Revoluties, grondwetten en emancipatie

Van de Verklaring van 1789 en het Burgerlijk Wetboek van Napoleon tot de Belgische Grondwet, de strijd voor het stemrecht en de Bloednacht in Leuven, en twee mensen die gelijke rechten eisten, Emilie Claeys en Paul Panda Farnana.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

Tussen 1789 en het begin van de twintigste eeuw veranderde in Europa, en ook in België, wie rechten had en wie mocht meebeslissen. In Parijs verklaarde een vergadering in 1789 dat mensen ‘vrij en gelijk in rechten’ geboren worden. Napoleon liet in 1804 een wetboek afkondigen dat ook in onze streken bleef gelden. In 1831 kreeg het nieuwe België een grondwet met vrijheden voor iedereen, maar met stemrecht voor maar een kleine groep mannen. Daarna volgde een lange strijd: van arbeiders voor het stemrecht, van vrouwen voor gelijke rechten, en van Congolezen voor een stem in de kolonie. Dit artikel volgt die strijd aan de hand van de teksten uit die tijd zelf: wetten, grondwetsartikels en verslagen van wie erbij was.

Wat is emancipatie?

Het woord emancipatie komt in alle onderdelen van dit artikel terug, zoals het leerplan het ook bij elk van deze onderwerpen gebruikt (KOV Op.stap 1.3). In dit artikel gebruiken we het voor een groep mensen die minder rechten heeft dan anderen en die dezelfde rechten opeist: de arbeiders die niet mochten stemmen, de gehuwde vrouwen die volgens de wet onder het gezag van hun man stonden, de Congolezen in een kolonie die door België bestuurd werd. Twee dingen zijn daarbij belangrijk. Emancipatie is een beweging over een lange tijd, geen gebeurtenis op één dag. En ze werd geëist door wie de rechten niet had, met kranten, brochures, betogingen en stakingen; de bronnen hieronder laten dat telkens zien. Het begrip zelf, en hoe het in andere tijden terugkomt, krijgt een eigen artikel.

Een handig woord om dat te volgen is de grondwet: de belangrijkste wet van een staat, die zegt wie de macht heeft, hoe die macht verdeeld is en welke vrijheden de burgers hebben. Wie emancipatie wil begrijpen, kijkt dus naar wat er in zulke teksten staat en naar wie erin vergeten werd.

Kindvraag

Wat betekent emancipatie?

Kort antwoord voor kinderen

Dat een groep mensen die minder mocht dan anderen, dezelfde rechten opeist en ze stap voor stap krijgt. Bijvoorbeeld arbeiders die wilden stemmen, of vrouwen die niet langer aan hun man moesten gehoorzamen.

De Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger

In 1789, tijdens de Franse Revolutie, stemde de Nationale Vergadering in Parijs tussen 20 en 26 augustus artikel per artikel over een tekst die bekend werd als de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger. Koning Lodewijk XVI aanvaardde ze op 5 oktober 1789. Later werd ze de inleiding van de Franse grondwet van 1791 (Élysée, DDHC). De tekst bestaat uit een korte inleiding en zeventien artikels (DDHC 1789). De eerste artikels zeggen waar het om draait:

Schilderij met twee grote zwarte tafels met in gouden letters de artikels van de Verklaring, onder een driehoek met een oog en stralen; links een zittende vrouw met gebroken ketens, rechts een gevleugelde vrouw met een scepter.
Figuur 1. De Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger in een schilderij uit de tijd van de Revolutie: de tafels met de artikels, een gebroken keten en een alziend oog. Het is een allegorie, geen afbeelding van het originele document. Musée Carnavalet / Paris Musées, via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · Publiek domein (volgens Commons)

Uit de tijd zelf

De mensen worden vrij geboren en blijven vrij en gelijk in rechten. Sociale verschillen kunnen alleen gegrond zijn op het algemeen nut. … Het beginsel van alle soevereiniteit berust wezenlijk bij de natie. Geen enkel lichaam, geen enkel individu kan gezag uitoefenen dat daar niet uitdrukkelijk van uitgaat. … De wet is de uitdrukking van de algemene wil. Alle burgers hebben het recht om persoonlijk of via hun vertegenwoordigers aan haar totstandkoming mee te werken. Zij moet voor allen dezelfde zijn, of ze nu beschermt of straft.

Les hommes naissent et demeurent libres et égaux en droits.

DDHC 1789, art. 1, 3 en 6 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Wat hier nieuw is, zie je het best als je vraagt waar het gezag vandaan komt. Volgens artikel 3 komt het niet van de koning of van een stand, maar van ‘de natie’. Volgens artikel 6 moet de wet voor iedereen dezelfde zijn, en mogen ‘alle burgers’ meewerken aan de wetten. Artikel 16 legt een verband dat verderop in dit artikel terugkomt: ‘Een samenleving waarin de waarborg van de rechten niet verzekerd is en de scheiding van de machten niet vastgelegd, heeft geen grondwet’ (DDHC 1789, art. 16).

Uitbreiding Meer artikels uit de Verklaring van 1789

De volledige Franse tekst staat op de website van het Franse Grondwettelijk Hof (Conseil constitutionnel) (DDHC 1789). Een keuze uit de andere artikels:

Uit de tijd zelf

Het doel van elke politieke vereniging is het behoud van de natuurlijke en onvervreemdbare rechten van de mens. Die rechten zijn de vrijheid, de eigendom, de veiligheid en het verzet tegen onderdrukking. … De vrijheid bestaat erin alles te mogen doen wat een ander niet schaadt. … Ieder mens wordt onschuldig geacht tot hij schuldig verklaard is. … Niemand mag lastiggevallen worden om zijn meningen, ook niet om zijn godsdienstige, zolang hun uiting de openbare orde die de wet vastlegt niet verstoort. … De vrije uitwisseling van gedachten en meningen is een van de kostbaarste rechten van de mens: elke burger mag dus vrij spreken, schrijven en drukken, maar moet zich verantwoorden voor misbruik van die vrijheid in de gevallen die de wet bepaalt. … Omdat de eigendom een onschendbaar en heilig recht is, kan niemand ervan beroofd worden, behalve als de openbare noodzaak, wettelijk vastgesteld, het duidelijk vereist, en op voorwaarde van een rechtvaardige en voorafgaande schadeloosstelling.

DDHC 1789, art. 2, 4, 9, 10, 11 en 17 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Let op het woord ‘eigendom’: het staat in artikel 2 naast vrijheid en veiligheid, en artikel 17 noemt het ‘heilig’. Bij het stemrecht in België, verderop, komt eigendom terug als voorwaarde om te mogen kiezen.

‘Hommes’: mensen of mannen?: geen extra leerlingdoel

Het Franse woord hommes in artikel 1 kan ‘mensen’ betekenen, maar ook ‘mannen’. Verder spreekt de tekst van citoyens, burgers. Over vrouwen of over slavernij staat er geen woord in (DDHC 1789). Wat de opstellers daarmee bedoelden, beslist de tekst zelf niet. Het is daarom zuiverder om met leerlingen te zeggen wat er staat (‘de tekst noemt mensen en burgers, en zegt niet wie daartoe hoort’) dan om de opstellers een bedoeling toe te schrijven. Hoe tijdgenoten de tekst lazen en wat er in de praktijk mee gebeurde, toont het volgende hoofdstuk.

Wie telde niet mee in 1789?

Twee jaar later, in 1791, liet Olympe de Gouges in Parijs een tekst drukken met als titel ‘De rechten van de vrouw. Aan de koningin’. Ze nam de Verklaring van 1789 artikel per artikel over, maar herschreef ze voor vrouwen (De Gouges 1791):

Uit de tijd zelf

De vrouw wordt vrij geboren en blijft gelijk aan de man in rechten. Sociale verschillen kunnen alleen gegrond zijn op het algemeen nut. … De vrouw heeft het recht het schavot te beklimmen; zij moet ook het recht hebben de tribune te beklimmen, op voorwaarde dat haar uitingen de openbare orde, door de wet gevestigd, niet verstoren.

La Femme naît libre et demeure égale à l'homme en droits.

De Gouges 1791, art. 1 en 10 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Leg de eerste zin naast artikel 1 van 1789: waar daar ‘de mensen’ staat, schrijft zij ‘de vrouw’ en voegt ze ‘gelijk aan de man’ toe. Dat is een bron over hoe één tijdgenote de Verklaring las: als een tekst die vrouwen niet uitdrukkelijk noemde. Haar tweede zin wijst op een tegenspraak: een vrouw kon wel ter dood veroordeeld worden, maar niet het woord voeren op de tribune van een vergadering.

Ook voor slaafgemaakten in de Franse koloniën betekende ‘vrij en gelijk’ niet vanzelf vrijheid. In de Franse kolonie Saint-Domingue kwamen slaafgemaakten in 1791 zelf in opstand; hoe dat verder ging, tot de onafhankelijkheid van Haïti in 1804, staat in het artikel over slavernij (Office of the Historian, Haïti). In 1802, onder Napoleon, nam Frankrijk een wet aan over de koloniën die het teruggekregen had:

Uit de tijd zelf

… de slavernij wordt gehandhaafd overeenkomstig de wetten en reglementen van vóór 1789. … Hetzelfde geldt in de andere Franse koloniën voorbij Kaap de Goede Hoop.

… l'esclavage sera maintenu conformément aux lois et règlements antérieurs à 1789.

Loi 20 mai 1802, art. 1 en 2 (wet van 20 mei 1802) · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Dezelfde staat die in 1789 verklaarde dat mensen vrij geboren worden, schreef dertien jaar later in een wet dat de slavernij in een deel van zijn koloniën bleef bestaan, ‘zoals vóór 1789’ (Loi 20 mai 1802). Hoe ver die wet precies reikte, wordt door historici verschillend gelezen; de tekst zelf spreekt van ‘handhaven’.

Het Burgerlijk Wetboek van Napoleon

Op 21 maart 1804 werd in Frankrijk het Burgerlijk Wetboek afgekondigd, de Code civil des Français. Het telde 2.281 artikels en regelde het burgerlijk recht, het recht tussen burgers onderling, ook het huwelijk en het gezin. Vanaf 1807 heette het de Code Napoléon (Fondation Napoléon, Code civil). Daarom spreken we van het Burgerlijk Wetboek van Napoleon.

Dat wetboek gold ook bij ons. Frankrijk veroverde de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik in 1794 en lijfde ze op 1 oktober 1795 in. Het wetboek van 1804 bleef ook na de onafhankelijkheid van België in 1830 van kracht en vormde twee eeuwen lang de basis van het Belgisch burgerlijk recht (Canon van Vlaanderen, Code Napoléon).

Voor gehuwde vrouwen stond er één zin in die alles zegt:

Uit de tijd zelf

De man is zijn vrouw bescherming verschuldigd, de vrouw is haar man gehoorzaamheid verschuldigd.

Le mari doit protection à sa femme, la femme obéissance à son mari.

Code civil 1804, art. 213, art. 213 (1804) · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Het wetboek ging uit van een vader en echtgenoot die het gezag had over vrouw en kinderen (Canon van Vlaanderen, Code Napoléon). Volgens een toelichting in de Belgische Kamer uit 2005 maakte het de echtgenote tot een ‘eeuwige minderjarige’: artikel 1124 zette haar in het rijtje van wie zelf geen rechtshandelingen mocht stellen, samen met de kinderen (Kamer DOC 51 1908/001, toelichting). De Belgische Senaat vat het voor 1830 zo samen: ‘Gehuwde vrouwen staan juridisch op hetzelfde niveau als een minderjarig kind’ (Senaat, stemrecht II).

Dat bleef lang zo. De Belgische wetgever hield die principes volgens dezelfde toelichting aan ‘tot in 1958’. Een wet van 1932 beschermde de vrouw alleen tegen misbruik van het gezag van haar man; pas de wet van 30 april 1958 schafte dat gezag en de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw af (Kamer DOC 51 1908/001, toelichting).

Kindvraag

Moest een vrouw vroeger echt gehoorzamen aan haar man?

Kort antwoord voor kinderen

Volgens de wet wel. Het Burgerlijk Wetboek van 1804, dat ook in België gold, zei dat een vrouw haar man gehoorzaamheid verschuldigd was. In België veranderde dat pas in 1958.

Nuance voor de leerkracht

Wat in de wet stond, zegt niet hoe elk gezin leefde. Het zegt wel wat een vrouw voor de rechter kon doen en wat niet (Code civil 1804, art. 213) (Kamer DOC 51 1908/001). Frankrijk veranderde artikel 213 al in 1938, met een eigen wet; voor België telt de wet van 1958.

De Belgische Omwenteling

In 1830 werd België een onafhankelijke staat. In augustus en september 1830 kwam het tot onlusten, en van 23 tot 27 september werd er in Brussel gevochten. In die dagen vormde zich een Voorlopig Bewind (belgium.be, 1830) (Senaat, stemrecht II). Daarna ging het snel:

Schilderij van een dichte menigte op een Brussels plein: mannen met geweren en sabels rond een paal met een zwart-geel-rode vlag, een gewonde vrouw in het midden, een trommelaar, een paard en een hond; op de achtergrond huizen aan de Grote Markt.
Figuur 2. De Septemberdagen van 1830 in Brussel, geschilderd door Gustaaf Wappers in 1835. Het is een latere verbeelding van de gebeurtenissen, geen foto. Gustaaf Wappers (1835), via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · Publiek domein (volgens Commons; Wappers overleed in 1874)
Datum Wat gebeurde
4 oktober 1830 het Voorlopig Bewind roept de onafhankelijkheid uit en kondigt een Nationaal Congres aan
3 november 1830 verkiezing van het Nationaal Congres, met 200 leden
10 november 1830 eerste vergadering van het Congres
7 februari 1831 het Congres keurt de Grondwet goed
21 juli 1831 eedaflegging van Leopold I
8 september 1831 het eerste parlement komt samen

De data komen uit de overzichten van de federale overheid en de Senaat (belgium.be, 1830) (Senaat, stemrecht II) (Senaat, stemrecht VI). De Senaat vat de volgorde samen: ‘Eerst een Grondwet, dan een Koning en dan verkiezingen’ (Senaat, stemrecht VI).

Al bij de eerste stap was de kring klein. Voor het Nationaal Congres mochten alleen mannen van minstens 25 jaar stemmen (Senaat, stemrecht II). Volgens de federale overheid waren er ongeveer 45.000 kiesgerechtigden, van wie er ongeveer 30.000 gingen stemmen (belgium.be, 1830).

De Belgische Grondwet van 1831

Een grondwet is, zoals hierboven uitgelegd, de wet boven de andere wetten. De Verklaring van 1789 zei zelfs dat een samenleving zonder gewaarborgde rechten en gescheiden machten ‘geen grondwet heeft’ (DDHC 1789, art. 16). Zulke grondwetten legden vast wie de macht had en welke vrijheden de burgers hadden. De Belgische Grondwet van 7 februari 1831 is daar een voorbeeld van (belgium.be, 1830). Ze werd in het Frans opgesteld. Een officiële Nederlandse tekst kwam er pas bij koninklijk besluit van 25 november 1925 (DBNL, Belgische grondwet).

Twee gedrukte pagina's naast elkaar uit een uitgave van de Belgische Grondwet van 1831, in het Frans, in twee kolommen; pagina 22 draagt de kop Congres National, 7 Fev. 1831.
Figuur 3. De Belgische Grondwet van 7 februari 1831 in een gedrukte uitgave (blz. 21 en 22): artikel 6 over de gelijkheid en artikel 25 over de macht die van de natie uitgaat. De voetnoten komen van latere rechtspraak. Belgische Senaat (scan), via senate.be · Tekst uit 1831: publiek domein; rechten op de scan niet nagekeken

Wie de Grondwet naast de Verklaring van 1789 legt, herkent de taal:

Uit de tijd zelf

Alle machten gaan uit van de natie. Zij worden uitgeoefend op de wijze die de grondwet bepaalt.

Tous les pouvoirs émanent de la nation.

Constitution belge 1831, art. 25 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Uit de tijd zelf

In de Staat bestaat geen onderscheid van standen. De Belgen zijn gelijk voor de wet; alleen zij zijn toegelaten tot burgerlijke en militaire ambten, behoudens de uitzonderingen die een wet voor bijzondere gevallen kan vaststellen.

Les Belges sont égaux devant la loi.

Constitution belge 1831, art. 6 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Het gezag ligt bij de natie, net als in 1789, en de wet is voor iedereen dezelfde. Daarnaast somde de Grondwet vrijheden op die de overheid niet mocht afnemen:

Uit de tijd zelf

De vrijheid van eredienst, van de openbare uitoefening ervan en van meningsuiting over alles zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die bij het gebruik van die vrijheden worden gepleegd. … Het onderwijs is vrij; elke voorafgaande maatregel is verboden. … De pers is vrij; de censuur zal nooit mogen worden ingevoerd; van schrijvers, uitgevers of drukkers mag geen borgsom worden geëist.

La presse est libre; la censure ne pourra jamais être établie.

Constitution belge 1831, art. 14, 17 en 18 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Vrijheid van godsdienst, van mening, van onderwijs en van pers: wie later voor meer rechten opkwam, kon die vrijheden gebruiken. De arbeiders en de vrouwen verderop in dit artikel schreven kranten en brochures en hielden betogingen. Voor Congolezen onder koloniaal bestuur lag dat anders. Het Koloniaal Charter van 1908 zei dat Belgisch-Congo ‘door bijzondere wetten’ geregeerd werd. Het gaf de inwoners van de kolonie een deel van de grondwettelijke rechten, niet allemaal: de vrijheid van vergadering en van vereniging stonden niet in de lijst, en voor de Congolezen moesten latere wetten de persoonlijke vrijheid en het eigendom nog regelen (Koloniaal Charter 1908, art. 1 en 2). Panda Farnana gebruikte de publieke ruimte in België om dat bestuur te bekritiseren.

Kindvraag

Wat is een grondwet?

Kort antwoord voor kinderen

De belangrijkste wet van een land. Ze zegt wie de macht heeft en welke vrijheden de mensen hebben, zoals de vrijheid om je mening te zeggen of een krant te maken. Andere wetten mogen er niet tegenin gaan.

Wie mocht stemmen?

‘Gelijk voor de wet’ betekende in 1831 niet dat iedereen evenveel te zeggen had. Artikel 47 van de Grondwet bepaalde wie de Kamer van volksvertegenwoordigers koos: de inwoners ‘die de bij de kieswet bepaalde belasting betalen’, een belasting die niet meer dan 100 gulden en niet minder dan 20 gulden mocht bedragen (Constitution belge 1831, art. 47) (Senaat, stemrecht VI). Dat heet cijnskiesrecht: alleen wie genoeg belastingen betaalt, mag stemmen. Het bleef bestaan tot 1893 (Senaat, stemrecht II).

Bij de verkiezingen van 1831 bracht daardoor maar 1,1 procent van de inwoners een stem uit: ongeveer 46.000 van de 4 miljoen. ‘De rijkere burgers dus’, schrijft de Senaat. In 1848 verlaagde de regering de belasting tot het minimum dat de Grondwet toeliet, 20 gulden; daarna mocht ongeveer 2 procent stemmen (Senaat, stemrecht VI) (Senaat, stemrecht II). Volgens de Senaat, die zich daarvoor op historici baseert, vond de toenmalige elite dat een kiezer ‘bekwaamheden’ en ‘economische onafhankelijkheid’ moest hebben; algemeen stemrecht gold als een onrealistische utopie (Senaat, stemrecht II).

Vrouwen stemden helemaal niet. Opvallend is dat artikel 47 dat niet zegt. De Senaat merkt op: ‘Nergens staat dat het enkel om mannen gaat. Blijkbaar wordt het als evident beschouwd dat vrouwen niet mogen stemmen’ (Senaat, stemrecht V). Elders in dezelfde Grondwet worden vrouwen wel uitdrukkelijk uitgesloten: artikel 60 regelt dat de koninklijke macht erfelijk is, ‘met eeuwige uitsluiting van de vrouwen en hun nakomelingen’ (Constitution belge 1831, art. 60).

Kindvraag

Mocht iedereen in 1831 stemmen?

Kort antwoord voor kinderen

Nee. Alleen mannen die genoeg belasting betaalden, mochten stemmen. Dat was ongeveer 1 op de 100 inwoners. Vrouwen mochten niet stemmen.

Arbeiders en opdrachtgevers

Wie werkte er in de fabrieken, de mijnen en de werkplaatsen, en wie besliste? Wie een bedrijf, een fabriek of grond bezat, gaf het werk en betaalde de lonen. Wie voor loon voor hem werkte, was een arbeider. In dit artikel gaat het bij arbeiders en opdrachtgevers vooral om één vraag: wie had politiek iets te zeggen? Hoe het werk in de fabrieken er zelf uitzag, hoort bij het artikel over de industriële revolutie.

Het antwoord van de Grondwet van 1831 was duidelijk. Wie bezat en belasting betaalde, stemde; de meeste arbeiders betaalden die cijns niet. De Kamer van 1831 telde 74 katholieke en 50 liberale leden, ‘allen begoede burgers. Geen spoor van werklieden of arbeiders’, schrijft de Senaat. ‘Van de Belgen heeft 99% in 1831 dus geen enkele rechtstreekse invloed op de politieke beslissingen’ (Senaat, stemrecht VI).

Daar kwam verandering in, maar niet vanzelf. In april 1893 haalde geen enkel voorstel om artikel 47 te herzien de nodige twee derde van de stemmen in de Kamer. Daarop brak een algemene staking uit, er waren betogingen en er vielen verschillende doden. Enkele dagen later, op 18 april 1893, keurde de commissie een nieuw artikel 47 goed (Senaat, stemrecht VI). Het verscheen in het Staatsblad van 9 september 1893:

Pagina 2842 van het Moniteur belge - Staatsblad in twee kolommen, links in het Frans en rechts in het Nederlands, met onderaan artikel 47 van de Grondwet: een stem voor burgers van 25 jaar, extra stemmen onder bijkomende voorwaarden.
Figuur 4. Het Staatsblad van september 1893, blz. 2842: de nieuwe tekst van artikel 47 geeft elke burger van 25 jaar een stem en sommigen een of twee extra stemmen. Links Frans, rechts Nederlands. Belgische Senaat (scan van het Belgisch Staatsblad, 1893), via senate.be · Tekst uit 1893: publiek domein; rechten op de scan niet nagekeken

Uit de tijd zelf

Eene stem wordt toegekend aan de burgers, die ten volle 25 jaar oud zijn, sedert ten minste één jaar hun woonverblijf in dezelfde gemeente hebben en zich niet bevinden in een der gevallen van uitsluiting door de wet voorzien. Eene bijkomende stem wordt toegekend uit hoofde van elke der volgende voorwaarden: 1° Ten volle 35 jaar oud zijn, gehuwd, of wel weduwnaar … Niemand mag meer dan drie stemmen uitbrengen.

Staatsblad 9 sept. 1893, art. 47, blz. 2842

Nu kreeg elke man van 25 jaar een stem: het algemeen meervoudig stemrecht. Maar sommige mannen kregen er één of twee bij: gezinshoofden die belasting betaalden, eigenaars, wie een diploma had of een bepaald ambt bekleedde (Staatsblad 9 sept. 1893) (Senaat, stemrecht VI). Het aantal kiezers steeg van 136.755 naar 1.381.000, maar wie bezat of gestudeerd had, woog zwaarder: er waren 850.000 kiezers met één stem, 290.000 met twee en 220.000 met drie (Senaat, stemrecht VI). Wie arm was, kon dus wel stemmen, maar telde minder.

Toch maakte het een verschil. Dankzij het nieuwe stemrecht kwam de Werkliedenpartij in 1894 in het parlement (Senaat, stemrecht VI). Een volksvertegenwoordiger, Féron, noemde de herziening later ‘ene minnelijke schikking’ en ‘een wapenstilstand’, en citeerde artikel 6 als argument: ‘Alle Belgen zijn gelijk voor de wet’ mocht volgens hem ‘niet langer stuiten op de cijnsvoorrechten van meervoudig stemrecht’ (aangehaald door de Senaat) (Senaat, stemrecht VI). De arbeidersbeweging bleef ijveren voor één man, één stem, met stakingsgolven in 1893, 1902 en 1913 (VRT NWS 2019).

Wie ‘de arbeiders’ waren: geen extra leerlingdoel

De bronnen in dit hoofdstuk zijn vooral wetten en parlementaire stukken. Ze tonen wie stemde, maar zeggen weinig over het leven van arbeiders en arbeidsters zelf. De Senaat toont in elk geval dat in 1831 geen enkele arbeider in de Kamer zat en dat ongeveer 99 procent van de inwoners geen stem had (Senaat, stemrecht VI). Meer over het werk in fabrieken, lonen en kinderarbeid hoort bij het artikel over de industriële revolutie. Let ook op het woord ‘opdrachtgevers’: in dit artikel gaat het om wie het werk gaf en de lonen betaalde, tegenover wie voor loon werkte.

De Bloednacht in Leuven

In 1902 verwierp de Kamer opnieuw een voorstel om artikel 47 te herzien (Senaat, stemrecht VI). Het parlement had ‘één man, één stem’ net afgewezen toen arbeiders van de Belgische Werklieden Partij op 18 april 1902 door Leuven betoogden (Canon van Vlaanderen, Bloednacht). Om negen uur ’s avonds opende de Burgerwacht het vuur. Die Burgerwacht was volgens de Canon van Vlaanderen een vrijwillige groep voor de openbare orde. Vijf betogers stierven ter plaatse, een zesde de volgende dag, en veertien mensen raakten gewond (Canon van Vlaanderen, Bloednacht) (VRT NWS 2019). Die avond is bekend geworden als de Bloednacht in Leuven.

De katholieke regering gaf niet toe en de campagne voor algemeen stemrecht eindigde dat jaar in een nederlaag. Het meervoudig stemrecht bleef bestaan tot 1919 (Canon van Vlaanderen, Bloednacht). In 2019, honderd jaar na de eerste verkiezingen met één man, één stem, herdacht Leuven de slachtoffers (VRT NWS 2019).

Hoe het precies gebeurde, wie het bevel gaf en wat er die avond vooraf ging, beschrijven de bronnen in dit artikel niet. Ze vermelden de dag, het uur, wie schoot en hoeveel doden en gewonden er vielen. Wie meer wil weten, kan de kranten van de dagen daarna lezen in BelgicaPress, de digitale krantencollectie van de Koninklijke Bibliotheek (KBR BelgicaPress). Leg dan verslagen uit verschillende kranten naast elkaar.

Kindvraag

Waarom werd er in Leuven geschoten?

Kort antwoord voor kinderen

Op 18 april 1902 betoogden arbeiders in Leuven omdat ze wilden dat elke man één stem kreeg. ’s Avonds schoot de Burgerwacht op de betogers. Zes mensen stierven en veertien raakten gewond.

Nuance voor de leerkracht

Wie het bevel gaf en waarom, staat niet in de bronnen van dit artikel. Het korte antwoord zegt daarom alleen wat vaststaat (Canon van Vlaanderen, Bloednacht) (VRT NWS 2019).

Het stemrecht na 1902

Na de Eerste Wereldoorlog waren alle partijen het eens over het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen (Senaat, stemrecht V). Op 16 november 1919 vonden de eerste parlementsverkiezingen plaats volgens het principe ‘één man, één stem’. Dat gebeurde nog vóór artikel 47 zelf herschreven was (Senaat, stemrecht VI).

Voor vrouwen ging het trager. Vanaf 1919 kreeg alleen een kleine groep vrouwen het stemrecht voor het parlement: weduwen van gesneuvelde soldaten of van gefusilleerde Belgen, weduwen die een ongehuwde zoon in de oorlog verloren hadden, en vrouwen die tijdens de bezetting om vaderlandslievende redenen gevangen hadden gezeten. Het ging om ongeveer 12.000 vrouwen op 1.760.000 kiezers. Alleen de laatste groep stemde in eigen naam; de andere twee brachten eigenlijk de stem van een gestorven man of zoon uit (Senaat, stemrecht V). Dat bijzondere recht bleef na 1919 bestaan: in 1939 waren er nog 7.760 zulke kiezeressen, minder dan in 1919 door overlijden en hertrouwen (Botteldoorn en Van Molle, noot 10). Door een wet van 15 april 1920 mochten de meeste Belgische vrouwen vanaf 21 jaar wel stemmen voor de gemeenteraad, onder voorwaarden en met enkele uitsluitingen; dat gebeurde voor het eerst in 1921 (Botteldoorn en Van Molle, noot 5). De wet die alle vrouwen algemeen enkelvoudig stemrecht gaf, werd op 27 maart 1948 goedgekeurd. De eerste parlementsverkiezingen met algemeen vrouwenstemrecht vonden plaats op 26 juni 1949. Het aantal kiezers steeg daardoor van 28 naar 58 procent van de bevolking (Senaat, stemrecht V).

Waarom duurde dat zo lang? De Senaat wijst op partijbelangen. Liberalen en socialisten vreesden dat vrouwen, onder invloed van de geestelijkheid, vooral katholiek zouden stemmen, en verzetten zich daarom lang tegen het vrouwenstemrecht; veel katholieke politici waren er om dezelfde reden voor (Senaat, stemrecht V). Hoe het vrouwenstemrecht verder evolueerde, hoort bij het artikel over vrouwenemancipatie en burgerrechten.

Kindvraag

Wanneer mochten vrouwen stemmen?

Kort antwoord voor kinderen

Voor het parlement mochten alle vrouwen voor het eerst stemmen op 26 juni 1949. De wet daarvoor kwam in 1948. Een beperkte groep vrouwen mocht al vanaf 1919 voor het parlement stemmen, en de meeste Belgische vrouwen van 21 jaar en ouder mochten vanaf 1921 stemmen voor de gemeenteraad.

Emilie Claeys

Wie in de negentiende eeuw arbeider en vrouw was, had twee keer minder rechten: geen stem als arbeider, en als gehuwde vrouw onder het gezag van haar man. Emilie Claeys (1855–1943) streed tegen allebei. Ze werd in Gent geboren in een katholiek arbeidersgezin; haar vader hield een café en haar moeder werkte thuis in de textiel. Zelf werkte ze in een textielfabriek en als dienstmeid en gouvernante. Ze leerde veel op eigen houtje (Triest 2025).

In 1886 werd ze lid van de Socialistische Propagandaclub voor Vrouwen in Gent. Ze was de eerste vrouw in de Landelijke Raad van de Belgische Werklieden Partij en werkte mee aan de redactie van de Gentse socialistische krant Vooruit (Triest 2025). De Belgische Senaat noemt haar als de leidster van de socialistische vrouwenbeweging, die de strijd van de vrouwen koppelde aan de strijd van de arbeiders: voor politieke erkenning en tegen de economische afhankelijkheid van de vrouw (Senaat, stemrecht V).

In 1891 verscheen in Gent haar brochure Een woord aan de vrouwen. De historica Monika Triest haalt er deze zinnen uit aan:

‘Wij vrouwen, wij zijn slaven, minder dan de dieren, en dit met de zegen van de katholieke kerk … Wij zijn in alles onderworpen aan de man, die ons kan mishandelen, tergen en vernederen zoveel het hem goeddunkt.’ (Triest 2025)

Leg die zin naast artikel 213 van het Burgerlijk Wetboek, ‘de vrouw is haar man gehoorzaamheid verschuldigd’ (Code civil 1804, art. 213): wat de wet in één regel zei, beschrijft Claeys vanuit het leven van een vrouw. Het woord ‘slaven’ is haar beeldspraak om de onderdanigheid aan te klagen; het is geen vergelijking met de slavernij van slaafgemaakten. Volgens Triest vergeleek ze ook het wachten van de vrouwen op ‘de redelijkheid der mannen’ met het wachten van de arbeiders op de goede wil van de burgerij: in beide gevallen kon je volgens haar niet blijven wachten (Triest 2025).

Op het partijcongres van 1893 bracht ze volgens Triest een lijst eisen naar voren: gelijk loon voor gelijk werk, toegang tot alle beroepen voor vrouwen en mannen, gemengd onderwijs voor jongens en meisjes, en vrouwen in de besturen van de partij (Triest 2025). Datzelfde jaar richtte ze met Nellie Van Kol het tijdschrift De Vrouw op. Het verscheen om de twee weken, van 15 juli 1893 tot 1 september 1900 (Amsab, De Vrouw).

Uitbreiding Wat ‘De Vrouw’ eiste

Het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis in Gent bewaart De Vrouw bijna volledig, gedigitaliseerd en doorzoekbaar. Volgens Amsab eiste het blad (Amsab, De Vrouw):

  • gelijk loon voor gelijk werk;
  • toegang van vrouwen tot alle beroepen, openbare functies en wetgevende vergaderingen;
  • geen onderscheid in het onderwijs voor jongens en meisjes;
  • de afschaffing van alle wetten die vrouwen als minderwaardig aan mannen behandelden;
  • het recht om te laten onderzoeken wie de vader van een kind was;
  • een einde aan de oorlog.

Vergelijk de vierde eis met artikel 213 en artikel 1124 van het Burgerlijk Wetboek, hierboven: die artikels waren precies zulke wetten (Code civil 1804, art. 213) (Kamer DOC 51 1908/001). En vergelijk de tweede eis met Olympe de Gouges, die in 1791 vroeg dat vrouwen ‘de tribune’ mochten beklimmen (De Gouges 1791, art. 10).

Claeys botste ook met haar eigen partij. Volgens Triest vond de partijtop het recht op arbeid vooral iets voor mannen als kostwinners, en vreesde men dat vrouwen katholiek zouden stemmen (Triest 2025). Die vrees vind je ook bij de Senaat terug als reden waarom socialisten en liberalen het vrouwenstemrecht lang afhielden (Senaat, stemrecht V).

Claeys was niet de enige. In Brussel was er de Ligue belge du droit des femmes, die volgens de Senaat vooral leden vond in vrijdenkende, gegoede kringen, en in 1902 richtte Louise Van den Plas een christelijke vrouwenbeweging op, Le Féminisme Chrétien de Belgique (Senaat, stemrecht V). Vrouwen uit verschillende milieus kwamen dus op voor hun rechten, elk vanuit een eigen overtuiging.

Claeys’ woorden uit tweede hand: geen extra leerlingdoel

De zinnen van Claeys hierboven staan in een biografisch essay van Monika Triest, uitgegeven door het Masereelfonds, een socialistische culturele vereniging. Triest vermeldt niet altijd uit welke tekst een citaat komt (Triest 2025). Daarom staan ze hier als aangehaalde woorden en niet als bronfragment. Wie de originele nummers van De Vrouw wil lezen, vindt ze bij Amsab (Amsab, De Vrouw). Volgens Amsab verspreidde het blad ook raad over geboortebeperking. Triest haalt een tekst van Claeys aan waarin ze vraagt of vrouwen niet gelukkiger en sterker zouden zijn ‘wanneer het moederschap ons niet langer uitmergelt en aftobt’ (Triest 2025). Dat onderwerp vraagt in de lagere school wat omzichtigheid, maar het toont hoe ver haar eisen gingen: ook het eigen lichaam hoorde erbij.

Paul Panda Farnana

Emancipatie ging niet alleen over Belgen in België. Na 1908 bestuurde België ook een kolonie in Afrika, Belgisch-Congo (AfricaMuseum, Panda Farnana). Paul Panda Farnana eiste dat de Congolezen in die kolonie konden meebesturen.

Sepiakleurig studioportret van een jonge man in donker pak met stropdas, die met een hand op een opengeslagen boek op een tafeltje steunt.
Figuur 5. Paul Panda Farnana op een foto van Benjamin Couprie uit 1921, het jaar van het tweede Pan-Afrikaans congres in Brussel. Foto: Benjamin Couprie (1921), via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · Publiek domein volgens Commons; sterfjaar van de fotograaf niet gecontroleerd

Hij werd in 1888 geboren in Nzemba, bij Moanda, in het huidige Kongo-Central. Zijn vader was het dorpshoofd; de naam Mfumu, die hij ook droeg, betekent ‘chef’ in het Kikongo (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Coosemans 1952). In 1895, volgens het AfricaMuseum, nam Jules Derscheid, directeur van een handelsmaatschappij in Boma, de jongen mee naar België als huishoudelijke hulp. Na de dood van Derscheid zorgde diens zus Louise, pianolerares in Brussel, voor hem. Hij ging naar het Atheneum van Elsene en behaalde in 1907 ‘met grote onderscheiding’ een diploma aan de tuinbouwschool van Vilvoorde, als eerste Congolees met een diploma hoger onderwijs in België. Daarna studeerde hij ook nog landbouw in Nogent-sur-Marne en aan de handelsschool in Bergen (AfricaMuseum, Panda Farnana).

In 1909, een jaar nadat België de Congostaat had overgenomen, werd hij door de koloniale regering aangesteld als tuinbouwspecialist in de botanische tuin van Eala, en later werd hij tijdelijk districtshoofd in Neder-Congo. Volgens het AfricaMuseum werd hij er gediscrimineerd om zijn huidskleur, en zag hij segregatie, dwangarbeid en geweld tegen zijn landgenoten (AfricaMuseum, Panda Farnana).

Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, in augustus 1914, richtte een koninklijk besluit een korps van Congolese vrijwilligers op; 32 Congolezen meldden zich. Panda Farnana vocht mee bij de verdediging van Namen en werd er door de Duitsers gevangengenomen, samen met Joseph Adipanga en Albert Kudjabo. Adipanga kon ontsnappen; Panda bleef tot het einde van de oorlog in een krijgsgevangenenkamp in Duitsland (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Canon van Vlaanderen, Panda Farnana).

Na de oorlog werd hij actief. In 1919 nam hij in Parijs deel aan het eerste Pan-Afrikaans congres. Daarna richtte hij met andere Congolezen, vooral oorlogsveteranen, de Union congolaise op, de eerste Congolese vereniging in België. Ze wilde dat Congolezen meer konden meebesturen in de kolonie, minder dwangarbeid, beter onderwijs, en erkenning voor de Congolese oorlogsveteranen (AfricaMuseum, Panda Farnana). Op het eerste Nationaal Koloniaal Congres in Brussel, van 18 tot 20 september 1920, was hij de enige Congolees die mocht spreken. Hij pleitte er voor politieke inspraak, betere lonen, onderwijs en gelijke behandeling (AfricaMuseum, Panda Farnana). Volgens de Canon van Vlaanderen was dat tevergeefs (Canon van Vlaanderen, Panda Farnana).

In 1921 kwam het tweede Pan-Afrikaans congres samen, in Londen en in Brussel, en Panda hielp het mee organiseren (AfricaMuseum, Panda Farnana). Een Afro-Amerikaanse schrijfster, Jessie Fauset, was erbij en schreef erover in het Amerikaanse tijdschrift The Crisis:

Uit de tijd zelf

Paul Otlet en senator La Fontaine hadden ons uitgenodigd, en we werden veel geholpen door de heer Paul Panda, een inwoner van Belgisch Congo die in België was opgeleid. … De heer Panda sprak over de algemene ontwikkeling van Congo. … Maar op de laatste vergadering, vlak voor ons vertrek, kwam een Congolees naar voren en speldde de knoop van de Congo-Unie op de jas van dokter Du Bois.

Fauset 1921, blz. 12–15 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Fauset schreef ook dat er tijdens het hele congres in Brussel geen woord gezegd werd waaruit je kon opmaken dat Leopold en de zijnen voor Congo iets anders waren geweest dan beschermengelen, ‘en de weinige Afrikanen die er waren, zeiden niets’ (Fauset 1921). Dat is wat zij zag en hoe zij het begreep, als bezoekster uit de Verenigde Staten. Waarom de Congolezen zwegen en wat Panda zelf dacht, zegt haar verslag niet. Het toont wel onder welke druk ze spraken.

Na het congres kreeg hij steeds meer tegenwind van de koloniale pers, en de Belgische overheid beschouwde hem als gevaarlijk. Hij ijverde voor een monument voor de onbekende Congolese soldaat en kreeg subsidies voor lessen voor Congolezen in Marchienne-au-Pont, Charleroi en Brussel (AfricaMuseum, Panda Farnana). In 1929 keerde hij terug naar Nzemba, waar hij een school en een kapel bouwde. Hij stierf er op 12 mei 1930, 42 jaar oud (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Coosemans 1952). Het AfricaMuseum schrijft dat hij aan een vergiftiging stierf; de koloniale biografie van 1952 vermeldt geen doodsoorzaak (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Coosemans 1952).

Het AfricaMuseum noemt zijn geschriften en toespraken ‘de eerste stappen van het Congolese nationalisme’, een nationalisme dat volgens het museum ‘participatief, reformistisch en pacifistisch’ was: hij wilde meebesturen en hervormen, zonder geweld (AfricaMuseum, Panda Farnana). De Canon van Vlaanderen noemt hem de eerste Congolese intellectueel die het kolonialisme openlijk bekritiseerde (Canon van Vlaanderen, Panda Farnana). Hoe België Congo verwierf en bestuurde, staat in het artikel over de Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo, en het begrip achter die verovering in het artikel over imperialisme.

Welke stemmen we horen: geen extra leerlingdoel

Over Panda Farnana spreken in dit artikel een museum, een Belgisch-koloniale biografie uit 1952 en een Amerikaanse bezoekster uit 1921. Die biografie is geschreven vanuit het koloniale standpunt en zwijgt over zijn krijgsgevangenschap, de Union congolaise en het koloniaal congres (Coosemans 1952). Panda Farnana spreekt hier dus alleen via anderen. Laat hem ook niet voor ‘de Congolezen’ spreken: hij was één man met een uitzonderlijke opleiding, naast de andere veteranen van de Union congolaise, zoals Adipanga en Kudjabo, en naast de vele Congolezen die in de kolonie leefden en van wie we de stem in deze bronnen niet horen.

Wat we weten en wat onzeker is

  • Zeker, uit de teksten zelf: wat de Verklaring van 1789, de tekst van Olympe de Gouges, de wet van 1802, artikel 213 van het Burgerlijk Wetboek, de Belgische Grondwet van 1831 en het Staatsblad van 1893 zeggen. Ook de data van de Belgische Omwenteling, het cijnskiesrecht, de herziening van 1893, de eerste verkiezingen met één man, één stem in 1919 en het vrouwenstemrecht van 1948–1949 zijn goed gedocumenteerd door de Senaat en de federale overheid.
  • Wat de tekst niet zegt: of de opstellers van 1789 met hommes alle mensen of alleen mannen bedoelden. De tekst noemt vrouwen en slaafgemaakten niet, en dat is wat we zeker weten. Ook hoe ver de wet van 1802 precies reikte, wordt verschillend gelezen.
  • Cijfers zijn tellingen en schattingen: het aantal kiezers in 1830 en 1831 verschilt naargelang de telling (ongeveer 45.000 kiesgerechtigden voor het Nationaal Congres, ongeveer 46.000 stemmers in 1831).
  • Bekend als feit, onzeker in de omstandigheden: de Bloednacht in Leuven, met zes doden en veertien gewonden. Wie het bevel gaf en hoe het precies verliep, beschrijven de bronnen hier niet.
  • Onzeker: de doodsoorzaak van Paul Panda Farnana. Het AfricaMuseum spreekt van vergiftiging; de koloniale biografie van 1952 noemt geen oorzaak.
  • Voorzichtig mee omgaan: de woorden van Emilie Claeys kennen we hier uit een essay dat haar aanhaalt, niet uit haar eigen brochure. Het verslag van Jessie Fauset is de blik van één bezoekster, geen verslag van wat de Congolezen zelf dachten.

Verbanden

  • Verdieping Slavernij en slaafgemaaktenDe opstand in Saint-Domingue, de afschaffing van de slavernij in 1794 en de onafhankelijkheid van Haïti in 1804 staan daar.
  • Begrip ImperialismePaul Panda Farnana eiste rechten voor Congolezen in een kolonie die België na de Conferentie van Berlijn verwierf.
  • Verdieping De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-CongoDe Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo, waarin Panda Farnana werkte en waartegen hij zijn eisen richtte.
  • Gelijktijdig De industriële revolutieHet werk in de fabrieken, de lonen en de arbeidsomstandigheden van de arbeiders die hier om stemrecht vragen.
  • Voortwerking Vrouwenemancipatie en burgerrechtenDe strijd voor gelijke rechten van vrouwen en voor burgerrechten na 1945.
  • Begrip EmancipatieHet begrip emancipatie, dat hier met voorbeelden uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw wordt uitgelegd.
  • Verwijst hierheen Democratie en rechtsstaat door de tijdVerdieping vanuit dat artikel: De Verklaring van 1789, de Belgische Grondwet van 1831 en de strijd voor het stemrecht tot 1949 staan daar uitgewerkt.
  • Verwijst hierheen De Eerste WereldoorlogVoortwerking vanuit dat artikel: Na de oorlog, in november 1919, de eerste verkiezingen met algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen; ook Paul Panda Farnana en de Bloednacht in Leuven (1902).
  • Verwijst hierheen EmancipatieVerdieping vanuit dat artikel: De Verklaring van 1789, het Burgerlijk Wetboek, de Belgische Grondwet, de strijd voor het stemrecht, de Bloednacht in Leuven, Emilie Claeys en Paul Panda Farnana staan daar uitgewerkt.
  • Verwijst hierheen Vrouwenemancipatie en burgerrechtenVoorgeschiedenis vanuit dat artikel: De Verklaring van 1789, het Burgerlijk Wetboek met de gehoorzaamheidsplicht van de vrouw, de Grondwet van 1831, de strijd voor het stemrecht en Emilie Claeys gaan aan dit artikel vooraf.
  • Verwijst hierheen De industriële revolutieGelijktijdig vanuit dat artikel: De arbeiders die in de mijnen en fabrieken werkten, eisten in dezelfde tijd stemrecht; daar staan het cijnskiesrecht, 1893 en de Bloednacht in Leuven.
  • Verwijst hierheen De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-CongoGelijktijdig vanuit dat artikel: Paul Panda Farnana en de Union congolaise, en de strijd voor gelijke rechten in België in dezelfde jaren.
  • Verwijst hierheen Moderne tijdVerdieping vanuit dat artikel: De Verklaring van 1789, het Burgerlijk Wetboek, de Belgische Grondwet, de strijd voor het stemrecht, Emilie Claeys en Paul Panda Farnana.
  • Verwijst hierheen StaatsvormingVoortwerking vanuit dat artikel: De Belgische Omwenteling, het Nationaal Congres en de Grondwet van 1831.

Bronnen en verdieping

Historische bronnen

  1. Belgisch parlement (wet); transcriptie Wikisource (1908). Charte coloniale (wet op het bestuur van Belgisch-Congo, 18 oktober 1908), transcriptie op fr.wikisource naar de uitgave van het Ministère des Colonies (1930).Koloniaal Charter, art. 1 en 2: welke grondwettelijke rechten in de kolonie golden. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  2. Assemblée nationale constituante (1789). Déclaration des droits de l'homme et du citoyen de 1789 (Franse tekst).Volledige Franse tekst: preambule en art. 1–17. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  3. Olympe de Gouges (1791). Déclaration des droits de la femme et de la citoyenne (Olympe de Gouges, 1791; transcriptie met scan).Art. 1 en art. 10, transcriptie van de druk van 1791. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  4. Fondation Napoléon (1802). Loi relative à la traite des Noirs et au régime des colonies, 30 floréal an X (20 mei 1802).Art. 1 en 2 van de wet van 30 floréal an X (20 mei 1802). (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  5. Criminocorpus (Musée d'histoire de la justice, des crimes et des peines) (1804). Code civil des Français (1804), art. 213, met latere versies (Criminocorpus).Art. 213 in de oorspronkelijke tekst van 1804. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Congrès national (1831). Constitution belge, décret du Congrès national du 7 février 1831 (gedrukte uitgave met noten, PDF van de Senaat).Art. 6, 14, 17, 18 en 25 (tegen het beeld van blz. 21–22 gelezen); art. 47 en 60. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  7. Belgische Senaat (scan van het Belgisch Staatsblad) (1893). Moniteur belge / Staatsblad, 9 september 1893: herziening van art. 47 van de Grondwet (algemeen meervoudig stemrecht).Art. 47 zoals herzien in 1893, blz. 2842. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  8. Jessie Fauset (1921). Impressions of the Second Pan-African Congress (Jessie Fauset), The Crisis, november 1921.Blz. 12–15; beschermde tekst, alleen korte citaten. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Geraadpleegde literatuur

  1. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Alleen om te tonen welke woorden het leerplan gebruikt (emancipatie, grondwetten); niet als historische bron. (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens
  2. Présidence de la République française (2026). La Déclaration des droits de l'homme et du citoyen (Élysée).Stemming 20–26 augustus 1789, aanvaard door Lodewijk XVI op 5 oktober 1789, preambule van de grondwet van 1791. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  3. Office of the Historian, US Department of State. The Haitian Revolution, 1791-1804.Overheidspagina (VS, diplomatieke geschiedenis): op 22 augustus 1791 begon in het noorden van Saint-Domingue een grote opstand van slaafgemaakten; Toussaint Louverture; Napoleon probeerde de kolonie te heroveren en de slavernij te herstellen; Dessalines; Frankrijk erkende de onafhankelijkheid in 1825, de VS in 1862. Het gaat vooral over de VS-politiek. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Fondation Napoléon (2026). La promulgation du Code civil des Français, 21 mars 1804 (Fondation Napoléon).Instelling: afkondiging op 21 maart 1804 (30 ventôse an XII); 2.281 artikels; heette Code civil des Français tot 1807, daarna Code Napoléon; regelt o.a. het familierecht. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  5. Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers (2005). Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1595 van het Burgerlijk Wetboek (verbod op verkoop tussen echtgenoten), Kamer DOC 51 1908/001, 4 juli 2005, toelichting.Toelichting, blz. 2–3: de gehuwde vrouw als ‘eeuwige minderjarige’ (art. 1124), de wetten van 1932 en 1958. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Canon van Vlaanderen (2026). Canon van Vlaanderen: The Napoleonic Code.Instelling (Vlaamse overheid): 1795 annexatie; de Code van 1804 vormde twee eeuwen de basis van het Belgisch burgerlijk recht en bleef na 1830 van kracht; de code gaat uit van een vader-echtgenoot die over vrouw en kinderen heerst; vrouwen kregen geleidelijk gelijke rechten. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  7. FOD Buitenlandse Zaken (belgium.be) (2026). Provisional Government and National Congress (belgium.be).Instelling (federale overheid): 23-27 september 1830 Brussel; 4 oktober 1830 onafhankelijkheid en grondwetscommissie; 3 november 1830 verkiezing van het Nationaal Congres (200 leden; ongeveer 45.000 kiesgerechtigden, ongeveer 30.000 stemmers); 7 februari 1831 grondwet; 8 september 1831 eerste parlement. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  8. DBNL (1925). De Belgische grondwet van 7 februari 1831 (Nederlandse tekst, goedgekeurd 1925, met wijzigingen tot 1921).Inleidende nota: de Nederlandse tekst werd in 1925 goedgekeurd. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  9. Belgische Senaat (2019). Wie genoeg betaalt, beslist: het cijnskiesrecht voor mannen, 1831-1893 (Senaat, '100 jaar algemeen enkelvoudig stemrecht', deel II).Instelling: in 1830 koos men voor cijnskiesrecht (enkel wie belasting betaalt); tot 1848 ongeveer 1-1,5% van de bevolking; op 4 oktober 1830 riep het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid uit en kondigde een Nationaal Congres aan; 3 november 1830: enkel mannen van 25 jaar; de gehuwde vrouw stond in 1830 juridisch op hetzelfde niveau als een minderjarig kind. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  10. Belgische Senaat (2019). Vrouwenstemrecht tot 1949 (Senaat, '100 jaar algemeen enkelvoudig stemrecht', deel V).Vrouwenstemrecht, de groepen vrouwen die in 1919 mochten stemmen, de wet van 1920 en de wet van 1948. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  11. Nathalie Botteldoorn, Leen Van Molle (niet vermeld in het bestand). Nathalie Botteldoorn en Leen Van Molle, 'De gemeentepolitiek als leerschool? Vrouwen in de Oost-Vlaamse gemeenteraden, 1920-1940'.Noot 5 (gemeentelijk stemrecht 1920-1921) en noot 10 (bijzonder parlementair stemrecht van 1919, 7.760 in 1939). (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  12. Belgische Senaat (2019). De aanhouder wint: een parlementaire tijdlijn (Senaat, '100 jaar algemeen enkelvoudig stemrecht', deel VI).Art. 47 in het Nederlands, kiezers in 1831, de herziening van 1893 en de voorstellen tot 1919. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  13. Canon van Vlaanderen (2026). Canon van Vlaanderen: Bloodbath in Leuven.Instelling: op 18 april 1902 om negen uur 's avonds opende de Burgerwacht het vuur op betogers van de Belgische Werklieden Partij; vijf doden ter plaatse, een zesde de volgende dag, veertien gewonden; de regering gaf niet toe; meervoudig stemrecht bleef tot 1919. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  14. VRT NWS (2019). Leuven herdenkt slachtoffers van strijd voor algemeen enkelvoudig stemrecht (VRT NWS, 16 november 2019).Nieuwsbericht: op 18 april 1902 vielen in Leuven zes doden en veertien gewonden door kogels van de burgerwacht; drie stakingsgolven (1893, 1902, 1913). (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  15. Monika Triest (2025). Emilie Claeys (1855-1943): arbeidster, socialiste, feministe (Monika Triest, Masereelfonds, 22 januari 2025).Biografisch essay; de citaten van Claeys staan er zonder vindplaats. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  16. Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis (2026). De Vrouw (1893-1900), bijzondere collectie van Amsab-ISG.Instelling: De Vrouw, orgaan van de Hollandsch-Vlaamsche Vrouwenbond, opgericht op 15 juni 1893 door Emilie Claeys en Nellie Van Kol; verscheen tweewekelijks van 15 juli 1893 tot 1 september 1900; eisen: gelijk loon, toegang tot alle beroepen en wetgevende lichamen, gelijk onderwijs voor jongens en meisjes, afschaffing van wetten die vrouwen minderwaardig noemen, vaderschapsonderzoek, einde aan oorlog; ook tips over geboortebeperking; collectie bijna volledig en met OCR doorzoekbaar. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  17. AfricaMuseum (Koninklijk Museum voor Midden-Afrika), Tervuren (2022). Paul Panda Farnana, a Congolese nationalist and pan-Africanist (AfricaMuseum).Museum: geboren 1888 in Nzemba; in 1895 door Jules Derscheid naar België gebracht; diploma Vilvoorde 1907 (eerste Congolees met een hogere diploma in België); 1909 terug naar Congo; 1914 vrijwilliger, krijgsgevangen te Namen, in Duitsland tot het einde van de oorlog; 1919 eerste Pan-Afrikaans congres; Union congolaise; 18-20 september 1920 eerste Nationaal Koloniaal Congres; 1921 tweede Pan-Afrikaans congres; 1929 terug naar Nzemba; overleden 12 mei 1930 'of poisoning'. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  18. M. Coosemans (1952). Panda Farnana (M'Fumu Paul), in: Biographie Coloniale Belge, deel III, 1952, kol. 668-669 (M. Coosemans).Belgisch-koloniale biografie uit 1952, kol. 668–669. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  19. Canon van Vlaanderen (2026). Canon van Vlaanderen: Paul Panda Farnana.Instelling: 1888-1930; Atheneum Elsene en Vilvoorde (1907); 1914 krijgsgevangen te Namen; Union Congolaise 1919; Koloniaal Congres 1920; tweede Pan-Afrikaans congres 1921; 'the first Congolese intellectual to openly criticise colonialism'; eiste gelijke rechten, hogere lonen, beter onderwijs; 'In vain'. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Verder lezen en kijken

  1. KBR, Koninklijke Bibliotheek van Belgie. BelgicaPress: gedigitaliseerde historische Belgische kranten.Gedigitaliseerde Belgische kranten, vrij te raadplegen voor de tijd vóór 1918: wie de verslagen van april 1902 zelf wil lezen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Doelen

5de leerjaar

6de leerjaar

  • 5.1.GL6.1De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, Emilie Claeys.Haar eigen woorden zijn alleen via een essay aangehaald, niet uit haar teksten zelf. Het vrouwenstemrecht na 1949 en de latere vrouwenemancipatie horen bij een ander artikel. Verder in: Vrouwenemancipatie en burgerrechten, Emancipatie.
  • 5.1.GL6.2De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: grondwetten, de Belgische Grondwet.Het begrip grondwet wordt uitgelegd met de Belgische Grondwet en de Verklaring van 1789; andere grondwetten en de latere herzieningen (behalve 1893 en 1919) komen niet aan bod.

Einde zesde leerjaar

Over dit artikel

Geschreven
4 november 2026
Laatst gewijzigd
4 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie