbeelden mogen volgens Op.stap niet afleiden van waar het hier om gaat: begrijpen waarom er binnen de islam verschillende strekkingen bestaan (KOV Op.stap 1.3). De voorbeelden zelf horen bij het artikel over Europa in de middeleeuwen.
Twee data voor Karbala: geen extra leerlingdoel
Twee auteurs van de Encyclopaedia Iranica rekenen 10 moeharram 61 om naar een andere dag: 10 oktober 680 bij Wilferd Madelung, 9 oktober 680 bij Meir Litvak (Madelung 2004 (Hosayn, Iranica)) (Litvak 2006 (sjiieten in Irak, Iranica)). Omrekenen tussen de islamitische kalender en de onze lukt dus niet altijd tot op de dag. ‘Oktober 680’ is veilig. Ook voor de Slag van de Kameel geeft de gelezen bron geen jaartal; daarom staat er alleen dat ze tijdens het kalifaat van Ali plaatsvond.
Bagdad en het Huis van Wijsheid
Een ronde stad aan de Tigris
Bagdad werd gesticht door kalief al-Mansoer, die regeerde van 754 tot 775 (Bosworth 1982 (Abbasiden, Iranica), p. 89). De ronde stad heette ook Madinat al-Salam, de Stad van de Vrede (Met 2001 (Abbasiden)). Ze werd gesticht in 762. Een jaar later konden de schatkist en de bestuurskantoren naar Bagdad verhuizen, en in 766 was de Ronde Stad van al-Mansoer af. Volgens de oude bronnen werkten er voortdurend honderdduizend ambachtslieden aan (Le Strange 1900 (Bagdad), p. 15–16).
Hoe de stad eruitzag, weten we vooral uit de beschrijving van de schrijver al-Ya‘qubi, die volgens Le Strange ongeveer honderddertig jaar na de stichting schreef, toen het grootste deel nog overeind stond. De stad was rond, met vier poorten op gelijke afstand van elkaar: de Koefapoort in het zuidwesten, de Basrapoort in het zuidoosten, de Khorasanpoort in het noordoosten, aan de kant van de Tigris, en de Syriëpoort in het noordwesten. Rond de muren lag een gracht. In het midden stonden het paleis van de kalief en de grote moskee, en vanaf de vier poorten liepen de hoofdwegen naar buiten ‘als de spaken van een wiel’ (Le Strange 1900 (Bagdad), p. 17–19). Volgens Le Strange was zo’n ronde stad iets nieuws in de islamitische wereld, waarschijnlijk naar Perzisch voorbeeld (Le Strange 1900 (Bagdad), p. 18).
Van die Ronde Stad is vandaag zo goed als niets over (Le Strange 1900 (Bagdad), p. 16) (Met 2001 (Abbasiden)).
Waarom juist daar? De geograaf al-Muqaddasi, die in de tiende eeuw schreef, laat de raadgevers van al-Mansoer uitleggen wat de plek te bieden had. Of er ooit zo gesproken is, weten we niet: al-Muqaddasi schreef ruim tweehonderd jaar na de stichting. Maar de tekst toont goed wat mensen toen belangrijk vonden om in een stad te kunnen leven: voedsel, aanvoer van goederen en veiligheid.
Historische bron
Zo zul je leven tussen de palmen en dicht bij het water, zodat als het ene district je oogst niet levert of laat is met zijn oogst, het andere uitkomst brengt. En omdat je stad aan het Sarat-kanaal ligt, zullen de boten van de Eufraat en de karavanen over de vlakte er voedsel naartoe brengen, zelfs uit Egypte en Syrië. Van de zee zullen de waren van China komen, en langs de Tigris vanuit Mosoel de goederen uit de Byzantijnse landen. Zo zal je stad veilig liggen tussen al die stromen, en je vijand zal je niet bereiken, tenzij met een boot of over een brug, over de Tigris of de Eufraat.
Later was een andere stad in Irak, Samarra, van 836 tot 892 de hoofdstad van de Abbasiden (Met 2001 (Abbasiden)) (UNESCO WHC 276 (Samarra)). Ook daarover meer in het hoofdstuk over de kunst.
“Waarom bouwde de kalief zijn stad bij een rivier?”
Kort antwoord voor kinderen
Bij de rivieren en kanalen groeiden palmen en graan, zodat er genoeg te eten was. Met boten kon je voedsel en spullen van ver aanvoeren, zelfs uit China. En een vijand kon de stad niet zomaar bereiken, want hij moest eerst over het water.
Nuance voor de leerkracht
Het antwoord volgt wat al-Muqaddasi de raadgevers van de kalief laat zeggen. Dat is een verhaal van ongeveer tweehonderd jaar na de stichting, geen verslag van de beslissing zelf. Vergelijk met Mesopotamië: hetzelfde land tussen Tigris en Eufraat, waar water ook in de oudheid alles bepaalde.
Het Huis van Wijsheid
In Bagdad was een bibliotheek die bekend werd als het Huis van Wijsheid, in het Arabisch Bayt al-Hikma. Wat het precies was en wie het stichtte, is niet helemaal duidelijk. Volgens de wetenschapshistoricus Len Berggren steunde kalief Haroen ar-Rasjid al een mooie bibliotheek in Bagdad, het ‘Schathuis van de Wijsheid’, en liet hij buitenlandse werken vertalen. Volgens sommige berichten stichtte zijn zoon, kalief al-Mamoen, begin jaren 830 het Huis van Wijsheid. Maar sommige historici menen dat het geen nieuwe instelling was, maar een uitbreiding van het Schathuis dat er onder Haroen al was (Berggren 2007 (Ma'mun), p. 733).
Over al-Mamoen weten we meer. Hij werd in 786 in Bagdad geboren, werd kalief in 813 en stierf in 833 bij Tarsus. Hij liet handschriften kopen in de Byzantijnse landen, steunde vertalingen van Griekse werken, onder meer van Euclides en Ptolemaeus, en liet sterrenwachten bouwen, in 828 in Bagdad en tussen 831 en 833 op de berg Qasiyun bij Damascus (Berggren 2007 (Ma'mun), p. 733). Er bestaat ook een verhaal over een droom waarin de Griekse wijsgeer Aristoteles aan al-Mamoen verscheen en hem geruststelde dat geloof en wetenschap geen vijanden waren (Berggren 2007 (Ma'mun), p. 733).
De Engelse geleerde Edward G. Browne beschreef het Huis van Wijsheid in 1921 als de bibliotheek van de kaliefen, die handschriften verzamelden ‘door aankoop, verovering of ruil’ (Browne 1921 (Arabische geneeskunde), p. 5–6). Zijn lezingen zijn honderd jaar oud; we gebruiken ze alleen naast Berggren.
Een bibliotheek, geen universiteit?: geen extra leerlingdoel
Je leest soms dat het Huis van Wijsheid een soort universiteit vol geleerden was. Dat beweren we hier niet. Veilig is: het was een bibliotheek in Bagdad, en historici zijn het niet eens over wanneer en door wie het gesticht werd (Berggren 2007 (Ma'mun), p. 733). Hoe groot de rol ervan bij de vertalingen was, laten we daarom open. Het boek van Dimitri Gutas, Greek Thought, Arabic Culture (1998), is voor die vraag nog na te lezen. Het verhaal van de droom van al-Mamoen is een verhaal, geen verslag; vertel het ook zo.
Geleerden en kennis
Vertalen uit het Grieks
In Bagdad en andere steden werkten geleerden: mensen die studeerden, boeken lazen, vertaalden en schreven, en zelf onderzoek deden. Van de achtste tot het begin van de tiende eeuw werden veel Griekse boeken over filosofie en wetenschap in het Arabisch vertaald. De vertalers hadden vooral aandacht voor Aristoteles. Uit dat vertaalwerk groeide een eigen Arabische filosofie, de falsafa. Volgens Frank Griffel, die over Al-Ghazali schrijft in de Stanford Encyclopedia of Philosophy, deden daar christenen, moslims en zelfs aanhangers van de oude godsdiensten aan mee (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Ook al-Mamoen steunde volgens Berggren geleerden uit vele volken en van vele geloven, die de kennis van vooral de Grieken bestudeerden, vertaalden en verspreidden (Berggren 2007 (Ma'mun), p. 733).
Die kennisontwikkeling bestond niet alleen uit bewaren en vertalen. Er werd ook zelf onderzocht en geschreven: al-Mamoen liet sterrenwachten bouwen om de hemel te bestuderen (Berggren 2007 (Ma'mun), p. 733), en uit de vertalingen groeide een eigen filosofie (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Verderop in dit hoofdstuk schrijft een wiskundige zelf waarom hij een nieuw boek maakte.
Hoe zo’n vertaling tot stand kon komen, beschrijft Browne bij Hoenayn ibn Ishaq, een christen uit Hira. Volgens een tiende-eeuwse boekenlijst, de Fihrist, vertaalde Hoenayn een Grieks werk eerst in het Syrisch; zijn medewerker Hoebaysj maakte daarvan een Arabische vertaling, die Hoenayn dan nakeek. Van de tien geschriften van Hippocrates die in het Arabisch bestonden, waren er volgens Browne zeven van Hoenayn en drie van zijn leerling (Browne 1921 (Arabische geneeskunde), p. 25–26).
Hoe lang die Griekse kennis in het Arabisch bleef doorwerken, toont een blad uit een geïllustreerd handschrift in het Metropolitan Museum. Het komt uit een Arabische vertaling van het geneeskundeboek van de Griek Dioscorides, gedateerd 1224 en toegeschreven aan Bagdad, en toont hoe een geneesmiddel uit honing wordt bereid (Met 57.51.21 (Dioscorides, 1224)). Het is een afschrift van eeuwen na het Huis van Wijsheid, maar het laat zien hoe een Grieks boek in Bagdad gelezen, overgeschreven en verlucht werd.
Rekenen voor het dagelijks leven
Een van de geleerden die door al-Mamoen gesteund werden, was de wiskundige Mohammed ibn Moesa al-Khwarizmi. Hij schreef een boek over rekenen ‘door aanvullen en herleiden’. In de voorrede legt hij uit waarom:
Historische bron
De liefde voor de wetenschap waarmee God de imam al-Mamoen, de Aanvoerder der Gelovigen, onderscheiden heeft, de vriendelijkheid die hij de geleerden toont en de bereidheid waarmee hij hen beschermt en helpt om onduidelijkheden op te helderen en moeilijkheden weg te nemen, hebben mij aangemoedigd een kort werk te schrijven over het rekenen door aanvullen en herleiden. Ik beperk me tot wat het gemakkelijkst en het nuttigst is in de rekenkunde, zoals mensen het voortdurend nodig hebben bij erfenissen, legaten, verdelingen, rechtszaken en handel, en in al hun omgang met elkaar, of wanneer het gaat om het opmeten van land, het graven van kanalen, meetkundige berekeningen en andere zaken van allerlei aard.
In deze korte tekst zie je drie dingen. De kalief beschermt en steunt de geleerden. De geleerde schrijft voor een kalief, maar ook voor gewone mensen. En de wiskunde dient voor het leven van elke dag: wie erft wat, hoe deel je eerlijk, hoe meet je een akker en hoe graaf je een kanaal. Het Engelse boek van Rosen, uit 1831, heet The Algebra of Mohammed ben Musa (Al-Khwarizmi (Rosen 1831)).
“Waar hadden de mensen toen wiskunde voor nodig?”
Kort antwoord voor kinderen
Om eerlijk te verdelen, bijvoorbeeld een erfenis of de winst van een handelaar. Om akkers op te meten en om kanalen te graven, zodat het water op de juiste plaats kwam. Dat schreef de wiskundige al-Khwarizmi zelf in zijn boek.
Voorkennis: Griekse geleerden en kloosters: geen extra leerlingdoel
Op.stap vraagt hier de voorkennis over filosofie, Socrates, Archimedes en Hippocrates bij de Griekse wereld te activeren, en over de culturele rol van kloosters en abdijen in Europa (KOV Op.stap 1.3). De Griekse kant is rechtstreeks te maken: Hippocrates werd in Bagdad in het Arabisch vertaald (Browne 1921 (Arabische geneeskunde), p. 25–26). Voor de vergelijking met de kloosters: ook daar werden boeken met de hand overgeschreven en bewaard. Dat behandelt het artikel over Europa in de middeleeuwen.
Arabische kunst
Wat Op.stap Arabische kunst noemt, heet bij het Metropolitan Museum islamitische kunst. Het Met verstaat daaronder niet alleen religieuze kunst, maar kunst uit landen waar moslims regeerden, gemaakt voor moslims of door moslimkunstenaars. Die kunst kent volgens het Met vier bouwstenen: schrift, plantenmotieven, geometrische patronen en figuren. Opvallend is de voorkeur om een volledig oppervlak met versiering te bedekken (Met 2001 (Aard van islamitische kunst)).
Een eigen stijl ontstond niet meteen. De eerste kunstenaars onder de Omajjaden werkten zoals ze dat gewend waren, in de stijl van het Byzantijnse en het Perzische Rijk. Pas geleidelijk groeide er een herkenbare islamitische kunst. Het Met noemt de tijd van de Omajjaden de vormende periode (Met 2001 (Aard van islamitische kunst)) (Met 2001 (Omajjaden)).
Kalligrafie
Kalligrafie is de kunst van het mooie schrijven. Volgens het Met is het het meest gewaardeerde en meest fundamentele element van de islamitische kunst. Dat heeft met de Koran te maken: die werd in het Arabisch doorgegeven, en het Arabische schrift leent zich voor veel sierlijke vormen (Met 2001 (Kalligrafie)). Omdat de Koran via het schrift werd doorgegeven, werd het Arabische schrift als eerste verfraaid (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
Hoe dat eruitzag, tonen bladen uit vroege Koranhandschriften. Het Met bewaart een blad uit de zogenaamde Tasjkent-Koran, van het einde van de achtste of het begin van de negende eeuw, toegeschreven aan Syrië of Noord-Afrika. Het is beschreven met inkt op perkament en meet 55 bij 70 centimeter: een heel groot boek (Met 2004.87 (Tasjkent-Koran)). Een ander blad, uit de tweede helft van de achtste eeuw en waarschijnlijk gemaakt in Damascus, is beschreven met inkt, verf en goud (Met 2021.94.3 (Koranfolio, 8ste eeuw)).
Schrift sierde niet alleen boeken, maar ook gebouwen en voorwerpen. Veel kunstwerken droegen leesbare opschriften, maar niet alle moslims zouden die hebben kunnen lezen (Met 2001 (Kalligrafie)). Een voorbeeld van schrift op een voorwerp is een glazen moskeelamp uit de veertiende eeuw, uit Egypte of Syrië, geblazen, geëmailleerd en verguld (Met 91.1.1539 (moskeelamp)). Die lamp is veel later gemaakt dan de rest van wat in dit hoofdstuk staat.
Architectuur: de moskee
Een bouwwerk dat in de islamitische architectuur overal terugkomt, is de moskee, de plaats waar moslims samen bidden. Volgens het Met was het huis van Mohammed in Medina het voorbeeld: een zaal met zuilen, gericht naar Mekka, met een binnenplaats. In de moskee staan een minbar, een preekstoel, en een mihrab, een gebedsnis. De oproep tot het gebed klonk eerst vanaf een dak, later vanaf een toren, de minaret (Met 2001 (Geboorte van de islam)).
Het eerste grote bouwwerk van de Omajjaden staat in Jeruzalem: de Rotskoepel, voltooid in 691 onder kalief Abd al-Malik, die regeerde van 685 tot 705. Hij staat op een plaats waar vroeger de tempel van Salomo stond en die later verbonden werd met de hemelvaart van Mohammed (Met 2001 (Omajjaden)). Volgens UNESCO, die de oude stad van Jeruzalem op de werelderfgoedlijst zette, is de Rotskoepel versierd met mooie geometrische en plantenmotieven (UNESCO WHC 148 (Jeruzalem)). Volgens Le Strange draagt het opschrift in Arabisch schrift rond de koepel het jaar 72 na de hidjra, 691. Later werd de naam van Abd al-Malik erin vervangen door die van al-Mamoen, maar de datum bleef staan (Le Strange 1890 (Palestina), p. 118–119).
Waarom liet Abd al-Malik de Rotskoepel bouwen? Twee middeleeuwse schrijvers geven een ander antwoord.
Uitbreiding Twee verklaringen voor de Rotskoepel
Guy Le Strange vertaalde in 1890 wat Arabische geografen over Syrië en Palestina schreven (Le Strange 1890 (Palestina)). Twee van hen vertellen waarom de Rotskoepel gebouwd werd, en ze zijn het niet eens.
Al-Ya‘qubi, die in de laatste decennia van de negende eeuw schreef, vertelt dat Abd al-Malik het volk verbood naar Mekka op bedevaart te gaan. In Mekka zat toen zijn tegenstander Ibn al-Zoebayr, die de pelgrims trouw liet zweren. In plaats daarvan bouwde Abd al-Malik in Jeruzalem iets nieuws (Le Strange 1890 (Palestina), p. 115–116):
Historische bron
Toen bouwde Abd al-Malik boven de Rots een koepel … en het volk nam de gewoonte aan rond de Rots te lopen, zoals ze rond de Ka‘ba gelopen hadden.
Al-Muqaddasi, een geograaf die rond 985 schreef, geeft een andere uitleg, in een gesprek met zijn oom. De oom zegt dat de kaliefen niet wilden onderdoen voor de prachtige kerken van de christenen (Le Strange 1890 (Palestina), p. 117–118):
Historische bron
… kalief Abd al-Malik zag de grootsheid en de pracht van de koepel van de Heilig-Grafkerk, en hij vreesde dat die de geest van de moslims zou verblinden. Daarom richtte hij boven de Rots de koepel op die je daar nu ziet.
Over kalief al-Walid, die de grote moskee van Damascus liet bouwen, zegt de oom iets gelijkaardigs: hij wilde voor de moslims een moskee bouwen die hen de kerken zou doen vergeten, en die enig zou zijn en een wonder voor de wereld (Le Strange 1890 (Palestina), p. 117–118).
Wat doe je met twee verklaringen? Beide schrijvers leefden meer dan honderdvijftig jaar na de bouw. De ene ziet een politieke reden (een rivaal in Mekka), de andere een wedijver met de christelijke kerken. Misschien speelden beide mee, misschien geen van beide. Welke verklaring historici vandaag het sterkst vinden, is voor dit artikel niet onderzocht. Dit is een goed voorbeeld voor het artikel Bron en bewijs: wie schreef dit, wanneer, en hoe kon hij het weten?
In de negende eeuw bouwden de Abbasiden in Samarra de Grote Moskee met haar spiraalvormige minaret. Volgens UNESCO behoren ze tot de opvallendste bouwwerken van die stad, waarvan tachtig procent nog niet is opgegraven (UNESCO WHC 276 (Samarra)). De moskeeën van kalief al-Mutawakkil (848–852) en van Abu Dulaf (859–861) in Samarra kregen volgens het Met navolging tot in Egypte en Centraal-Azië (Met 2001 (Abbasiden)).
Voorkennis: Akropolis, ziggurat en piramide: geen extra leerlingdoel
Op.stap vraagt hier de voorkennis over de Akropolis, de ziggurat en het spijkerschrift, en de piramides en hiërogliefen te activeren (KOV Op.stap 1.3). Een vraag die werkt: wat vertelt een gebouw over wat mensen geloofden en wie er de macht had? Bij het schrift: hiërogliefen, spijkerschrift en Arabisch schrift zijn alle drie schrift. Voor de islamitische kunst noemt het Met het mooie schrift zelfs het meest gewaardeerde element (Met 2001 (Kalligrafie)).
Mozaïeken
Mozaïeken zijn afbeeldingen of patronen die gelegd zijn met kleine stukjes steen of gekleurd glas. Mozaïeken uit de tijd van de Omajjaden zijn bewaard in de Grote Moskee van Damascus. Kalief al-Walid I, die regeerde van 705 tot 715, liet die moskee rond 706 bouwen. Ze staat op de plaats van een Romeinse tempel en van de kerk van Johannes de Doper; al-Walid kocht de kerk en liet ze afbreken (Met 2012 (Grote Moskee Damascus)) (UNESCO WHC 20 (Damascus)). UNESCO noemt de moskee een meesterwerk van de Omajjadische bouwkunst (UNESCO WHC 20 (Damascus)).
De mozaïeken worden toegeschreven aan Byzantijnse werklieden. Ze bedekken de gebedszaal, de binnenkant van de buitenmuren en de gevels rond de binnenplaats. Op een gouden achtergrond zie je stromende rivieren, fantastische huizen en weelderige bomen in allerlei tinten groen (Met 2012 (Grote Moskee Damascus)). Ze lijken op de motieven in de Rotskoepel. Ongeveer drie eeuwen later beschreef al-Muqaddasi de moskee:
Historische bron
De moskee van Damascus is de mooiste van alle moskeeën die de moslims nu bezitten, en nergens is meer pracht bijeengebracht. … De muren van de moskee zijn tot tweemaal manshoogte bekleed met veelkleurig marmer, en daarboven, tot aan het plafond, zijn er mozaïeken in vele kleuren en in goud, met afbeeldingen van bomen en steden en prachtige opschriften, alle heel fijn en kunstig bewerkt. Zeldzaam zijn de bomen en weinig de bekende steden die je niet op deze muren afgebeeld vindt!
Al-Muqaddasi voegt eraan toe dat al-Walid, naar men zegt, bekwame werklieden liet komen uit Perzië, Indië, het westen van Afrika en Byzantium, en dat hij er zeven jaar lang alle inkomsten van Syrië aan besteedde (Le Strange 1890 (Palestina), p. 228). Hij schrijft zelf ‘men zegt’: het is wat er rond 985 verteld werd, geen boekhouding.
Luster en tegels uit Samarra
Onder de Abbasiden verschoof ook de kunst naar Irak. Van Bagdad uit die tijd is bijna niets bewaard, en daarom is Samarra zo belangrijk (Met 2001 (Abbasiden)). Daar ontstond volgens het Met een stijl met schuin gesneden versiering en eindeloos herhaalde abstracte, geometrische of plantachtige vormen, de arabesk. Pottenbakkers beschilderden aardewerk met luster, een glans van metaal, op een witte glazuurlaag (Met 2001 (Abbasiden)).
Het Met bewaart een kom uit de negende eeuw, toegeschreven aan Irak, beschilderd met luster in verschillende kleuren (Met 22.49.1 (lusterkom)). In het Louvre ligt een wandtegel met luster op wit glazuur uit het paleis Jawsaq al-Khaqani in Samarra, uit de negende eeuw (Louvre OA 7735/2 (tegel Samarra)). Volgens UNESCO zijn de resten van dit rijk vaak slecht bewaard, omdat er veel met ongebakken baksteen gebouwd werd (UNESCO WHC 276 (Samarra)).
Al-Ghazali
Een geleerde uit Tus
Al-Ghazali was een soennitische geleerde: filosoof, theoloog, rechtsgeleerde en mysticus. Zijn volledige naam was Abu Hamid Mohammed ibn Mohammed al-Ghazali. Hij werd geboren in Tus, in het noordoosten van het huidige Iran. Latere middeleeuwse historici schrijven dat dat in 1058 of 1059 was, maar wat hij zelf in zijn brieven en zijn autobiografie over zijn leeftijd zegt, wijst op 1055 of 1056 (Griffel (SEP, al-Ghazali)).
Hij studeerde bij de theoloog al-Joewayni aan de Nizamiyya, een school in Nishapur. In 1091 benoemde de vizier Nizam al-Moelk hem aan de vooraanstaande Nizamiyya-school in Bagdad. In 1095 gaf hij plotseling zijn functies op en verliet hij Bagdad (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Hij stierf in december 1111 in Tus (Griffel (SEP, al-Ghazali)).
Al-Ghazali leefde dus meer dan drie eeuwen na de stichting van Bagdad, in een tijd waarin de kaliefen er weinig macht meer hadden. Maar hij was een geleerde in de traditie van die stad: hij kende de filosofie die uit de vertalingen van Griekse boeken gegroeid was, en hij schreef erover.
Twijfelen aan wat je weet
Al-Ghazali schreef een boek over zijn eigen zoektocht naar zekerheid, Wat uit de dwaling redt. Daarin vertelt hij hoe hij begon te twijfelen aan alles wat hij dacht te weten, zelfs aan wat hij zag en hoorde. Claud Field vertaalde dat boek in 1909 vrij in het Engels:
Historische bron
‘Zie je niet,’ dacht ik, ‘dat je in je slaap je dromen voor volkomen echt houdt? Eens wakker, zie je ze voor wat ze zijn: ijdele hersenschimmen. Wie verzekert je dan dat wat je wakker met je zintuigen en je verstand denkt te weten, betrouwbaar is? In verhouding tot je huidige toestand kan het echt zijn; maar het is ook mogelijk dat je in een andere toestand terechtkomt, die zich tot je huidige toestand verhoudt zoals deze zich verhoudt tot je toestand in de slaap.’
Hoe kom je dan nog tot zekerheid? Al-Ghazali zocht het antwoord bij de filosofen en later bij de mystiek; Griffel noemt hem ook een mysticus (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Hoe hij dat in zijn boek vertelt, staat in de uitbreiding hieronder.
“Hoe weet je of iets echt is?”
Kort antwoord voor kinderen
Al-Ghazali stelde zich die vraag ook. Als je droomt, denk je dat alles echt is. Pas als je wakker wordt, merk je dat het een droom was. Hoe weet je dan zeker dat wat je nu ziet, echt is? Over die vraag dacht hij lang na, en hij schreef erover.
Nuance voor de leerkracht
Het droomvoorbeeld komt uit Al-Ghazali’s autobiografie, in een vrije Engelse vertaling uit 1909. Het is geschikt om in de klas over twijfel en kennis te praten. Waar Al-Ghazali’s antwoord een geloofsantwoord wordt, beschrijf het als zijn antwoord.
Al-Ghazali en de filosofen
Al-Ghazali kende de Arabische filosofie, de falsafa, goed. In zijn boek De incoherentie van de filosofen bekritiseert hij twintig stellingen van de filosofen. Volgens Griffel begreep Al-Ghazali het belang van de filosofie en gaf hij er een ingewikkeld antwoord op: sommige leerstukken verwierp en veroordeelde hij, andere aanvaardde hij en gebruikte hij zelf (Griffel (SEP, al-Ghazali)).
Zijn hoofdwerk is volgens de meeste moslimgeleerden Het herleven van de religieuze wetenschappen, een uitgebreide gids voor goed gedrag in het dagelijks leven van moslims (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Een ander boek van hem, over de leer van de filosofen, werd in de twaalfde eeuw in het Latijn vertaald, en ook in het Hebreeuws. Volgens Griffel hadden die vertalingen veel meer succes dan het Arabische origineel (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Zo werd Al-Ghazali ook in Europa gelezen.
Uitbreiding Wat uit de dwaling redt: Al-Ghazali vertelt over zijn leven
Deze navertelling volgt de vrije Engelse weergave van Claud Field uit 1909, The Confessions of Al Ghazzali (Al-Ghazali (Field 1909)). Field overleed in 1941; zijn tekst is in België vrij te gebruiken. Hij staat volledig op Project Gutenberg. Field vertaalt vrij en kort in; voor de jaartallen volgen we niet hem maar Griffel (Griffel (SEP, al-Ghazali)).
Op zoek naar de waarheid. Al-Ghazali begint met een vaststelling: mensen geloven heel verschillende dingen, en elke groep is zeker dat ze gelijk heeft.
Historische bron
Weet dan, mijn broeders (moge God jullie op de rechte weg leiden), dat de verscheidenheid van geloof en godsdienst, en de veelheid van leren en sekten die de mensen verdelen, als een diepe oceaan is vol scheepswrakken, waaruit maar weinigen veilig en wel ontsnappen. Elke sekte gelooft weliswaar dat zij de waarheid en het heil bezit, ‘elke partij is blij met haar eigen geloof’, zoals de Koran zegt.
Hij voegt eraan toe dat de Profeet volgens de overlevering gezegd zou hebben dat zijn volk verdeeld zou raken in meer dan zeventig sekten (Al-Ghazali (Field 1909), p. 11–14). Let op: Al-Ghazali spreekt hier over verdeeldheid in het algemeen, niet specifiek over sjiieten en soennieten.
De twijfel. Daarom wil hij weten wat hij met zekerheid kan weten. Hij twijfelt aan zijn zintuigen en aan zijn verstand: als je dromen echt lijken zolang je slaapt, waarom zou wat je wakker denkt dan zeker zijn? (Zie het bronfragment hierboven.)
De filosofen. Hij bestudeert de filosofen en is streng voor hen. Over de Griekse filosofen en hun navolgers in de islamitische wereld schrijft hij:
Historische bron
We moeten hen dus allen als ongelovigen beschouwen, en ook de zogenaamde moslimfilosofen, zoals Ibn Sina (Avicenna) en al-Farabi, die hun stelsels hebben overgenomen. Laten we echter erkennen dat onder de moslimfilosofen niemand de leer van Aristoteles beter heeft uitgelegd.
Het fragment toont dat Al-Ghazali Aristoteles kende via Arabische filosofen, en dat hij hen tegelijk bewonderde om hun kennis en scherp bekritiseerde om hun leer. In Fields Engels is niet helemaal duidelijk of de lof alleen al-Farabi of beide geldt.
Weg uit Bagdad. Ten slotte vertelt Al-Ghazali hoe hij zijn leven omgooide. Hij was toen leraar in Bagdad.
Historische bron
Ik liet openlijk weten dat ik op bedevaart naar Mekka wilde gaan, terwijl ik in het geheim besloot naar Syrië te trekken, omdat ik niet wilde dat de kalief (moge God hem groot maken) of mijn vrienden wisten dat ik van plan was me in dat land te vestigen. Ik verzon allerlei slimme uitvluchten om Bagdad te verlaten, vast besloten er niet terug te keren.
De reis. Daarna leefde hij een tijd afgezonderd in de moskee van Damascus, trok hij naar Jeruzalem, waar hij zich elke dag terugtrok in het heiligdom van de Rots, en ging hij ten slotte op bedevaart naar Mekka en Medina en het graf van de Profeet (Al-Ghazali (Field 1909), p. 41–49). Zo verbindt zijn leven bijna alle plaatsen uit dit artikel: Bagdad, Damascus, Jeruzalem, Mekka en Medina.
Al-Ghazali in de klas: geen extra leerlingdoel
Field geeft een vrije, ingekorte weergave van de Arabische tekst; zeg dat ook in de klas. Zijn jaartallen (geboorte 1058, vertrek uit Bagdad 1096) wijken af van wat Griffel geeft; dit artikel volgt Griffel (Griffel (SEP, al-Ghazali)). Op.stap vraagt hier voorkennis over filosofie en Socrates te activeren (KOV Op.stap 1.3). Het droomvoorbeeld leent zich daar goed voor, als filosofische vraag over wat je zeker kunt weten.
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: dat Mohammed in Mekka geboren werd en in 632 stierf, dat de hidjra van 622 het begin is van de islamitische tijdrekening, dat Ali van 656 tot 661 kalief was, dat de Omajjaden van 661 tot 750 en de Abbasiden van 750 tot 1258 regeerden, dat Bagdad in 762 gesticht werd en de Mongolen de stad in 1258 plunderden, dat de Rotskoepel in 691 voltooid werd en dat Al-Ghazali in 1111 stierf. Ook wat de voorwerpen in de musea tonen, staat vast. Wat we over het leven van Mohammed weten, komt uit de islamitische overlevering; het artikel beschrijft het als zodanig.
- Twee overleveringen, geen uitspraak: of Mohammed Ali als opvolger had aangewezen. Sjiieten zeggen van wel, soennieten van niet (Poonawala 1985 (Ali, Iranica)). Dit artikel kiest geen kant.
- Discussie onder historici: wie het Huis van Wijsheid stichtte, of het een nieuwe instelling of een uitbreiding van een bestaande bibliotheek was, en hoe belangrijk het voor de vertalingen was (Berggren 2007 (Ma'mun), p. 733). Waarom de Rotskoepel gebouwd werd: twee middeleeuwse schrijvers geven een andere reden, en de moderne literatuur daarover is voor dit artikel niet gelezen.
- Bij benadering of verschillend omgerekend: de geboorte van Al-Ghazali (1055/1056 of 1058/1059), de dag van Karbala (9 of 10 oktober 680), de bouw van de moskee van Damascus (rond 706), en het aantal werklieden en de kosten van grote bouwwerken, die de oude schrijvers geven als ‘wat men zegt’.
- Met voorbehoud gebruikt: de oude Engelse vertalingen (Pickthall, Field, Rosen, Le Strange), die honderd jaar of ouder zijn, en de lezingen van Browne uit 1921 over de vertalers. Field geeft Al-Ghazali vrij weer.
- Nog niet beantwoord in dit artikel: de regeringsjaren van de eerste twee kaliefen, het jaartal van de Slag van de Kameel, hoe gewone mensen in het rijk leefden (boeren, ambachtslieden, vrouwen, slaafgemaakten, joden en christenen onder moslimbestuur), hoe snel de bevolking van de veroverde gebieden moslim werd, en de vraag waar de Arabische cijfers en het papier vandaan kwamen. Over het samenleven tonen de bronnen hier vooral Bagdad: voedsel en handel langs de rivieren, en rekenwerk voor erfenissen, handel en kanalen.
Kaarten
Tabula Rogeriana (wereldkaart van al-Idrisi, 1154), kopie en transcriptie van Konrad Miller · Muhammad al-Idrisi (1154, voor Rogier II van Sicilie); kopie met transcriptie in Latijns schrift door Konrad Miller (1844-1933), 1154 (origineel); 1926-1929 (kopie van Miller)
De wereldkaart van al-Idrisi (1154), een Arabisch geograaf aan het hof van de Normandische koning Rogier II van Sicilie. De kaart staat met het zuiden bovenaan, zoals bij de Arabische geografen gebruikelijk. De Latijnse namen zijn toegevoegd door Konrad Miller in zijn kopie uit de jaren 1920.
Kaart bij 'Arabische geografen' en bij de wereld waarin geleerden werkten. Let op: (1) de Commons-beschrijving vraagt uitdrukkelijk de kaart NIET te draaien; (2) het is niet de kaart die Idrisi zelf tekende, maar Millers latere kopie met Latijnse transcriptie (zeg dat); (3) Idrisi was zelf nooit in Palestina volgens Le Strange (1890), p. 130: hij 'most probably made up his account from descriptions' uit de 11de eeuw; hij schreef in Sicilie, dus na de Abbasidische bloeitijd; (4) twee Commons-bestanden komen in aanmerking: TabulaRogeriana.jpg (4128 x 1872 px, bruikbaar) en 'Tabula Rogeriana 1929 copy by Konrad Miller.jpg' (12999 x 5958 px, datering 1926 volgens de metadata). Het Library of Congress heeft een scan (LCCN 2007626789, 'Charta Rogeriana - Weltkarte des Idrisi vom Jahr 1154 n. Ch.'); die pagina gaf 403 en is niet geopend. Beide beelden zijn niet bekeken.
The Califate in 750 (met 'Growth of Frankish Power, 481-814') · William R. Shepherd (1871-1934), Historical Atlas, 1911
Het kalifaat omstreeks 750, zoals de Amerikaanse historicus William R. Shepherd het in 1911 tekende. De kleuren geven de fasen van de verovering aan.
Aanbevolen als hoofdkaart bij 'verspreiding van de islam' (GL4.1/GL4.2): dit is een moderne reconstructie van 1911, geen kaart uit de tijd zelf. Zeg dat in het onderschrift. De legenda (uit de OCR van de atlas gelezen) onderscheidt: 'Conquests of the Arabs (Saracens) up to the death of Mohammed, 632', 'under the first three Califs, 632-656', 'Omaiiad Calif, 661-750', 'Boundary of the Califate', 'East Roman (Byzantine) Empire'; verder 'The dates are those of conquest'. De kaart zelf (kleuren, grenzen, plaatsnamen) is NIET bekeken; alleen de legenda en de titel zijn uit de OCR gelezen en Commons-metadata. Voor gebruik: afbeelding bekijken en controleren dat de kleurcodering overeenkomt met de legenda, en dat de plaatsnamen leesbaar zijn (Commons-bestand is 1010 x 1544 px, klein). Een tweede, bredere versie 'Califate 750.jpg' (1492 x 1248 px) op Commons draagt de vermelding 'from The Historical Atlas ... 1926' en komt van de University of Texas Libraries (maps.lib.utexas.edu); ook die is niet bekeken. De Commons-pagina bij Shepherd-c-053 vermeldt als titel 'The Califate in 750 / Growth of Frankish Power, 481-814', dus de kaart toont ook Europa: bijsnijden of het Frankische deel laten staan met uitleg.
Verbanden
- Begrip Tijd en chronologie
- Voortwerking De Griekse wereld
- Vergelijking De Romeinen
- Continuïteit Mesopotamië
- Begrip Bron en bewijs
- Gelijktijdig Europa in de middeleeuwen
- Uitwisseling Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen
- Voortwerking Europa in de vroegmoderne tijd
- Verwijst hierheen Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen
- Verwijst hierheen Europa in de vroegmoderne tijd
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- De Koran (7de eeuw o.t., uitspraak volgens de overlevering aan Mohammed), Marmaduke Pickthall (vertaler) (1930). The Meaning of the Glorious Koran: an explanatory translation (hier: Gutenberg-uitgave 'Three translations of the Koran', waarin Pickthall naast Yusuf Ali en Shakir staat).
- Guy Le Strange (vertaler en samensteller van vertaalde passages uit Ya'qubi, Tabari, Muqaddasi, Khatib al-Baghdadi, Ibn Serapion e.a.) (1900). Baghdad during the Abbasid Caliphate from contemporary Arabic and Persian sources.
- Muhammad ibn Musa al-Khwarizmi (actief ca. 813-846), Frederic Rosen (uitgever en vertaler) (1831). The Algebra of Mohammed ben Musa, edited and translated by Frederic Rosen.
- 'Abdullah ibn al-Fadl (als maker vermeld in het Met-record; rol niet nader omschreven) (621 AH / 1224). 'Preparing Medicine from Honey', blad uit een Arabische vertaling van De Materia Medica van Dioscorides, 621 AH / 1224, Bagdad (Met 57.51.21).
- Onbekende kopiist (late 8th-early 9th century). Folio from the 'Tashkent Qur'an', late 8de-vroege 9de eeuw (Met 2004.87).
- Onbekende kopiist (2nd half of 8th century). Folio from a Qur'an Manuscript, tweede helft 8ste eeuw, waarschijnlijk Damascus (Met 2021.94.3).
- Onbekende glasmaker (14th century). Mosque Lamp, 14de eeuw, Egypte (Caïro) of Syrie (Met 91.1.1539).
- Guy Le Strange (vertaler en samensteller van vertaalde passages uit Muqaddasi (985), Ya'qubi, Nasir-i Khusraw, Idrisi e.a.) (1890). Palestine under the Moslems: a description of Syria and the Holy Land from A.D. 650 to 1500, translated from the works of the medieval Arab geographers.
- Onbekende pottenbakker (9th century). Ruby Luster Bowl with Large Palmette, 9de eeuw, Irak (Met 22.49.1).
- Onbekend (834-892). Carreau de revêtement à décor moucheté, Jawsaq al-Khaqani (Samarra), 834-892 (Louvre OA 7735/2).
- Abu Hamid al-Ghazali (ca. 1056-1111), Claud Field (vertaler) (1909). The Confessions of Al Ghazzali (vertaling van al-Munqidh min al-dalal, 'Wat uit de dwaling redt'), Wisdom of the East Series.
Geraadpleegde literatuur
- Suzan Yalman, naar origineel werk van Linda Komaroff (2001). The Birth of Islam (Heilbrunn Timeline of Art History).
- Linda Komaroff en Suzan Yalman (2001). The Art of the Umayyad Period (661-750) (Heilbrunn Timeline of Art History).
- Linda Komaroff en Suzan Yalman (2001). The Art of the Abbasid Period (750-1258) (Heilbrunn Timeline of Art History).
- Clifford Edmund Bosworth (1982). ʿAbbasid Caliphate (lemma in Encyclopaedia Iranica).
- Ismail K. Poonawala (1985). ʿAlī b. Abī Ṭāleb, i. Life (lemma in Encyclopaedia Iranica).
- Meir Litvak (2006). Iraq x. Shiʿites of Iraq (lemma in Encyclopaedia Iranica).
- Wilferd Madelung (2004). Ḥosayn b. ʿAli, i. Life and significance in Shiʿism (lemma in Encyclopaedia Iranica).
- Len Berggren (2007). Ma'mun: Abu al-'Abbas 'Abdallah ibn Harun al-Rashid (lemma in The Biographical Encyclopedia of Astronomers). doi:10.1007/978-0-387-30400-7_896.
- Edward G. Browne (1921). Arabian Medicine, being the Fitzpatrick Lectures delivered at the College of Physicians in November 1919 and November 1920.
- Frank Griffel (2026). Al-Ghazali (Stanford Encyclopedia of Philosophy), eerste publicatie 14 augustus 2007; inhoudelijk herzien 15 januari 2026.
- Department of Islamic Art, The Metropolitan Museum of Art (2001). The Nature of Islamic Art (Heilbrunn Timeline of Art History).
- Department of Islamic Art, The Metropolitan Museum of Art (2001). Calligraphy in Islamic Art (Heilbrunn Timeline of Art History).
- UNESCO World Heritage Centre (1981). Old City of Jerusalem and its Walls (Werelderfgoedlijst, nr. 148).
- Annie Labatt (2012). Great Mosque of Damascus (blog bij de tentoonstelling Byzantium and Islam).
- UNESCO World Heritage Centre (2007). Ancient City of Damascus (Werelderfgoedlijst, nr. 20).
- UNESCO World Heritage Centre (2007). Samarra Archaeological City (Werelderfgoedlijst, nr. 276).
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
- Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.
Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.
Doelen
Op.stap
- 5.1.GL4.1 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: het ontstaan en de verspreiding van de islam, Mohammed, Mekka, Medina.Het leven van Mohammed steunt op één museumoverzicht (Met) dat de islamitische overlevering navertelt; geen hadith of andere vroege biografische bron gebruikt. Hoe en hoe snel de bevolking van de veroverde gebieden moslim werd, en een kaart van de verspreiding, ontbreken nog. De voorkennis over het ontstaan van het christendom staat alleen als suggestie voor de leerkracht. Verder in: Tijd en chronologie, De Romeinen.
- 5.1.GL4.2 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: het ontstaan en de verspreiding van de islam, kaliefen, schisma tussen sjiieten en soennieten.De regeringsjaren van Aboe Bakr en die van de tweede kalief staan niet in een gelezen bron en zijn weggelaten. De woordbetekenis van ‘sjiiet’ (partij van Ali) en ‘soenniet’ is niet gebronnen en niet uitgelegd; de termen worden uitgelegd via de standpunten over de opvolging. Latere verschillen in leer en gebruiken zijn niet behandeld. Het aandachtspunt over de verdeelde christelijke wereld (1054, katharen, inquisitie) staat alleen als verwijzing in een leerkrachtkader. Verder in: Europa in de middeleeuwen.
- 5.1.GL4.3 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kennisontwikkeling, Bagdad (huis van wijsheid), geleerden.Wat het Huis van Wijsheid precies was en hoe groot zijn rol bij de vertalingen was, blijft open (Gutas 1998 nog te lezen). Papier, Arabische cijfers en de nul zijn niet gebronnen en niet behandeld. Het dagelijks leven van gewone mensen buiten de voorbeelden over voedsel, handel en rekenwerk is niet behandeld. De vergelijking met kloosters en abdijen staat alleen als verwijzing. Verder in: De Griekse wereld, Europa in de middeleeuwen, Europa in de vroegmoderne tijd.
- 5.1.GL4.4 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Arabische kunst.Er zijn nog geen beelden in het artikel opgenomen (beeldronde volgt). Moderne literatuur over de verklaringen voor de Rotskoepel is niet gelezen. Al-Andalus, de moskee van Córdoba en het Alhambra horen bij het artikel over contacten. Verder in: Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen.
- 5.1.GL4.6 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kennisontwikkeling, Al-Ghazali.De autobiografie wordt alleen geciteerd in de vrije, ingekorte Engelse weergave van Field (1909). De vraag of zijn kritiek de wetenschap in de islamitische wereld afremde, blijft onbeantwoord. De Latijnse vertaling van zijn werk wordt alleen vermeld. Verder in: Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen, De Griekse wereld.
Minimumdoelen
- 5.1.3 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.Europa en de contacten tussen samenlevingen. Voor de Slag van de Kameel is geen jaartal gebronnen; ze staat alleen als gebeurtenis tijdens het kalifaat van Ali. Het alledaagse overleven en samenleven in de Arabische wereld is alleen via Bagdad (voedsel, handel, rekenwerk) behandeld. Verder in: Europa in de middeleeuwen, Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen.
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie