Begrip · Geschiedenis
Handel over lange afstanden
Peper, zijde en barnsteen die duizenden kilometers reisden, van de Romeinse schepen naar India over de tollen aan de Donau tot de Atlantische driehoekshandel.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
Op.stap noemt handel over lange afstanden bij de Romeinen, en gaat er daarna van uit dat de leerlingen het begrip kennen: bij de middeleeuwse steden, bij Dorestad en de Vikingen, en bij de pest (KOV Op.stap 1.3). Later komt het terug in de zijderoutes en de Atlantische driehoekshandel.
Wat is handel over lange afstanden?
Bij handel over lange afstanden worden goederen verkocht en gebruikt ver van de plek waar ze gemaakt of gevonden worden. Ze reizen dagen, weken of maanden, over rivieren, zeeën en wegen, en gaan onderweg vaak door veel handen. Wat handel is, met ruilen, kopen en verkopen, staat bij Mesopotamië. Over grote afstand komt er iets bij: reistijd, risico, tol en soms ander geld.
De Romeinse schrijver Tacitus zag dat verschil aan de grens van het rijk. De Germanen die het dichtst bij de Romeinen woonden, hechtten volgens hem ‘omwille van de handel’ waarde aan goud en zilver en kozen bepaalde Romeinse munten uit; de mensen verder in het binnenland gebruikten ‘eenvoudiger en ouder ruil van waren’ (Tacitus, Germ., 5). Dat is Tacitus’ beeld, geen telling.
Bij de Romeinen
De schrijver Strabo reisde mee met Gallus, prefect van Egypte onder keizer Augustus. Hij hoorde toen dat ongeveer honderdtwintig schepen van de haven Myos Hormos naar India voeren, terwijl in de tijd van de Ptolemaeën ‘bijna niemand’ die reis aandurfde (Strabo 2.5.12 (Hamilton), 2.5.12). Wat er meeging, beschrijft een handelsgids van een anonieme, Griekssprekende koopman uit Egypte, de Periplus van de Erythreese Zee. Over een markt aan de kust van India schrijft hij:
Historische bron
Hier wordt in de eerste plaats veel munt ingevoerd, verder … koraal, ruw glas, koper, tin en lood, wijn (niet veel) … Uitgevoerd wordt peper, die in grote hoeveelheid maar in één streek bij deze markten groeit, Cottonara genoemd. Daarnaast worden grote hoeveelheden fijne parels uitgevoerd, ivoor, zijden stof, … diamanten en saffieren, en schildpad … De reis maak je op het gunstige moment als je uit Egypte vertrekt omstreeks de maand juli.
Waarom juli? De koopman legt uit dat een loods, Hippalus, als eerste ontdekte hoe je recht over de oceaan kon varen, met de zuidwestenwind die aan de kusten van India opkomt; die wind heet naar hem Hippalus (Periplus van de Erythreese Zee (Schoff 1912), 57). Plinius de Oudere kent Hippalus alleen als wind. Hij beschrijft de weg: over de Nijl naar Coptos, dan twaalf dagen door de woestijn naar Berenice, vooral ’s nachts wegens de hitte, en met de wind Hippalus in veertig dagen naar Muziris, een markt in India waar het wel uitkijken is voor piraten (Plinius NH 6.26 (Bostock en Riley), 6.26).
Plinius klaagde ook over wat die luxe kostte. ‘Volgens de laagste berekening’ onttrokken India, de Seres (een volk in het oosten dat hij met zijde verbindt) en Arabië het rijk elk jaar honderd miljoen sestertiën (Plinius NH 12.41 (Bostock en Riley), 12.41). Of dat bedrag klopt, kunnen we niet nagaan. Het past wel bij de ‘veel munt’ uit de Periplus. Wie de handel beheerste, verdiende eraan mee: in een haven met een weg naar Petra stond volgens de Periplus een centurio met gewapende mannen om een vierde van de ingevoerde waren te innen (Periplus van de Erythreese Zee (Schoff 1912), 19).
Handel ging ook naar het noorden. Een Romeinse ridder reisde in opdracht van een organisator van keizer Nero’s gladiatorenspelen zo’n zeshonderd mijl van Carnuntum in Pannonië naar de Germaanse kust waar barnsteen gevonden werd, en kwam terug met zoveel barnsteen dat de netten in de arena ermee bezet werden (Plinius NH 37.11 barnsteen (Bostock en Riley), 37.11). De Aestii aan die kust raapten het ruw op, gebruikten het zelf niet en namen ‘verbaasd de prijs’ aan, schrijft Tacitus (Tacitus, Germ., 45). Hoe de handel onze streken bereikte, staat bij de Romeinen.
“Hoe wist een koopman in Egypte wanneer hij naar India moest vertrekken?”
Kort antwoord voor kinderen
Hij wachtte op de wind. In juli begon de wind die de schepen recht over de zee naar India blies.
Tol en kooplieden in de middeleeuwen
Ook in de middeleeuwen lieten heersers voor handel betalen. Rond 905 klaagden Beierse bisschoppen, abten en graven bij koning Lodewijk dat ze op weg naar het oosten ‘door onrechtvaardige tol’ gedrukt werden. De markgraaf liet daarop onder ede vastleggen hoe de tol vroeger was. Zo ontstond de tolregeling van Raffelstetten (Tolregeling van Raffelstetten (ca. 905-906), voorrede):
Historische bron
De Slavische kooplieden die uit Rugi of Bohemen komen om handel te drijven, betalen, waar ze langs de oever van de Donau een handelsplaats krijgen, per lading twee stukken was … Wil iemand onvrije mensen of paarden verkopen, dan betaalt hij voor een vrouw een tremis, voor een hengst evenveel, voor een man een saiga. … Kooplieden, dat wil zeggen Joden en andere kooplieden, van waar ze ook komen, uit dit land of uit andere landen, betalen de rechtmatige tol zowel op onvrije mensen als op andere waren, zoals het altijd was in de tijd van eerdere koningen.
Mercatores, id est Iudei et ceteri mercatores …
Was, paarden en ook mensen werden zo over grote afstand verhandeld, door kooplieden uit verschillende landen. Wat de munteenheden waard waren, laten we open. Verder naar het noorden vertelde de Noorman Ohthere aan de Engelse koning Alfred hoe hij in vijf dagen van Sciringesheal naar de haven Hedeby zeilde; hij bracht de koning walrustanden mee (Alfreds Orosius (Bosworth 1859), I.1, § 14 en 18–19). Meer over hem en over de handelsplaats Dorestad staat bij de contacten in de middeleeuwen; over handel in Brugge en Gent bij Europa in de middeleeuwen.
Zijderoutes
De zijderoutes zijn de wegen over land en zee waarlangs zijde en andere goederen tussen China en het westen reisden. Het meervoud is bewust. De koopman van de Periplus wist dat zijde uit een grote stad ‘Thinae’ kwam en ‘te voet’ door Bactrië naar de havens van India werd gebracht, maar dat het land zelf moeilijk te bereiken was: ‘weinig mensen komen daar vandaan, en zelden’ (Periplus van de Erythreese Zee (Schoff 1912), 64). Zijde ging dus van hand tot hand.
Rond 1340 schreef de Florentijnse koopman Francesco Pegolotti raad op voor wie van Tana, aan de Zwarte Zee, naar Cathay (China) wilde: neem in Tana een tolk, laat je baard staan en neem voor vijfentwintig dagen meel en gezouten vis mee. De weg was ‘volkomen veilig, bij dag en bij nacht’, volgens kooplieden die hem gereisd hadden; maar wie onderweg stierf, verloor zijn bezit aan de heer van het land, tenzij een ‘broer’ bij hem was (Pegolotti, handelsgids naar Cathay (Yule)).
De Atlantische driehoekshandel
Met de Atlantische driehoekshandel bedoelt men de route van Europa naar Afrika, van Afrika naar Amerika en terug naar Europa. Het Britse Nationaal Archief beschrijft ze zo: kooplieden brachten goederen naar Afrika en kregen er tot slaaf gemaakte Afrikanen, goud, ivoor en specerijen voor; in Amerika werden de Afrikanen verkocht voor suiker, tabak, katoen en andere producten (National Archives: Britse trans-Atlantische slavenhandel). Volgens een schatting werden ongeveer 12,5 miljoen Afrikanen op schepen gedwongen, en overleefden ongeveer 10,7 miljoen de oversteek (NEH: Slave Voyages).
De driehoek is een vereenvoudiging. National Geographic toont dat mensen ook binnen Amerika over zee verhandeld werden, en noemt zijn eigen kaart ‘een deel van het verhaal, geen volledige rekening’ (National Geographic: slavenhandel in kaart). Meer over het verhandelen van mensen staat bij slavernij.
Wat hier niet staat: geen extra leerlingdoel
De Hanze, Marco Polo, Chinese bronnen en de pest langs handelswegen zijn voor dit artikel niet in bronnen gelezen en blijven weg; dat Romeinen en Chinezen elkaar rechtstreeks kenden, beweren we niet. Om verder te zoeken: in de Caïro-Geniza ligt een brief van een Joodse handelaar in India aan zijn compagnon in Egypte (online alleen een catalogusfiche) (Genizabrief T-S 13J18.2 (handelaar in India)).
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: wat de bronnen zelf zeggen: welke goederen de Periplus noemt, de tolregels van Raffelstetten, Pegolotti’s raad en de beschrijving van het driehoeksmodel door het Britse Nationaal Archief.
- Voorzichtig mee omgaan: de getallen van Strabo en Plinius, die niet zeggen waar ze vandaan komen; Hippalus, voor de Periplus een loods en voor Plinius een wind; de datering van de Periplus en van Raffelstetten; ‘veilig’ bij Pegolotti, van horen zeggen; de 12,5 miljoen, een schatting.
- Niet in dit artikel: hoeveel er verhandeld werd, wat het opbracht, en wat de opgravingen in havens als Berenice laten zien. Daarvoor is geen bron gelezen.
Kaarten
Catalaanse Atlas (1375), blad 6: Mansa Musa met een gouden munt, naast Taghaza en Mali · toegeschreven aan Abraham Cresques, 1375
Op de Catalaanse Atlas van 1375 zit een heerser in West-Afrika, genoemd als ‘Mussé Melly’, met een gouden munt in de hand. Een kaart die in Europa gemaakt werd, kende dus dit gebied.
Past bij de zin dat handel over lange afstanden niet alleen over zee en door Azië liep. Pas op: (1) de bijschrifttekst op de kaart is op Commons slechts gedeeltelijk gelezen; neem er niets uit over; (2) 'Mussé Melly' is de naam op de kaart; de koppeling met 'Mansa Musa' is de interpretatie van Commons en de literatuur, hier niet apart gecontroleerd; (3) ‘Tagaza’ staat als plaatsnaam op de kaart; wat de plaats voor de handel betekende is niet onderzocht. De uitspraak dat handelaars de Sahara doorkruisten en dat dit in Europa bekend was, steunt NIET op een gecontroleerde bron in dit dossier; schrijf daarom alleen wat het beeld toont.
Plattegrond van Brugge, naar een ontwerp van Marcus Gerards · Marcus Gerards (Marcus Gheeraerts de Oudere), 1562
Brugge zoals het er in 1562 uitzag, na de grootste bloei van de handel. De stadsmuur en de grachten tonen nog de middeleeuwse stad.
Sluit aan bij Brugge als handelsstad (Op.stap 5.1.GL3.8). Het is een kaart uit de 16de eeuw, geen middeleeuwse kaart: zo noemen. Op de originele kaart staan 'koeien', 'zwanen' en 'visser' als figuren in de randen (zie Commons).

Tabula Peutingeriana (facsimile) · Romeinse wegenkaart; facsimile door Konrad Miller, 1887–1888 (facsimile)
Een Romeinse wegenkaart: geen kaart op schaal, maar een lange strook met wegen, plaatsen en afstanden.
Te groot om hier te tonen (26.000 pixels breed); open de bron en zoom in op het noordwesten van het rijk.
Verbanden
- Verdieping De Romeinen
- Voorgeschiedenis Mesopotamië
- Verdieping Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen
- Verdieping Europa in de middeleeuwen
- Begrip Slavernij en slaafgemaakten
- Begrip Imperialisme
- Verwijst hierheen Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- Publius Cornelius Tacitus. Germania (Latijnse tekst).
- Strabo (Geographika), H. C. Hamilton (vertaler van boek 1-6, 1854) (1854). The Geography of Strabo, boek 2, hoofdstuk 5, sectie 12 (de handel via Myos Hormos), Engelse vertaling H. C. Hamilton (1854).
- Anoniem, een Grieks sprekende handelaar uit Egypte (Periplus Maris Erythraei, eerste eeuw o.t.), Wilfred H. Schoff (vertaler, 1912) (1912). The Periplus of the Erythraean Sea (Periplus Maris Erythraei), Engelse vertaling van W. H. Schoff (1912).
- Plinius de Oudere (Naturalis Historia), John Bostock en Henry T. Riley (vertalers, 1855) (1855). Natural History, boek 6, hoofdstuk 26 (de reisweg naar India), Engelse vertaling Bostock en Riley (1855).
- Plinius de Oudere (Naturalis Historia), John Bostock en Henry T. Riley (vertalers, 1855) (1855). Natural History, boek 12, hoofdstuk 41 (specerijen en luxe uit India, het land van de Seres en Arabië), Engelse vertaling Bostock en Riley (1855).
- Plinius de Oudere (Naturalis Historia), John Bostock en Henry T. Riley (vertalers, 1855) (1855). Natural History, boek 37, hoofdstuk 11 (barnsteen), Engelse vertaling Bostock en Riley (1855).
- Anoniem (tekst opgetekend in opdracht van koning Lodewijk het Kind en markgraaf Aribo), Uitgave: A. Boretius en V. Krause, MGH Capitularia regum Francorum II (1897), nr. 253 (ca. 905-906). Inquisitio de theloneis Raffelstettensis (onderzoek naar de tollen van Raffelstetten, ca. 905-906).
- Koning Alfred de Grote (vertaling van Orosius, met verhaal van Ohthere, ca. 890), Joseph Bosworth (uitgever en vertaler) (1859). King Alfred's Anglo-Saxon version of the Compendious history of the world by Orosius (Oud-Engelse tekst met Engelse vertaling door J. Bosworth).
- Francesco Balducci Pegolotti (koopman in dienst van de Bardi, Florence), Henry Yule (vertaler; 2e uitgave herzien door H. Cordier, Hakluyt Society 1913-1916) (ca. 1340). Francesco Balducci Pegolotti, 'Advice to Merchants Bound for Cathay' (uit de Pratica della mercatura, ca. 1340), Engelse vertaling van H. Yule.
Geraadpleegde literatuur
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
- Matthias Mertens (2019). Did Richthofen Really Coin 'the Silk Road'?.
- The National Archives (Verenigd Koninkrijk) (z.j.). Slavery and the British transatlantic slave trade (research guide).
- National Endowment for the Humanities (VS) (2026). The Transatlantic Slave Trade Database (projectpagina).
- National Geographic Society (onderwijsbron) (z.j.). MapMaker: Transatlantic and Intra-Americas Slave Trade.
Verder lezen en kijken
- Taylor-Schechter Genizah Collection, Cambridge University Library (origineel), Princeton Geniza Project (catalogus) (z.j.). Letter: T-S 13J18.2 (brief van een Joodse handelaar in India aan zijn compagnon in Egypte), Princeton Geniza Project.
Doelen
Op.stap
- 5.1.GL3.4 3de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: voedselproductie, handel over lange afstanden, de Pax Romana, Tongeren, Velzeke, Limes, wegennetwerk.Voedselproductie, de Pax Romana, Tongeren, Velzeke, de limes en het wegennetwerk staan alleen in het hoofdartikel. Archeologische vondsten van handel (havens, amforen) zijn hier niet gebronnen. Verder in: De Romeinen.
- 5.1.GL5.7 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, zijderoutes, zeevaarders, Columbus.De zijderoutes in de vroegmoderne tijd zelf, wereldimperialisme, zeevaarders en Columbus komen hier niet aan bod. Marco Polo en Chinese bronnen zijn niet gelezen. Verder in: Wereldwijde contacten en koloniale handel (nog te schrijven), Imperialisme.
- 5.1.GL5.9 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Atlantische driehoekshandel, handelspost, kolonie.Handelspost en kolonie zijn niet gebronnen en niet uitgelegd. Verder in: Wereldwijde contacten en koloniale handel (nog te schrijven), Slavernij en slaafgemaakten.
Minimumdoelen
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie