De Eerste Wereldoorlog
Hoe een neutraal België in augustus 1914 een oorlog in werd getrokken, wat de mensen aan het front en onder de bezetting meemaakten, hoe de doden begraven en herdacht werden, en hoe het Verdrag van Versailles de grens van België verlegde.
Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.
In de zomer van 1914 begon een oorlog die vier jaar zou duren en waarin België, een klein land dat neutraal wilde blijven, bijna helemaal bezet werd. Een smal stuk West-Vlaanderen, achter de IJzer, bleef vrij. Daar en rond Ieper lag het front. Dit artikel begint met een kort overzicht. Daarna laat het de bronnen spreken: het Duitse ultimatum en het Belgische antwoord, een kardinaal, soldaten die brieven naar huis schreven en een weduwe die het graf van haar man zocht. Het eindigt met twee dingen die je vandaag nog ziet of kunt aanwijzen: de begraafplaatsen en gedenktekens in de Westhoek, en een grens die na de oorlog verschoof.
De oorlog in het kort
Op 28 juni 1914 vermoordde Gavrilo Princip in Sarajevo aartshertog Frans Ferdinand, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije. Door de bondgenootschappen tussen de grote landen groeide die moord uit tot een oorlog: Oostenrijk-Hongarije en Duitsland stonden tegenover Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Rusland. De Duitse legerleiding besloot ‘eerst Frankrijk aan te vallen alvorens zich tegen Rusland te keren’, en de weg naar Frankrijk liep door België (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Over de diepere oorzaken van de oorlog gaat dit artikel niet; het houdt het bij die aanleiding en kijkt vooral naar wat er in België gebeurde.
Op 4 augustus 1914 vielen Duitse troepen België binnen. Na enkele maanden lag het front vast aan de IJzer en rond Ieper, en dat bleef zo, ‘min of meer stabiel’, tot 1918. De rest van het land was bezet. Op 11 november 1918 om 11 uur gold de wapenstilstand. Volgens de brochure van Kamer en Senaat verloor België ‘zo’n 40.000 gesneuvelde militairen en ongeveer 20.000 omgekomen burgers’; het zijn schattingen (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Op 28 juni 1919, precies vijf jaar na de moord in Sarajevo, werd het Verdrag van Versailles getekend (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)).
Op.stap rekent de Eerste Wereldoorlog tot de moderne tijd, de periode waarin de minimumdoelen ook de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger, de industriële revolutie en de Onafhankelijke Kongostaat plaatsen (KOV Op.stap 1.3) (AHOVOKS 2026). Alle jaartallen in dit artikel zijn jaren van onze tijdrekening (o.t.): 1914 is 1914 o.t. Omdat er hier geen verwarring mogelijk is, laten we ‘o.t.’ weg. Hoe die telling werkt, staat in het artikel over tijd en chronologie.
Een ultimatum en een weigering
Een neutraal land
België was sinds zijn onafhankelijkheid verplicht neutraal, en internationale verdragen garandeerden die neutraliteit (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Het belangrijkste was het Verdrag van Londen van 19 april 1839. Op 5 augustus 1914, de dag na de inval, liet de Britse regering het artikel daarover aan het Lagerhuis meedelen. Het verdrag was ondertekend door Groot-Brittannië, Oostenrijk, Frankrijk, Pruisen, Rusland en België (Hansard 5 aug. 1914, art. VII van 1839).
Uit de tijd zelf
België, binnen de grenzen die in de artikels I, II en IV bepaald zijn, … zal een onafhankelijke en voor altijd neutrale staat vormen. Het moet die neutraliteit tegenover alle andere staten in acht nemen.
Neutraal zijn betekende dus twee dingen: België mocht zelf geen partij kiezen, en de grote landen, ook Pruisen, hadden beloofd dat te respecteren.
Het ultimatum van 2 augustus 1914
Op 2 augustus 1914 overhandigde de Duitse gezant in Brussel, von Below Saleske, een ‘zeer vertrouwelijke’ nota aan Davignon, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken (Duitse nota en Belgisch antwoord (1914)). Zo’n nota, die een eis stelt met een dreiging erbij, heet een ultimatum. Ze begint met een reden:
Uit de tijd zelf
Het Duitse bestuur heeft betrouwbare inlichtingen ontvangen dat Franse strijdkrachten van plan zijn langs de Maas, over Givet en Namen, op te rukken. Die inlichtingen laten geen twijfel over het plan van Frankrijk om door Belgisch gebied tegen Duitsland op te trekken.
Duitsland vroeg doorgang voor zijn leger. Bleef België vriendschappelijk neutraal, dan beloofde Duitsland ‘bij het sluiten van de vrede’ het grondgebied en de onafhankelijkheid van België te waarborgen. Wie zich verzette, kreeg een dreiging: als België de Duitse troepen tegenhield, met de forten aan de Maas of door spoorwegen, wegen en tunnels te vernielen, zou Duitsland ‘tot zijn spijt gedwongen zijn België als vijand te beschouwen’, en dan moesten ‘de wapens beslissen’ (Duitse nota en Belgisch antwoord (1914)).
Dat de Franse troepen door België wilden trekken, is wat de Duitse nota beweert. Het is de reden die één partij geeft, geen vaststelling. In zijn antwoord verwees België naar verklaringen van Frankrijk van 1 augustus dat het de Belgische neutraliteit zou respecteren (Duitse nota en Belgisch antwoord (1914)).
Het antwoord van België
Het antwoord, gedateerd 3 augustus 1914, was een weigering (Duitse nota en Belgisch antwoord (1914)):
Uit de tijd zelf
De aanval op haar onafhankelijkheid waarmee de Duitse regering haar bedreigt, is een flagrante schending van het internationaal recht. Geen enkel strategisch belang rechtvaardigt zo’n schending van het recht. … Als de Belgische regering de voorstellen zou aanvaarden die haar voorgelegd zijn, zou ze de eer van de natie opofferen en haar plicht tegenover Europa verraden.
De regering schreef ‘vastbesloten’ te zijn om elke aanval op haar rechten ‘met alle middelen waarover ze beschikt’ af te slaan, en herinnerde eraan dat de verdragen van 1839, bevestigd in 1870, de onafhankelijkheid en neutraliteit van België garandeerden, ‘in het bijzonder’ ook door de koning van Pruisen (Duitse nota en Belgisch antwoord (1914)).
Op 4 augustus meldde de Duitse gezant dat Duitsland nu ‘indien nodig met wapengeweld’ zijn ‘veiligheidsmaatregelen’ zou nemen ‘tegen de Franse dreiging’ (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Dezelfde dag sprak koning Albert I de Verenigde Kamers toe. De brochure van Kamer en Senaat citeert uit de Parlementaire Handelingen: ‘Ik heb vertrouwen in onze lotsbestemming; een Land dat zich verdedigt, dwingt ieders respect af: dat land vergaat niet!’ (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)).
Uitbreiding Wat de Duitse minister in Berlijn zei
Ook in Berlijn werd op 4 augustus 1914 gepraat. Baron Beyens, de Belgische gezant, ging naar Gottlieb von Jagow, de Duitse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, en schreef daarna een verslag voor zijn regering. Daarin laat hij Von Jagow het volgende zeggen:
Uit de tijd zelf
Een absolute noodzaak dwong ons die eis aan u te stellen. … Maar de doortocht door België is voor Duitsland een kwestie van leven of dood. Het moet zo snel mogelijk klaar zijn met Frankrijk, het volledig verpletteren, om zich daarna tegen Rusland te kunnen keren …
Beyens antwoordde dat Frankrijk België formeel beloofd had zijn neutraliteit te respecteren, op voorwaarde dat Duitsland dat ook deed. Volgens hetzelfde verslag gaf Von Jagow toe: ‘Duitsland heeft België niets te verwijten; zijn houding is altijd correct geweest’ (Verslag Beyens over gesprek met Von Jagow (4 aug. 1914)).
Wat zegt dit verslag? Het komt van één deelnemer aan het gesprek, een Belgische diplomaat, die het voor zijn eigen regering opschreef. Von Jagows woorden kennen we hier alleen via Beyens. Het verslag bewijst dus op zichzelf niet dat Von Jagow het precies zo zei. Wat hij volgens Beyens zei over ‘eerst Frankrijk, dan Rusland’, is wel verenigbaar met wat de Belgische brochure over het Duitse plan schrijft (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)), en het staat haaks op de reden die de nota van 2 augustus gaf: daar ging het om een Franse dreiging, hier om haast. Zie ook bron en bewijs.
Kindvraag
Waarom liet België de Duitsers niet gewoon door?
Kort antwoord voor kinderen
Omdat België volgens een verdrag uit 1839 neutraal moest blijven: het mocht geen partij kiezen in een oorlog. De regering schreef dat ze de eer van het land zou verliezen als ze het Duitse leger doorliet.
Nuance voor de leerkracht
De regering wist dat er dan oorlog kwam: de Duitse nota zei dat Duitsland België anders als vijand zou behandelen (Duitse nota en Belgisch antwoord (1914)).
De inval
De Duitse troepen vielen België binnen op 4 augustus 1914. De forten rond Luik, Namen en Antwerpen vielen een voor een. Brussel werd niet verdedigd en werd op 20 augustus ingenomen. Antwerpen viel op 10 oktober, en het Belgische leger trok zich terug achter de IJzer, in het uiterste westen van het land. De regering week uit naar Sainte-Adresse, in Frankrijk; de koning bleef in De Panne (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)).
Tijdens de inval werden burgers gedood. Volgens de brochure van Kamer en Senaat zouden ‘naar schatting’ 5000 burgers zo omgebracht zijn, onder wie 674 in Dinant (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). De historici John Horne en Alan Kramer spreken van ‘minstens 6.400 burgers’ die opzettelijk gedood werden bij de inval in België én het noorden van Frankrijk samen (Kramer, THE 2007). De twee getallen gaan dus over een ander gebied. In Leuven staken Duitse soldaten laat op 25 augustus 1914 de universiteitsbibliotheek in brand. Kramer noemt het een gerichte daad (Kramer, THE 2007).
Kardinaal Mercier, de aartsbisschop van Mechelen, was in die dagen in Rome. In zijn herderlijke brief van Kerstmis 1914, Patriotisme en volharding, schreef hij hoe het nieuws hem bereikte:
Uit de tijd zelf
Het was in Rome zelf dat ik het nieuws ontving, slag na slag: de gedeeltelijke verwoesting van de kathedrale kerk van Leuven, daarna het afbranden van de bibliotheek en van de wetenschappelijke installaties van onze grote universiteit en de verwoesting van de stad, en daarna het massaal neerschieten van burgers …
Mercier schrijft als kerkleider tot de gelovigen van zijn bisdom, en hij noemt geen getallen. Zijn brief is een bron voor wat er in België over de inval gezegd werd, en voor hoe een Belgische kardinaal de mensen moed wilde geven. Op een andere plaats in hetzelfde uittreksel spreekt hij de moeders van soldaten toe: ‘Christelijke moeders, wees fier op uw zonen’ (Mercier, kerstbrief 1914 (uittreksel)).

Twee keer Leuven: geen extra leerlingdoel
De brand van Leuven in augustus 1914 is niet dezelfde gebeurtenis als de Bloednacht in Leuven die in de minimumdoelen staat. Die laatste hoort bij de strijd voor het stemrecht: zie revoluties en emancipatie. Kramer geeft in zijn artikel ook een aantal verbrande boeken; andere bronnen noemen een ander getal, en daarom staat het hier niet.
Het IJzerfront
Aan de IJzer probeerde het Duitse leger in oktober 1914 door te breken. Op 22 oktober slaagde het erin de rivier over te steken, in de bocht van Tervate. Vanaf de nacht van 27 oktober werden de sluizen van Nieuwpoort bij vloed telkens opengezet, en zo liep de vlakte langzaam onder water. Daarbij hielpen mensen die de sluizen en de afwatering kenden, zoals schippersknecht Geeraert en Karel Cogge (IFFM, De sluizen). Het water hield het Duitse leger tegen. Eind november 1914 was de opmars gestuit, ‘met Franse en Britse hulp … nadat de IJzervlakte deels onder water gezet is’ (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)).
Over wie welke rol speelde, en op welke dag het precies begon, vertellen de verhalen niet allemaal hetzelfde. Het In Flanders Fields Museum laat leerlingen in zijn lespakket juist die verschillende verslagen over Cogge en Geeraert naast elkaar leggen (IFFM, De sluizen). Dat is een goede oefening: wie vertelt het verhaal, en wanneer?
Daarna volgde een loopgravenoorlog van ongeveer vier jaar. Volgens de brochure van Kamer en Senaat hield koning Albert het Belgische leger buiten de bloedige pogingen om door de vijandelijke linies te breken (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Aan het front rond Ieper vochten ook soldaten uit het Britse Rijk: uit het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika (CWGC, folder Tyne Cot), en uit India. Van Indische soldaten zijn brieven bewaard die de Britse censor tegenhield; ze liggen nu in de British Library in Londen (IFFM, Brieven). Een soldaat schreef in mei 1915 aan een vriend:
Uit de tijd zelf
In Gods naam, kom niet naar hier, kom echt niet naar hier, kom niet naar deze verdomde oorlog in Europa.
Isar Singh, van de 59th Scinde Rifles, schreef op 1 mei 1915 iets gelijkaardigs: ‘Probeer er alles aan te doen om niet naar hier te komen’ (IFFM, Brieven). Die woorden bereikten hun vrienden niet: de censor hield ze tegen. Voor ons zijn ze een bron voor wat deze soldaten aan het front zelf schreven.
Ook Belgen schreven. In het artikel over soorten bronnen staat het zakboekje van grenadier Jan Leysen, een landbouwer uit Poederlee, over de eerste dagen van de oorlog in augustus 1914 (Dagboek Jan Leysen (1914)). Achter het front hield pastoor Achiel Van Walleghem dagboeken bij, van 4 oktober 1914 tot 18 april 1918; het manuscript ligt in het In Flanders Fields Museum in Ieper (Van Walleghem, oorlogsdagboeken).
Leven onder de bezetting
Voor de meeste Belgen was de oorlog geen front, maar een bezetting. Het Duitse leger bestuurde bijna het hele land. Anderhalf miljoen Belgen sloegen op de vlucht; ongeveer 600.000 bleven de hele oorlog in het buitenland. Vanaf de herfst van 1916 werden zo’n 120.000 burgers als dwangarbeiders naar Duitsland of naar het westelijk front gedeporteerd. Voedsel was schaars; de Commission for Relief in Belgium, onder leiding van de Amerikaan Herbert Hoover, zorgde voor de bevoorrading (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)).

Wie zich verzette, riskeerde zijn leven. Een Duitse krijgsraad veroordeelde burgers ter dood; op de gedenkplaten in de Senaat staan er 35, onder wie Edith Cavell, Philippe Baucq, Gabrielle Petit en François Mus (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)).
Op 11 november 1918, om 11 uur, ging de wapenstilstand in (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Een jaar later, op 16 november 1919, stemden de Belgische mannen voor het eerst volgens het principe ‘één man, één stem’. Vrouwen mochten nog niet stemmen, met uitzondering van oorlogsweduwen en vrouwen die wegens vaderlandslievende daden gevangen hadden gezeten (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Meer daarover in revoluties en emancipatie.
Begraven en herdenken
Zoveel doden: waar moesten die blijven? Op.stap vraagt om te kijken naar de begraafplaatsen, monumenten en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog (KOV Op.stap 1.3). Een begraafplaats is de plaats waar de doden zelf liggen. Een monument of gedenkteken is gebouwd om aan iemand of iets te herinneren, ook als er niemand begraven ligt. De Menenpoort, hieronder, draagt bijvoorbeeld de namen van soldaten van wie geen graf bekend is (Onroerend Erfgoed, Menenpoort). Zie ook wat een monument als bron vertelt.
Hoe het begraven begon, zie je in een brief van 3 juni 1915. Een Franse weduwe uit Poitiers schreef aan de abt van de abdij van Westvleteren, achter het front:
Uit de tijd zelf
Mijn man, kapitein Albéric de Boisricheux, werd bij u gebracht op 9 mei, zwaargewond, en hij is de 10de om één uur in de morgen gestorven.
Haar brief gaat verder over hoe hij in de buurt van de abdij begraven werd, en over haar zorg om zijn laatste rustplaats (IFFM, Brieven). Tijdens de gevechten werden doden begraven dicht bij waar ze gestorven waren, bij een abdij zoals hier, of bij een hulppost zoals in Tyne Cot. Hoe zo’n plek na de oorlog uitgroeide tot een grote begraafplaats, toont de geschiedenis van Tyne Cot.
Tyne Cot
Op.stap noemt als voorbeeld de militaire begraafplaatsen in de Westhoek (KOV Op.stap 1.3). Een van de bekendste is Tyne Cot, op de heuvelrug tussen Ieper en Passendale. De Commonwealth War Graves Commission (CWGC), die de graven van de gesneuvelden uit het Britse Rijk verzorgt, vertelt in haar folder hoe die begraafplaats ontstond. Op 4 oktober 1917 bestormden Australische soldaten de Duitse loopgraven en bunkers op die heuvelrug, onder het dorp Passendale. In de grootste bunker richtte medisch personeel een hulppost in. Wie aan zijn wonden stierf, werd bij de ingang begraven. Die handvol graven, in een ongeordend patroon, vormt nog altijd het hart van de begraafplaats (CWGC, folder Tyne Cot).
Na de oorlog werden de slagvelden afgezocht en duizenden lichamen geborgen. Drie jaar lang werden er steeds meer soldaten in Tyne Cot begraven. De CWGC noemt het in haar folder (geraadpleegd in 2026) ‘vandaag de grootste CWGC-begraafplaats ter wereld’. Er liggen 11.968 graven. Herbert Baker en John Truelove ontwierpen de begraafplaats en de gedenkmuur. Drie Duitse bunkers zijn in het ontwerp opgenomen; op de grootste staat nu het grote kruis, het Cross of Sacrifice (CWGC, folder Tyne Cot).
Achteraan staat het Tyne Cot Memorial, een muur met de namen van 34.936 vermisten: 33.771 uit het Verenigd Koninkrijk en 1.165 uit Nieuw-Zeeland. Het kwam er omdat de Menenpoort in Ieper niet alle namen kon bevatten. Op Tyne Cot staan de Britten en Nieuw-Zeelanders die sneuvelden tussen midden augustus 1917 en het einde van de oorlog (CWGC, folder Tyne Cot). Op dezelfde muur staan, op paneel 108, een vader en een zoon: luitenant-kolonel Harry Moorhouse en kapitein Ronald Moorhouse. Toen Ronald op 9 oktober 1917 zwaargewond binnengebracht werd, ging zijn vader hulp halen en werd hij doodgeschoten. Van geen van beiden is een graf bekend (CWGC, folder Tyne Cot).

Kindvraag
Waarom staat er op zoveel graven geen naam?
Kort antwoord voor kinderen
Omdat men van veel gesneuvelde soldaten niet meer kon zeggen wie ze waren. Na de oorlog werden de slagvelden afgezocht, en vaak lukte het niet meer om de doden te herkennen. In Tyne Cot is dat zo bij ongeveer zeven op de tien graven (CWGC, folder Tyne Cot).
Nuance voor de leerkracht
De namen van vermisten van wie geen graf bekend is, staan op de muur van het Tyne Cot Memorial of op de Menenpoort. Een graf zonder naam en een naam zonder graf horen dus vaak bij elkaar, al weet niemand welke naam bij welk graf hoort.
De Menenpoort
Het andere voorbeeld van Op.stap is de Menenpoort in Ieper (KOV Op.stap 1.3). Het is een groot poortgebouw met drie doorgangen, in de vorm van een klassieke triomfboog, ontworpen door Reginald Blomfield. Maarschalk Lord Plumer huldigde het in op 24 juli 1927, in aanwezigheid van koning Albert. Het opschrift draagt het monument op ‘aan de legers van het Britse Rijk die hier stonden van 1914 tot 1918, en aan die van hun doden die geen bekend graf hebben’ (Onroerend Erfgoed, Menenpoort). Sinds 1 mei 1929 wordt er dagelijks de Last Post gespeeld; alleen tijdens de Duitse bezetting van de Tweede Wereldoorlog werd dat onderbroken (Onroerend Erfgoed, Menenpoort). Wat de Menenpoort als bron vertelt, en hoe ze tegelijk een triomfboog en een gedenkteken voor vermisten is, staat in het artikel over soorten bronnen.


Aantallen namen: geen extra leerlingdoel
Over hoeveel namen er op de Menenpoort staan, geven teksten van dezelfde erfgoedinventaris verschillende getallen. Daarom noemen we hier geen getal; ‘tienduizenden’ klopt in elk geval. De aantallen voor Tyne Cot komen uit de folder van de CWGC; andere bronnen geven soms iets andere getallen.
Veranderende grenzen
Een grens lijkt vast, maar ze is een afspraak tussen staten, en zo’n afspraak kan veranderen. Dat bedoelt Op.stap met veranderende grenzen (KOV Op.stap 1.3). Voor België veranderden na de Eerste Wereldoorlog twee dingen: het hoefde niet langer verplicht neutraal te zijn, en de oostgrens schoof op. Na de oorlog kreeg België ook een mandaat over Ruanda-Urundi in Afrika (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)); dat hoort bij de geschiedenis van Belgisch-Congo.
Het Verdrag van Versailles
Na de wapenstilstand moest de vrede nog geregeld worden. Met Duitsland gebeurde dat in het Verdrag van Versailles, getekend op 28 juni 1919 (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Een verdrag is een geschreven afspraak tussen staten. Dit verdrag is lang, en het regelt veel: hier gaat het alleen om de artikels over België. Het eerste daarvan schaft de neutraliteit van 1839 af:
Uit de tijd zelf
Duitsland erkent dat de verdragen van 19 april 1839, die het statuut van België vóór de oorlog regelden, niet meer beantwoorden aan de eisen van de situatie, en stemt in met de opheffing van die verdragen …
Het verdrag van 1839, dat België in 1914 niet had kunnen beschermen, verdween dus. Het nieuwe verdrag zegt zelf alleen dat de oude regeling ‘niet meer beantwoordt aan de eisen van de situatie’.
Moresnet, Eupen en Malmedy
De twee volgende artikels gaan over Moresnet, een klein gebied aan de grens bij de weg van Luik naar Aken. Een stuk daarvan, Neutraal Moresnet, was tot dan toe ‘betwist’ gebied. Duitsland erkende nu ‘de volledige soevereiniteit van België’ over dat gebied, en het deed afstand van het deel van Pruisisch Moresnet ten westen van de weg van Luik naar Aken (Verdrag van Versailles, deel III, art. 32–33). Soevereiniteit is het hoogste gezag: wie de soevereiniteit heeft, maakt er de wetten.
Het grootste gebied ging over Eupen en Malmedy. Volgens de brochure van Kamer en Senaat kreeg België zo ‘een deel van het Duitse grondgebied (de huidige Oostkantons)’ (Senaat en Kamer, Groote Oorlog (2014)). Het verdrag legde vast hoe de inwoners hun mening konden geven:
Uit de tijd zelf
Binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit verdrag worden door de Belgische overheid in Eupen en Malmedy registers geopend waarin de inwoners van het bedoelde gebied schriftelijk kunnen laten optekenen dat zij wensen dat het geheel of een deel onder Duitse soevereiniteit blijft. De uitslag van deze openbare meningsuiting wordt door de Belgische regering aan de Volkenbond meegedeeld, en België verbindt zich ertoe de beslissing van de Volkenbond te aanvaarden.
Lees dat goed. Het gaat niet om een stemming waarbij iedereen ja of nee zei. Er lagen registers open, en wie Duits wilde blijven, moest daar met zijn naam in tekenen. En wie die registers opende, was de Belgische overheid zelf. Het laatste woord kreeg de Volkenbond, een organisatie van staten die hier als scheidsrechter optreedt.
Een raadpleging met registers
Hoe ging dat in de praktijk? Matthias Vanhullebusch beschrijft het in een juridisch vakartikel uit 2025. België had er de soevereiniteit vanaf 10 januari 1920. De registers lagen open van januari tot juli 1920. Op 33.726 kiesgerechtigden tekenden er 271 protest, van wie 202 voormalige Duitse ambtenaren. Volgens Vanhullebusch kregen de inwoners ‘geen keuze’ over de overdracht zelf: ze konden alleen protest aantekenen. Duitsland vond dat een onafhankelijke partij, zoals de Volkenbond, de raadpleging had moeten organiseren, en het betwistte de Belgische regels over wie mocht tekenen en waar. In september 1920 besliste de Raad van de Volkenbond dat de overdracht geldig bleef (Vanhullebusch 2025, Oost-Belgische identiteit).
Wat zegt het dat zo weinig mensen tekenden? De registers alleen geven daar geen antwoord op: ze tonen wie tekende, niet waarom de anderen het niet deden. Vanhullebusch wijst vooral op de manier waarop de raadpleging georganiseerd werd: een register van de nieuwe overheid, waarin je met je naam protest aantekende, en geen vrije keuze over de overdracht zelf (Vanhullebusch 2025, Oost-Belgische identiteit). Dat is een goede vraag om met leerlingen te bespreken.
Kindvraag
Mochten de mensen in Eupen en Malmedy kiezen of ze Belgisch werden?
Kort antwoord voor kinderen
Niet echt. Wie Duits wilde blijven, kon dat in 1920 in een register laten opschrijven, met zijn naam erbij. Weinig mensen deden dat. Daarna besliste de Volkenbond dat het gebied bij België bleef (Vanhullebusch 2025, Oost-Belgische identiteit).
Een grens op de kaart tonen: geen extra leerlingdoel
Leg een kaart van België van vóór 1914 naast een kaart van vandaag en laat leerlingen zoeken waar het verschil zit: in het oosten, rond Eupen en Malmedy. Zo wordt ‘veranderende grenzen’ iets dat ze zelf kunnen aanwijzen, in hun eigen land. Hoe de grens precies getrokken werd en wanneer de gebieden volledig in het Belgische bestuur opgenomen werden, valt buiten dit artikel.
Wat we weten en wat onzeker is
- Zeker en goed gedocumenteerd: het ultimatum van 2 augustus en de weigering van 3 augustus 1914, de inval van 4 augustus, de val van Antwerpen, het front aan de IJzer, de wapenstilstand van 11 november 1918, en wat de artikels 31 tot 34 van het Verdrag van Versailles over België bepalen. Ook de geschiedenis van Tyne Cot en de inhuldiging van de Menenpoort zijn goed bekend.
- Schattingen: het aantal gedode burgers bij de inval (‘naar schatting’ 5000 in België volgens Kamer en Senaat; minstens 6.400 in België en Noord-Frankrijk samen volgens Horne en Kramer), de Belgische verliezen (rond 40.000 soldaten en 20.000 burgers), het aantal vluchtelingen en gedeporteerden.
- Bronnen van partijen: de Duitse nota en het Belgische antwoord geven elk de visie van één regering. Dat Frankrijk door België wilde trekken, is een Duitse bewering. Het verslag van Beyens is de getuigenis van één Belgische diplomaat. Mercier schreef om de mensen moed te geven.
- Verhalen die verschillen: wie welke rol speelde bij het openzetten van de sluizen aan de IJzer, en op welke dag het precies begon.
- Een kwestie van uitleg: wat de registers van Eupen en Malmedy zeggen over wat de inwoners echt wilden. Het verdrag bood geen vrije stemming, en dat is een kern van de kritiek op de raadpleging.
Kaarten

German occupation of Belgium 1914-1916 · The Times (The Times History of the War), 1914-1921
Bezet België op een Britse kaart uit de tijd: alleen een smalle strook rond Ieper en de IJzer bleef onbezet.
Bij de bezetting en de frontlijn; Britse bron. De kaart toont ook Flemings en Walloons als aparte gebieden: dat is de indeling van de Britse uitgever in die tijd, geen vaststaand feit.

Yser inundations and western approaches to Houthoulst Forest, 1914 · The Times (The Times History of the War), 1914-1921
De overstroomde IJzervlakte in 1914 op een Britse kaart uit de tijd zelf: het gearceerde gebied is onder water gezet.
Bij het IJzerfront; toont de Britse weergave van de overstroming, niet de Belgische. Namen staan in Franse en Engelse spelling uit de tijd.
Verbanden
- Verdieping Soorten bronnen
- Voortwerking Revoluties, grondwetten en emancipatie
- Begrip Tijd en chronologie
- Begrip Bron en bewijs
- Gelijktijdig De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo
- Verwijst hierheen Vrouwenemancipatie en burgerrechten
- Verwijst hierheen Erfgoed en herinnering
- Verwijst hierheen Historisch redeneren
- Verwijst hierheen Moderne tijd
- Verwijst hierheen Perspectief
- Verwijst hierheen Rivaliteit en samenwerking na 1945
- Verwijst hierheen De Tweede Wereldoorlog: vervolging, verzet en collaboratie
Bronnen en verdieping
Historische bronnen
- UK Parliament, historic Hansard (1914). Neutrality of Belgium, Treaty (HC Deb 05 August 1914, vol 65, cc1967-8W).
- firstworldwar.com (Michael Duffy), archief Library and Archives Canada (2009). German Request for Free Passage through Belgium, and the Belgian Response, 2-3 August 1914.
- Baron Napoleon Eugene Beyens (1855-1934) (2009). Official Report of the Belgian Minister at Berlin as to how the German Government Received the Belgian Defiance (baron Beyens).
- Desire-Joseph Mercier (1851-1926) (2021). 'Patriotisme et endurance', herderlijke brief van kardinaal Mercier, Mechelen, Kerstmis 1914 (Engelse vertaling, uittreksel).
- In Flanders Fields Museum, Ieper (2020s). Educatief pakket 14-18: Brieven.
- Jan Leysen (1889-1980), grenadier, Filip Maes (transcriptie) (2026). Soldaat Jan Leysen: dagboek 1914 (overgetypt door Filip Maes).
- Avalon Project, Yale Law School (2008). The Versailles Treaty, 28 juni 1919, Part III (Political Clauses for Europe), Section I: Belgium, art. 31-35.
Geraadpleegde literatuur
- Kamer van volksvertegenwoordigers en Belgische Senaat (2014). Het Parlement tijdens de Groote Oorlog: een thematische rondleiding (brochure).
- Alan Kramer (2007). From burning books to exterminating races (Times Higher Education).
- In Flanders Fields Museum, Ieper (2020s). Educatief pakket 14-18: De sluizen.
- WOI Westhoek (wo1.be) (2014). Achiel Van Walleghem, Oorlogsdagboeken 1914-1918 (uitgave Lannoo, 2014, hertaling Willy Spillebeen).
- Commonwealth War Graves Commission (CWGC) met Westtoer (2020s). Tyne Cot Cemetery and Memorial (folder).
- agentschap Onroerend Erfgoed, Inventaris van het Onroerend Erfgoed (2026). Menenpoort (Ieper), erfgoedobject 30393.
- Matthias Vanhullebusch (2025). The Birth of East-Belgian Identity and the Treaty of Versailles: A Critical Legal Analysis.
- Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).
- Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.
Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.
Doelen
Op.stap
- 5.1.GL5.20 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: veranderende grenzen, Verdrag van Versailles.‘Veranderende grenzen’ is versmald tot de grens en het statuut van België; grenswijzigingen elders in Europa, Sankt Vith en de latere bestuurlijke inlijving van de Oostkantons komen niet aan bod, en er is nog geen kaart van de grenswijziging. Het mandaat over Ruanda-Urundi staat er in één zin. ‘Moderne tijd’ en ‘onze tijdrekening’ worden hier alleen kort gesitueerd. Verder in: Tijd en chronologie, Moderne tijd, De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo.
- 5.1.GL5.22 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: begraafplaatsen, monumenten en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog.Van de militaire begraafplaatsen in de Westhoek is alleen Tyne Cot uitgewerkt; andere begraafplaatsen (ook die van Belgische, Franse en Duitse soldaten) en het UNESCO-werelderfgoed van de begraaf- en herdenkingsplaatsen komen niet aan bod. De Menenpoort als monument en bron staat uitgebreider in Soorten bronnen. Verder in: Soorten bronnen, Erfgoed en herinnering.
Minimumdoelen
- 5.1.2 zesde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten.De overige ontwikkelingen en gebeurtenissen van de moderne tijd (revoluties, grondwetten, emancipatie, de industriële revolutie, de Onafhankelijke Kongostaat). De Bloednacht in Leuven (1902) staat in het artikel over revoluties en emancipatie, niet hier. Verder in: Revoluties, grondwetten en emancipatie, De industriële revolutie, De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo.
Over dit artikel
- Geschreven
- 4 november 2026
- Laatst gewijzigd
- 4 november 2026
- Fout gezien?
- Meld een correctie