Begrip · Geschiedenis
Imperialisme
Wat het betekent als een staat zijn gezag uitbreidt over andere gebieden en volken, en hoe dat klinkt in bronnen van Augustus tot de Conferentie van Berlijn.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
Leerlingen komen het woord imperialisme meermaals tegen: bij de Romeinen, bij Karel V en bij de Conferentie van Berlijn. Bij de contacten tussen samenlevingen in de vroegmoderne tijd spreekt Op.stap van wereldimperialisme (KOV Op.stap 1.3). Dit artikel legt uit wat ermee bedoeld wordt en laat bronnen uit die tijden zelf aan het woord.
Wat is imperialisme?
Op.stap geeft zelf geen definitie (KOV Op.stap 1.3). In de Kennisatlas bedoelen we met imperialisme dat een staat zijn gezag uitbreidt over andere gebieden en over de volken die er wonen. Dat is een werkomschrijving, geen definitie uit één bron.
In 1902 verscheen Imperialism, een boek van de Britse econoom John A. Hobson over zijn eigen tijd. Hij omschreef het zo:
Historische bron
Imperialisme houdt, zoals we zien, in dat particuliere belangen, vooral kapitalistische, de bestuursmachine gebruiken om voor zichzelf economisch gewin buiten het eigen land te verzekeren.
Dat is Hobsons verklaring, niet de enige. Hij zag de ‘wortel’ van het imperialisme in een economie die meer goederen en kapitaal voortbracht dan er in eigen land met winst verkocht of belegd konden worden (Hobson 1902, deel I, hoofdstuk VI).

Eén woord voor verschillende tijden: geen extra leerlingdoel
Hobson schreef over de wereld rond 1900; Op.stap gebruikt hetzelfde woord ook voor Rome en Karel V (KOV Op.stap 1.3). Een Romeinse veldheer, een Spaanse koning en een Europese regering in 1885 deden en dachten niet hetzelfde. Laat leerlingen zoeken wat gelijk is (een staat brengt anderen onder zijn gezag) en wat verschilt (wie, hoe, met welke woorden).
Rome: de wereld onder gezag
Bij de Romeinen verbindt Op.stap imperialisme met Carthago, Caesar en Augustus (KOV Op.stap 1.3), uitgewerkt in het artikel over de Romeinen. Augustus liet zelf een verslag van zijn daden na, de Res gestae:
Historische bron
Van de daden van de goddelijke Augustus, waarmee hij de wereld aan het gezag van het Romeinse volk onderwierp … Van alle provincies van het Romeinse volk die grensden aan volken die ons gezag niet gehoorzaamden, heb ik de grenzen verruimd. Gallië en Spanje, en ook Germanië, … heb ik tot rust gebracht. … Egypte heb ik aan het gezag van het Romeinse volk toegevoegd.
Gallias et Hispanias provincias, item Germaniam … pacavi.
Let op de woorden. ‘Gezag’ is in het Latijn imperium. Grenzen worden ‘verruimd’, volken die niet gehoorzaamden, worden ‘tot rust gebracht’ (pacavi). Over oorlog en doden zwijgt deze passage: het is het verslag van de machthebber zelf (Res gestae, opschrift; 26–27).

Wat verovering voor de overwonnenen kon betekenen, staat bij Caesar. Na de inname van een stad van de Aduatuci verkocht hij in één keer alles wat de stad te verkopen had; de kopers gaven hem een aantal van 53.000 ‘hoofden’ door (Caesar, BG, 2.33.6–7). Dat zijn mensen, verkocht als oorlogsbuit, volgens Caesars eigen opgave. Hoe krijgsgevangenschap tot slavernij leidde, staat bij slavernij. Tacitus, zelf een Romein, liet de Britse leider Calgacus klagen dat de kinderen van de overwonnenen ‘weggehaald worden om elders te dienen’ (Tacitus, Agr., 31.1): Romeinse kritiek op Rome, in de mond van een tegenstander.
Karel V en de verdeling van de wereld
Voor de vroegmoderne tijd verbindt Op.stap imperialisme met Karel V, met als voorbeeld de ontdekking en kolonisatie van Amerika (KOV Op.stap 1.3). Hoe Cortés hem schreef dat al die streken ‘aan Uwe Hoogheid toebehoorden’, lees je in het artikel over Europa in de vroegmoderne tijd (Cortés, brieven (MacNutt), Tweede Brief, p. 214–215).
Bij de contacten tussen samenlevingen in diezelfde tijd spreekt Op.stap van wereldimperialisme, samen met Columbus, de West-Indische Compagnie en La Malinche (KOV Op.stap 1.3). Het woord zegt het zelf: Europese staten breidden hun gezag uit tot aan de andere kant van de wereld. Hoe ruim ze dachten, toont het verdrag dat de vorsten van Castilië en Aragon en de koning van Portugal in 1494 in Tordesillas sloten:
Historische bron
… dat een grens of rechte lijn wordt vastgesteld en getrokken van noord naar zuid, van pool tot pool, … op een afstand van driehonderdzeventig leagues ten westen van de Kaapverdische Eilanden. … En alle landen, eilanden en vasteland, die al gevonden en ontdekt zijn of hierna nog gevonden en ontdekt zullen worden door de koning van Portugal en zijn schepen aan deze zijde van de lijn, naar het oosten, … zullen voor altijd toebehoren aan de koning van Portugal en zijn opvolgers.
Wat ten westen lag, kwam toe aan Castilië en Aragon, en geen van beide mocht nog schepen naar de andere helft sturen ‘om te handelen, te ruilen of te veroveren’ (Verdrag van Tordesillas (Davenport), art. 1–2). Zo verdeelden twee kronen ook landen die nog gevonden moesten worden. In de inleiding en de eerste artikels is sprake van landen, eilanden en vasteland; de mensen die er woonden, komen er niet in voor (Verdrag van Tordesillas (Davenport), inleiding; art. 1–2).

“Mochten Spanje en Portugal zomaar de wereld verdelen?”
Kort antwoord voor kinderen
Dat vonden ze zelf. Alleen de vorsten sloten het verdrag. Aan de mensen die in die landen woonden, werd niets gevraagd.
Nuance voor de leerkracht
Het verdrag zegt wat twee koninkrijken onder elkaar afspraken, niet wat er daarna in elk gebied gebeurde.
De Conferentie van Berlijn
Van 15 november 1884 tot 26 februari 1885 kwamen vertegenwoordigers van veertien staten, waaronder België, samen in Berlijn, met het Duitse Rijk en Otto von Bismarck als gastheer. Die bijeenkomst heet de conferentie van Berlijn. Ze ging over Afrika, maar volgens het archief van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken werden ‘op geen enkel moment Afrikaanse vertegenwoordigers geraadpleegd’ (Politisches Archiv: Berlijnse Akte). In de slotakte staan twee soorten afspraken naast elkaar:
Historische bron
Alle mogendheden die soevereine rechten of invloed uitoefenen in de genoemde gebieden, verbinden zich ertoe te waken over het behoud van de inheemse stammen, te zorgen voor de verbetering van hun morele en materiële welzijn en te helpen de slavernij en vooral de slavenhandel te onderdrukken. … Elke mogendheid die voortaan op de kust van het Afrikaanse continent grond in bezit neemt buiten haar huidige bezittingen, … laat die daad vergezeld gaan van een kennisgeving aan de andere ondertekenende mogendheden …
Het ene artikel spreekt over welzijn en ‘de zegeningen van de beschaving’, het andere over grond in bezit nemen. Een volgend artikel verplicht de staten om in wat ze aan de kust bezetten, voldoende gezag te vestigen (Berlijnse Akte 1885 (SAHO), art. 6; 34–35).

Hobson wantrouwde zulke mooie woorden. Over de zakenlui die van het imperialisme profiteerden, schreef hij:
Historische bron
In de mond van hun vertegenwoordigers klinken edele woorden over hun verlangen het gebied van de beschaving uit te breiden, een goed bestuur te vestigen, het christendom te bevorderen, de slavernij uit te roeien en de ‘lagere rassen’ te verheffen. … maar ze houden zich in de eerste plaats met zaken bezig …
‘Lagere rassen’ is racistische taal uit die tijd, die Hobson hier weergeeft. Laat het in de klas tussen aanhalingstekens staan en zeg erbij uit welke tijd het komt.
Wat omstreden is
Waarom staten hun gezag over andere volken uitbreidden, daarover zijn historici het niet eens. Hobson zocht de oorzaak in de economie. In 1953 schreven John Gallagher en Ronald Robinson ‘The Imperialism of Free Trade’, dat volgens de historicus Bernard Attard tegenover de verklaringen van Hobson en Lenin stond. Zij spraken ook van een ‘informeel imperium’: invloed over een gebied zonder het formeel in te lijven. Volgens Attard is dat sindsdien een sleutelbegrip voor historici, maar ook altijd omstreden gebleven (Attard 2022 (informal empire)). Wie ‘imperialisme’ zegt, kiest dus al een omschrijving. Voor leerlingen volstaat de kern; het debat is achtergrond voor de leerkracht.
Wie spreekt er?
Bijna alle bronnen hier komen van wie het rijk bouwde: Augustus, de vorsten in Tordesillas, de staten in Berlijn. Ook Tacitus is een Romein die een tegenstander woorden in de mond legt. Een stem van de onderworpenen zelf is zeldzamer. Uit Kongo is een brief uit 1526 bewaard van koning Afonso I aan de koning van Portugal, waarin hij schrijft dat Portugese kooplieden elke dag mensen uit zijn land meenemen (Afonso I aan João III (1526)); die staat bij slavernij. Vraag bij elke bron wie ze schreef, voor wie, en wie zwijgt (zie perspectief).
Beeld in voorbereiding (aangevraagd)
Drie primaire bronnen naast elkaar leggen (Res gestae, Tordesillas, Akte van Berlijn) met voor elk: wie spreekt, over welk gebied, welk sleutelwoord en wie ontbreekt aan tafel. Afsluiting van het hoofdstuk 'Wie spreekt er?'.
imperialisme-res-gestae-vs-berlijn → public/images/imperialisme-res-gestae-vs-berlijn.svg
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker: wat de bronnen zelf zeggen: hoe Augustus over zijn veroveringen schreef, wat in Tordesillas afgesproken werd, welke artikels in de Akte van Berlijn staan, en dat er in Berlijn geen Afrikaanse vertegenwoordigers geraadpleegd werden.
- Omstreden: wat imperialisme precies is, waarom het gebeurde, en of ook invloed zonder inlijving imperialisme is.
- Voorzichtig mee omgaan: getallen die een veroveraar zelf opgeeft (Caesar), woorden die een schrijver een tegenstander in de mond legt (Tacitus), en mooie woorden in verdragen.
- Niet in dit artikel: de herkomst van het woord imperialisme, Karel V in zijn eigen woorden en de Onafhankelijke Kongostaat. Daarvoor is hier geen bron gelezen, of ze horen bij een ander artikel.
Kaarten

Cantino-planisfeer · Anoniem Portugees cartograaf, 1502
Een Portugese wereldkaart van 1502, acht jaar na het Verdrag van Tordesillas.
Past bij de term wereldimperialisme (Tordesillas, F4 in het dossier imperialisme). Of en hoe de Tordesillas-lijn op de kaart is aangegeven is NIET gecontroleerd: de Commons-pagina vermeldt het niet. De coordinator moet de kaart bekijken en dan pas een bijschrift over de lijn schrijven. Bestand is 10.643 x 4.998 px (ongeveer 36 MB): niet downloaden zonder verkleining.
Verbanden
- Verdieping De Romeinen
- Verdieping Europa in de vroegmoderne tijd
- Verdieping wereldwijde-contactennog niet geschreven
- Verdieping kolonialisme-kongonog niet geschreven
- Begrip Slavernij en slaafgemaakten
- Begrip perspectiefnog niet geschreven
- Verwijst hierheen Europa in de vroegmoderne tijd
- Verwijst hierheen Handel over lange afstanden
- Verwijst hierheen De Romeinen
- Verwijst hierheen Slavernij en slaafgemaakten
- Verwijst hierheen Stadstaat
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- John A. Hobson (1902). Imperialism: A Study (1e uitgave).
- Augustus. Res gestae divi Augusti (Latijnse tekst).
- Gaius Iulius Caesar. Commentarii de bello Gallico (Latijnse tekst).
- Publius Cornelius Tacitus. Agricola (Latijnse tekst).
- Ferdinand en Isabella van Castilië en Aragon, Johan II van Portugal, F. G. Davenport (vertaler) (1494). Treaty between Spain and Portugal concluded at Tordesillas (Engelse vertaling).
- Hernán Cortés, Francis Augustus MacNutt (vertaler en bezorger) (1908). Letters of Cortés: five letters of relation to the Emperor Charles V, deel 1.
- Afgevaardigden van de veertien ondertekenende staten, South African History Online (uitgever van de webtekst) (1885). General Act of the Berlin Conference on West Africa, 26 February 1885 (Engelse tekst).
Geraadpleegde literatuur
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
- Bernard Attard (2022). Informal Empire: The Origin and Significance of a Key Term.
- Politisches Archiv des Auswärtigen Amts (Federal Foreign Office, Duitsland) (2026). General Act of the Berlin West Africa Conference, 26 February 1885.
Verder lezen en kijken
- Nzinga Mbemba (Afonso I), vertaler niet vermeld (1526). Brief van Nzinga Mbemba (Afonso I van Kongo) aan koning João III van Portugal, 6 juli 1526 (Engelse weergave, uittreksel).
Doelen
Op.stap
- 5.1.GL2.9 2de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Rome, Carthago, Hannibal.Carthago en Hannibal komen hier niet aan bod. Verder in: De Romeinen.
- 5.1.GL3.1 3de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Caesar, de Kelten.Caesars verovering en de Kelten staan alleen in het hoofdartikel. Verder in: De Romeinen.
- 5.1.GL3.2 3de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Augustus, Germanen.De Germanen komen hier niet aan bod. Verder in: De Romeinen.
- 5.1.GL4.14 4de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Karel V.Karel V zelf en zijn rijk worden hier niet uitgelegd; daarvoor is in dit dossier geen eigen bron gelezen. Verder in: Europa in de vroegmoderne tijd.
- 5.1.GL5.7 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, zijderoutes, zeevaarders, Columbus.Wereldimperialisme wordt alleen uit het woord en met Tordesillas uitgelegd, zonder bron die de term omschrijft. Zijderoutes, zeevaarders en Columbus komen niet aan bod. Verder in: Wereldwijde contacten en koloniale handel (nog te schrijven).
- 5.1.GL5.8 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, de West-Indische Compagnie, het ronden van Kaap de Goede Hoop.Wereldimperialisme wordt alleen uit het woord en met Tordesillas uitgelegd. De West-Indische Compagnie en Kaap de Goede Hoop komen niet aan bod. Verder in: Wereldwijde contacten en koloniale handel (nog te schrijven).
- 5.1.GL5.10 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, slaafgemaakten, La Malinche.Wereldimperialisme wordt alleen uit het woord en met Tordesillas uitgelegd. La Malinche komt niet aan bod. Verder in: Wereldwijde contacten en koloniale handel (nog te schrijven), Slavernij en slaafgemaakten.
- 5.1.GL5.21 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: imperialisme, conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke Kongostaat, Union Minière du Haut-Katanga.De Onafhankelijke Kongostaat en de Union Minière komen niet aan bod; Congo als privébezit van Leopold II staat alleen als nevenafspraak. Verder in: De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo (nog te schrijven).
Minimumdoelen
- 5.1.2 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
- 5.1.4 vierde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
- 5.1.1 zesde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen in de vroegmoderne tijd overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.
- 5.1.2 zesde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten.
Over dit artikel
- Geschreven
- 3 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 3 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie