Onderwerp · Geschiedenis · ook: Aardrijkskunde
Het oude Egypte
Een land dat leefde van de overstroming van de Nijl, waar koningen in piramides begraven werden, waar men schreef met hiërogliefen op papyrus, en waarvan we de teksten weer kunnen lezen dankzij de Steen van Rosetta.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
Het oude Egypte lag langs één lange rivier, de Nijl. Wie er woonde, leefde van het water dat elk jaar over het land kwam. Dit artikel volgt de onderwerpen die kinderen in de derde kleuterklas tegenkomen: hoe de rivier en de boeren samen voor voedsel zorgden, wie de koning was die later farao heette, waarom er piramides gebouwd werden en hoe mensen begraven werden, hoe de Egyptenaren schreven en op wat, en hoe wij hun schrift opnieuw hebben leren lezen dankzij de Steen van Rosetta.
Waar het kan, laten we mensen van toen zelf spreken: een lied voor de Nijl, de priesters die het decreet op de Steen van Rosetta lieten zetten, een papyrus voor een overleden schrijver. Daarnaast laten we twee bezoekers van buiten aan het woord, de Griek Herodotos en de Romein Plinius, die veel later over Egypte schreven. Hun teksten staan in een apart kader, met de vertaling erbij. De achtergrond voor de leerkracht gaat dieper dan wat kleuters moeten weten; de kindvragen geven een eenvoudig antwoord. Jaartallen zijn bij benadering: de bronnen zelf schrijven ‘ongeveer’ en verschillen soms enkele tientallen jaren.
De Nijl en het water
Een gift van de rivier
Door Egypte stroomt een grote rivier: de Nijl. Van die rivier leefde het land. Elk jaar steeg het water van de Nijl, trad de rivier buiten haar oevers en liep het water over het vlakke land naast de rivier. Bij een normale vloed stond de Nijl in het zuiden van Egypte rond half augustus tot aan de rand van haar oevers. Daarna liep het water de lager gelegen velden in, en vier tot zes weken later stonden ook de velden in het noorden onder water. Begin oktober vielen de eerste velden in het zuiden weer droog (Butzer 1976, p. 17–18).
Het water bracht slib mee, fijne modder uit de rivier. Grond die zo regelmatig met slibrijk water overspoeld werd, is van nature erg vruchtbaar, schrijft de geograaf Karl Butzer (Butzer 1976, ca. p. 88–89). Een Griekse reiziger, Herodotos, bezocht Egypte in de 5de eeuw v.o.t. Hij vatte het zo samen:
Historische bron
Dat Egypte, waar de Grieken naartoe varen, is land dat voor de Egyptenaren is aangespoeld: een gift van de rivier.
Herodotos bedoelde dat de grond van Egypte door de rivier zelf was aangevoerd. Vandaar de bekende uitdrukking ‘Egypte is een geschenk van de Nijl’. Die woorden staan niet zo letterlijk bij Herodotos, maar ze geven goed weer wat hij zegt.
Toch was de vloed niet elk jaar even hoog. In sommige jaren steeg het water zo weinig dat een deel van de velden droog bleef (Butzer 1976, p. 17). Dan was er minder te eten.
Beeld in voorbereiding (aangevraagd)
Een indruk geven van de Nijlvallei tijdens en na de overstroming: akkers onder water in vlakke bekkens, dorpen op hoger gelegen grond, woestijn aan de rand.
oude-egypte-nijlvloed-reconstructie → public/images/oude-egypte-nijlvloed-reconstructie.webp
“Waarom was het goed dat de Nijl overstroomde?”
Kort antwoord voor kinderen
Het water van de rivier kwam elk jaar over de velden. Het maakte de grond nat en liet vruchtbare modder achter. Daarna konden de boeren zaaien, en dan groeide er veel graan.
Nuance voor de leerkracht
Een overstroming is voor kinderen vaak iets gevaarlijks. Je kunt het verschil benoemen: in Egypte wachtten de mensen op de overstroming, omdat er zonder het water niets groeide. Maar als het water te laag bleef, groeide er te weinig. Het woord ‘overstromen’ is richtinggevende woordenschat bij deze doelen.
Een lied voor de rivier
Hoe belangrijk de rivier was, horen we in een lied dat Egyptische schrijvers overschreven: de Nijlhymne. Het lied spreekt de rivier aan alsof ze een levend wezen is, dat leven, graan en volle schuren brengt (Nijlhymne (Guieysse 1890), strofe I–IV).
Historische bron
Lof aan de Nijl! Wees gegroet, Nijl, die je over dit land toont en komt om Egypte leven te geven! … Jij laat het graan ontstaan, jij brengt de gerst voort en zorgt dat de tempels blijven bestaan. Als je ophoudt met je werk, is alles wat bestaat in nood.
Een stukje van dit lied werd gevonden op een scherf kalksteen uit Deir el-Medina, bij Thebe, opgegraven in 1905. De scherf is ongeveer 11 bij 11,5 centimeter en wordt bewaard in het Museo Egizio in Turijn. Ze is beschreven in het hiëratisch, een lopend schrift dat verderop aan bod komt, en dateert uit het Nieuwe Rijk, tussen 1292 en 1077 v.o.t. Het museum noemt het lied een hymne aan Hapi, de god die de jaarlijkse overstroming van de Nijl voorstelde (Museo Egizio, ostracon Suppl. 6356).
Uitbreiding De Nijlhymne
De Nijlhymne is een lied van veertien strofen. Ze is bewaard in Egyptische handschriften, onder meer op een papyrus die Papyrus Anastasi VII heet, en in uittreksels op scherven, zoals het stuk uit Deir el-Medina in Turijn (Nijlhymne (Guieysse 1890)) (Museo Egizio, ostracon Suppl. 6356). Wanneer het lied gedicht werd, laten we hier open: de bronnen die we lazen, geven daar geen zeker antwoord op. Onderaan de papyrus staat dat het afschrift ‘met succes voltooid’ is en opgedragen aan een schrijver van de schatkist (Nijlhymne (Guieysse 1890), slot). Wat volgt, is een navertelling per deel, met de kernpassages in vertaling.
Strofen I tot IV: de rivier geeft leven. De zanger begroet de Nijl, die komt ‘om Egypte leven te geven’. Hij bevloeit de boomgaarden, geeft het vee te drinken, laat graan en gerst groeien en houdt zo ook de tempels in stand. Zonder zijn werk is alles in nood.
Historische bron
Je bewatert de boomgaarden die Re geschapen heeft, zodat al het vee blijft leven; je geeft de aarde te drinken, onuitputtelijke!
Historische bron
Hij verspreidt zich over Egypte, vult de graanschuren, doet de markten herleven en waakt over het bezit van de ongelukkigen.
Strofen V tot IX: een god die je niet ziet. De zanger beschrijft de rivier als een verborgen kracht. Je kunt haar niet zien en niet dwingen; ze komt wanneer ze komt.
Strofen X tot XII: rijkdom en honger. Wanneer de vloed komt, is er overvloed. Wat echt telt, zegt het lied, is niet kostbare steen, maar voedsel:
Historische bron
Maar van lapis lazuli worden we niet gevoed; alleen graan geeft kracht.
Lapis lazuli is een dure blauwe edelsteen. Blijft de gave van de rivier uit, dan ‘valt het land uitgeput neer’ (Nijlhymne (Guieysse 1890), strofe XII).
Strofen XIII en XIV: feest en smeekbede. Voor de rivier worden ‘grote feesten ingesteld’ (Nijlhymne (Guieysse 1890), strofe XIII). Het lied eindigt met de bede dat de rivier komt en voorspoed brengt.
Een woord bij het gebruik in de klas. De vertaling van Paul Guieysse is uit 1890. Sommige woorden waren toen onzeker, en de vertaler zegt dat zelf in zijn voetnoten. Gebruik de strofen als stem uit Egypte zelf, niet de verklaringen van de vertaler. De volledige tekst staat vrij online in de reeks Records of the Past (sacred-texts.com).
Irrigatielandbouw
Landbouw waarbij de akkers bevloeid worden met water dat mensen aanvoeren of tegenhouden, heet irrigatielandbouw. In Egypte deden de boeren dat vooral met het water van de vloed. Het vlakke land langs de Nijl was verdeeld in grote kommen, bekkens, waarin het water bij hoogwater bleef staan, gemiddeld ongeveer anderhalve meter diep (Butzer 1976, p. 17–18). Butzer beschrijft hoe de Egyptenaren dat hoge water regelden: ze maakten de dijken hoger, sloten kanalen af met aarden dammen en sluizen, verdeelden de bekkens in kleinere stukken en staken een dijk tijdelijk door om water binnen te laten. Een net van kanalen dat het hele jaar door water aanvoert, kwam er in Egypte pas in de 19de eeuw (Butzer 1976, p. 47).
Het water moest soms ook omhoog. In de tijd van de piramides gebeurde dat met de hand, met emmers (Butzer 1976, p. 45). Later kwam er een hulpmiddel bij: de sjadoef. Dat is een lange paal die als een wip op een steun ligt, met aan het ene uiteinde een emmer en aan het andere een tegengewicht. Volgens Butzer is de sjadoef pas in het Nieuwe Rijk op afbeeldingen te zien, rond 1346–1334 v.o.t., en werd hij vooral gebruikt in tuinen, niet op de grote akkers. Het waterrad kwam nog veel later (Butzer 1976, p. 45, 47, 108).

Wie regelde al dat water? Op.stap stelt dat irrigatielandbouw vraagt dat boeren goed samenwerken, en dat daaruit leidinggevende rollen groeien, tot het land onder het gezag van één farao komt. Butzer, die zich baseert op de Egyptoloog Klaus Baer, ziet het voor Egypte anders. Volgens hem werden de dijken en het water lokaal geregeld, door alle mannen van een bekken samen die konden werken, en niet door het hof van de koning (Butzer 1976, p. 43, 109). De koning was wel symbolisch met de overstroming verbonden, schrijft hij, maar de techniek zelf was eenvoudig en werkte op de schaal van een streek, niet van het hele land. Het enige wat volgens Butzer centraal geregeld werd, was de belasting: die hing af van de verwachte oogst, en die las men af aan de hoogte van de vloed (Butzer 1976, p. 50).
Samenwerken: ja. Eén farao die het water regelde: niet zeker.: geen extra leerlingdoel
Samenwerken was nodig, daar zijn Op.stap en Butzer het over eens. Maar de stap ‘samenwerking rond het water leidt tot één leidinggevende, de farao’ gaat verder dan wat de bron die we gelezen hebben zegt. Butzer schreef in 1976; zijn lezing is die van één onderzoeker en niet het laatste woord. In de klas kun je veilig zeggen: de boeren werkten samen om het water op hun velden te krijgen, en de koning was voor de Egyptenaren met de rivier verbonden. Hoe de koning aan de macht kwam, laten we hier open.
Voor de vergelijking met Mesopotamië: daar moest het water in het zuiden via gegraven kanalen naar de akkers, en volgens Naomi Miller organiseerden steden de irrigatie later op grote schaal (zie Mesopotamië, irrigatielandbouw). In Egypte liep de vloed vanzelf over het vlakke land. Butzer meent dat een ingewikkeld kanalennet zoals in Mesopotamië daardoor overbodig was (Butzer 1976, p. 43). Ook woonden de meeste Egyptenaren volgens hem in dorpen en kleine centra, anders dan in Mesopotamië (Butzer 1976, p. 109–110).
Boeren en de koning
Boeren en de overstroming
De meeste Egyptenaren waren boer: mensen die het land bewerkten en er voedsel op kweekten. Zij woonden in dorpen langs de rivier (Butzer 1976, p. 109–110). Als het water van de vloed wegzakte, zaaiden ze in de natte bekkens graan: gerst, tarwe en vlas. Dat werk volgde elk jaar hetzelfde patroon, in de winter na de vloed (Butzer 1976, p. 50).
Herodotos zag hoe het eraan toeging, of hoorde het vertellen. Hij beschrijft vooral de Delta in het noorden:
Historische bron
De rivier stijgt uit zichzelf, bevloeit de velden en zakt dan weer terug. Dan zaait ieder zijn akker, laat er varkens over lopen om het zaad in de grond te trappen en wacht op de oogst. Daarna laat hij de varkens zijn graan dorsen en brengt het binnen.
Herodotos vond dat de Egyptenaren hun oogst met heel weinig moeite binnenhaalden (Herodotus, Hist. 2, boek 2.14). Dat is de blik van een buitenstaander. Het werk aan de dijken en bekkens dat Butzer beschrijft, zag hij niet of liet hij weg. Leg de twee naast elkaar: wat zag een bezoeker, en wat weten we uit ander onderzoek?
Herodotos vertelt ook een verhaal dat de Egyptische priesters hem deden over een koning die ze Sesostris noemden. Wie die koning precies was, onderzoeken we hier niet. Het verhaal gaat over boeren, land en belasting:
Historische bron
Deze koning, zeiden ze, verdeelde het land onder alle Egyptenaren: ieder kreeg een even groot stuk. Daaruit haalde hij zijn inkomsten, met een jaarlijkse belasting. Als de rivier iemand een deel van zijn land afnam, kwam die man het de koning vertellen. De koning stuurde dan mensen om het te onderzoeken en te berekenen hoeveel land verloren was, zodat de man voortaan minder belasting betaalde. Hieruit hebben de Grieken, denk ik, het landmeten geleerd.
Of het precies zo ging, weten we uit dit verhaal niet. Maar het past bij wat Butzer langs een andere weg vaststelt: de belasting hing af van de rivier en de vloed (Butzer 1976, p. 50). Twee bronnen die los van elkaar hetzelfde verband leggen, maken het waarschijnlijker.
“Wat deed een boer in Egypte?”
Kort antwoord voor kinderen
Hij wachtte tot het water van de Nijl weer weg was. Dan zaaide hij graan in de natte grond. Als het graan rijp was, haalde hij de oogst binnen. Een deel van de oogst moest hij afgeven aan de koning.
Nuance voor de leerkracht
‘Een deel afgeven’ is een vereenvoudiging van de belasting waarover Herodotos en Butzer schrijven. Hoeveel een boer moest afgeven en hoe dat precies ging, behandelt dit artikel niet: daarover hebben we geen bron gelezen.
De koning en het woord farao
Rond 3100 v.o.t. werd Egypte één rijk (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 7). De hoofdstad werd Memphis, aan de Nijl. Volgens de overlevering werd Memphis rond 3000 v.o.t. gesticht als hoofdstad van het verenigde land. In de tijd van de piramides, het Oude Rijk, was ze het bestuurlijke centrum (UNESCO, Memphis en zijn necropolis). Die jaartallen zijn bij benadering.
De koning van Egypte noemen we vandaag een farao. Dat woord heeft een verhaal. In het Nieuwe Rijk, tussen 1550 en 1069 v.o.t., begonnen de Egyptenaren hun heerser aan te duiden met de naam van zijn paleis, het ‘Grote Huis’, in het Egyptisch per-aa. Daaruit groeide ons woord ‘farao’ (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 95–96). De koningen die de piramides van Gizeh lieten bouwen, leefden lang daarvoor. Strikt genomen zijn zij koningen, maar ‘farao’ is de gewone naam geworden voor alle koningen van het oude Egypte.
Je herkent een farao op afbeeldingen aan een paar tekens. Hij draagt vaak de nemes, een hoofddoek die bij de farao hoort. Op zijn voorhoofd staat de uraeus, een opgerichte cobra, een teken van bescherming. En zijn naam staat in een cartouche, een ovaal met een lijn eronder. Volgens het British Museum betekende dat ovaal dat de farao heerste over alles wat de zon omcirkelt (British Museum, Symbols of the pharaoh).
“Wie was de farao?”
Kort antwoord voor kinderen
De farao was de koning van Egypte. Hij woonde in een groot paleis. Je herkent hem op tekeningen aan zijn hoofddoek en de slang op zijn voorhoofd.
De farao en de goden: geen extra leerlingdoel
Op.stap beschrijft de farao als verbinding tussen de mensen en de wereld van de goden. Voor die formulering hebben we geen bron gelezen die haar zo uitwerkt. Wat de gelezen bronnen wel tonen: in de Piramideteksten, uit koningsgraven van rond 2350–2175 v.o.t., wordt de overleden koning naar de hemel gebracht, naar de zonnegod Re (Mercer 1952, Pyramid Texts, spreuk 263) (zie ‘Leven na de dood’). En veel later, in 196 v.o.t., noemen de priesters op de Steen van Rosetta hun koning ‘als een god, de zoon van een god’ (Decreet van Memphis (Budge 1905), r. 10) (zie ‘De Steen van Rosetta’). Butzer spreekt van een symbolische band tussen de farao en de overstroming (Butzer 1976, p. 50). Dat zijn aanwijzingen dat de koning een bijzondere plaats had tussen mensen en goden, maar uit verschillende tijden. Hoe de Egyptenaren in de piramidetijd zelf over hun koning dachten, werken we hier niet verder uit.
Bouwen en begraven worden
Piramiden als graven
Egyptenaren besteedden veel zorg aan hoe hun doden begraven werden. Bij Memphis ligt een groot gebied met graven en tempels, van Gizeh tot Dahsjoer. UNESCO beschrijft het als de hoofdstad van het Oude Rijk met ‘buitengewone grafmonumenten’: graven in de rots, versierde mastaba’s (grafgebouwen), tempels en piramides (UNESCO, Memphis en zijn necropolis). Een piramide was dus geen paleis of tempel, maar het graf van een koning.
Bouwen en begraven worden hoorden zo samen: er werd gebouwd om de koning na zijn dood een plaats te geven. De eerste piramide die ooit gebouwd werd, staat in Saqqara: de trappiramide van koning Djoser (UNESCO, Memphis en zijn necropolis). Ze heet zo omdat ze uit treden bestaat, als een reuzentrap.
De piramides van Gizeh
Op een plateau bij Gizeh staan de piramides van Gizeh: die van de koningen Cheops, Chefren en Mycerinus, met de Sfinx aan de oostkant (UNESCO, Memphis en zijn necropolis). De grootste, die van Cheops, heet de Grote Piramide. Ze is het enige wereldwonder uit de oudheid dat nog bestaat (UNESCO, Memphis en zijn necropolis). Cheops (in het Egyptisch Khufu) regeerde rond 2600 v.o.t. De bronnen verschillen hier enkele tientallen jaren (Weiss 2022 (Archaeology)) (Butzer 1976, p. 45).

Hoe werd zo’n berg steen gebouwd, en door wie? De oudste beschrijving die we hebben, komt van Herodotos, ruim tweeduizend jaar na de bouw. Hij vertelt wat priesters hem zeiden:
Historische bron
Hij dwong alle Egyptenaren voor hem te werken. Sommigen moesten stenen uit de steengroeven in het Arabische gebergte naar de Nijl slepen; anderen moesten de stenen, nadat ze per boot de rivier waren overgezet, in ontvangst nemen en naar het Libische gebergte slepen. Ze werkten in groepen van honderdduizend man, elke groep drie maanden lang.
Herodotos’ getallen zijn niet bevestigd. Wat archeologen intussen vonden, geeft een ander beeld. De archeoloog Mark Lehner en zijn team vonden aan de voet van het plateau resten van een nederzetting, met lange gebouwen waar volgens hen een wisselende ploeg van enkele duizenden arbeiders woonde (Shaw 2003 (Harvard Magazine)). Veel Egyptologen denken daarom dat de piramides gebouwd werden door ploegen die elkaar afwisselden, in een organisatie met teams (Shaw 2003 (Harvard Magazine)). De schattingen van het aantal arbeiders lopen sterk uiteen: van de honderdduizend van Herodotos tot enkele duizenden (Shaw 2003 (Harvard Magazine)).
Een vondst uit 2013 laat iemand van toen zelf aan het woord. In Wadi el-Jarf, aan de Rode Zee, vonden de archeologen Pierre Tallet en Gregory Marouard papyrusrollen. Het zijn de oudste papyri die we kennen (Stille 2015 (Smithsonian)). Daarbij is het logboek van een opzichter, Merer. Hij en zijn ploeg vervoerden kalksteen uit de groeven van Tura per boot naar ‘Achet-Choefoe’, de ‘Horizon van Khufu’: zo heette de Grote Piramide (Weiss 2022 (Archaeology)). Een typische regel luidt, in de Engelse weergave die het tijdschrift Archaeology aanhaalt: ‘Opzichter Merer vaart met zijn ploeg af van Tura, geladen met steen, naar Achet-Choefoe’ (Weiss 2022 (Archaeology)). Het logboek is van het einde van de regering van Cheops (Stille 2015 (Smithsonian)). Waarvoor de stenen dienden, staat er niet in; Tallet denkt aan de buitenste bekleding (Stille 2015 (Smithsonian)).
Het logboek toont ook dat de stenen over water kwamen. Volgens Lehner waren er kanalen gegraven waarlangs boten tot aan de rand van het plateau konden varen (Weiss 2022 (Archaeology)). Butzer kwam in 1976 al tot een gelijkaardig besluit: de havenwerken tussen Gizeh en Aboesir moeten gediend hebben om bouwsteen aan te voeren en uit te laden (Butzer 1976, p. 45). Zo raakt het bouwen weer aan de rivier.
“Hoe kregen ze die zware stenen daar?”
Kort antwoord voor kinderen
De stenen kwamen uit steengroeven. Met boten werden ze over de Nijl en langs gegraven kanalen tot bij de bouwplaats gebracht. Daar werkten heel veel mensen samen om ze op hun plaats te krijgen.
Nuance voor de leerkracht
Hoe de stenen precies omhoog gingen, is niet in dit artikel uitgewerkt. Herodotos spreekt over houten hefbomen (zie de uitbreiding hieronder), maar dat is zijn verhaal, ruim tweeduizend jaar later. Over hellingen en andere technieken hebben we geen bron gelezen.
Uitbreiding Wat Herodotos over Cheops vertelt
Herodotos reisde in de 5de eeuw v.o.t. door Egypte en schreef op wat priesters en een tolk hem vertelden. Zijn verhaal over koning Cheops (hij schrijft Kheops) is de oudste uitvoerige beschrijving van de bouw van de Grote Piramide die we hebben. Ze is ook een goed voorbeeld van een bron die je niet zomaar kunt geloven.
Een koning die het volk liet zwoegen. Volgens de priesters was Egypte goed bestuurd tot Cheops koning werd:
Historische bron
Ze zeiden dat Egypte tot de tijd van koning Rhampsinitus goed bestuurd werd en erg welvarend was, maar dat Cheops, de volgende koning, het volk in diepe ellende bracht. Eerst sloot hij alle tempels, zodat niemand er nog kon offeren, en daarna dwong hij alle Egyptenaren voor hem te werken.
De weg en de piramide. Daarna volgt het slepen van de stenen, de ploegen van honderdduizend man, en:
Historische bron
Tien jaar lang sleten de mensen zich uit met het bouwen van de weg waarover de stenen werden gesleept. … De koning bedoelde de ondergrondse kamers als graf voor zichzelf. … De piramide zelf deed er twintig jaar over.
Hoe de stenen omhoog gingen. Herodotos beschrijft ook een bouwwijze:
Historische bron
Deze piramide werd gebouwd als een trap. Toen die eerste vorm klaar was, gebruikten de arbeiders korte houten balken als hefbomen om de overige stenen omhoog te tillen; ze hesen de blokken van de grond op de eerste trede.
Radijzen, uien en knoflook. Ten slotte zegt Herodotos dat er op de piramide een opschrift stond over wat er voor de arbeiders aan radijzen, uien en knoflook was uitgegeven, en dat de tolk hem daarbij een bedrag van zestienhonderd talenten zilver voorlas (Herodotus, Hist. 2, boek 2.125). Dat is zijn bewering; wij kunnen dat opschrift niet nalezen.
Wat zeggen opgravers? Leg het verhaal naast wat archeologen vonden. De getallen van Herodotos zijn niet bevestigd: Lehner denkt eerder aan enkele duizenden arbeiders die elkaar afwisselden (Shaw 2003 (Harvard Magazine)). Het logboek van Merer is geschreven door iemand die zelf meewerkte, in de laatste jaren van Cheops, en spreekt niet over ellende of gesloten tempels (Stille 2015 (Smithsonian)) (Weiss 2022 (Archaeology)). Dat betekent niet dat Herodotos alles verzon, wel dat zijn bron een eigen kijk had op Cheops. Het beeld van een wrede koning komt van priesters die ruim tweeduizend jaar later leefden. Over dit soort vragen gaat het artikel over bron en bewijs.
De volledige tekst van boek 2 staat in de vertaling van Godley vrij online bij het Perseus-project.
Leven na de dood
Waarom zoveel moeite voor een graf? De Egyptenaren geloofden dat het leven na de dood verderging, en dat de doden daarvoor hulp nodig hadden. In vijf piramiden in Saqqara, van koningen die na de bouwers van Gizeh leefden, staan teksten op de muren gebeiteld: de Piramideteksten. Ze werden aangebracht tussen ongeveer 2350 en 2175 v.o.t. (Mercer 1952, Pyramid Texts, inleiding). Ze spreken over de reis van de overleden koning naar de hemel. Eén zin:

Historische bron
De twee rietvlotten van de hemel worden voor de koning neergelegd, zodat hij ermee naar de horizon kan overvaren, naar Re.
Re is de zonnegod. In de piramides van Gizeh zelf staan zulke teksten niet; ze zijn van later (Mercer 1952, Pyramid Texts, inleiding).
Niet alleen koningen werden zorgvuldig begraven. Vanaf ongeveer 1600 v.o.t. gebruikte men papyrusrollen met spreuken, die de doden moesten helpen om hun reis naar het hiernamaals veilig af te leggen. Die verzameling spreuken noemen we het Dodenboek (British Museum, Reading a papyrus). Een lange rol is die van Ani, een koninklijke schrijver; de vertaler Budge noemde ze in 1895 de langste bekende papyrus uit Thebe. Ze werd in Thebe gevonden en in 1888 door het British Museum gekocht (Dodenboek van Ani (Budge 1895), inleiding).
Uitbreiding Het oordeel over het hart
Op de papyrus van Ani staat een tafereel dat vaak wordt afgebeeld: het oordeel over de dode. Het hart van Ani wordt gewogen op een grote weegschaal. De god Thoth, die volgens de Egyptenaren het schrift had gegeven, spreekt het oordeel uit:
Historische bron
Hoor dit oordeel. Het hart van Osiris Ani is werkelijk gewogen, en zijn ziel heeft voor hem getuigd; bij de proef in de Grote Weegschaal is het waar bevonden. Er is geen kwaad in hem gevonden: hij heeft de offers in de tempels niet verspild, hij heeft met zijn daden geen schade gedaan en hij heeft op aarde geen kwaad gesproken.
‘Osiris’ is hier een titel die de overledene krijgt: Ani wordt ‘de Osiris Ani’ genoemd, naar de god Osiris. Op de volgende plaat brengt de god Horus Ani bij Osiris. Daar noemt Ani zichzelf ‘de koninklijke schrijver’ (Dodenboek van Ani (Budge 1895), plaat IV).
Twee dingen om goed uit elkaar te houden. Deze papyrus is gemaakt voor een schrijver, niet voor een koning. En hij hoort bij het Dodenboek uit het Nieuwe Rijk, niet bij de piramides van Gizeh, die meer dan duizend jaar ouder zijn. De vertaling van Budge is uit 1895 en op details verouderd. Ze staat vrij online op sacred-texts.com.
De bekendste manier om een dode te bewaren, is het balsemen: van het lichaam een mummie maken. Ook daarover schreef Herodotos. Hij vertelt dat er verschillende manieren waren, met verschillende prijzen, en de goedkoopste was voor de armen (Herodotus, Hist. 2, boek 2.86–88).
Historische bron
Als een lijk bij hen wordt gebracht, tonen ze de brengers houten modellen van lijken, geschilderde afbeeldingen. … Als ze het over een prijs eens zijn, gaan de brengers weg, en de werklieden, alleen achtergebleven, balsemen het lichaam. … Daarna bergen ze het lichaam zeventig dagen weg, ingelegd in zout. Als de zeventig dagen om zijn, wassen ze het lichaam en wikkelen het helemaal in verbanden van fijn linnen, ingesmeerd met gom; dan geven ze de dode terug aan zijn vrienden.
Herodotos beschrijft wat in zijn eigen tijd gebeurde, in de 5de eeuw v.o.t., niet hoe het in de tijd van de piramides ging. De zeventig dagen zijn zijn bewering. Een mummie of ander voorwerp hebben we voor dit artikel niet onderzocht.
“Waarom werd de farao in een piramide begraven?”
Kort antwoord voor kinderen
De Egyptenaren geloofden dat de koning na zijn dood verder leefde, bij de zon in de hemel. De piramide was zijn graf, een heel groot en sterk huis voor na zijn dood.
Nuance voor de leerkracht
‘Bij de zon in de hemel’ volgt de Piramideteksten, die van iets latere koningen zijn. Waarom de piramide precies die vorm heeft, beantwoordt dit artikel niet: daarvoor hebben we geen bron gelezen.
Schrift
Hiërogliefen
Mensen kunnen kennis aan elkaar doorgeven door te vertellen. Met schrift kan het ook zonder dat je elkaar ziet: je zet woorden en klanken met vaste tekens op iets wat blijft. In Egypte werd het schrift uitgevonden rond 3250 v.o.t., om de verdeling en de opslag van goederen te regelen, toen de samenleving ingewikkelder werd (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 105). Dat lijkt op Mesopotamië, waar het schrift ruim vóór 3100 v.o.t. ontstond om voedselvoorraden bij te houden (British Museum, Babylon (2008), p. 5) (zie Mesopotamië, van tekening tot wigvormig teken).
Het Egyptische schrift met afbeeldingen noemen we hiërogliefen. Het woord komt van een Griekse uitdrukking die ‘heilige gravures’ betekent; de Egyptenaren zelf noemden hun schrift ‘het goddelijke woord’, omdat ze geloofden dat de god Thoth het hun geleerd had (British Museum, Symbols of the pharaoh). Hiërogliefen beelden dingen uit de echte wereld af, zoals dieren en planten. Ze werden vooral gebruikt in tempels, graven en op andere monumenten (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 9).
Het zijn geen gewone tekeningen. Volgens het British Museum verbergt het beeldachtige uitzicht dat de tekens een ingewikkelde gesproken taal weergeven (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 9). Er waren uiteindelijk meer dan 7000 tekens. Sommige stellen klanken voor, maar alleen medeklinkers: klinkers werden niet geschreven. Eén teken kon ook voor twee of meer medeklinkers samen staan. Andere tekens werden niet uitgesproken, maar maakten duidelijk wat een woord betekende (British Museum, Symbols of the pharaoh).
Wie met een penseel of een rietpen en inkt schreef, maakte de tekens eenvoudiger. Zo ontstond een minder beeldend, verkort schrift, het hiëratisch. Met de tijd werd het nog meer een lopend handschrift: het demotisch (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 10). Ook Herodotos merkte op dat de Egyptenaren anders schreven dan de Grieken:
Historische bron
De Grieken schrijven en rekenen van links naar rechts, de Egyptenaren doen het omgekeerd. … Ze gebruiken twee soorten schrift: het ene heet heilig, het andere volksschrift.
Herodotos telt er twee. Zijn vertaler Godley merkt op dat het er eigenlijk drie waren: hiërogliefen, hiëratisch en demotisch (Herodotus, Hist. 2, boek 2.36, noot).
“Waarom schreven ze met prentjes?”
Kort antwoord voor kinderen
Elk prentje is een teken. Sommige tekens zijn een klank, zoals onze letters. Andere tekens helpen je te weten wat een woord betekent. Wie het geleerd had, kon het lezen, net zoals jij later letters leert lezen.
Nuance voor de leerkracht
Wie in Egypte leerde schrijven en hoeveel mensen konden lezen, hebben we voor dit artikel niet onderzocht. Op de papyrus van Ani noemt hij zichzelf een koninklijke schrijver; meer zeggen onze bronnen niet over het beroep. Over de schriftgeleerden in Mesopotamië staat meer in het artikel over Mesopotamië.
Papyrus
Waarop schreven de Egyptenaren? Op muren en steen, maar ook op papyrus. Papyrus werd gemaakt van de stengels van een rietplant, Cyperus papyrus. Volgens het British Museum werden de stengels geschild en geweekt, plat geslagen en kruiselings op elkaar gelegd. Voor langere teksten werden vellen aan elkaar gehecht tot een rol (British Museum, Reading a papyrus). Daarop schreef men met inkt. De plant groeide goed in de Nijldelta, werd het symbool van Neder-Egypte en was een van de belangrijkste uitvoerproducten van het land. Van papyrus maakte men ook lichte boten en manden (British Museum, Reading a papyrus).
De oudste papyri die we kennen, zijn die van Wadi el-Jarf, met het logboek van Merer, uit de laatste jaren van Cheops (Stille 2015 (Smithsonian)). Ze zijn geschreven in hiërogliefen en in hiëratisch (Stille 2015 (Smithsonian)). Papyrus is dus al zo oud als de Grote Piramide.
Veel later, in de 1ste eeuw o.t., beschreef de Romein Plinius hoe papyrus gemaakt werd. Hij kende het papier van zijn eigen tijd:
Historische bron
Papyrus groeit in de moerassen van Egypte of in het stilstaande water van de Nijl, wanneer die buiten haar oevers is getreden en het water in plassen blijft staan die niet dieper zijn dan een paar el. … Dat gebeurt op een tafel die met Nijlwater is bevochtigd. … De bladen worden in de lengte op de tafel gelegd; daarover komt een dwarse laag, zoals bij het vlechten van horden. Dan worden de lagen samengeperst en in de zon gedroogd.
Plinius en het British Museum beschrijven allebei twee lagen die kruiselings over elkaar liggen. Plinius voegt eraan toe dat het troebele Nijlwater als lijm werkte (Plinius, NH 13, boek 13.23). Of dat klopt, is onzeker; neem het als zijn uitleg, en niet als de zekere werkwijze van de oude Egyptenaren.
“Is papyrus hetzelfde als papier?”
Kort antwoord voor kinderen
Papyrus is een soort papier, gemaakt van een plant die aan de Nijl groeide. De mensen legden stroken van de plant kruiselings op elkaar en sloegen ze plat. Daarop schreven ze met inkt.
De Steen van Rosetta
Een steen met drie schriften
Tegen de 4de eeuw o.t. raakten de hiërogliefen buiten gebruik (British Museum, Symbols of the pharaoh). Na verloop van tijd kon niemand ze nog lezen. Hoe weten we dan vandaag wat erop staat?
In juli 1799 bouwden Franse soldaten in Egypte een oud fort opnieuw op, in de havenstad Rashid, die de Europeanen Rosette noemden. In het puin van de fundering vonden ze een gebroken steen met drie verschillende schriften: hiërogliefen, demotisch en Grieks (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 42). Dat is de Steen van Rosetta. Na de overgave van de Franse troepen in 1801 kwam de steen in Britse handen; in februari 1802 kwam hij aan in Portsmouth (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 39–41). Hij staat nu in het British Museum in Londen (British Museum, Hieroglyphs (2022)).

Op de steen staat drie keer dezelfde tekst: een besluit van priesters. Het werd op 27 maart 196 v.o.t. opgesteld door een raad van Egyptische priesters in Memphis, tijdens de regering van koning Ptolemaeus V. De tekst prijst de goede daden van de koning en somt op welke eerbewijzen hij krijgt. Zo’n decreet was volgens het British Museum geen Egyptische gewoonte, maar overgenomen uit de Griekse cultuur (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 43).
Een priester was iemand die in een tempel de god diende. De tekst op de steen laat zelf zien wie die priesters waren: opzieners van de tempels, dienaren van de god, schrijvers van de heilige geschriften, wijzen en plengofferaars, mensen die in de tempel offers brachten. Zo kwamen ze samen:
Historische bron
Op deze dag waren de opzieners van de tempels, de dienaren van de god, zij die over de geheime zaken van de god gaan, … de schrijvers van de heilige geschriften, de wijzen van het Huis des Levens en de andere plengofferaars uit de heiligdommen van het zuiden en het noorden naar Memphis gekomen, op de feestdag. … Zij traden de zaal binnen waar zij gewoonlijk samenkwamen, en zie, zij verklaarden:
En op het einde staat waarom één steen drie schriften draagt:
Historische bron
De priesters hebben besloten dat dit decreet op een stele van harde steen gebeiteld wordt, in het schrift van de woorden van de goden, in het schrift van de boeken en in het schrift van de Grieken, en dat het opgesteld wordt in de heiligdommen van de tempels.
Het ‘schrift van de woorden van de goden’ zijn de hiërogliefen. Met het ‘schrift van de boeken’ is, als je het British Museum ernaast legt, het demotisch bedoeld (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 42–43). Er zijn nog drie andere exemplaren van hetzelfde decreet gevonden (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 43–44).
Uitbreiding Wat de priesters besloten
Het decreet op de Steen van Rosetta is een lange tekst. Hieronder volgt een samenvatting per deel, met kernpassages uit de hiërogliefentekst in de vertaling van E. A. Wallis Budge (1905). Woorden die Budge tussen haken aanvulde uit andere exemplaren van het decreet, staan ook hier tussen haken. Voor de datering volgen we het British Museum, niet Budge: 27 maart 196 v.o.t., in Memphis (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 43).
Wie spreekt. Priesters uit de tempels van heel Egypte komen samen in Memphis (regels 6–8, zie hierboven).
De koning geprezen. De priesters beschrijven koning Ptolemaeus V als een weldoener:
Historische bron
Zie, hij is als een god, de zoon van een god. … Hij heeft veel goud en veel graan aan de tempels gegeven. … Wat aan het koninklijk huis verschuldigd was, heeft Zijne Majesteit helemaal kwijtgescholden, hoe groot het ook was; en hij heeft de gevangenen die in de gevangenis zaten vergeven, en bevolen dat ieder van hen van zijn straf werd ontslagen.
In de regels die volgen, beschrijven de priesters verder wat de koning deed: belastingen verlichten, de tempels beschermen, en volgens Budges vertaling een strijd om de stad Shekam. Ze spreken ook over afspraken die de tempels zelf ten goede kwamen (Decreet van Memphis (Budge 1905), r. 11–30).
De Nijl en de kanalen. Zelfs de rivier komt erin voor:
Historische bron
En Zijne Majesteit plaatste voetvolk bij de monden van de kanalen om ze te bewaken tegen de buitengewone stijging van het water [van de Nijl], die in het achtste jaar [van zijn regering] plaatsvond, in de genoemde kanalen die de velden bevloeiden en ongewoon diep waren.
Dit gaat over Egypte in de 2de eeuw v.o.t., meer dan tweeduizend jaar na de piramides van Gizeh. Dat er toen kanalen waren die velden bevloeiden, zegt niets over de tijd van de piramides, toen de bekkens het werk deden (zie ‘Irrigatielandbouw’).
Eerbewijzen. Als dank besluiten de priesters onder meer dat in elke tempel een beeld van de koning komt en dat er feestdagen te zijner ere gehouden worden (Decreet van Memphis (Budge 1905), r. 38–50).
Drie schriften. Ten slotte het bevel om alles in drie schriften op steen te zetten en in de tempels op te stellen (regel 53, zie hierboven).
Lees het decreet zoals het is: een lofrede van priesters op hun koning, met afspraken die ook henzelf goed uitkwamen. Het British Museum zegt het zo: de tekst prijst de rechtvaardige daden van de koning en somt de eerbewijzen op die hem gegeven worden (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 43). Het is geen neutraal verslag. Budges vertaling is meer dan honderd jaar oud; namen en moeilijke zinnen worden vandaag soms anders gelezen. De volledige tekst staat vrij online op sacred-texts.com.
“Waarom staat er drie keer hetzelfde op de steen?”
Kort antwoord voor kinderen
De priesters wilden dat iedereen het kon lezen. Daarom lieten ze de tekst in drie soorten schrift op de steen zetten: in hiërogliefen, in een Egyptisch handschrift en in het Grieks. Omdat geleerden later het Grieks nog konden lezen, konden ze ook de hiërogliefen leren lezen.
Nuance voor de leerkracht
‘Dat iedereen het kon lezen’ is een vereenvoudiging. De tekst zelf zegt alleen dat het besluit in drie schriften in de tempels moest staan. Voor wie het precies bedoeld was, zegt hij niet.
Champollion leest de hiërogliefen
Het Griekse deel van de steen kon men gewoon lezen. Daardoor werd de steen, in de woorden van het British Museum, een ‘belangrijke sleutel’ om de hiërogliefen te ontcijferen (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 13). Toch duurde het meer dan twintig jaar.
Twee geleerden speelden de grootste rol: de Engelsman Thomas Young (1773–1829) en de Fransman Jean-François Champollion (1790–1832) (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 68). Young toonde als eerste aan dat sommige tekens de klanken van de naam Ptolemaeus schreven. Maar hij meende dat zulke klanktekens pas onder Griekse invloed in gebruik kwamen. Champollion dacht dat als de Egyptenaren ooit tekens voor klanken gebruikten, dat van in het begin zo geweest moest zijn. Hij kende Koptisch, dat volgens het British Museum nog voortleeft als kerktaal van de Egyptische christenen. Daarmee las hij de naam van koning Ramses: de zonneschijf als ‘Ra’, en twee tekens als de klank ‘s’ (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 68–69).

Op 14 september 1822 liep de 32-jarige Champollion opgewonden naar zijn broer. Zijn aantekeningen werden de basis van een beroemde brief aan zijn collega Bon-Joseph Dacier. Dat geldt als het moment van de ontcijfering (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 68). Champollion had begrepen hoe het Egyptische schrift werkte: tekens voor klanken stonden naast tekens voor woorden. In een boek uit 1824 erkende hij dat Young enkele klanktekens al juist gelezen had (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 74). Ook Champollion bouwde voort op het werk van anderen voor hem.
Vanaf toen konden de teksten op tempels, graven en papyrusrollen weer gelezen worden. Zo kunnen wij vandaag de Nijlhymne, het oordeel over het hart van Ani en het logboek van Merer lezen.
Een bron die pas spreekt als je hem kunt lezen: geen extra leerlingdoel
De Steen van Rosetta is een mooie aanleiding om met kinderen over bronnen te praten. Bij de grotschilderingen uit de prehistorie weten we niet zeker wat de makers bedoelden. Bij de Egyptenaren hebben we hun eigen woorden, maar die konden we pas begrijpen toen het schrift ontcijferd was. Op.stap noemt de steen de basisbron voor de ontcijfering rond 1820–1830, en dat klopt met wat het British Museum vertelt. Wel is het goed te weten dat de steen een sleutel was, niet het enige hulpmiddel: Champollion had ook zijn kennis van het Koptisch en andere teksten nodig. Meer over hoe je een bron leest, staat in het artikel over bron en bewijs.
“Kan iemand vandaag hiërogliefen lezen?”
Kort antwoord voor kinderen
Ja. Een Franse geleerde, Champollion, heeft lang geleden uitgezocht hoe het schrift werkt. Hij gebruikte daarvoor de Steen van Rosetta, waarop dezelfde tekst ook in het Grieks stond. Sindsdien leren geleerden hiërogliefen lezen, en zo weten we wat de Egyptenaren opschreven.
Egypte en Mesopotamië
In de klas komen Egypte en Mesopotamië vaak samen aan bod. Er zijn duidelijke overeenkomsten. In beide landen hing de landbouw af van rivieren, en in beide ontstond rond dezelfde tijd een schrift om voorraden bij te houden (British Museum, Hieroglyphs (2022), p. 105) (British Museum, Babylon (2008), p. 5). Er zijn ook verschillen. In Mesopotamië moest het water met kanalen naar de akkers; in Egypte kwam de vloed zelf over de bekkens, en Butzer meent dat het waterbeheer er lokaal bleef (Butzer 1976, p. 43, 109). In Mesopotamië schreef men op klei, in Egypte met inkt op papyrus en in steen op tempels en monumenten. De ziggurat was een tempeltoren, de piramide een graf. Meer daarover in het artikel over Mesopotamië.
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: dat de Nijl elk jaar overstroomde en dat de landbouw daarvan afhing, dat Egypte rond 3100 v.o.t. één rijk werd, dat de piramides graven van koningen waren, dat Cheops de Grote Piramide van Gizeh rond 2600 v.o.t. liet bouwen, dat het Egyptische schrift tekens voor klanken en voor woorden gebruikte, dat men op papyrus schreef, en wat er op de Steen van Rosetta staat. Dat komt uit museumcollecties, archeologisch onderzoek en de teksten zelf. De jaartallen zijn bij benadering en verschillen tussen de bronnen soms enkele tientallen jaren.
- Uitleg van één onderzoeker: dat het water lokaal beheerd werd en niet door de koning, en dat Egypte daarin verschilde van Mesopotamië. Dat is de lezing van Karl Butzer uit 1976. Op.stap legt het verband tussen samenwerking rond het water en het gezag van de farao sterker dan die bron.
- Voorzichtig mee omgaan: wat Herodotos vertelt over Cheops, de honderdduizend arbeiders, de radijzen en uien, en de zeventig dagen van het balsemen. Hij schreef in de 5de eeuw v.o.t., meer dan tweeduizend jaar na de bouw, en gaf door wat priesters hem vertelden. Ook Plinius beschrijft het papyrus van zijn eigen tijd. Wat we weten over het logboek van Merer en over de arbeiders van Gizeh, komt voor dit artikel uit tijdschriftartikels over het werk van Tallet en Lehner, niet uit hun eigen publicaties. Het decreet op de Steen van Rosetta is een lofrede van priesters op hun koning. De vertalingen van Budge en Guieysse zijn meer dan honderd jaar oud.
- Nog niet beantwoord in dit artikel: hoe de Egyptenaren in de tijd van de piramides zelf over hun koning en de goden dachten; hoe het dagelijks leven van boeren eruitzag en hoeveel belasting ze betaalden; waarom de piramide die vorm heeft en hoe de stenen precies omhoog gingen; wie er leerde schrijven en hoeveel mensen konden lezen; wanneer de Nijlhymne gedicht werd; en hoe de Egyptenaren hun jaar en hun seizoenen indeelden.
Kaarten

Aegyptus. Phoenice et Palaestina (Atlas Antiquus) · Heinrich Kiepert (1818-1899), uitgave Dietrich Reimer, Berlijn; de Commons-metagegevens geven 1903 als datum (postume uitgave), 1903
Kaart van Egypte, Fenicië en Palestina uit de ‘Atlas antiquus’ van Heinrich Kiepert, een Duitse schoolatlas voor de oude geschiedenis (1903).
Reserve-optie voor wie een duidelijker schoolkaart wil dan Ortelius. Alleen de metagegevens zijn gelezen; het beeld zelf is niet bekeken en de afgebeelde plaatsnamen zijn niet gecontroleerd. Eerst linken; lokaal opnemen na controle van het beeld en de gedrukte uitgave.

Aegyptus Antiqua · Abraham Ortelius (1527-1598), 1595
‘Aegyptus Antiqua’ van Abraham Ortelius (1595): hoe een 16de-eeuwse geleerde het oude Egypte tekende, met de Nijl als lange levensader en de Delta rechts. Let op: het westen staat bovenaan.
Lokale kopie mogelijk (publiek domein). Download een middelgrote versie (de Commons-originele is 13367 x 9750 px, 190 MB; een thumbnail van 1920 px breed is beschikbaar via Special:FilePath met ?width=). Geen kaart uit de oudheid zelf maar een reconstructie van 1595 op basis van antieke schrijvers (Ptolemaeus, Strabo, Herodotus); goed voorbeeld voor leerkrachten om te laten zien hoe latere mensen het verleden in beeld brachten. Kan ook samen met `ortelius-belgii-veteris-typus-1594` (al in de site) gebruikt worden als reeks.
Verbanden
- Overzicht Oudheid
- Vergelijking Mesopotamië
- Begrip Irrigatielandbouw
- Begrip Bron en bewijs
- Voorgeschiedenis De prehistorie: de eerste mensen
- Uitwisseling De Griekse wereld
- Verwijst hierheen Soorten bronnen
- Verwijst hierheen De Griekse wereld
- Verwijst hierheen Irrigatielandbouw
- Verwijst hierheen Mesopotamië
- Verwijst hierheen Stadstaat
- Verwijst hierheen Tijd en chronologie
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- Herodotus (1920). The Histories, boek 2 (Egypte), Engelse vertaling door A. D. Godley (1920).
- Egyptische hymne aan de overstroming van de Nijl (Hapi), Paul Guieysse (vertaler), A. H. Sayce (redacteur) (1890). Hymn to the Nile (Records of the Past, 2de reeks, deel III, p. 46-54), vertaald door Paul Guieysse.
- Museo Egizio, Turijn (2026). Hiëratisch ostracon met een uittreksel van de Nijlhymne (Suppl. 6356, CGT 57064), Deir el-Medina.
- Samuel A. B. Mercer (1952). The Pyramid Texts in Translation and Commentary.
- Papyrus van Ani (Thebe, Dodenboek), E. A. Wallis Budge (vertaler) (1895). The Book of the Dead: The Papyrus of Ani (vertaling met inleiding en bijlagen).
- Plinius de Oudere (1855). Naturalis Historia, boek 13, hoofdstuk 21-23 (papyrus), Engelse vertaling Bostock en Riley (1855).
- Decreet van de priesters van Memphis (Steen van Rosetta, 196 v.o.t.), E. A. Wallis Budge (vertaler) (1905). Translation of the hieroglyphic text of the decree of the priests of Memphis, as found on the Rosetta Stone and on the Stele of Damanhur (in: The Nile. Notes for Travellers in Egypt, 9de druk, p. 199-211).
Geraadpleegde literatuur
- Karl W. Butzer (1976). Early Hydraulic Civilization in Egypt: A Study in Cultural Ecology. University of Chicago Press. ISBN 0-226-08635-6. doi:10.83354/ahe7-d748.
- The British Museum (2022). Hieroglyphs: unlocking ancient Egypt, large print exhibition text.
- The British Museum (2019). Ancient Egypt: Symbols of the pharaoh. Visit resource for teachers, Key Stage 2.
- UNESCO World Heritage Centre (1979). Memphis and its Necropolis – the Pyramid Fields from Giza to Dahshur (Werelderfgoed 86).
- Jonathan Shaw (2003). Who Built the Pyramids? Not slaves. Archaeologist Mark Lehner, digging deeper, discovers a city of privileged workers.
- Daniel Weiss (2022). Journeys of the Pyramid Builders (Wadi el-Jarf, de papyri van Merer).
- Alexander Stille (2015). The World's Oldest Papyrus and What It Can Tell Us About the Great Pyramids.
- The British Museum (2019). Ancient Egypt: Reading a papyrus. Notes for teachers.
- The British Museum (2008). Babylon: Myth and Reality. Teachers' resources, Key Stages 2 and 3 (Background information for teachers).
Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.
Doelen
Op.stap
- 5.1.GK3.1 3de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: irrigatielandbouw, de Nijl, boer, farao.Het inzicht dat samenwerking rond irrigatie leidt tot het gezag van één farao wordt door de gelezen bron (Butzer 1976) niet bevestigd: volgens hem was het waterbeheer lokaal. Het artikel zegt dat expliciet en laat het ontstaan van het koningschap open. Het dagelijks leven van boeren (belasting, verplichte arbeid) is niet apart gebronnen. Verder in: Irrigatielandbouw, Mesopotamië.
- 5.1.GK3.2 3de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: bouwen en begraven worden, de piramides van Gizeh.‘De farao als verbinding tussen mensen en de wereld van de goden’ is niet met een gelezen bron uitgewerkt; het artikel geeft alleen aanwijzingen uit verschillende tijden (Piramideteksten, Rosetta-decreet, Butzer) in een leerkrachtkader. Tempels als bouwwerk, de vorm van de piramide en bouwtechnieken (hellingen) zijn niet behandeld; de aantallen arbeiders blijven onzeker. Verder in: Bron en bewijs, Mesopotamië.
- 5.1.GK3.3 3de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: schrift, hiërogliefen, papyrus.Wie in Egypte leerde schrijven (schrijvers, scholing, geletterdheid) is niet gebronnen en niet behandeld; de vergelijking met het spijkerschrift staat alleen als verwijzing. Verder in: Mesopotamië.
- 5.1.GK3.4 3de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: schrift, de Steen van Rosetta.Het verband met grotschilderingen als bron (voorkennis prehistorie) staat alleen in een leerkrachtkader. De Griekse tekst van de steen is niet in vertaling gebruikt. Verder in: Bron en bewijs, De prehistorie: de eerste mensen.
Minimumdoelen
- 5.1.2 derde kleuterklasDe kleuters weten hoe mensen tijdens de oudheid overleefden en samenleefden.De priester komt vooral aan bod via de priesters van het Rosetta-decreet (2de eeuw v.o.t.); priesters in de tijd van de piramides zijn niet apart gebronnen.
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie