Staatsvorming

Hoe een vorst of een bestuur meer gezag krijgt over een groter gebied en zijn inwoners, stap voor stap en vaak tegen de zin van steden en edelen, van Brabant en Frankrijk tot Kongo en het nieuwe België.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

Op.stap gebruikt het woord staatsvorming bij Karel V en het Duitse Rijk, bij Lodewijk XIV en Frankrijk, en bij het Kongo-koninkrijk (KOV Op.stap 1.3). Het helpt ook bij het ontstaan van België. Het is een woord van historici: de bronnen uit die tijden gebruiken het niet. Overal gaat het over dezelfde vragen: wie beslist, wie betaalt, en wie controleert?

Wat is staatsvorming?

Op.stap omschrijft staatsvorming als het centraliseren van politieke macht (KOV Op.stap 1.3). De Belgische historicus Wim Blockmans vat staten op als ‘organisaties die tenderen naar de uitoefening van de overwegende bestuursmacht in een welbepaald territorium, en zich daarbij een autonome positie hebben verworven ten opzichte van andere instituties’. Daarvoor zijn volgens hem ‘dwangmiddelen, zowel fysieke als financiële’ nodig: soldaten en geld (Blockmans 1985, staatsvorming, p. 589–590).

Staatsvorming heeft volgens Blockmans twee kanten. De ene is ‘de uitbreiding en consolidatie van een aaneengesloten territorium’: er komt gebied bij, en dat gebied wordt een geheel. De andere is ‘de voortschrijdende institutionalisering, die de toenemende effectiviteit van de controle over de inwoners verzekert’: er komen ambtenaren, rechtbanken, belastingen en regels. De twee kanten zijn ‘onlosmakelijk met elkaar verbonden’ (Blockmans 1985, staatsvorming, p. 589–590).

Kindvraag

Wat is staatsvorming?

Kort antwoord voor kinderen

Dat een vorst of een bestuur stap voor stap meer te zeggen krijgt over een groter gebied en de mensen die er wonen. Er komt land bij, en er komen ambtenaren, belastingen en regels om dat land te besturen. Het woord is van historici van nu; de mensen van toen gebruikten het niet.

Stap voor stap, en niet zonder tegenstand

Blockmans bespreekt staatsvorming in de Nederlanden als een lang proces, van de 13de eeuw tot 1543, toen Gelderland erbij kwam (Blockmans 1985, staatsvorming, p. 589). Volgens de historicus Mollat, zoals Blockmans hem samenvat, liet het Bourgondische bestuur de bestaande instellingen in nieuwe gebieden verder werken en bouwde het daarboven organen om geld te innen en te controleren: ‘Concentratie ging vooraf aan centralisatie.’ Vaughan zag volgens Blockmans in ‘de weerstand van de steden tegen de doorgedreven staatsmacht’ een bron van onrust (Blockmans 1985, staatsvorming).

Dat een vorst niet alles kon, zie je al eerder in Brabant. Op woensdag 27 september 1312 gaf hertog Jan II van Brabant een oorkonde die we de Keure van Kortenberg noemen (Charter van Cortenberg (ed. David 1842)) (Connaître la Wallonie, Cortenberg 1312). Hij stelt er een raad in van vier ridders en tien goede lieden uit de steden, die om de drie weken in Kortenberg samenkomt (Charter van Cortenberg (ed. David 1842), art. IV). En hij schrijft:

Uit de tijd zelf

En zou het gebeuren dat de ridders en goede lieden te Kortenberg iets zouden maken, bedenken of ordenen, en wij of onze opvolgers of iemand anders dat zouden breken of niet willen houden, dan stemmen wij daarmee in en willen wij, voor ons en onze opvolgers, dat men in ons land geen vonnis zal uitspreken en geen dienst zal doen, totdat men die dingen houdt en laat gebeuren zoals gezegd.

… dat men binnen onsen lande engheen vonnesse segghen sal, noch dienst doen en sal …

Charter van Cortenberg (ed. David 1842), art. VII · vertaling Kennisatlas uit het Middelnederlands

Hier bindt een hertog zichzelf: het omgekeerde van centraliseren. Staatsvorming was geen rechte weg, maar een onderhandeling tussen vorsten, edelen en steden. De keure staat uitgewerkt bij Europa in de middeleeuwen.

Breed perkament met kleine, dichte regels Middelnederlandse tekst. Onderaan hangen aan gekleurde koorden tientallen ronde zegels in donkerbruine was.
Figuur 1. De Keure van Kortenberg (1312) in het exemplaar van het FelixArchief in Antwerpen: een perkament met de tekst en de zegels die eraan hangen. Foto uit 2019. Foto: Christiaan Janssens (2019), via Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0, verkleind (webp, max. 1600 px)

Karel V en Lodewijk XIV

Karel V hield zijn gebieden niet tot zijn dood bij elkaar: op 25 oktober 1555 droeg hij in Brussel de Nederlanden over aan zijn zoon Filips, en in 1556 gaf hij zijn gezanten de opdracht ervoor te zorgen dat zijn broer Ferdinand het bestuur van het Rijk op zich nam (Abdicatie Karel V (GHDI), deel A en B). Die verdeling als staatsvorming lezen is een duiding van later.

Ets met een volle troonzaal: Filips knielt voor de zittende Karel V, omringd door hovelingen en afgevaardigden. Onder de voorstelling staan Duitse en Franse onderschriften.
Figuur 2. De troonsafstand van Karel V in Brussel op 25 oktober 1555, voorgesteld door Frans Hogenberg in een ets uit 1566-1572. Rijksmuseum, RP-P-OB-78.784-10. De prent is later dan de gebeurtenis. Frans Hogenberg; Rijksmuseum, Amsterdam, RP-P-OB-78.784-10 · Publiek domein (Public Domain Mark 1.0), volgens Rijksmuseum, Verkleind via IIIF tot 2400 x 1578 px; omgezet naar WebP. Geen uitsnede of inhoudelijke bewerking.

Lodewijk XIV legt zelf uit wat hij in 1661 wilde, in de memoires die later in zijn naam voor zijn zoon werden opgesteld, met hulp van zijn secretarissen (Louis XIV, Mémoires (Dreyss 1860), deel 2, p. 385-386):

Uit de tijd zelf

Vooral was ik vastbesloten geen eerste minister te nemen en niet toe te laten dat een ander de taak van koning uitoefende terwijl ik er alleen de titel van had. Integendeel: ik wilde de uitvoering van mijn bevelen verdelen over meerdere personen, om al het gezag in mijn handen alleen te verenigen.

… afin d'en réunir toute l'autorité en la mienne seule.

Louis XIV, Mémoires (Dreyss 1860), deel 2, p. 385-386 · vertaling Kennisatlas uit het Frans

Dat is de interne kant van Blockmans’ omschrijving, in de woorden van een koning. Het is wel Lodewijks eigen voorstelling, jaren later opgeschreven: ze toont wat hij wilde, niet hoe goed het lukte. Meer over beide vorsten bij Europa in de vroegmoderne tijd.

Een man met een lange, donkere gekrulde pruik staat in een blauwe mantel met gouden lelies, gevoerd met wit bont. Hij steunt op een staf; links ligt een kroon op een kussen, achter hem hangt een rood gordijn.
Figuur 3. Staatsieportret van Lodewijk XIV door Hyacinthe Rigaud (1701): zo liet de koning zich afbeelden. Hyacinthe Rigaud, Louvre, via Wikimedia Commons (scan: Manfred Heyde) · Publiek domein (Commons-metadata gelezen: PD-old-100-expired; maker overleed 1743)

Waarom groeiden staten?

Een bekende verklaring komt van Charles Tilly. Zijn stelling ‘war made the state, and the state made war’, oorlog maakte de staat en de staat maakte oorlog, is volgens Lars-Erik Cederman en zijn collega’s ‘een van de bekendste’ in het vak, maar ze ‘blijft omstreden’. Zoals zij Tilly samenvatten, dwong oorlog de heersers meer middelen uit hun samenleving te halen, en gingen ze zo van indirect naar direct bestuur, zonder tussenpersonen zoals lokale elites. Andere onderzoekers leggen meer nadruk op de economie, op onderhandeling en bondgenootschappen, of op godsdienst en de politiek van vorstenhuizen (Cederman e.a. 2023, p. 324).

Hun eigen toets, met de grenzen en oorlogen van Europese staten tussen 1490 en 1790, wijst erop dat oorlog ‘een cruciale rol’ speelde bij de uitbreiding van het grondgebied (Cederman e.a. 2023). Ze onderzochten het gebied, niet het bestuur, en beweren niet dat oorlog de enige oorzaak was.

Het Kongo-koninkrijk

Staatsvorming is geen Europees verhaal. Hoe het Kongo-koninkrijk ontstond, is onzeker. Het oudere verhaal over één inval door een heldenkoning is volgens John Thornton ‘niet langer houdbaar’. Kongo groeide volgens hem langzaam, ‘misschien vanaf ongeveer 1350 en doorlopend tot in de zestiende eeuw’, door de verovering van een bestaand rijk, Mpemba, en door bondgenootschappen en voorrechten voor gebieden als Mbata, Mpangu, Vunda en Mpangala (Thornton 2025). Dat is de externe kant, deels met geweld, deels met afspraken.

Gravure van een stad op een steil rotsplateau boven een brede rivier. Boven op de rotsen staan een toren met vlag, een fort en kerken. Op een pad langs de rotsen lopen mensen met lasten omhoog; op de rivier varen boten met roeiers en aan de oever zitten mensen bij het water. Links en rechts boven staan lijsten met de letters A tot E, en onderaan staat De Rieviere Lelunda.
Figuur 4. Bansa, of São Salvador, de hoofdstad van Kongo, op een Nederlandse gravure, volgens de bestandsnaam van 1670. De legende noemt onder meer een koninklijk paleis, kerken en slaafgemaakte mannen en vrouwen die water naar de stad brengen. Een Europees beeld: de gebouwen zijn mogelijk geïdealiseerd. Onbekend (gravure, 1670); BEIC, via Wikimedia Commons, BEIC (Biblioteca Europea di Informazione e Cultura) · Publiek domein (Commons)

Ook de interne kant is er. Volgens Pigafetta, naar de verhalen van Duarte Lopes, was het rijk verdeeld in zes provincies (Pigafetta/Lopes, Report of Congo (Hartwell 1597), boek 1, hfst. 9–14), en werd de koning ‘met de gemeenschappelijke instemming van hen allen’ gekozen (Pigafetta/Lopes, Report of Congo (Hartwell 1597), boek 2, hfst. 4). In 1526 schreef koning Afonso I aan de Portugese koning dat hij een wet had uitgevaardigd: wie in zijn rijk ‘goederen’ wilde kopen, moest dat eerst melden aan drie edelen en hofambtenaren, die nagingen of het om gevangenen of om vrije mensen ging (Afonso I aan João III (1526, volledig)). Met ‘goederen’ bedoelde hij mensen. Een koning regelt hier met eigen ambtenaren de handel in zijn gebied; hoe goed dat werkte, zegt de brief niet. Meer bij het Kongo-koninkrijk.

Schema met in het midden de koning en de hoofdstad São Salvador, en eromheen zes vakken voor de provincies Bamba, Soyo, Sundi, Pango, Batta en Pemba; het vak Sundi heeft een pijl met de opmerking dat de erfopvolger daar bestuurt.
Figuur 5. Zes provincies volgens Pigafetta (1591). Schematisch, niet op schaal. Kennisatlas, naar Pigafetta/Lopes (1591)

Een nieuwe staat: België

België ontstond door een afscheiding, niet doordat een vorst gebied verwierf. Op 4 oktober 1830 riep het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid uit; op 3 november werd een Nationaal Congres verkozen, en op 7 februari 1831 keurde dat de Grondwet goed (belgium.be, 1830) (Senaat, stemrecht II). Artikel 25 van die Grondwet zegt: ‘Alle machten gaan uit van de natie. Zij worden uitgeoefend op de wijze die de grondwet bepaalt’ (Constitution belge 1831, art. 25). Naast ‘al het gezag in mijn handen alleen’ van Lodewijk XIV is dat een groot verschil; die vergelijking maken wij, niet de bronnen. En wie was die natie? Bij de verkiezingen van 1831 bracht ongeveer 1,1 procent van de inwoners een stem uit (Senaat, stemrecht VI). Meer bij revoluties, grondwetten en emancipatie.

Twee gedrukte pagina's naast elkaar uit een uitgave van de Belgische Grondwet van 1831, in het Frans, in twee kolommen; pagina 22 draagt de kop Congres National, 7 Fev. 1831.
Figuur 6. De Belgische Grondwet van 7 februari 1831 in een gedrukte uitgave (blz. 21 en 22): artikel 6 over de gelijkheid en artikel 25 over de macht die van de natie uitgaat. De voetnoten komen van latere rechtspraak. Belgische Senaat (scan), via senate.be · Tekst uit 1831: publiek domein; rechten op de scan niet nagekeken

Wat we weten en wat onzeker is

  • Zeker: wat de keure van 1312, de memoires van Lodewijk XIV, de brief van Afonso I en de Grondwet van 1831 zeggen.
  • Onzeker in het vak: of oorlog de belangrijkste drijfveer was, zoals Tilly meent, of ook geld, onderhandeling, godsdienst en vorstenhuizen. En hoe het Kongo-koninkrijk precies ontstond.
  • Voorzichtig mee omgaan: woorden van vorsten over hun eigen macht. Ze tonen wat ze wilden, niet wat ze bereikten.
  • Niet in dit artikel: een vaste datum waarop staatsvorming begon, het woord absolutisme, en de rol van de grote mogendheden bij het ontstaan van België.

Verbanden

  • Verdieping Europa in de vroegmoderne tijdKarel V en het Duitse Rijk en Lodewijk XIV in Frankrijk, de twee Europese voorbeelden van staatsvorming die Op.stap noemt, staan daar uitgewerkt.
  • Voorgeschiedenis Europa in de middeleeuwenDe Keure van Kortenberg en de Bourgondiërs, die Op.stap als voorkennis bij de staatsvorming gebruikt.
  • Verdieping Het Kongo-koninkrijkHet ontstaan van het Kongo-koninkrijk, de gekozen koning, de provincies en de wet van Afonso I.
  • Voortwerking Revoluties, grondwetten en emancipatieDe Belgische Omwenteling, het Nationaal Congres en de Grondwet van 1831.
  • Vergelijking StadstaatEen stadstaat is een stad die zichzelf bestuurt; staatsvorming gaat over gezag dat over een groter gebied groeit.
  • Begrip ImperialismeWanneer een staat zijn gezag uitbreidt over andere gebieden en volken, spreken we van imperialisme.
  • Verwijst hierheen Europa in de middeleeuwenBegrip vanuit dat artikel: Het Parlement van Mechelen en het Groot Privilege tonen de spanning tussen een vorst die centraliseert en gewesten en steden die hun privileges verdedigen.
  • Verwijst hierheen Europa in de vroegmoderne tijdBegrip vanuit dat artikel: Karel V en Lodewijk XIV zijn de twee voorbeelden van staatsvorming die Op.stap voor deze periode noemt.
  • Verwijst hierheen Het Kongo-koninkrijkBegrip vanuit dat artikel: Kongo is naast Karel V en Lodewijk XIV het voorbeeld van staatsvorming dat Op.stap voor de vroegmoderne tijd noemt.
  • Verwijst hierheen MiddeleeuwenVerdieping vanuit dat artikel: Hoe vorsten hun gebieden samenvoegden, van de Bourgondiërs tot later.
  • Verwijst hierheen Vroegmoderne tijdVerdieping vanuit dat artikel: Hoe vorsten als Karel V en Lodewijk XIV hun macht uitbreidden.
  • Verwijst hierheen Rivaliteit en samenwerking na 1945Begrip vanuit dat artikel: Wat een staat is, en hoe staten met verdragen afspraken maken.

Bronnen en verdieping

Historische bronnen

  1. Hertog Jan II van Brabant (uitvaardiger), Jan Baptist David (uitgever, overleden 1866) (1842). Het Charter van Cortenberg (1312), uitgegeven met inleiding en noten door Jan Baptist David, De Middelaer, deel 2 (1842), p. 539-550.Art. I, IV en VII. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Keizer Karel V, Thomas A. Brady Jr. (vertaler) (1555). The Abdication of Emperor Charles V (1555/56).Beschermde vertaling (Brady): alleen eigen weergave. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. Lodewijk XIV, Charles Dreyss (uitgever) (1860). Mémoires de Louis XIV pour l'instruction du Dauphin, d'après les textes originaux, avec une étude sur leur composition, des notes et des éclaircissements, deel 2.Deel 2, p. 385–386. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Filippo Pigafetta, Duarte (Odoardo) Lopes, Abraham Hartwell (vertaler) (1597 (Italiaans origineel 1591)). A Report of the Kingdom of Congo, a Region of Africa (naar Filippo Pigafetta, Relatione del reame di Congo, Rome 1591, op grond van de verhalen van Duarte Lopes; Engelse vertaling door Abraham Hartwell, Londen 1597).Boek 1, hfst. 9–14 en boek 2, hfst. 4, in de Engelse vertaling van 1597. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  5. Afonso I (Nzinga Mbemba / Mvemba a Nzinga), João Teixeira (schrijver van de brief), vertaler niet vermeld (1526). A Letter from King Afonso I to King João III, 1526 (volledige weergave, 'PS: Afonso I to Portugal').Engelse weergave zonder vermelde vertaler: alleen kort weergegeven. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Congrès national (1831). Constitution belge, décret du Congrès national du 7 février 1831 (gedrukte uitgave met noten, PDF van de Senaat).Art. 25. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Geraadpleegde literatuur

  1. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Alleen om te tonen hoe het leerplan het woord gebruikt; niet als historische bron. (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens
  2. W.P. Blockmans (1985). Van buitenaf bekeken. Buitenlandse historici over staatsvorming in de Nederlanden van de veertiende tot de zestiende eeuw.p. 589–590: omschrijving van staat en staatsvorming; verder Blockmans over Mollat en Vaughan. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  3. Lars-Erik Cederman, Paola Galano Toro, Luc Girardin, Guy Schvitz (2023). War Did Make States: Revisiting the Bellicist Paradigm in Early Modern Europe.p. 324–325 en de sectie over Tilly; Tilly zelf is niet gelezen. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  4. Connaître la Wallonie (Waalse overheid). 27 septembre 1312: signature de la charte de Cortenberg.Datum 27 september 1312. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. John K. Thornton (2025). The Emergence of Social and Political Complexity in West Central Africa. doi:10.1017/S0021853725100662.Alleen het abstract gelezen. (beschikbaarheid onbekend, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. FOD Buitenlandse Zaken (belgium.be) (2026). Provisional Government and National Congress (belgium.be).Instelling (federale overheid): 23-27 september 1830 Brussel; 4 oktober 1830 onafhankelijkheid en grondwetscommissie; 3 november 1830 verkiezing van het Nationaal Congres (200 leden; ongeveer 45.000 kiesgerechtigden, ongeveer 30.000 stemmers); 7 februari 1831 grondwet; 8 september 1831 eerste parlement. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  7. Belgische Senaat (2019). Wie genoeg betaalt, beslist: het cijnskiesrecht voor mannen, 1831-1893 (Senaat, '100 jaar algemeen enkelvoudig stemrecht', deel II).Data van 1830–1831. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  8. Belgische Senaat (2019). De aanhouder wint: een parlementaire tijdlijn (Senaat, '100 jaar algemeen enkelvoudig stemrecht', deel VI).Kiezers in 1831. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.

Doelen

Op.stap

  • 5.1.GL4.12 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Karel V, Duitse Rijk.Karel V zelf, zijn verkiezing, Gent in 1540 en het Duitse Rijk staan alleen in het hoofdartikel. Verder in: Europa in de vroegmoderne tijd.
  • 5.1.GL4.13 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Frankrijk, Lodewijk XIV.Frankrijk, Colbert, de intendanten en Versailles staan alleen in het hoofdartikel. Het woord absolutisme wordt bewust niet gebruikt. Verder in: Europa in de vroegmoderne tijd.
  • 5.1.GL5.1 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, de Kongostroom, de oprichting van het Kongo-koninkrijk, Lukeni Lua Nimi.De Kongostroom, de overlevering over Lukeni lua Nimi en de oprichting van het rijk staan alleen in het hoofdartikel. Verder in: Het Kongo-koninkrijk.
  • 5.1.GL5.2 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, de Kongostroom, Alfonso I van Kongo, Garcia II van Kongo.De Kongostroom, Afonso I zelf en Garcia II staan alleen in het hoofdartikel. Verder in: Het Kongo-koninkrijk.

Minimumdoelen

  • 5.1.4 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
  • 5.1.1 zesde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen in de vroegmoderne tijd overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.

Over dit artikel

Geschreven
4 november 2026
Laatst gewijzigd
4 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie