Samenleving · Geschiedenis
Europa in de vroegmoderne tijd
Vorsten die hun macht uitbreiden, een nieuwe manier om boeken te maken en een kerk die uiteenvalt, van Karel V tot Lodewijk XIV.
Op.stap noemt de periode na de middeleeuwen de vroegmoderne tijd (KOV Op.stap 1.3). Dit artikel volgt Europa in die periode langs de onderwerpen die leerlingen in het vierde leerjaar tegenkomen: twee vorsten die hun macht uitbreidden, Karel V en Lodewijk XIV, de verovering van Amerika, de boekdrukkunst met Plantijn in Antwerpen, en de conflicten over het geloof die uitmondden in de Vrede van Westfalen.
De gebeurtenissen in dit artikel liggen ruim twee eeuwen uit elkaar: van het verdrag van Tordesillas in 1494 tot het Edict van Fontainebleau in 1685. Elk hoofdstuk is zelfstandig leesbaar.
De vroegmoderne tijd als periode: geen extra leerlingdoel
Op.stap koppelt aan al deze onderwerpen dezelfde woordenschat: de vroegmoderne tijd, onze tijdrekening, het verleden, de periode, de duur, geschiedenis (KOV Op.stap 1.3). Een periode is een indeling die historici achteraf maken, geen tijdvak dat op een bepaalde dag begon. Laat leerlingen de jaartallen uit dit artikel op een tijdlijn zetten en de duur tussen twee gebeurtenissen uitrekenen: van de verkiezing van Karel V (1519) tot de Vrede van Westfalen (1648) is het bijvoorbeeld 129 jaar.
Karel V en het Duitse Rijk
Op.stap omschrijft staatsvorming als het centraliseren van politieke macht: meer gezag komt in handen van één vorst en zijn bestuur (KOV Op.stap 1.3). Karel V is het eerste voorbeeld dat Op.stap daarbij noemt.
Voorkennis activeren: geen extra leerlingdoel
Op.stap raadt aan te vertrekken van wat leerlingen al weten: de Bourgondiërs, die verschillende graafschappen en hertogdommen onder het gezag van één dynastie brachten, de Keure van Kortenberg als voorbeeld van politieke verhoudingen tussen groepen met een verschillende status, en Caesar en Augustus, omdat de Romeinse keizer doorwerkte in het denken over wat een keizer is (KOV Op.stap 1.3). Zie ook het artikel over de Romeinen.
Geboren in Gent
Karel werd op 24 februari 1500 in Gent geboren, in het Prinsenhof. Zijn moeder was Johanna van Castilië. Het Prinsenhof bestaat niet meer; op de plek ligt nu het Prinsenhofplein (Blyth 2023, Karel V in Gent).
Gekozen in Frankfurt
In juni 1519 kozen de keurvorsten van het Duitse Rijk in Frankfurt Karel tot koning. Zijn campagne werd vooral betaald door de Fuggers, en daardoor werd Karel financieel van hen afhankelijk (Habsburger.net, Karel V). Een keizer was dus niet vanzelf de baas: hij had de steun nodig van de vorsten die hem kozen en van de mensen die zijn plannen betaalden.
In de documenten over zijn aftreden is Karel keizer en gaat het over ‘het Rijk’ (Abdicatie Karel V (GHDI)). Hoe en wanneer hij tot keizer gekroond werd, behandelen we hier niet.
Gent gestraft
Wat centralisering in de praktijk kon betekenen, zie je in Karels geboortestad. In 1540 bestrafte Karel V de stad Gent voor een opstand tegen een nieuwe oorlogsbelasting. Met de Carolijnse Concessie verloren de gilden hun privileges en de burgers het recht om hun schepenen te kiezen. De Gentenaars kregen de bijnaam ‘stroppendragers’ (Stad Gent, geschiedenis).
Een stad die vroeger veel zelf mocht beslissen, moest zich voortaan meer schikken naar de vorst. Je kunt dit lezen als een voorbeeld van staatsvorming. Let wel: de bron zelf gebruikt dat woord niet, het is een duiding.
“Waarom kwamen de Gentenaars in opstand?”
Kort antwoord voor kinderen
Keizer Karel wilde dat ze een nieuwe belasting betaalden voor zijn oorlogen. De Gentenaars kwamen daartegen in opstand. Karel strafte de stad: ze mochten daarna veel minder zelf beslissen.
Nuance voor de leerkracht
Laat leerlingen vergelijken: wie besliste in Gent vóór 1540 over de schepenen, en wie daarna? Zo wordt ‘centraliseren van macht’ concreet.
Een rijk overdragen
Karel hield zijn gebieden niet tot aan zijn dood bij elkaar. Op 25 oktober 1555 droeg hij in Brussel de Nederlanden over aan zijn zoon Filips, met de woorden dat hij ze hem “uit eigen wil” gaf (Abdicatie Karel V (GHDI), deel A). In 1556 gaf hij zijn gezanten de opdracht ervoor te zorgen dat zijn broer Ferdinand “het volledige bestuur van het Rijk” op zich nam (Abdicatie Karel V (GHDI), deel B).
Volgens het overzicht Die Welt der Habsburger viel tijdens Karels bewind de eenheid van de katholieke kerk uiteen, en bleef Frankrijk nog twee eeuwen de ‘erfvijand’ van de Habsburgers. Datzelfde overzicht meent dat Karel de Reformatie onderschatte (Habsburger.net, Karel V). Dat is een oordeel achteraf, geen feit. Over die religieuze conflicten gaat een volgend hoofdstuk.
Lodewijk XIV en Frankrijk
Het tweede voorbeeld van staatsvorming dat Op.stap noemt, is Frankrijk onder Lodewijk XIV. Op.stap stelt voor dit te vergelijken met Karel V (KOV Op.stap 1.3).
Alleen regeren
Toen Mazarin, de minister van Lodewijk XIV, op 10 maart 1661 stierf, besliste de koning voortaan alleen te regeren (Larousse, Colbert). Colbert volgde Mazarin op als minister van Staat en werd in 1665 ook verantwoordelijk voor de financiën. Hij breidde de macht uit van de intendanten, commissarissen die de koning naar de provincies stuurde. Volgens de encyclopedie Larousse werden zij “de beste werktuigen van de centralisatie van de monarchie” (Larousse, Colbert).
Dat is het oordeel van één naslagwerk. Hoe sterk die centralisatie in de praktijk was, laten we hier open.
Versailles
Op 6 mei 1682 werd Versailles de zetel van de regering. Parijs bleef officieel de hoofdstad, maar tot 1789 was Versailles in feite het centrum van het koninkrijk (Versailles, key dates). Wie iets van de koning gedaan wilde krijgen, moest dus naar het paleis.
Karel V en Lodewijk XIV vergelijken: geen extra leerlingdoel
Een bruikbare vraag voor de klas: waar lag de macht? Bij Karel V hing ze af van keurvorsten, geldschieters en steden met eigen rechten. Onder Lodewijk XIV werd ze, volgens de bronnen hier, meer in één paleis en bij één koning en zijn ambtenaren samengebracht. Hoe ver die macht echt reikte, is een vraag voor historici, niet iets wat leerlingen hoeven te onthouden. Het woord ‘absolutisme’, dat je vaak bij Lodewijk XIV leest, gebruiken we hier niet.
Karel V en Amerika
Op.stap verbindt Karel V ook met imperialisme, met als voorbeeld de ontdekking en kolonisatie van Amerika (KOV Op.stap 1.3).
De wereld verdeeld: Tordesillas
Al vóór Karels geboorte maakten Spanje en Portugal afspraken over de nieuwe gebieden aan de overkant van de oceaan. In het verdrag van Tordesillas van 7 juni 1494 spraken ze een lijn af “op een afstand van driehonderdzeventig mijl ten westen van de Kaapverdische Eilanden” (in de vertaling leagues, een oude lengtemaat). Spanje bekrachtigde het verdrag op 2 juli 1494, Portugal op 5 september (Verdrag van Tordesillas (Davenport), art. 1).
Twee Europese koninkrijken maakten zo onder elkaar afspraken over gebieden aan de andere kant van de oceaan; de mensen die er woonden, waren geen partij bij het verdrag. Dat sluit aan bij wat het begrip imperialisme vat: een staat breidt zijn macht uit over andere gebieden en volken.
Cortés schrijft aan de vorst
Hoe zo’n verovering in Europa werd voorgesteld, lees je in de brieven die Hernán Cortés en zijn mannen naar Spanje stuurden. De eerste brief is gericht aan koningin Johanna en haar zoon Karel. Over de bewoners van het eiland Cozumel staat erin dat de Spanjaarden hen wilden winnen “voor de kennis van ons Heilig Katholiek Geloof, opdat zij vazallen van Uwe Majesteiten zouden worden” (Cortés, brieven (MacNutt), Eerste Brief, Cozumel).
In één zin zitten twee doelen: het geloof verspreiden en nieuwe onderdanen maken voor de vorst.
“Waarom wilden de Spanjaarden dat de mensen in Amerika katholiek werden?”
Kort antwoord voor kinderen
In hun brief aan koningin Johanna en koning Karel schreven ze dat ze de mensen katholiek wilden maken, zodat die ook onderdanen van de koning zouden worden. Geloof en macht gingen voor hen samen.
Nuance voor de leerkracht
Benadruk dat dit is wat de Spanjaarden zelf schreven. Wat de mensen in Amerika ervan vonden, weten we uit deze bron niet.
Wat hier ontbreekt: geen extra leerlingdoel
Dit hoofdstuk beperkt zich tot hoe de verovering vanuit Europa werd geregeld en voorgesteld. Wat de kolonisatie betekende voor de bewoners van Amerika, komt aan bod in het artikel over wereldwijde contacten en koloniale handel en in het begripsartikel over imperialisme.
De boekdrukkunst
Gutenberg in Mainz
De Gutenbergbijbel geldt als “het eerste grote boek dat in West-Europa gedrukt werd met losse metalen letters”. Het drukken ervan was wellicht eind 1455 klaar, in Mainz (LoC, Gutenbergbijbel). Johann Gutenberg ontwikkelde letters van metaal die allemaal even groot waren en die je kon verwisselen en opnieuw gebruiken (LoC, Gutenbergbijbel). Zo kon je een bladzijde samenstellen uit losse letters, er veel exemplaren van drukken, en de letters daarna gebruiken voor een volgende bladzijde.
Voorkennis: het Huis van Wijsheid: geen extra leerlingdoel
Op.stap vraagt uitdrukkelijk om bij de boekdrukkunst de voorkennis over Bagdad en het Huis van Wijsheid te gebruiken (KOV Op.stap 1.3). Dat onderwerp hoort bij het artikel over de Arabische wereld in de middeleeuwen. Een vraag die beide verbindt: hoe werd kennis bewaard en verspreid toen elk boek met de hand moest worden overgeschreven, en wat veranderde er toen dat met een drukpers kon?
Antwerpen, stad van het boek
Halverwege de zestiende eeuw werkten er in Antwerpen ongeveer 140 drukkers, uitgevers en boekverkopers. Volgens de evaluatie die ICOMOS in 2005 schreef voor de erkenning als Werelderfgoed, werd Antwerpen zo “het centrum van het boekbedrijf voor alle gebieden ten noorden van de Alpen” en, samen met Venetië en Parijs, “een van de drie hoofdsteden van de Europese drukkunst, vooral dankzij het werk van Plantijn tussen 1555 en 1589” (ICOMOS-evaluatie Plantin-Moretus, Description). Dat is het oordeel van ICOMOS, een groep erfgoeddeskundigen.
Plantijn
Christoffel Plantijn vestigde zich in 1555 in Antwerpen (ICOMOS-evaluatie Plantin-Moretus, History). Zijn bekendste onderneming was de Biblia Polyglotta, ook Biblia Regia (koninklijke bijbel) genoemd: de volledige bijbeltekst in vijf talen, Latijn, Grieks, Hebreeuws, Syrisch en Aramees. De tekst werd voorbereid door grote taalgeleerden van die tijd onder leiding van Benito Arias Montano. Koning Filips II van Spanje, de zoon van Karel V, betaalde het werk; vandaar de naam ‘koninklijke’ bijbel (ICOMOS-evaluatie Plantin-Moretus).
Het huis en de drukkerij van de familie Plantijn-Moretus zijn vandaag een museum en staan op de Werelderfgoedlijst. Het archief van het bedrijf, vanaf 1555, is bijna volledig bewaard gebleven (Museum Plantin-Moretus).
“Waarom is het museum van Plantijn zo bijzonder?”
Kort antwoord voor kinderen
Het is het huis en de werkplaats van een echte drukkerij van meer dan vierhonderd jaar geleden. Bijna alle papieren van het bedrijf zijn bewaard. Daardoor weten we veel over hoe boeken toen gemaakt en verkocht werden.
Nuance voor de leerkracht
‘Meer dan vierhonderd jaar’ volgt uit het archief dat in 1555 begint. Een bezoek aan het museum in Antwerpen maakt de boekdrukkunst voor leerlingen tastbaar.
Religieuze conflicten
In de tijd van Karel V viel de eenheid van de katholieke kerk uiteen (Habsburger.net, Karel V). De teksten in dit hoofdstuk tonen hoe vorsten daarna afspraken maakten over wie welk geloof mocht belijden, en hoe een koning een geloof kon verbieden.
Luther en de aflaten
In 1517 schreef Maarten Luther in Wittenberg 95 stellingen over de aflaten. Dat waren brieven die kwijtschelding beloofden van de straf voor zonden. Luther citeert in zijn stellingen predikers die zeiden: “zodra het geldstuk in de kist klinkt, vliegt de ziel uit [het vagevuur]”. Dat is wat hij bestreed, niet wat hij zelf geloofde. Volgens Luther had elke christen die oprecht berouw had, recht op volledige vergeving, ook zonder aflaatbrief (Luther, 95 stellingen, stelling 27; 36).
De kerkdeur van Wittenberg: geen extra leerlingdoel
Het bekende beeld van Luther die zijn stellingen aan een kerkdeur spijkert, staat in de inleiding van de uitgave die hier gebruikt werd, niet in de stellingen zelf. We hebben er geen onafhankelijke bron voor gecontroleerd en gebruiken het daarom niet. Houd het in de klas bij: Luther schreef in 1517 stellingen tegen de aflaten.
De Godsdienstvrede van Augsburg
In 1555 sloot de Rijksdag in Augsburg een akkoord, uitgevaardigd in naam van Ferdinand, ‘Rooms koning’ (Godsdienstvrede van Augsburg (Luebke)). De keizer, de keurvorsten en de andere standen van het Rijk beloofden geen enkele stand lastig te vallen die de Confessie van Augsburg volgde, de protestantse geloofsbelijdenis van 1530. Geen vorst mocht de onderdanen van een andere vorst dwingen om van geloof te veranderen. En wie om zijn geloof wilde verhuizen, mocht met vrouw en kinderen vertrekken (Godsdienstvrede van Augsburg (Luebke), inleiding; § 15, 23, 24).
Volgens historicus David Luebke werd het principe achter die regeling later samengevat in de Latijnse woorden cuius regio, eius religio: wie over het land regeert, bepaalt de godsdienst. Het besluit zelf gebruikt die woorden niet (Godsdienstvrede van Augsburg (Luebke), inleiding).
Frankrijk: het Edict van Fontainebleau
In Frankrijk koos de koning een andere weg. In oktober 1685 vaardigde Lodewijk XIV in Fontainebleau een edict uit waarmee hij het Edict van Nantes introk. De tempels van de protestanten moesten meteen worden afgebroken en hun samenkomsten werden verboden. Predikanten die zich niet bekeerden, moesten binnen veertien dagen het land verlaten. De andere protestanten mochten het koninkrijk juist niet verlaten (Edict van Fontainebleau 1685, art. I, II, IV, X).
Naast Augsburg is dat een sterk contrast: in het Duitse Rijk mocht wie het geloof van zijn vorst niet deelde vertrekken, in Frankrijk moesten de protestanten blijven, zonder tempels en zonder samenkomsten. Het sluit ook aan bij de staatsvorming van hierboven: één koning die ook over het geloof van zijn onderdanen wilde beslissen.
“Wat veranderde er in 1685 voor de protestanten in Frankrijk?”
Kort antwoord voor kinderen
Koning Lodewijk XIV liet hun kerken afbreken en verbood hun samenkomsten. Ze mochten het land ook niet verlaten. Alleen hun predikanten moesten weg als ze niet van geloof veranderden.
Nuance voor de leerkracht
Waarom de koning dit deed, staat niet in deze artikels van het edict; ze zeggen alleen wat verboden en verplicht werd. Laat leerlingen zelf bedenken wat een koning hiermee kon willen bereiken, en noem dat dan een vermoeden.
De Vrede van Westfalen
In 1648 sloten de keizer en de koning van Frankrijk vrede. Het verdrag werd “gedaan, aangenomen en gesloten te Münster in Westfalen, de 24ste dag van oktober 1648”. Het eerste artikel stelt “een christelijke en algemene vrede” in. Het tweede artikel belooft “een eeuwige vergetelheid, amnestie of vergiffenis” voor alles wat sinds het begin van de troebelen gebeurd was (Vrede van Münster 1648 (Avalon), art. I, II, slot). De partijen spraken dus af dat niemand nog gestraft zou worden voor wat er in die troebelen gebeurd was.
Ook het geloof kreeg een plaats. De afspraken over de godsdienst gelden volgens het verdrag ook voor “zij die de Hervormden genoemd worden” (Vrede van Münster 1648 (Avalon)). Waar het akkoord van Augsburg alleen wie de Confessie van Augsburg volgde beschermde, werd nu ook een andere groep, de Hervormden, uitdrukkelijk genoemd.
Wat dit artikel over Westfalen niet zegt: geen extra leerlingdoel
Over de Vrede van Westfalen lees je vaak grote uitspraken, bijvoorbeeld dat ze het begin was van de moderne soevereine staat. Daarvoor hebben we geen bron gecontroleerd en we nemen het hier niet over. Ook de oorlog die aan de vrede voorafging en de andere verdragen die bij de Vrede van Westfalen horen, komen hier niet aan bod: we lazen alleen de tekst tussen de keizer en Frankrijk. Voor de klas volstaat: in 1648 sloten de keizer en de koning van Frankrijk vrede, en in de afspraken over het geloof kregen ook de Hervormden een plaats.
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: de geboorte van Karel V in Gent in 1500, zijn verkiezing in 1519, de bestraffing van Gent in 1540, de overdracht van de Nederlanden in 1555, de Godsdienstvrede van Augsburg in 1555, het verdrag van Tordesillas in 1494, de komst van Plantijn naar Antwerpen in 1555, het verdrag van Münster van 24 oktober 1648, Versailles als regeringszetel vanaf 1682 en het Edict van Fontainebleau in 1685. Dat zijn gegevens uit primaire bronnen of van de instellingen die het erfgoed beheren.
- Een oordeel of duiding: dat Antwerpen een van de drie hoofdsteden van de Europese drukkunst was (ICOMOS), dat de intendanten de beste werktuigen van de centralisatie waren (Larousse), dat Karel V de Reformatie onderschatte (Die Welt der Habsburger), en dat de bestraffing van Gent een voorbeeld van staatsvorming is.
- Voorzichtig mee omgaan: de brieven van Cortés, die alleen het perspectief van de veroveraars tonen; het verhaal van de kerkdeur van Wittenberg; en grote uitspraken over wat de Vrede van Westfalen betekende voor de latere staten van Europa.
- Hier niet behandeld: de gevolgen van de kolonisatie voor de bewoners van Amerika, de Opstand in de Nederlanden en de vrede tussen Spanje en de Republiek, en de exacte jaartallen van Plantijns koninklijke bijbel, waarover de bronnen het niet eens zijn.
Kaarten
Kaart van Tenochtitlan en de Golf van Mexico (uit Praeclara Ferdinandi Cortesii de noua maris oceani Hyspania narratio) · Hernán Cortés (tekst); graveur onbekend, 1524
Europese voorstelling van de Azteekse hoofdstad uit 1524, gedrukt naar Cortés' verslag aan Karel V.
Bij ‘Ontdekking en kolonisatie van Amerika’: toont hoe Europeanen Amerika leerden kennen via verslagen aan de vorst. Het is een Europese voorstelling, niet de stad zelf.
Europae (kaart van Europa uit het Theatrum Orbis Terrarum) · Abraham Ortelius (1527-1598), 1570
Europa zoals Abraham Ortelius het in zijn atlas voorstelde.
Laat zien hoe Europeanen in de 16de eeuw hun werelddeel tekenden, zonder de latere staatsgrenzen. Commons dateert het bestand 1570-1609; welke staat van de plaat dit is, is niet gecontroleerd.
Verbanden
- Overzicht periode-vroegmoderne-tijdnog niet geschreven
- Voorgeschiedenis europa-middeleeuwennog niet geschreven
- Continuïteit De Romeinen
- Vergelijking arabische-wereldnog niet geschreven
- Voortwerking wereldwijde-contactennog niet geschreven
- Begrip staatsvormingnog niet geschreven
- Begrip imperialismenog niet geschreven
- Begrip Bron en bewijs
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- Keizer Karel V, Thomas A. Brady Jr. (vertaler) (1555). The Abdication of Emperor Charles V (1555/56).
- Ferdinand en Isabella van Castilië en Aragon, Johan II van Portugal, F. G. Davenport (vertaler) (1494). Treaty between Spain and Portugal concluded at Tordesillas (Engelse vertaling).
- Hernán Cortés, Francis Augustus MacNutt (vertaler en bezorger) (1908). Letters of Cortés: five letters of relation to the Emperor Charles V, deel 1.
- Maarten Luther, Henry Eyster Jacobs en Adolph Spaeth (vertalers) (1517). Disputation of Doctor Martin Luther on the Power and Efficacy of Indulgences (de 95 stellingen, Engelse vertaling).
- Rijksdag van Augsburg, David M. Luebke (vertaler) (1555). The Peace of Augsburg, 1555 (uittreksels uit het Rijksdagbesluit, Engelse vertaling).
- Lodewijk XIV, J. H. Robinson (uitgever) (1685). Revocation of the Edict of Nantes (Edict van Fontainebleau, Engelse vertaling).
- Keizer Ferdinand III, Koning van Frankrijk (namens de Franse kroon) (1648). Treaty of Westphalia: vredesverdrag tussen de keizer en de koning van Frankrijk (Münster, Engelse vertaling).
Geraadpleegde literatuur
- Derek Blyth (2023). The vanished birthplace of Emperor Charles V in Ghent.
- Die Welt der Habsburger (Schönbrunn Group). Charles V and the dream of a universal monarchy.
- Stad Gent. Geschiedenis van Gent.
- Larousse (Encyclopédie). Jean-Baptiste Colbert.
- Château de Versailles (Établissement public) (2026). Key dates (geschiedenis van het kasteel van Versailles).
- Library of Congress. The Gutenberg Bible (Bibles at the Library of Congress).
- ICOMOS / UNESCO World Heritage Centre (2005). Plantin-Moretus Museum (Belgium), No 1185: Advisory Body Evaluation.
- Museum Plantin-Moretus, Stad Antwerpen. Museum Plantin-Moretus.
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.
Doelen
Op.stap
- 5.1.GL4.12 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Karel V, Duitse Rijk.Het begrip staatsvorming steunt hier alleen op de Op.stap-omschrijving en op concrete voorbeelden, niet op wetenschappelijke literatuur. Het Duitse Rijk zelf (bestuur, keurvorsten, keizerskroning) en de verdeling van Karels gebieden tussen Spanje en Oostenrijk worden niet uitgelegd. De voorkennis over de Bourgondiërs en de Keure van Kortenberg staat in het artikel over de middeleeuwen. Verder in: Staatsvorming (nog te schrijven), Europa in de middeleeuwen (nog te schrijven).
- 5.1.GL4.13 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Frankrijk, Lodewijk XIV.De centralisatie onder Lodewijk XIV steunt op een naslagwerk (Larousse) en de site van Versailles; een wetenschappelijke bron ontbreekt nog. De voorkennis over Rollo en het beleg van Parijs hoort bij de middeleeuwen. Verder in: Staatsvorming (nog te schrijven), Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen (nog te schrijven).
- 5.1.GL4.14 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Karel V.De gevolgen van de kolonisatie voor de bewoners van Amerika (geweld, ziekten, dwangarbeid, zilver) en het perspectief van de bewoners zelf komen niet aan bod; daarvoor is nog bronnenonderzoek nodig. Het begrip imperialisme wordt alleen kort omschreven. Verder in: Imperialisme (nog te schrijven), Wereldwijde contacten en koloniale handel (nog te schrijven).
- 5.1.GL4.15 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: boekdrukkunst, Antwerpen, Plantijn.De voorkennis over Bagdad en het Huis van Wijsheid wordt alleen vermeld. Het verband tussen de boekdrukkunst en de verspreiding van de Reformatie is nog niet gebronnen. Verder in: De Arabische wereld in de middeleeuwen (nog te schrijven).
- 5.1.GL4.16 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: religieuze conflicten, de Vrede van Westfalen.De oorlog die aan de Vrede van Westfalen voorafging, het verdrag van Osnabrück, de Opstand in de Nederlanden (Beeldenstorm, Alba) en de vrede tussen Spanje en de Republiek in 1648 zijn niet behandeld; de betekenis van Westfalen voor het begrip soevereine staat is bewust weggelaten (geen gecontroleerde bron).
Minimumdoelen
- 5.1.4 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026