Wereldwijde contacten en koloniale handel

Hoe zeevaarders rond Afrika en over de oceaan voeren, wat Columbus erover schreef, hoe de West-Indische Compagnie handelsposten en kolonies kreeg, wie Malintzin was, en wat de schilderijen van Vermeer met die wijde wereld te maken hebben.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

Tussen het einde van de vijftiende en de zeventiende eeuw kwamen samenlevingen met elkaar in contact die elkaar daarvoor niet of nauwelijks kenden. Portugese schepen voeren rond Afrika naar India, Columbus stak de Atlantische Oceaan over, Spanjaarden veroverden Mexico, en een Nederlandse handelscompagnie kreeg het recht om forten te bouwen in Afrika en Amerika. Op.stap brengt dat samen onder de contacten tussen samenlevingen, met woorden als zijderoutes, zeevaarders, Columbus, de West-Indische Compagnie, handelspost, kolonie, slaafgemaakten en La Malinche, en ook Vermeer en de Hollandse school (KOV Op.stap 1.3). Dit artikel geeft eerst een kort overzicht en laat daarna de bronnen uit die tijd spreken: een brief van Columbus, het reisjournaal van Vasco da Gama, het octrooi van de West-Indische Compagnie, de geschiedenis van een soldaat van Cortés en de schilderijen van Vermeer.

Een wereld die verbonden raakt

Op.stap plaatst deze onderwerpen in de vroegmoderne tijd, de periode na de middeleeuwen (KOV Op.stap 1.3). Wat er in die periode in Europa gebeurde, van Karel V tot de Vrede van Westfalen, staat in het artikel over Europa in de vroegmoderne tijd. De jaartallen hieronder zijn jaren van onze tijdrekening (o.t.); hoe die telling werkt, lees je bij tijd en chronologie.

Een kort overzicht, in de volgorde van de tijd:

  • In 1487 en 1488 voer Bartolomeu Dias met drie Portugese schepen langs de kust van Afrika tot voorbij de zuidpunt, en terug naar Lissabon (SAHO, Bartolomeu Dias).
  • In 1492 voer Columbus met een vloot van de Spaanse koning en koningin naar het westen. Hij kwam aan op eilanden aan de overkant van de oceaan, en dacht dat hij in Azië was (Columbus, brief 1493 (Major), brief aan Santangel; inleiding van Major).
  • In 1494 verdeelden Castilië en Portugal in het verdrag van Tordesillas de nieuwe landen met een lijn van pool tot pool (Verdrag van Tordesillas (Davenport), art. 1).
  • In 1497 rondde Vasco da Gama de zuidpunt van Afrika, en in 1498 lag hij voor Calicut in India (Gama, Roteiro (Ravenstein 1898)).
  • In 1519 kwamen Spanjaarden aan in wat nu Mexico is; in 1520 en 1521 voerden ze oorlog tegen Tenochtitlan (Getty, Competing Narratives). Een jonge vrouw, Malintzin, werd hun tolk (Cypess 2021).
  • In 1621 kreeg de West-Indische Compagnie van de Staten-Generaal het alleenrecht op de handel van de Nederlanden met Afrika en Amerika (WIC-octrooi 1621 (Thorpe), aanhef).
  • Rond 1660 schilderde Vermeer zijn huizen in Delft, een melkmeisje en een vrouw die een brief leest, met een landkaart aan de muur (Rijksmuseum, Het straatje) (Rijksmuseum, Brieflezende vrouw).

Wat in die eeuwen veranderde, is niet dat mensen voor het eerst handel dreven over grote afstanden: dat deden ze al lang, over land en over zee (zie handel over lange afstanden). Nieuw was dat Europese schepen rechtstreeks rond Afrika en over de Atlantische Oceaan voeren, en dat Europese staten en compagnieën daar gezag opeisten over landen en volken aan de andere kant van de wereld. Dat bedoelt Op.stap met wereldimperialisme: een staat breidt zijn macht uit over andere gebieden en de mensen die er wonen, en dat nu op de schaal van de hele aardbol (KOV Op.stap 1.3). Hoe ruim de vorsten dachten, toont het verdrag van Tordesillas: twee kronen verdeelden ook landen die nog gevonden moesten worden, en de mensen die er woonden, komen in de tekst niet voor (Verdrag van Tordesillas (Davenport), aanhef; art. 1–3). Meer daarover staat in het artikel over imperialisme.

Die contacten hadden niet één kant. De bewoners van de eilanden die Columbus bezocht, voeren zelf met grote kano’s tussen de eilanden en dreven er handel mee, schrijft hij (Columbus, brief 1493 (Major)). Aan de kust van Afrika ruilden de bewoners vee met de bemanning van Dias (SAHO, Bartolomeu Dias). In Mexico waren veel inheemse volken vijanden van de Azteken, en de Tlaxcalteken verbonden zich met de Spanjaarden (Cypess 2021). En miljoenen Afrikanen werden tegen hun wil over de oceaan gebracht (NEH: Slave Voyages).

Zijderoutes en specerijen

Lang voor de zeereizen rond Afrika kwamen zijde en andere kostbare goederen uit Azië al in Europa aan, via een web van wegen over land en zee met veel tussenhandelaars (UNESCO: Zijderoutes (Chang'an-Tianshan)). Die wegen noemen we vandaag de zijderoutes. De naam is van later, uit de negentiende eeuw. Volgens Matthias Mertens bedacht de geograaf Richthofen hem niet, zoals vaak gezegd wordt: anderen gebruikten hem al eerder, en Richthofen was ‘maar een van de vele schakels in een lange keten’ (Mertens (2019): wie bedacht 'de zijderoute'?). Hoe een koopman rond 1340 van de Zwarte Zee naar China reisde, en wat de Romeinen al over het land van de zijde wisten, staat in het artikel over handel over lange afstanden (Pegolotti, handelsgids naar Cathay (Yule)).

Toen Vasco da Gama in 1498 in Calicut, aan de westkust van India, aankwam, noteerde de schrijver van zijn reisjournaal wat hij daar hoorde over de weg die de specerijen naar Europa aflegden:

Uit de tijd zelf

Uit dit land Calicut, of Hoog-Indië, komen de specerijen die in het Oosten en het Westen gebruikt worden, in Portugal en in alle andere landen van de wereld, en ook edelstenen van allerlei soort.

Gama, Roteiro (Ravenstein 1898), blz. 77–78 (Calicut, 1498) · vertaling Kennisatlas naar E. G. Ravenstein (1898)

Daarna beschrijft hij de route. Schepen brachten de specerijen naar Jeddah, aan de Rode Zee. Kleinere schepen voeren verder tot Suez, kamelen droegen ze naar Caïro, boten brachten ze over de Nijl naar Rosetta, en weer kamelen naar Alexandrië. Daar kwamen de galeien uit Venetië en Genua ze halen. Op elke halte werden rechten betaald (Gama, Roteiro (Ravenstein 1898), blz. 77–78). Zo kwamen de specerijen in Europa terecht na een lange reeks tussenhandelaars en tollen.

Dat is wat de reizigers in 1498 te horen kregen, geen berekening van historici. Het bewijst op zichzelf ook niet dat de Portugezen daarom naar India voeren. Hun uitgever Ravenstein schreef in 1898 dat de reis de specerijenhandel ‘in een nieuwe bedding’ leidde, zodat Venetië zijn monopolie verloor en Lissabon een tijd de grote specerijenmarkt van Europa werd (Gama, Roteiro (Ravenstein 1898), inleiding). Dat is het oordeel van een negentiende-eeuwse geleerde, en geen vaststaand feit.

Zeevaarders rond Afrika

Met zeevaarders bedoelt Op.stap de mensen die in deze tijd lange tochten over de oceanen maakten (KOV Op.stap 1.3). De Portugezen kwamen eerst. In augustus 1487 vertrok Bartolomeu Dias met drie schepen uit Lissabon. Begin februari 1488 voeren ze, ‘versleten door wind en weer’, langs de kust naar het oosten en begrepen ze dat ze rond Afrika gevaren moesten zijn. Ze gingen voor anker in een brede baai, die ze Golfo de São Bras noemden, het huidige Mossel Bay. In december 1488 was Dias terug, na een reis van zestien maanden en zeventien dagen (SAHO, Bartolomeu Dias).

In die baai ontmoetten ze de bewoners. Die ruilden kleine geschenken, en de bemanning kocht via ruil vee en schapen. Later groeide het wantrouwen tussen de twee groepen (SAHO, Bartolomeu Dias). Zoals bij Columbus en Gama verliep zo’n eerste ontmoeting niet vanzelf vreedzaam.

Schematische kaart van de Atlantische Oceaan, Afrika en India. Twee lijnen lopen van Lissabon langs de westkust van Afrika naar de zuidpunt: Dias keert daar om, Gama vaart verder naar Calicut in India. Een gestippelde lijn van Lissabon naar de eilanden in het Caribisch gebied is de reis van Columbus. Een oranje stippellijn loopt van Calicut over de Rode Zee en Egypte naar Venetië.
Figuur 1. Drie zeereizen rond 1500 en de specerijenroute zoals Gama's reisjournaal die beschrijft. Schematisch, niet op schaal: de kustlijnen zijn sterk vereenvoudigd en de routes bij benadering. Kennisatlas, naar Ravenstein (1898), South African History Online en Columbus (brief 1493) · Eigen werk (Kennisatlas)

Het ronden van Kaap de Goede Hoop

Op.stap noemt het ronden van Kaap de Goede Hoop als een gebeurtenis op zich (KOV Op.stap 1.3). Een kaap is een stuk land dat in zee uitsteekt. Wie ‘de Kaap rondt’, vaart eromheen, van de Atlantische Oceaan naar de Indische Oceaan. Wie over zee van Europa naar India wilde, moest erlangs.

Over de naam bestaat een bekend verhaal: Dias zou de kaap ‘Kaap der Stormen’ genoemd hebben, en de koning zou dat veranderd hebben in ‘Kaap de Goede Hoop’. South African History Online noemt dat een legende en vermeldt dat de historicus Axelson betwist dat de koning de naam veranderde. Bij de Portugese schrijver Pacheco Pereira wordt de naam Cabo da Boa Esperança aan Dias zelf toegeschreven (SAHO, Bartolomeu Dias).

Tien jaar na Dias voer Vasco da Gama dezelfde weg, en verder. Zijn reisjournaal, dat traditioneel aan Álvaro Velho wordt toegeschreven, vertelt het zo:

Uit de tijd zelf

Eindelijk slaagden we er op woensdag, ’s middags, met de wind in de rug, in de Kaap te ronden, en voeren toen langs de kust.

Gama, Roteiro (Ravenstein 1898), woensdag 22 november 1497 · vertaling Kennisatlas naar E. G. Ravenstein (1898)

Die woensdag was 22 november 1497. In augustus 1498 lag Gama voor Calicut (Gama, Roteiro (Ravenstein 1898)). Ook daar liep het contact moeizaam. Gama hield enkele mannen van Calicut vast om ze naar Portugal mee te nemen, en het journaal besluit:

Uit de tijd zelf

Op woensdag de 29e kwamen de kapitein-majoor en de andere kapiteins overeen dat het, omdat we het land hadden ontdekt waarvoor we gekomen waren, en ook specerijen en edelstenen, en het onmogelijk leek hartelijke betrekkingen met de bevolking aan te knopen, maar beter was te vertrekken.

Gama, Roteiro (Ravenstein 1898), 29 augustus 1498 · vertaling Kennisatlas naar E. G. Ravenstein (1898)

Dateringen bij Dias: geen extra leerlingdoel

De jaren 1487–1488 voor Dias zijn veilig. In welke week of maand zijn schepen de Kaap zelf rondden, verschilt per bron; SAHO spreekt van het begin van februari 1488, toen ze in Mossel Bay aankwamen en ‘begrepen’ dat ze rond Afrika waren (SAHO, Bartolomeu Dias). Voor Gama geeft het journaal zelf de dag. Ravenstein wijst in een voetnoot op een oudere kroniek die een andere dag noemt, en kiest voor 22 november omdat die dag een woensdag was (Gama, Roteiro (Ravenstein 1898)).

Columbus

Columbus zocht een weg naar Azië in de andere richting: naar het westen, over de Atlantische Oceaan. Volgens de inleiding van zijn negentiende-eeuwse uitgever R. H. Major vertrok hij op 3 augustus 1492 met drie schepen uit de haven van Palos, en zag hij in oktober land (Columbus, brief 1493 (Major), inleiding van Major). Op de terugweg schreef hij een brief over zijn reis, gedateerd ‘aan boord van de karveel, bij de Canarische Eilanden, op 15 februari 1493’, met een naschrift van 14 maart uit Lissabon. Die brief was gericht aan Luis de Santangel, een hoge ambtenaar aan het hof, samen met een brief voor de koning en koningin (Columbus, brief 1493 (Major)). Zo vertelt hij het begin:

Uit de tijd zelf

… in drieëndertig dagen bereikte ik Indië met de vloot die de zeer doorluchtige koning en koningin, onze vorsten, mij gaven. Daar vond ik zeer veel eilanden, dicht bevolkt, en van alle nam ik bezit voor Hun Hoogheden, zonder tegenstand, met een afkondiging en met de koninklijke vlag ontplooid. Het eerste eiland dat ik vond, gaf ik de naam San Salvador … de Indianen noemen het Guanaham.

Columbus, brief 1493 (Major), brief aan Santangel · vertaling Kennisatlas naar R. H. Major (1870)

De drieëndertig dagen zijn volgens Major de tijd van de Canarische Eilanden tot hij land zag (Columbus, brief 1493 (Major), voetnoot 27). Columbus gaf de eilanden nieuwe namen, maar ze hadden al een naam: hij schrijft het zelf bij het eerste eiland. Het vijfde noemde hij Juana, volgens Major het huidige Cuba, en daar vergiste hij zich in waar hij was:

Uit de tijd zelf

Toen ik bij Juana kwam, volgde ik de kust naar het westen en vond haar zo groot dat ik dacht dat het vasteland moest zijn, de provincie Cathay.

Columbus, brief 1493 (Major), brief aan Santangel · vertaling Kennisatlas naar R. H. Major (1870)

Cathay is de naam die Europeanen toen voor China gebruikten. Columbus dacht dus dat hij aan de oostkust van Azië was aangekomen. Daarom spreekt hij van ‘Indië’ en van ‘Indianen’ (Columbus, brief 1493 (Major)).

Kindvraag

Waarom werden de bewoners van Amerika ‘Indianen’ genoemd?

Kort antwoord voor kinderen

Omdat Columbus dacht dat hij in Indië was aangekomen, in Azië. In zijn brief noemt hij de bewoners daarom Indianen. Hij vergiste zich: hij was op eilanden aan de overkant van de Atlantische Oceaan, heel ver van Azië.

Nuance voor de leerkracht

Columbus schreef in het Spaans. ‘Indianen’ staat in de Engelse vertaling van zijn brief, die we hier in het Nederlands weergeven (Columbus, brief 1493 (Major)).

Over de bewoners schrijft Columbus veel, en het loont om goed te lezen wat hij zegt en wat hij doet:

Uit de tijd zelf

… zij zijn er vast van overtuigd dat ik met mijn schepen en bemanningen uit de hemel kwam … En dat komt niet voort uit onwetendheid, want zij zijn zeer verstandig, bevaren al deze zeeën en vertellen ons alles, zodat het verbazingwekkend is hoe goed ze van alles verslag kunnen geven … Toen ik in Indië aankwam, nam ik op het eerste eiland dat ik ontdekte enkelen van deze inwoners met geweld mee, opdat ze onze taal zouden leren en me zouden inlichten over wat er in deze streken was.

Columbus, brief 1493 (Major), brief aan Santangel · vertaling Kennisatlas naar R. H. Major (1870)

In één passage zitten drie dingen. De bewoners zijn zelf zeevaarders: ze hebben kano’s uit één stuk hout, waarmee ze tussen de eilanden varen en handel drijven, en Columbus zag er ‘zeventig en tachtig man’ in, elk met een roeispaan (Columbus, brief 1493 (Major)). Hij vertelt zonder omwegen dat hij mensen met geweld meenam. En hij schrijft dat zij dachten dat hij uit de hemel kwam. Dat laatste is zijn uitleg van wat hij zag en hoorde, op een moment dat hij hun taal niet sprak; op Juana schrijft hij zelf dat de bewoners meteen wegvluchtten en hij niet met hen kon praten (Columbus, brief 1493 (Major)).

De brief eindigt met een belofte aan de koning en koningin:

Uit de tijd zelf

… Hun Hoogheden zullen zien dat ik hun al het goud zal geven dat ze nodig hebben, als zij mij maar een heel klein beetje bijstand geven; ook specerijen en katoen, zoveel als Hun Hoogheden bevelen te laten verschepen … en slaven, zoveel van deze afgodendienaars als Hun Hoogheden bevelen te laten verschepen.

Columbus, brief 1493 (Major), brief aan Santangel · vertaling Kennisatlas naar R. H. Major (1870)

Eerder in dezelfde brief had Columbus geschreven: ‘Zij kennen geen enkele vorm van eredienst en zijn geen afgodendienaars’ (Columbus, brief 1493 (Major)). Hij spreekt zichzelf dus tegen, en dat zegt iets over de brief. Columbus schreef aan de mensen die zijn reis betaald hadden en van wie hij steun wilde voor een volgende. Wat hij over de eilanden en hun bewoners zegt, is wat hij zag, maar ook wat hij wilde dat zijn vorsten zouden geloven (zie bron en bewijs).

Uitbreiding Columbus’ brief van 1493, van begin tot eind

De brief aan Santangel is kort, een paar bladzijden. Hij begint met de reis: in drieëndertig dagen naar ‘Indië’, waar Columbus van alle eilanden bezit nam voor de koning en koningin, met een afkondiging en de koninklijke vlag. Hij somt op welke namen hij gaf: San Salvador, Santa María de Concepción, Fernandina, Isabella, Juana. Langs de kust van Juana zocht hij steden, maar hij vond alleen kleine gehuchten waarvan de bewoners wegvluchtten. Van ‘andere Indianen die ik gevangen had genomen’ hoorde hij dat Juana een eiland was. Daarna voer hij naar een volgend groot eiland, dat hij La Española noemde; volgens Major is dat Hispaniola (Columbus, brief 1493 (Major)).

Daarna beschrijft hij het land: hoge bergen, bomen die tot de hemel lijken te reiken, grote havens, en rivieren waarvan de meeste goud meevoeren. Dan de mensen. Ze gaan naakt, ze hebben geen ijzer en als enige wapens rietstengels met een scherp stokje, en ze zijn zo vrijgevig met alles wat ze hebben dat niemand het zou geloven. Zijn matrozen ruilden met hen: voor een leren riempje kreeg een matroos een stukje goud. Columbus verbood dat ze hun waardeloze dingen gaven, zoals scherven van kommen en glas; zelf gaf hij ‘duizend goede en mooie dingen’ weg om hun genegenheid te winnen en hen christen te laten worden. Hier staan ook de kano’s, de mensen die hij met geweld meenam, en de zin dat ze geen afgodendienaars zijn (Columbus, brief 1493 (Major)).

Op Española nam hij bezit van een plaats die hij Villa de Navidad noemde:

Uit de tijd zelf

… er was één grote plaats op Española waarvan ik in het bijzonder bezit nam, gelegen op een plek die goed is voor de ontginning van de goudmijnen en voor allerlei handel … Aan die stad gaf ik de naam Villa de Navidad en ik versterkte ze met een fort … en ik liet er mannen achter, met wapens, geschut en voedsel voor meer dan een jaar.

Columbus, brief 1493 (Major), brief aan Santangel · vertaling Kennisatlas naar R. H. Major (1870)

Columbus schrijft ook dat hij ‘de grootste vriendschap’ sloot met de koning van dat land, die hem zijn broer noemde. Maar in dezelfde passage staat dat de mannen die hij achterliet, mochten de bewoners vijandig worden, ‘alleen het hele land zouden kunnen vernietigen’ (Columbus, brief 1493 (Major)). Vriendschap en de dreiging van geweld staan zo vlak naast elkaar.

Het slot van de brief is de belofte van goud, specerijen, katoen, mastiek, lignaloë en ‘slaven’ voor wie hem wat bijstand geeft, en een dankgebed: wat niemand voor hem bereikt had, schrijft hij toe aan God (Columbus, brief 1493 (Major)). De Engelse tekst van Major staat vrij op Project Gutenberg, samen met de Spaanse tekst (Columbus, brief 1493 (Major)).

Een jaar later, in 1494, spraken Castilië en Portugal in het verdrag van Tordesillas af wie welke helft van de nieuwe landen mocht opeisen (Verdrag van Tordesillas (Davenport), art. 1). Wat Columbus in zijn brief deed, bezit nemen ‘voor Hun Hoogheden’ en een versterkte plaats achterlaten, kreeg zo een vervolg op de schaal van de wereld. Hoe Hernán Cortés vanaf 1519 in Mexico aan zijn vorst schreef dat ‘al deze streken’ hem toebehoorden, staat in het artikel over Europa in de vroegmoderne tijd (Cortés, brieven (MacNutt), Tweede Brief, p. 214–215).

Een verkoopbrief als bron: geen extra leerlingdoel

Columbus’ brief is een mooie oefening in bronnenkritiek, omdat hij zichzelf tegenspreekt. Laat leerlingen zoeken naar wat Columbus ziet (eilanden, kano’s, goud in rivieren), wat hij doet (bezit nemen, mensen meenemen, een fort bouwen) en wat hij belooft (goud, specerijen, ‘slaven’). Vraag dan voor wie hij schreef en wat hij van hen wilde. Over hoe de bewoners zelf deze ontmoeting beleefden, zegt de brief alleen wat Columbus dacht te begrijpen.

De West-Indische Compagnie

Ruim een eeuw na Columbus kwamen ook schepen uit de Nederlanden naar Afrika en Amerika. Op 3 juni 1621 gaven de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden een octrooi aan de West-Indische Compagnie, de WIC (WIC-octrooi 1621 (Thorpe), aanhef). Een octrooi is een officiële toelating met rechten en plichten. Een compagnie is hier een vereniging van kooplieden die samen handel drijven: het octrooi spreekt van ‘de gezamenlijke kracht van de kooplieden en inwoners van deze landen’ (WIC-octrooi 1621 (Thorpe), aanhef). De aanhef legt uit waarom zo’n compagnie nodig was:

Uit de tijd zelf

… de welvaart van deze landen en het welzijn van hun inwoners hangen vooral af van scheepvaart en handel … zonder de gezamenlijke hulp, bijstand en tussenkomst van een Algemene Compagnie kunnen de mensen die van hieruit naar die streken worden gestuurd niet voordelig beschermd en onderhouden worden, bij het grote risico van piraten, afpersing en andere gevaren op zo’n lange reis.

WIC-octrooi 1621 (Thorpe), aanhef · vertaling Kennisatlas naar de Engelse weergave bij Thorpe (1909)

Daarom bepaalde het octrooi dat de handel en scheepvaart naar die streken voortaan alleen nog door de Compagnie gedreven mocht worden. Dat heet een monopolie of alleenrecht. Het gebied was enorm: Afrika van de Kreeftskeerkring tot de Kaap de Goede Hoop, de landen van Amerika, en de eilanden tussen de Kaap en het oostelijke uiteinde van Nieuw-Guinea. Wie daar zonder toestemming van de Compagnie heen voer, verloor ‘de schepen en de goederen’ (WIC-octrooi 1621 (Thorpe), aanhef; art. I). De Kaap de Goede Hoop, die Dias en Gama hadden gerond, was dus de grens van het gebied van de WIC.

De Compagnie kreeg meer dan het recht om te handelen:

Uit de tijd zelf

… contracten, verbintenissen en bondgenootschappen sluiten met de vorsten en inwoners van de daarin begrepen landen, en daar forten en versterkingen bouwen, gouverneurs, krijgsvolk en rechters aanstellen en afzetten … Ook moeten ze de bevolking van die vruchtbare streken bevorderen …

WIC-octrooi 1621 (Thorpe), art. II · vertaling Kennisatlas naar de Engelse weergave bij Thorpe (1909)

Verdragen sluiten, forten bouwen, bestuurders, soldaten en rechters aanstellen: dat zijn dingen die normaal een staat doet. De Staten-Generaal zouden de Compagnie bovendien troepen leveren, op kosten van de Compagnie (WIC-octrooi 1621 (Thorpe), art. II; art. V–VI). Een handelsonderneming kreeg zo de middelen om gezag uit te oefenen aan de andere kant van de oceaan. Ook dat is wereldimperialisme. Het octrooi spreekt over ‘vorsten en inwoners’ als partners voor verdragen, maar zegt niet wat zij ervan vonden.

Een vertaling van een vertaling: geen extra leerlingdoel

De tekst hierboven komt uit een Engelse weergave van het octrooi, afgedrukt in een Amerikaanse bronnenuitgave van 1909 (Thorpe); wie die Engelse vertaling maakte, staat er niet bij. Het Nederlandse origineel van 1621 bestaat in gedrukte vorm. Eén woord vraagt voorzichtigheid: waar de Engelse tekst spreekt van ‘vruchtbare en unsettled streken’, kan dat ‘onbewoond’ betekenen of ‘nog niet door ons bevolkt’. Dat de streken onbewoond waren, klopt in elk geval niet: het octrooi zelf spreekt over hun vorsten en inwoners (WIC-octrooi 1621 (Thorpe), art. II).

Handelspost en kolonie

Een handelspost is een versterkte plaats waar kooplieden van ver handel drijven met de mensen van de streek. Langs de kust van het huidige Ghana staan nog veel van zulke forten en kastelen. UNESCO noemt ze ‘versterkte handelsposten’, gesticht tussen 1482 en 1786 over een kustlijn van ongeveer 500 kilometer. Ze werden op verschillende momenten gebouwd en bewoond door handelaars uit Portugal, Spanje, Denemarken, Zweden, Holland, Duitsland en Groot-Brittannië. Eerst dienden ze de goudhandel van Europese compagnieën, later speelden ze een grote rol in de slavenhandel. Het kasteel van Elmina, gebouwd in 1482, is volgens UNESCO een van de oudste Europese gebouwen buiten Europa (UNESCO, Forten van Ghana). Aan die kust ruilden Europese kooplieden hun goederen met Afrikaanse handelaars, van wie sommigen van ver uit het binnenland kwamen; UNESCO spreekt van een soort ‘winkelstraat’ van West-Afrika (UNESCO, Forten van Ghana). Ook de Villa de Navidad van Columbus was een versterkte plaats ‘voor allerlei handel’ (Columbus, brief 1493 (Major)).

Gekleurde tekening van een versterkt kasteel met witte muren en rode daken op een laag eiland of landtong in zee. Op het fort wappert een oranje-wit-blauwe vlag. Op het water varen zeilschepen, een roeiboot en rechtsonder een groot schip met dezelfde vlag dat een kanonschot lost. Links van het kasteel liggen huisjes aan de kust. Bovenaan staat Aldus verthoont het Casteel de Mina vyt der zee.
Figuur 2. Het kasteel van Elmina, gezien vanuit zee, getekend door Johannes Vingboons in 1665. Het kasteel werd in 1482 gebouwd. Op de tekening wapperen Nederlandse vlaggen. Nationaal Archief, Den Haag. Johannes Vingboons (overleden ca. 1670, volgens algemene kennis en niet bij de bron nagekeken), Nationaal Archief, via Wikimedia Commons · Publiek domein (Commons: Public domain)

Een kolonie is meer dan een handelspost. Daar vestigt een staat of een compagnie mensen uit het eigen land, die er blijven wonen, en ze bestuurt het gebied. Het octrooi van de WIC voorzag in beide: forten en gouverneurs, en het ‘bevolken’ van de streken (WIC-octrooi 1621 (Thorpe), art. II). Nieuw-Nederland, in Noord-Amerika, was zo’n kolonie. In 1623 vertrok het eerste schip van de WIC ernaartoe. Volgens het New Netherland Institute was het de kolonie die de meeste aandacht van de Compagnie kreeg: ze stuurde er gezinnen, vee en predikanten heen ‘om er blijvend aanwezig te zijn’ (NNI, WIC eerste decennium). Een kolonie was dus geen lege plek. Wie er al woonde, kreeg te maken met nieuwe buren die het land opeisten.

In dezelfde jaren voerde de WIC ook oorlog. In 1624 nam ze de stad Salvador in Brazilië in, die een jaar later weer verloren ging (NNI, WIC eerste decennium). Later kreeg de Compagnie wel een kolonie in Brazilië (Eltis 2001, tabel IV). Het Mauritshuis noemt dat Nederlands-Brazilië een ‘plantagekolonie’ (Mauritshuis, Frans Post): een kolonie waar op grote landbouwbedrijven, plantages, gewassen voor de verkoop werden geteeld, met de arbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen.

Kindvraag

Wat is het verschil tussen een handelspost en een kolonie?

Kort antwoord voor kinderen

Een handelspost is een versterkte plaats om handel te drijven, zoals de forten aan de kust van Ghana. Een kolonie is een gebied waar mensen van ver komen wonen en dat door hun land of hun compagnie bestuurd wordt, zoals Nieuw-Nederland. Wie er al woonde, had er niet om gevraagd.

Slaafgemaakten in de Atlantische handel

Met de Atlantische driehoekshandel bedoelt men de route van Europa naar Afrika, van Afrika naar Amerika en terug naar Europa. Het Britse Nationaal Archief beschrijft de Britse handel zo: kooplieden brachten goederen naar Afrika en kregen er tot slaaf gemaakte Afrikanen voor; in Amerika werden die verkocht, en de schepen keerden terug met onder meer suiker, tabak en katoen (National Archives: Britse trans-Atlantische slavenhandel). De driehoek is een vereenvoudiging: niet elk schip volgde die route. Het model, de getallen en de nuances staan in het artikel over handel over lange afstanden.

Op.stap spreekt van slaafgemaakten: mensen die door anderen tot slaaf gemaakt werden (KOV Op.stap 1.3). Waarom dat woord gekozen wordt, en hoe slavernij werkte, lees je bij slavernij. Volgens de schattingen van de onderzoekers achter een grote databank van slavenreizen werden ongeveer 12,5 miljoen Afrikanen op slavenschepen gedwongen (NEH: Slave Voyages).

Ook de Nederlanden namen eraan deel. Het octrooi van de WIC zelf zegt er niets over: het woord ‘slaaf’ komt in de tekst niet voor (WIC-octrooi 1621 (Thorpe)). Toch gaf het de Compagnie het alleenrecht op twee hoeken van de driehoek, Afrika en Amerika. Volgens het New Netherland Institute bracht het schip Bruin Visch in 1627 ongeveer twee dozijn tot slaaf gemaakte mensen naar Nieuw-Nederland, die van een Portugees schip bij Trinidad waren buitgemaakt. Volgens historicus Jaap Jacobs kwam het Portugese schip uit São Tomé met 225 Afrikanen, van wie de Nederlanders er 22 namen; hij dateert de aankomst op 29 augustus 1627 en wijst de oudere schatting van 1625 of 1626 af (Jacobs 2023). Het instituut schrijft ook dat tot slaaf gemaakte mensen tot slaaf gemaakte mensen ‘onder het gewelddadige dwangbeleid van de Compagnie’ de kolonie opbouwen (NNI, WIC eerste decennium).

Hoeveel mensen er op Nederlandse schepen over de oceaan gebracht werden, kan alleen geschat worden. De historicus David Eltis komt, op basis van eerder onderzoek en van de databank, op ongeveer 527.700 mensen die tussen 1606 en 1810 op Nederlandse schepen werden ingescheept, van wie ongeveer 452.000 levend aankwamen. Het grootste deel, ongeveer 418.500, werd na 1675 ingescheept (Eltis 2001, tabel IV). Achter die verschillen tussen vertrek en aankomst gaan mensen schuil die tijdens de overtocht of vlak na de aankomst stierven (Eltis 2001, tabel IV).

De stemmen van de slaafgemaakten zelf zijn uit de Nederlandse bronnen van deze jaren moeilijk te horen. In het artikel over slavernij staat het levensverhaal van Olaudah Equiano, die als kind ontvoerd werd en later zelf schreef tegen de slavenhandel (Equiano 1789). Daarnaast staat er een brief van koning Afonso I van Kongo, die in 1526 aan de koning van Portugal schreef dat ‘de genoemde kooplieden elke dag onze mensen meenemen, zonen van het land’ (Afonso I aan João III (1526)). Dat is geen stem van een slaafgemaakte maar van een Afrikaanse vorst die de handel probeerde te regelen en er zelf aan deelnam. Ook in Columbus’ brief staan ze al: mensen die hij met geweld meenam, en ‘slaven’ die hij aan zijn vorsten beloofde (Columbus, brief 1493 (Major)).

La Malinche

Op.stap noemt La Malinche bij de contacten tussen Europese kolonisatoren en gekoloniseerden, en stelt een vraag bij het beeld dat er van haar bestaat: was ze een collaborateur of niet (KOV Op.stap 1.3)? Om die vraag te kunnen bespreken, moet je eerst weten wie ze was, en wie er over haar schreef.

Ze heeft verschillende namen, en elke naam vertelt iets. Malintzin is de naam waarmee de inheemse bevolking van haar tijd haar noemde. Marina is haar Spaanse doopnaam. ‘Doña Marina’ is een eervolle Spaanse aanspreking, waarmee de Spanjaarden volgens de literatuurwetenschapper Sandra Cypess hun waardering voor haar hulp toonden. La Malinche is de naam die vandaag het meest gebruikt wordt (Cypess 2021). In dit artikel noemen we haar Malintzin, behalve in de citaten.

Volgens Cypess was ze ‘een jonge inheemse vrouw, slavin van de mensen van Tabasco’, die in 1519 samen met andere jonge vrouwen aan Cortés werd geschonken (Cypess 2021). Ze werd zijn tolk, en Cypess noemt haar ook gids en ‘ambassadrice zonder portefeuille’ (Cypess 2021). In 1519 kwamen de Spanjaarden aan in wat nu Mexico is, en in 1520 en 1521 voerden ze oorlog tegen Tenochtitlan, de hoofdstad van de Azteken (Getty, Competing Narratives). Hoe die verovering verliep, en hoe Cortés erover schreef, staat in het artikel over Europa in de vroegmoderne tijd.

Tolk tussen twee werelden

De uitvoerigste Spaanse bron over haar is de geschiedenis van Bernal Díaz del Castillo, een soldaat uit het leger van Cortés. Hij maakte de nette kopie van zijn boek in 1568, bijna vijftig jaar na de feiten (Díaz del Castillo (Maudslay 1908)). Díaz legt uit hoe het vertalen werkte:

Uit de tijd zelf

Doña Marina kende de taal van Coatzacoalcos, die in heel Mexico gangbaar is, en de taal van Tabasco, zoals ook Jerónimo de Aguilar, die de taal van Yucatán en Tabasco sprak. Zo konden die twee elkaar goed verstaan, en Aguilar vertaalde in het Castiliaans voor Cortés. … Zonder de hulp van Doña Marina hadden we de taal van Nieuw-Spanje en Mexico niet kunnen verstaan.

Díaz del Castillo (Maudslay 1908), hoofdstuk 37, blz. 134–135 · vertaling Kennisatlas naar A. P. Maudslay (1908)

Een gesprek ging dus via twee tolken: Malintzin vertaalde van de taal van Mexico naar die van Tabasco, en Aguilar van die taal naar het Spaans. Díaz zegt zelf dat de Spanjaarden zonder haar niet verder konden. Hij vertelt ook waar de naam Malinche vandaan komt:

Uit de tijd zelf

… in alle steden waar we doorheen waren gekomen … werd Cortés Malinche genoemd … De reden dat hij die naam kreeg, is dat Doña Marina, onze tolk, altijd in zijn gezelschap was, vooral wanneer er gezanten kwamen, en dat zij dan in de Mexicaanse taal tot hen sprak. Zo gaven ze Cortés de naam ‘Marina’s kapitein’, in het kort Malinche.

Díaz del Castillo (Maudslay 1908), hoofdstuk 74, blz. 273 · vertaling Kennisatlas naar A. P. Maudslay (1908)

Volgens Díaz was Malinche dus eerst de bijnaam van Cortés, niet van haar.

Ook in het verslag van de verovering dat de franciscaan Bernardino de Sahagún samen met Nahua-informanten optekende, is zij degene via wie Cortés spreekt. Na de ontmoeting met Moctezuma, de heerser van Tenochtitlan:

Uit de tijd zelf

Moctezuma was klaar met zijn toespraak, en Marina legde die uit aan don Hernando Cortés. Toen die begrepen had wat Moctezuma gezegd had, zei hij tegen Marina: ‘Zeg Moctezuma dat hij zich getroost en zich geen zorgen maakt, want ik ben hem zeer genegen.’

Acabó Mocthecuzoma de decir su plática, y Marina declarola á D. Hernando Cortés

Sahagún, Conquista de México (Bustamante 1829), boek XII, hoofdstuk 16 · vertaling Kennisatlas uit het Spaans (uitgave Bustamante, 1829)

Elders in hetzelfde boek spreekt Cortés ‘door de mond van Marina’ (Sahagún, Conquista de México (Bustamante 1829), boek XII, hoofdstuk 25). Wat zij zelf dacht of wilde, vertelt geen van deze bronnen. We horen haar alleen als stem van Cortés.

Uitbreiding Hoe Malintzin bij de Spanjaarden kwam, volgens Díaz

Díaz vertelt het in twee hoofdstukken. In Tabasco kregen de Spanjaarden geschenken, en daarbij waren twintig vrouwen. Ze werden meteen gedoopt:

Uit de tijd zelf

Eén van de indiaanse vrouwen die ons hier gegeven werden, werd gedoopt als Doña Marina; zij was werkelijk een grote cacica, dochter van grote kaciken en meesteres van onderdanen, en dat bleek duidelijk uit haar voorkomen. … Cortés verdeelde de vrouwen over zijn kapiteins, en Doña Marina gaf hij, omdat zij knap en verstandig was en zonder schroom, aan Alonso Hernández Puertocarrero.

Díaz del Castillo (Maudslay 1908), hoofdstuk 36, blz. 128–129 · vertaling Kennisatlas naar A. P. Maudslay (1908)

Een ‘cacique’ of kazik is een inheemse heerser; een ‘cacica’ is de vrouwelijke vorm. In het volgende hoofdstuk vertelt Díaz waar ze vandaan kwam:

Uit de tijd zelf

Haar vader en moeder waren heersers en kaciken van een stad die Paynala heette. … Haar vader stierf toen zij nog een klein kind was, en haar moeder hertrouwde met een andere kazik en kreeg een zoon van hem. … Toen gaven zij het meisje, Doña Marina, aan Indianen uit Xicalango; dat deden ze ’s nachts om niet op te vallen, en daarna verspreidden ze het bericht dat ze gestorven was. … De Indianen van Xicalango gaven het kind aan de mensen van Tabasco, en de mensen van Tabasco gaven haar aan Cortés.

Díaz del Castillo (Maudslay 1908), hoofdstuk 37, blz. 132–133 · vertaling Kennisatlas naar A. P. Maudslay (1908)

Dat is het verhaal zoals Díaz het decennia later opschreef. Er is in de bronnen voor dit artikel geen tweede bron die het bevestigt. Wat Díaz en Cypess wel allebei zeggen: ze werd als meisje weggegeven, was in Tabasco een slavin, en werd met andere vrouwen aan de Spanjaarden geschonken (Díaz del Castillo (Maudslay 1908), hoofdstuk 36–37) (Cypess 2021). Ze kwam dus niet uit vrije wil bij de Spanjaarden. De volledige Engelse vertaling van Maudslay is vrij te lezen op archive.org (Díaz del Castillo (Maudslay 1908)).

Wat de veroverden overkwam

Volgens het verslag bij Sahagún brak er een grote pokkenepidemie uit onder de inheemse bevolking toen de Spanjaarden de stad Mexico-Tenochtitlan hadden verlaten. Ze ging vooraf aan hun terugkeer en de verovering van de stad in 1521. Het hevigste deel duurde zestig dagen, en de ziekte doodde ‘mensen zonder tal’. Velen stierven van de honger, omdat er niemand meer was om eten klaar te maken (Sahagún, Conquista de México (Bustamante 1829), boek XII, hoofdstuk 29). Een uitgave van hetzelfde hoofdstuk plaatst de epidemie in het najaar van 1520 (Virginia Tech, Digital History Reader). Hoeveel mensen er bij de verovering en door de ziekten stierven, kunnen de bronnen van dit artikel niet zeggen.

Van Doña Marina tot verraadster

Het beeld van Malintzin veranderde sterk in de loop van de eeuwen. Cypess beschrijft die verandering zo. Tijdens en kort na de verovering werd ze gewaardeerd, en de Spanjaarden noemden haar ‘doña Marina’. Nadat Mexico onafhankelijk werd van Spanje, sloeg die waardering om in minachting. Haar naam als verraadster begon volgens Cypess met een roman zonder auteursnaam, Xicoténcatl, uit 1826. Het woord malinchismo, voor verraad aan het eigen volk, komt van haar naam. De schrijver Octavio Paz beschreef de verovering in 1950 als een verkrachting, en haar als de ‘verkrachte moeder’. Sinds het einde van de twintigste eeuw herwaarderen vooral schrijfsters haar (Cypess 2021).

Hoe zij in haar eigen tijd werd afgebeeld, is ook een vraag. De historica Claudia Rogers bestudeerde het Lienzo de Tlaxcala, een beeldbron die Tlaxcalteekse schilders rond 1552 maakten. Ze betwist het gangbare beeld van Malintzin als vreedzame bemiddelaar: op het Lienzo verschijnt ze volgens haar als ‘een machtige krijgster of conquistadora’ (Rogers 2021).

Beschilderd stuk papier of doek. Bovenaan staan Spaanse soldaten te paard met lansen en een vaandeldrager. In het midden geeft een Spanjaard een zwart voorwerp aan een inheemse man met een veren hoofdtooi en een rood gemusterde mantel. Rechts staan inheemse edelen in mantels. Een weg met stippellijnen van voetsporen slingert door het beeld. Onderaan staat een figuur met lang haar in een rood gemusterd gewaad.
Figuur 3. Tlaxcalteekse schildering uit het midden van de zestiende eeuw: Cortés en zijn mannen ontmoeten edelen uit Tlaxcala. Volgens de beschrijving bij het beeld vertaalt Malintzin bij deze ontmoeting. Of dit fragment bij het Lienzo de Tlaxcala hoort waarover Rogers schrijft, is niet nagegaan. Tlaxcalteekse schilder(s), midden 16e eeuw; Archer M. Huntington Art Gallery, University of Texas at Austin, via World History Commons, via Wikimedia Commons · CC BY 4.0 (Commons)

Ook over wat ze deed, verschillen de bronnen. Volgens Cortés en Díaz was zij het die in de stad Cholula een hinderlaag tegen de Spanjaarden ontdekte. Het verslag bij Sahagún, dat Cypess ‘een andere betrouwbare versie’ noemt, vermeldt haar daarbij niet, en volgens Cypess nemen verschillende historici aan dat de veroveraars de schuld bij doña Marina legden (Cypess 2021).

Collaborateur of niet

Een collaborateur is iemand die samenwerkt met een vijand die het eigen land bezet. Het woord gaat ervan uit dat er een eigen land en een eigen volk is om te verraden. Cypess wijst erop dat het verwijt van verraad ‘geen grond heeft in de documenten’: er was in die tijd geen ‘vaderland’, en de Azteken waren de vijanden van veel andere inheemse volken, onder wie de Tlaxcalteken, die zich met de Spanjaarden verbonden (Cypess 2021). Dat is haar interpretatie, maar ze steunt op wat de bronnen tonen: Malintzin was als kind weggegeven, ze was een slavin in Tabasco, en ze werd aan Cortés geschonken (Díaz del Castillo (Maudslay 1908), hoofdstuk 37) (Cypess 2021). Of zij iets anders had kunnen kiezen, en wat ze zelf wilde, weten we niet: in de bronnen van dit artikel spreekt ze niet met haar eigen woorden, alleen als tolk van anderen.

De vraag van Op.stap in de klas: geen extra leerlingdoel

Op.stap vraagt om de beeldvorming rond La Malinche te bespreken, niet om een oordeel over haar te vellen (KOV Op.stap 1.3). Je kunt de vraag ‘collaborateur of niet?’ daarom het best openhouden en tonen hoe de antwoorden veranderden: waardering in de zestiende eeuw, verraadster in de negentiende, de ‘verkrachte moeder’ bij Paz en een herwaardering aan het einde van de twintigste eeuw (Cypess 2021). Laat leerlingen vragen wie er telkens over haar spreekt en waarom: een Spaanse soldaat die later zijn herinneringen opschrijft, Tlaxcalteekse schilders, een Mexicaanse roman na de onafhankelijkheid. Het woord ‘collaborateur’ kennen ze misschien uit de Tweede Wereldoorlog; dat helpt om te zien dat het een woord uit een latere tijd is.

Kindvraag

Was La Malinche een verraadster?

Kort antwoord voor kinderen

Dat vinden sommige mensen, maar het is een oordeel van veel later. In haar tijd bestond er nog geen land Mexico dat ze kon verraden, en veel volken waren vijanden van de Azteken. Zelf was ze als meisje weggegeven en als slavin aan de Spanjaarden geschonken. Wat ze zelf dacht, weten we niet.

Vermeer en de Hollandse school

In dezelfde eeuw als de WIC schilderde Johannes Vermeer de huizen en het stadsgezicht van Delft. Het Rijksmuseum in Amsterdam en het Mauritshuis in Den Haag bewaren enkele van zijn bekendste werken. Het Mauritshuis schrijft: ‘We kennen maar 36 schilderijen van hem’ (Mauritshuis, Meisje met de parel). Op de schilderijen in die twee musea zie je vooral stille binnenruimtes en gewone mensen aan het werk. Het straatje (ca. 1658–1660) toont de gevels van enkele huizen in Delft: in een steegje staat een vrouw over een wastobbe gebogen, in een open deur zit een vrouw te handwerken, en op de stoep spelen twee kinderen (Rijksmuseum, Het straatje). Het melkmeisje (ca. 1660) is een dienstmaagd die melk uit een kan in een kookpot schenkt, met brood en een stenen kruik op tafel (Rijksmuseum, Het melkmeisje). Gezicht op Delft (ca. 1660–1661) toont de stad vanaf het water (Mauritshuis, Gezicht op Delft).

In Brieflezende vrouw in het blauw (ca. 1663) leest een jonge vrouw een brief; achter haar hangt aan de muur ‘een landkaart op rollen’ (Rijksmuseum, Brieflezende vrouw). Meisje met de parel (ca. 1665) is volgens het Mauritshuis geen portret maar een ‘tronie’: een schilderij van een verzonnen figuur, hier een meisje in exotische kleding met een oosterse tulband en een onwaarschijnlijk grote parel (Mauritshuis, Meisje met de parel).

Een jonge vrouw in een blauw jakje staat in profiel bij een tafel en leest een brief die ze met beide handen vasthoudt. Achter haar hangt aan een stok een grote, verweerde landkaart tegen de muur. Links valt licht naar binnen en staan blauwe stoelen met koperen spijkers.
Figuur 4. Johannes Vermeer, Brieflezende vrouw in het blauw, ca. 1663. Aan de muur hangt een landkaart op rollen. Welke kaart dat is, zegt het museum niet. Rijksmuseum, Amsterdam. Johannes Vermeer (1632-1675), Rijksmuseum, Amsterdam, via Rijksmuseum · Publiek domein (Rijksmuseum, Public Domain Mark 1.0)

De Hollandse school

Op.stap noemt Vermeer samen met de Hollandse school (KOV Op.stap 1.3). Met die naam bedoelt men de schilderkunst van de noordelijke Nederlanden in de zeventiende eeuw, die men ook de Gouden Eeuw noemt (EBSCO, Dutch School of Painting). Een ‘school’ is hier geen gebouw, maar een groep schilders uit dezelfde streek en tijd die op elkaar lijken. Wat die schilders bijzonder maakte, is volgens een naslagwerk over kunstgeschiedenis dat ze niet in de eerste plaats op bestelling werkten van rijke opdrachtgevers, maar schilderijen maakten om ze op een open markt te verkopen (EBSCO, Dutch School of Painting). Een tentoonstelling over het ontstaan van de kunstmarkt zegt het zo: een groeiende middenklasse kon zich voor het eerst olieverfschilderijen veroorloven, en kunstenaars begonnen te schilderen ‘voor een anonieme markt in plaats van op bestelling’. Taferelen uit het dagelijks leven, landschappen en stillevens horen er volgens dezelfde tentoonstelling bij (CODART, art market 2017). Het melkmeisje en Het straatje zijn zulke taferelen uit het dagelijks leven (Rijksmuseum, Het melkmeisje) (Rijksmuseum, Het straatje).

De wijde wereld in een stille kamer

De hier besproken interieurs van Vermeer tonen geen kolonies of koloniale handel; alleen Gezicht op Delft toont, naast de stad, afgemeerde vaartuigen met neergelaten zeilen (Mauritshuis, Gezicht op Delft). Toch zit de wijde wereld er op een stille manier in. Het blauw van de tulband van het Meisje met de parel is ultramarijn. Volgens het Mauritshuis kwam bijna alle ultramarijn uit de kunstgeschiedenis uit een paar mijnen hoog in de bergen van het huidige noordoosten van Afghanistan. Een deel van de steen, lapis lazuli, werd per schip naar Europa gebracht, maar het meeste kwam over land, ‘langs een heel oude handelsroute: de zijderoute’. Het pigment was ‘meer waard dan goud’ (Mauritshuis, Out of the blue). Ook de National Gallery in Londen schrijft dat lapis lazuli ‘via Venetië uit Afghanistan’ in Europa werd ingevoerd, en noemt ultramarijn ‘veruit het duurste pigment’ voor schilders (National Gallery, Vermeer's palette). In de Brieflezende vrouw, met haar ‘stralende lapis lazuli-blauw’, hangt een landkaart aan de muur (Rijksmuseum, Brieflezende vrouw). Een naslagwerk wijst erop dat Vermeer kaarten, globes en Aziatische tapijten in zijn interieurs opnam, als herinnering aan de Nederlanden als land van zeevaart en handel (EBSCO, Dutch School of Painting). Welke kaart er in de Brieflezende vrouw hangt, zegt het museum niet.

Een jong meisje kijkt over haar schouder naar de kijker, met lichtjes geopende lippen. Ze draagt een tulband met een blauwe band en een gele lap die langs haar rug hangt, een gele jas met witte kraag en een grote parel aan haar oor. De achtergrond is egaal donker.
Figuur 5. Johannes Vermeer, Meisje met de parel, ca. 1665. Het Mauritshuis noemt het geen portret maar een tronie. Het blauw van de tulband is ultramarijn. Mauritshuis, Den Haag. Johannes Vermeer (1632-1675), Mauritshuis, Den Haag, via Wikimedia Commons (foto van het Mauritshuis) · Publiek domein (Commons: Public domain; schilderij van Vermeer, overleden 1675)

Een schilderij is wel geen foto. Het Mauritshuis vertelt dat Vermeer in Gezicht op Delft de gebouwen ‘wat netter’ schilderde dan ze waren, en dat hij een torenspits een eindje naar het midden schoof (Mauritshuis, Gezicht op Delft). Een schilder kiest wat hij toont.

Dat geldt nog sterker voor een andere schilder uit dezelfde tijd. Frans Post, uit Haarlem, reisde met Johan Maurits naar Nederlands-Brazilië en schilderde er het landschap. Rond 1655–1660, toen hij al een tijd terug was in de Nederlanden, maakte hij een Braziliaans landschap met een huis in aanbouw. Het Mauritshuis schrijft daarover dat Post Brazilië schilderde ‘met een Europees oog, voor Europese verzamelaars’. Zijn landschappen geven ‘een geïdealiseerd beeld van de plantagekolonie en tonen niets van de harde werkelijkheid van de slavernij’: Europese kolonisten, inheemse Brazilianen en tot slaaf gemaakte Afrikanen leven er vreedzaam naast elkaar (Mauritshuis, Frans Post).

Breed heuvellandschap onder een wolkenlucht. Links staat een hoge palm naast het houten geraamte van een groot huis in aanbouw. Over een zandpad lopen groepjes mensen met donkere huid in lichte kleren, enkelen dansen of dragen manden en kruiken. Verder weg liggen boerderijen met rode daken, een omheining en een wijde vlakte.
Figuur 6. Frans Post, Braziliaans landschap met een huis in aanbouw, ca. 1655-1660, geschilderd in de Nederlanden. Het Mauritshuis noemt het een geïdealiseerd beeld van de plantagekolonie. Mauritshuis, Den Haag. Frans Post (ca. 1612-1680), Mauritshuis, Den Haag, via Wikimedia Commons (foto van het Mauritshuis) · Publiek domein (Commons: Public domain; schilder overleden 1680)

Wat de schilderijen niet bewijzen: geen extra leerlingdoel

Het is verleidelijk om een rechte lijn te trekken van de WIC naar de schilderijen van Vermeer. De bronnen van dit artikel laten dat niet toe. Vermeer schildert nergens kolonisatie of slavernij, en of zijn eigen welvaart of die van zijn kopers uit de koloniale handel kwam, zeggen de museumteksten niet. Wat ze wel tonen: een duur pigment dat van ver kwam, een landkaart aan de muur, en bij Frans Post een kolonie zoals Europese kopers ze graag zagen. Dat is genoeg voor een goed gesprek over wat een schilderij wel en niet vertelt.

Kindvraag

Waarom is het blauw van Vermeer zo bijzonder?

Kort antwoord voor kinderen

Vermeer gebruikte ultramarijn, een blauwe verf gemaakt van de steen lapis lazuli. Die steen kwam uit een paar mijnen in Afghanistan, heel ver van Delft, en werd vooral over land naar Europa gebracht. Daardoor was de verf heel duur, volgens het Mauritshuis meer waard dan goud.

Wat we weten en wat onzeker is

  • Zeker: wat de bronnen uit die tijd zelf zeggen: Columbus’ brief van 1493 met zijn beloften en zijn tegenspraak, het journaal van Gama met de Kaap op 22 november 1497 en het moeizame vertrek uit Calicut, het octrooi van de WIC van 3 juni 1621 met het monopolie tot aan de Kaap, en de tekst van Díaz over Malintzin als tolk. Ook de handelsposten aan de kust van Ghana, de komst van de Bruin Visch in 1627 volgens het New Netherland Institute en de schilderijen van Vermeer in de musea zijn goed gedocumenteerd.
  • Een schatting: het aantal mensen dat in de Atlantische slavenhandel werd vervoerd, ook het aantal op Nederlandse schepen.
  • Verschillende versies: waar de naam ‘Kaap de Goede Hoop’ vandaan komt (het verhaal van de Kaap der Stormen is volgens SAHO een legende), en in welke maand Dias de Kaap rondde. Over Malintzin: wat er in Cholula gebeurde, en of ze vooral een bemiddelaar, een slachtoffer of, zoals op het Lienzo de Tlaxcala, een krijgster was.
  • Voorzichtig mee omgaan: Columbus schreef voor wie zijn reis betaalde, en wat de bewoners dachten, kende hij alleen van buitenaf. Díaz schreef zijn geschiedenis bijna vijftig jaar na de feiten, en zijn verhaal over Malintzins afkomst heeft hier geen tweede bron. Het WIC-octrooi lezen we in een Engelse vertaling van onbekende hand. De verklaring dat de zeeroute Venetië zijn specerijenmonopolie kostte, is een oordeel uit 1898. Schilderijen tonen wat de schilder koos: Vermeer schoof een torenspits op, en Frans Post liet de slavernij weg.
  • Niet in dit artikel: wat er daarna met de Villa de Navidad gebeurde, welke forten aan de Afrikaanse kust de WIC zelf in handen kreeg, en wat er later in de zeventiende eeuw aan de Kaap de Goede Hoop zelf gebeurde.

Verbanden

  • Begrip Handel over lange afstandenDe zijderoutes en het model van de Atlantische driehoekshandel, met de getallen en de nuances.
  • Begrip Slavernij en slaafgemaaktenSlaafgemaakten en de slavenhandel, met de brief van Afonso I van Kongo en het verslag van Equiano.
  • Begrip ImperialismeWereldimperialisme en het verdrag van Tordesillas.
  • Gelijktijdig Europa in de vroegmoderne tijdKarel V, de verovering van Mexico en de brieven van Cortés vallen in dezelfde tijd.
  • Voorgeschiedenis Contacten tussen samenlevingen in de middeleeuwenContacten tussen samenlevingen in de middeleeuwen, vóór de zeereizen rond Afrika en over de oceaan.
  • Gelijktijdig Het Kongo-koninkrijkHet Kongo-koninkrijk en de Portugese handelaren aan dezelfde Afrikaanse kust.
  • Begrip Bron en bewijsColumbus’ brief, Díaz’ geschiedenis en de schilderijen van Frans Post en Vermeer als bronnen met een eigen blik.
  • Verwijst hierheen Europa in de vroegmoderne tijdVoortwerking vanuit dat artikel: De verovering van Amerika krijgt daar een vervolg, met de gevolgen voor de mensen buiten Europa.
  • Verwijst hierheen ImperialismeVerdieping vanuit dat artikel: Het wereldimperialisme van de vroegmoderne tijd, met Columbus, de West-Indische Compagnie en La Malinche.
  • Verwijst hierheen Vroegmoderne tijdVerdieping vanuit dat artikel: Zijderoutes en specerijen, zeevaarders rond Afrika, Columbus, de West-Indische Compagnie, Malintzin en de schilderijen van Vermeer.
  • Verwijst hierheen PerspectiefVerdieping vanuit dat artikel: Het veranderende beeld van La Malinche.
  • Verwijst hierheen Slavernij en slaafgemaaktenVerdieping vanuit dat artikel: De Atlantische driehoekshandel en slaafgemaakten in de koloniale handel.

Bronnen en verdieping

Historische bronnen

  1. Álvaro Velho (toegeschreven), Ernest George Ravenstein (vertaler en bezorger) (1898). A Journal of the First Voyage of Vasco da Gama, 1497-1499 (Roteiro van Álvaro Velho, vertaling E. G. Ravenstein).Het ronden van de Kaap (22 november 1497), de specerijenhandel van Calicut (blz. 77–78) en het vertrek uit Calicut (29 augustus 1498). Inleiding van Ravenstein (1898) niet als vaststaand oordeel gebruikt. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  2. Christopher Columbus, Richard Henry Major (vertaler en bezorger) (1870). Select letters of Christopher Columbus, with other original documents relating to his four voyages to the New World (vertaling R. H. Major; eerste brief over de eerste reis), 2e uitgave van de Hakluyt Society; Majors eerste uitgave verscheen in 1847.Brief aan Santangel (15 februari 1493, naschrift 14 maart) en voetnoten van Major; inleiding van Major voor vertrek en aankomst in 1492. Spaanse tekst niet vergeleken. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  3. Ferdinand en Isabella van Castilië en Aragon, Johan II van Portugal, F. G. Davenport (vertaler) (1494). Treaty between Spain and Portugal concluded at Tordesillas (Engelse vertaling).Art. 1; zie het artikel over imperialisme. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Hernán Cortés, Francis Augustus MacNutt (vertaler en bezorger) (1908). Letters of Cortés: five letters of relation to the Emperor Charles V, deel 1.Tweede Brief, Cholula; zie het artikel over Europa in de vroegmoderne tijd. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, Francis Newton Thorpe (bezorger van de uitgave, 1909) (1621). Charter of Privileges and Exemptions, the Dutch West India Company (3 juni 1621), Engelse weergave in Thorpe (1909).Engelse weergave bij Thorpe (1909): aanhef, art. I–II, V–VI. Nederlands origineel niet geraadpleegd. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Frans Post (ca. 1655-1660). Braziliaans landschap met een huis in aanbouw (Brazilian Landscape with a House under Construction), Frans Post, ca. 1655-1660, inv. 1127.Inv. 1127, ca. 1655–1660. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  7. Bernal Díaz del Castillo, Alfred Percival Maudslay (vertaler en bezorger) (1908). The True History of the Conquest of New Spain by Bernal Diaz del Castillo, deel 1 (vertaling A. P. Maudslay).Hoofdstuk 36 (blz. 128–129), 37 (blz. 132–135) en 74 (blz. 273). (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  8. Bernardino de Sahagún, Carlos María de Bustamante (uitgever) (1829). Historia de la conquista de México (Sahagún, Libro duodécimo van de Historia general de las cosas de Nueva España), uitg. C. M. de Bustamante.Boek XII, hoofdstuk 16 (Marina vertaalt tussen Moctezuma en Cortés), 25 en 29 (de pokken). Voetnoten van de uitgever van 1829 niet gebruikt. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  9. Johannes Vermeer (ca. 1660). Het melkmeisje (The Milkmaid), Johannes Vermeer, ca. 1660, SK-A-2344.SK-A-2344, ca. 1660. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  10. Johannes Vermeer (ca. 1663). Brieflezende vrouw in het blauw (Woman Reading a Letter), Johannes Vermeer, ca. 1663, SK-C-251.SK-C-251, ca. 1663. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  11. Johannes Vermeer (ca. 1658-1660). Gezicht op huizen in Delft, bekend als 'Het straatje', Johannes Vermeer, ca. 1658-1660, SK-A-2860.SK-A-2860, ca. 1658–1660. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  12. Johannes Vermeer (ca. 1665). Meisje met de parel (Girl with a Pearl Earring), Johannes Vermeer, ca. 1665.Ca. 1665; een tronie, geen portret. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  13. Johannes Vermeer (ca. 1660-1661). Gezicht op Delft (View of Delft), Johannes Vermeer, ca. 1660-1661.Ca. 1660–1661; de torenspits verschoven. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Geraadpleegde literatuur

  1. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Contacten tussen samenlevingen in de vroegmoderne tijd: Vermeer en de Hollandse school; wereldimperialisme, zijderoutes, zeevaarders en Columbus; de West-Indische Compagnie en het ronden van Kaap de Goede Hoop; driehoekshandel, handelspost en kolonie; slaafgemaakten en La Malinche, met het voorbeeld over de beeldvorming. (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens
  2. Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.Minimumdoel over de vroegmoderne tijd, onderdeel contacten tussen samenlevingen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. UNESCO World Heritage Centre (2014). Silk Roads: the Routes Network of Chang'an-Tianshan Corridor (Werelderfgoedlijst, nr. 1442).Een web van routes met veel tussenhandelaars; zie het artikel over handel over lange afstanden. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Matthias Mertens (2019). Did Richthofen Really Coin 'the Silk Road'?.De naam zijderoute is negentiende-eeuws en niet door Richthofen bedacht. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. South African History Online (SAHO) (z.j.). Bartholomeu Dias.Reis van 1487–1488, Mossel Bay, ruil met de bewoners, de naam van de Kaap en de legende van de Kaap der Stormen. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Kim N. Richter, Alicia Maria Houtrouw, Joshua Fitzgerald (2020). Competing Narratives on the Conquest of Mexico and the Fall of the Aztec Empire.De jaren 1519 en 1520–1521 van de verovering van Mexico. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  7. UNESCO Werelderfgoedcentrum (1979). Forts and Castles, Volta, Greater Accra, Central and Western Regions (Werelderfgoed nr. 34).Versterkte handelsposten langs de kust van Ghana (1482–1786); Elmina gebouwd in 1482. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  8. New Netherland Institute (Albany, New York) (z.j.). Timeline: West India Company's First Decade, 1620-1630.Nieuw-Nederland als kolonie, eerste WIC-schip in 1623, Salvador in 1624–1625, de Bruin Visch met ongeveer twee dozijn slaafgemaakten in 1627. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  9. Jaap Jacobs (2023). The Arrival of Enslaved Africans in New Amsterdam (Gotham Center, samenvatting van Jacobs, 'The First Arrival of Enslaved Africans in New Amsterdam', New York History 104, 2023).Samenvatting van Jaap Jacobs (2023): aankomst van de Bruynvisch op 29 augustus 1627, 22 van 225 gevangenen, afwijzing van de datering 1625–1626. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  10. The National Archives (Verenigd Koninkrijk) (z.j.). Slavery and the British transatlantic slave trade (research guide).De Britse handel als driehoeksroute. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  11. National Endowment for the Humanities (VS) (2026). The Transatlantic Slave Trade Database (projectpagina).Instellingsbron voor de omvang van de Atlantische slavenhandel (ongeveer 12,5 miljoen mensen aan boord gedwongen; 34.948 reizen in de database) en voor de makers van de database. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  12. David Eltis (2001). Supplement bij 'The Volume and Structure of the Transatlantic Slave Trade: A Reassessment', Table IV: Slaves Carried Across the Atlantic by Dutch Ships, 1630-1810.Tabel IV: mensen vervoerd op Nederlandse schepen, 1606–1810 (schatting). Het artikel zelf niet gelezen. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  13. Virginia Tech, Digital History Reader (2026). Aztec Account of the First Smallpox Epidemic (Florentine Codex, boek XII, hoofdstuk 29).Hoofdstuk 29 van boek XII in een universitaire bronuitgave: de epidemie in het najaar van 1520, bij het vertrek van de Spanjaarden. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  14. Sandra M. Cypess (2021). Malintzin/Doña Marina/La Malinche.Namen, schenking in 1519, rollen, Cholula, de roman Xicoténcatl (1826), Paz (1950) en de herwaardering. Citaten in eigen vertaling uit het Spaans. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  15. Claudia J. Rogers (2021). Malintzin as a Conquistadora and Warrior Woman in the Lienzo de Tlaxcala (c. 1552). doi:10.1017/S0018246X20000576.Alleen het abstract gelezen. (betaald, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  16. Mauritshuis, Den Haag (z.j.). Girl with a blog, 17. Out of the blue (ultramarijn in Meisje met de parel).Ultramarijn uit het noordoosten van Afghanistan, grotendeels over land langs de zijderoute. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  17. The National Gallery, Londen (z.j.). Vermeer's palette (Vermeer and technique).Ultramarijn via Venetië uit Afghanistan ingevoerd. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  18. CODART, Dutch and Flemish art in museums worldwide (2017). The Birth of the Art Market: Rembrandt, Ruisdael and Van Goyen and the Artists of the Dutch Golden Age (tentoonstellingsaankondiging).Tentoonstellingsaankondiging: kunstmarkt, middenklasse, schilderen voor een anonieme markt. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  19. EBSCO Information Services (z.j.). Dutch School of Painting (EBSCO Research Starters).Naslagwerk (tertiair): omschrijving van de Dutch School en Vermeers kaarten, globes en tapijten. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Verder lezen en kijken

  1. Francesco Balducci Pegolotti (koopman in dienst van de Bardi, Florence), Henry Yule (vertaler; 2e uitgave herzien door H. Cordier, Hakluyt Society 1913-1916) (ca. 1340). Francesco Balducci Pegolotti, 'Advice to Merchants Bound for Cathay' (uit de Pratica della mercatura, ca. 1340), Engelse vertaling van H. Yule.Zie het artikel over handel over lange afstanden. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Nzinga Mbemba (Afonso I), vertaler niet vermeld (1526). Brief van Nzinga Mbemba (Afonso I van Kongo) aan koning João III van Portugal, 6 juli 1526 (Engelse weergave, uittreksel).Zie het artikel over slavernij. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. Olaudah Equiano (1789). The Interesting Narrative of the Life of Olaudah Equiano, or Gustavus Vassa, the African.Zie het artikel over slavernij. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Doelen

5de leerjaar

  • 5.1.GL5.4De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Vermeer, Hollandse school.De Hollandse school steunt alleen op een naslagwerk (EBSCO) en een tentoonstellingsaankondiging (CODART); een uitleg van een museum of het RKD ontbreekt. Andere schilders van de Hollandse school worden niet besproken. Vermeers levensloop staat er niet in. Verder in: Europa in de vroegmoderne tijd.
  • 5.1.GL5.7De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, zijderoutes, zeevaarders, Columbus.Columbus komt alleen aan bod met zijn eerste reis (1492–1493); zijn afkomst, latere reizen en levensloop niet. De zijderoutes zelf staan uitvoeriger in het begripsartikel; wereldimperialisme wordt hier met Tordesillas en de WIC uitgelegd, zonder bron die de term zelf omschrijft. Verder in: Handel over lange afstanden, Imperialisme.
  • 5.1.GL5.8De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, de West-Indische Compagnie, het ronden van Kaap de Goede Hoop.Het octrooi wordt gelezen in een Engelse weergave (Thorpe 1909), niet in het Nederlandse origineel. De latere geschiedenis van de WIC (Elmina, het verlies van Brazilië) en de Kaap na Gama komen niet aan bod. Verder in: Imperialisme.
  • 5.1.GL5.9De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Atlantische driehoekshandel, handelspost, kolonie.Het driehoeksmodel zelf en de getallen staan in het begripsartikel. Voor ‘kolonie’ is geen bron gevonden die het begrip omschrijft; de uitleg steunt op het WIC-octrooi en het New Netherland Institute. Verder in: Handel over lange afstanden, Slavernij en slaafgemaakten.
  • 5.1.GL5.10De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, slaafgemaakten, La Malinche.Het verloop van de verovering van Mexico en de brieven van Cortés staan in het artikel over Europa in de vroegmoderne tijd. Slaafgemaakten worden hier alleen in de Atlantische context besproken. Verder in: Europa in de vroegmoderne tijd, Slavernij en slaafgemaakten, Imperialisme.

Einde zesde leerjaar

  • 5.1.1De leerlingen weten hoe mensen in de vroegmoderne tijd overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.Het onderdeel over Afrika (het Kongo-koninkrijk) en de uitwisseling van ideeën in wetenschap en kosmologie komen hier niet aan bod; kunst alleen via Vermeer en Frans Post. Verder in: Het Kongo-koninkrijk, Europa in de vroegmoderne tijd.

Over dit artikel

Geschreven
4 november 2026
Laatst gewijzigd
4 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie