De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo

Hoe koning Leopold II na de Conferentie van Berlijn vorst werd van een eigen staat in Centraal-Afrika, wat het rubberstelsel voor de Congolezen betekende, hoe België het gebied in 1908 overnam, en wat de Union Minière in Katanga deed.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

Het land dat nu de Democratische Republiek Congo heet, ligt in Centraal-Afrika, rond het grote bekken van de Kongostroom. Tussen 1885 en 1908 was het geen kolonie van België, maar een aparte staat met koning Leopold II in persoon als vorst: de Onafhankelijke Kongostaat. In 1908 nam België het gebied over, en tot 1960 was het een Belgische kolonie, Belgisch-Congo (EB 1911, Congo Free State). Dit artikel volgt die geschiedenis in de volgorde die leerlingen in het vijfde en zesde leerjaar tegenkomen: het imperialisme van Leopold II, de Conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke Kongostaat, het rubberstelsel en het geweld, de kritiek en het onderzoek, de overname door België, de mijnbouw van de Union Minière du Haut-Katanga, en Paul Panda Farnana. Het sluit af met een korte blik op de onafhankelijkheid in 1960 en op hoe er vandaag over gesproken wordt.

Het is een geschiedenis van uitbuiting en zwaar geweld tegen de Congolese bevolking. Dat beschrijven we zoals de bronnen het tonen, zonder het te verzachten. Het expertenrapport dat in 2021 voor de Belgische Kamer geschreven werd, stelt dat de verantwoordelijkheid van Leopold II en van de Belgische staat voor de onderdrukking en uitbuiting van de Congolese bevolking onder historici een brede consensus is (Expertenrapport Kamer 2021, p. 20). Wat onzeker is, zoals het aantal doden, zeggen we er telkens bij. Bijna alle bronnen uit die tijd komen van Europeanen en Amerikanen. Congolezen spreken erin via een consul, een commissie of een missionaris. Dat komt in elk hoofdstuk terug.

Een korte tijdlijn

Leopold II en het imperialisme

Wat imperialisme is, legt het begripsartikel uit: een staat heerst over andere gebieden en de volken die er wonen, of breidt die heerschappij uit. In Congo gebeurde iets bijzonders. Het was niet België dat daar gezag zocht, maar zijn koning, als privépersoon, met zijn eigen vereniging en later zijn eigen staat.

Op 12 tot 14 september 1876 riep Leopold II in het Koninklijk Paleis in Brussel een Aardrijkskundige Conferentie bijeen (Expertenrapport Kamer 2021, p. 100). Het expertenrapport citeert zijn openingswoorden uit een bundel van 1948: ‘Ouvrir à la civilisation la seule partie de notre globe où elle n’ait point encore pénétré, percer les ténèbres qui enveloppent des populations entières, c’est une croisade digne de ce siècle de progrès.’ Dat is: het enige deel van de aardbol waar de beschaving nog niet was doorgedrongen, ervoor openen, de duisternis doorbreken die hele bevolkingen omhult, is een kruistocht die deze eeuw van vooruitgang waardig is (Expertenrapport Kamer 2021, p. 100–101). In het hoofdstuk van M’Bokolo en Mathys heet de conferentie, naar de historicus Vandersmissen, ‘een dekmantel voor de belangen van Leopold II’ (Expertenrapport Kamer 2021, p. 271).

Uit dezelfde bundel citeert het rapport ook een zin die minder over beschaving gaat: ‘La population indigène est à la base de la richesse propre du Congo’, de inheemse bevolking is de grondslag van de eigen rijkdom van Congo. En over wat hij in Afrika gezocht had: ‘de la besogne pour nos établissements industriels’, werk voor de Belgische fabrieken en hun vele arbeiders (Expertenrapport Kamer 2021, p. 100–101).

Leopold in zijn eigen woorden: geen extra leerlingdoel

Zet de twee soorten zinnen naast elkaar: de ‘kruistocht’ voor de beschaving en de bevolking als ‘grondslag van de rijkdom’. Hobson beschreef in 1902 precies dat verschil tussen edele woorden en zakelijke belangen (zie imperialisme). Zeg er wel bij dat we deze zinnen kennen zoals het expertenrapport ze uit een bundel van 1948 overneemt, niet uit de oorspronkelijke toespraken.

In 1884 en 1885 erkenden staten een voor een de Internationale Vereniging van de Congo van Leopold: de Verenigde Staten op 22 april 1884, Duitsland op 8 november 1884, België als laatste op 23 februari 1885 (EB 1911, Congo Free State). Die erkenning gebeurde dus niet in de slotakte van Berlijn, maar daarnaast (zie imperialisme).

De conferentie van Berlijn

Van 15 november 1884 tot 26 februari 1885 kwamen vertegenwoordigers van veertien staten, waaronder België, in Berlijn bijeen over Afrika. Die bijeenkomst heet de conferentie van Berlijn. Volgens het archief van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken werden er ‘op geen enkel moment Afrikaanse vertegenwoordigers geraadpleegd’, en trok de conferentie geen grenzen: ze legde een kader vast om Afrika onder de koloniale mogendheden te verdelen (Politisches Archiv: Berlijnse Akte). Het begripsartikel over imperialisme bespreekt de artikels over de kusten (art. 34–35) en de belofte over het welzijn van de bevolking (art. 6).

Zwart-witte gravure van een vergaderzaal met een lange tafel waaraan mannen in pak en uniform zitten of staan, onder hen Bismarck in het midden; aan de muur hangt een grote kaart van Afrika waar een man naar wijst. Onderaan staat een regel met de namen van de deelnemers.
Figuur 1. De conferentie van Berlijn in 1884, getekend door Adalbert von Rössler voor het Duitse tijdschrift Über Land und Meer. Aan tafel zitten alleen Europese en Amerikaanse afgevaardigden; aan de muur hangt een kaart van Afrika. Adalbert von Rössler, in Über Land und Meer (1884), via Wikimedia Commons (bestand 'Kongokonferenz.jpg') · Publiek domein (Commons); sterfjaar van de tekenaar niet bij een geopende bron gecontroleerd

Voor Congo zijn vooral de eerste artikels van de slotakte belangrijk. Artikel 1 bakent een groot ‘Congobekken’ af, langs de waterscheidingen van de omliggende rivieren, met een strook aan de Atlantische kust en een zone tot aan de Indische Oceaan. In dat gebied zou de handel voor alle naties vrij zijn. Volgens artikel 4 mochten op ingevoerde goederen geen rechten geheven worden; na twintig jaar zouden de mogendheden bekijken of dat zo bleef (Berlijnse Akte 1885 (SAHO), art. 1 en 4). En artikel 5 zegt:

Uit de tijd zelf

Geen enkele mogendheid die in de genoemde gebieden soevereine rechten uitoefent of zal uitoefenen, mag daar een monopolie of een voorrecht van welke aard ook toekennen in zaken van handel.

Berlijnse Akte 1885 (SAHO), art. 5 · vertaling Kennisatlas naar de Engelse tekst (vertaler niet vermeld)

Dat artikel is belangrijk voor wat volgt. Een monopolie betekent dat maar één partij iets mag kopen of verkopen. Precies dat zou de Kongostaat met rubber en ivoor doen. In 1890 klaagde Williams in zijn open brief aan dat de staat de Akte van Berlijn schond (Williams 1890, open brief, aanklacht 8). De Encyclopaedia Britannica van 1911 schreef dat het beheer van de staatsgronden en het stelsel van concessies ‘de bepalingen over vrije handel van de Akte van Berlijn tenietdeden’ (EB 1911, Congo Free State). Volgens de historicus Elikia M’Bokolo hief Leopold II al in 1885, ‘in strijd met de verbintenis die in Berlijn werd aangegaan’, douanerechten op goederen uit Franse en Portugese gebieden (Expertenrapport Kamer 2021, p. 56).

De akte verbood ook de slavenhandel in het Congobekken (art. 9) en beloofde ‘de verbetering van hun morele en materiële welzijn’ voor de ‘inheemse stammen’ (art. 6) (Berlijnse Akte 1885 (SAHO), art. 6 en 9). Wat de staten op papier beloofden en wat er daarna gebeurde, liep ver uit elkaar.

De Onafhankelijke Kongostaat

Op 1 juli 1885 riep De Winton de stichting van de staat uit; een maand later maakte Leopold II bekend dat hij er de vorst van was (Expertenrapport Kamer 2021, p. 417). Op 11 september 1885 erkenden de Verenigde Staten de Onafhankelijke Kongostaat als nieuwe staat (FRUS 1885, Congo). Hij bleef bestaan tot november 1908 (EB 1911, Congo Free State).

Wat maakte die staat zo bijzonder? Leopold II was tegelijk koning van België en, in persoon, vorst van de Kongostaat. Het waren twee aparte staten met dezelfde man aan het hoofd (EB 1911, Congo Free State). De staat kreeg een eigen bestuur, met departementen voor Buitenlandse Zaken, Financiën en Binnenlandse Zaken (Expertenrapport Kamer 2021, p. 52 en 417). Omdat de band met België ‘uitsluitend persoonlijk’ was, bestuurde de Belgische regering hem niet. Een groot deel van het land maakte Leopold tot bezit van de staat of van hemzelf: het ‘privédomein van de staat’ en het ‘kroondomein’ (EB 1911, Congo Free State).

Tijdbalk van 1876 tot 1960 met vier opeenvolgende blokken: Internationale Vereniging van de Congo, Onafhankelijke Kongostaat, Belgisch-Congo en de onafhankelijke Republiek; met de Conferentie van Berlijn en de overname door België als markeringen.
Figuur 2. Wie het gebied bestuurde: eerst een vereniging van Leopold II, dan de Onafhankelijke Kongostaat met Leopold II in persoon als vorst, na 1908 België, en sinds 30 juni 1960 een onafhankelijke staat. Schema, niet op schaal. Kennisatlas, naar Plasman in het expertenrapport (2021) en EB 1911 · Eigen werk Kennisatlas

Woorden voor de Kongostaat: geen extra leerlingdoel

In bronnen en boeken vind je verschillende namen: Onafhankelijke Kongostaat (Op.stap en de minimumdoelen), Congo-Vrijstaat (het expertenrapport), État indépendant du Congo, Congo Free State. Het gaat om dezelfde staat. ‘Vrij’ en ‘onafhankelijk’ zeggen niets over de vrijheid van de mensen die er woonden. Het woord ‘Belgisch-Congo’ hoort pas bij de periode na 1908.

De staat moest het land eerst veroveren. Daarvoor kwam een leger, de Force Publique. De naam staat al in een decreet van 30 oktober 1885; officieel werd het leger in 1888 opgericht. De eerste Afrikaanse soldaten waren vooral Bangala. In 1911 telde het bijna 18.000 man (Expertenrapport Kamer 2021, p. 52). Volgens M’Bokolo stuitte de verovering, die het koloniale bestuur ‘pacificatie’ noemde, op Congolees verzet, en ging ze gepaard met de moord op Afrikaanse heersers zoals Lusinga en Msiri (Expertenrapport Kamer 2021, p. 52). Congo was geen leeg land. Er waren heersers en er bestond al handel in ijzer, koper en ivoor, en ook in slaafgemaakten (Expertenrapport Kamer 2021, p. 52).

Plasman noemt ook het conflict met de ‘Arabo-Swahili’, een grote kostenpost voor de staat (Expertenrapport Kamer 2021, p. 430). M’Bokolo waarschuwt dat het woord ‘Arabieren’ voor die groepen een etiket uit het koloniale discours is (Expertenrapport Kamer 2021, p. 59).

Daarnaast liet de staat maatschappijen toe die in een afgebakend gebied het recht kregen om rubber en ivoor te verzamelen: de concessiemaatschappijen. Ze werden vanaf 1891 naar Belgisch recht opgericht, en de staat was vaak zelf aandeelhouder of deelde in de winst (EB 1911, Congo Free State). Het rapport van 1905 somt er een reeks op, onder wie de Abir en de Compagnie du Kasaï (Onderzoekscommissie 1905, hoofdstuk over de concessies).

Kindvraag

Was Congo een kolonie van België?

Kort antwoord voor kinderen

Niet van in het begin. Van 1885 tot 1908 was Congo een aparte staat, met koning Leopold II zelf als baas. Het hoorde niet bij België. Pas in 1908 nam België het over, en toen werd het een Belgische kolonie: Belgisch-Congo. Dat bleef zo tot 1960.

Nuance voor de leerkracht

De Kamer gaf Leopold in 1885 toestemming om vorst van de Kongostaat te worden, op voorwaarde dat de band met België ‘uitsluitend persoonlijk’ bleef (EB 1911, Congo Free State).

Hoe het rubberstelsel werkte

De Kongostaat moest geld opbrengen, en Leopold had grote leningen nodig, onder meer van de Belgische staat in 1890 en 1895 (EB 1911, Congo Free State). De bron van dat geld werden ivoor en vooral rubber. Volgens de Encyclopaedia Britannica van 1911 gebeurde dat in drie stappen. Een decreet van 1 juli 1885 verklaarde de ‘onbeheerde’ gronden tot eigendom van de staat. Een geheim decreet van 21 september 1891 behield de staat het ivoor en de rubber uit die gronden voor. Decreten en circulaires van 1892 en 1893 werkten dat verder uit (EB 1911, Congo Free State). Volgens de historicus Pierre-Luc Plasman begon in april 1892 wat hij het ‘domaniaal beleid’ noemt (Expertenrapport Kamer 2021, p. 430).

Wat dat betekende, zegt een missionaris uit die tijd scherp. M’Bokolo citeert Mgr Prosper Augouard, missionaris in het naburige Franse Congo: ‘Il n’y a pas de terres vacantes au Congo. Le noir y est le possesseur légitime du sol’, er zijn in Congo geen onbeheerde gronden; de zwarte is er de wettige bezitter van de grond (Expertenrapport Kamer 2021, p. 56). Wat het decreet ‘onbeheerd’ noemde, was volgens hem land van de bewoners.

Hoe kreeg de staat de rubber binnen? Plasman beschrijft het als een stelsel (Expertenrapport Kamer 2021, p. 429–432):

  • Rubber als belasting. De bevolking moest rubber leveren als een belasting in natura, in plaats van met geld te betalen.
  • Premies. De ambtenaren van de staat kregen premies volgens de hoeveelheid rubber die ze binnenhaalden. Uit Brussel kwamen eisen voor steeds grotere oogsten.
  • Bewakers en tussenpersonen. In de dorpen zaten gewapende Afrikaanse bewakers van de staat of van de maatschappijen, in de bronnen sentries genoemd. Ook Congolese tussenpersonen en kleine posten maakten deel uit van het stelsel. Toezicht op hen was er nauwelijks.
  • Geweld als middel. Brachten de dorpen niet genoeg, dan zette men soldaten in. Gijzelname van dorpshoofden of vrouwen werd volgens Plasman ‘een algemeen toegepaste methode’, en verkrachtingen waren ‘legio’.

Plasman schrijft dat er tussen 1885 en 1891 geen massaal geweld was, wel misbruiken van enkelingen. Het zwaarste geweld situeert hij tussen 1895 en 1899 vooral in het Evenaarsdistrict, tussen 1898 en 1900 in de Mongala en tussen 1901 en 1905 in de gebieden van de concessiemaatschappijen Abir, Compagnie du Kasaï en Compagnie du Lomami (Expertenrapport Kamer 2021, p. 431). Een districtscommissaris schreef in 1897 dat ‘de inheemse bevolking een afschuw heeft van het rubberwerk’ (Expertenrapport Kamer 2021, p. 429–431).

Kindvraag

Waarom moesten de mensen rubber verzamelen?

Kort antwoord voor kinderen

Omdat de Kongostaat en de maatschappijen geld verdienden aan het verkopen ervan. Ze verplichtten de dorpen om elke keer een hoeveelheid rubber te brengen, als een soort belasting. Wie te weinig bracht, werd zwaar gestraft.

Wat zo’n stelsel in een dorp betekende, beschreef de Britse consul Roger Casement, die in 1903 langs de rivieren reisde. Langs de Lulonga trof hij dit aan:

Uit de tijd zelf

In een open loods trof ik twee bewakers van de La Lulanga-maatschappij aan die vijftien inheemse vrouwen bewaakten; vijf van hen hadden een zuigeling aan de borst en drie zouden binnenkort bevallen. … ‘Ziet u dat dan niet,’ was het antwoord, ‘als ik de mannen ving en vasthield, wie zou dan de rubber verzamelen? Maar als ik hun vrouwen vang, willen de mannen hen weer thuis hebben, en dan wordt de rubber snel en ruim genoeg binnengebracht.’

Casement Report 1904, verslag van 11 december 1903, Lulonga · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Casement noteert dat de bewaker dat zonder schroom uitlegde (Casement Report 1904). Ook de commissie die Leopold zelf in 1904 aanstelde, bevestigde de gijzelname:

Uit de tijd zelf

… elke werkwijze zoals het vasthouden van vrouwen als gijzelaars kwetst ons rechtsgevoel te zeer om geduld te worden. De Staat heeft die praktijk al lang verboden, maar is er niet in geslaagd ze uit te roeien.

Onderzoekscommissie 1905, hoofdstuk over de prestaties · vertaling Kennisatlas naar de Engelse vertaling van 1906 (vertaler niet vermeld)

Twee heel verschillende bronnen, een Britse consul en een commissie van het bestuur zelf, beschrijven dus dezelfde praktijk. Maar let op hoe de commissie het formuleert: het verbod ‘van de Staat’ staat erbij, en het stelsel zelf blijft buiten schot.

Dit hoofdstuk in de klas: geen extra leerlingdoel

De bronfragmenten in dit artikel zijn voor de leerkracht. Voor leerlingen volstaat: mensen werden gedwongen rubber te verzamelen, vrouwen werden gevangen gehouden tot hun mannen genoeg brachten, en wie niet genoeg bracht, werd geslagen, verminkt of gedood. Eén voorbeeld met een plaats en een datum, zoals de loods aan de Lulonga, zegt meer dan een reeks gruwelen. Toon geen foto’s van verminkte mensen zonder voorbereiding, en laat leerlingen geen rollen spelen van bewakers en slachtoffers.

Plasman legt de nadruk op het stelsel: ‘De alomtegenwoordigheid van het structurele geweld in Congo-Vrijstaat is niet het werk van één enkele autocraat, maar van veel potentaten’ (Expertenrapport Kamer 2021, p. 432). Dat spreekt de verantwoordelijkheid van Leopold II niet tegen: hij richtte het stelsel op en verdiende eraan. Het verklaart waarom zoveel mensen in de keten meededen, van het bestuur in Brussel tot de bewaker in het dorp, met premies, racisme en straffeloosheid als drijfveren (Expertenrapport Kamer 2021, p. 431–432). Er waren ook ambtenaren die anders handelden; dat maakt het stelsel niet minder gewelddadig (Expertenrapport Kamer 2021, p. 431).

Wat Congolezen vertelden

Er zijn bijna geen teksten die Congolezen in die jaren zelf schreven. Hun woorden komen tot ons via anderen. Casement sprak met Congolezen die de grens over gevlucht waren en liet hun verhaal via tolken vertalen. In het gedrukte verslag zijn hun namen vervangen door letters (Casement Report 1904, Inclosure 1 in No. 3).

Uit de tijd zelf

‘Uit ons land moest elk dorp twintig ladingen rubber brengen. … Die ladingen moesten we vier keer per maand brengen. … We kregen geen loon! We kregen niets!’ … ‘We zeiden tegen de blanken: “We zijn nu niet genoeg mensen meer om te doen wat jullie van ons willen. Ons land heeft niet veel mensen en we sterven snel. We worden gedood door het werk dat jullie ons laten doen, doordat onze akkers stilvallen en doordat onze huizen kapotgemaakt worden.”’

Casement Report 1904, Inclosure 1 in No. 3 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Wat zegt deze bron? Ze geeft een vaste hoeveelheid, een vast ritme, geen betaling, en een oorzaak voor het sterven die verder gaat dan geweld: de akkers werden niet meer bewerkt omdat iedereen voor de rubber moest werken. Casement schreef zelf over een ander verhaal van deze mensen dat hij ‘niet kon geloven dat het waar was, maar het leek recht uit hun hart te komen’ (Casement Report 1904, Inclosure 1 in No. 3). Hij gaf dus zijn twijfel aan, en schreef toch op wat hij hoorde. Zo’n getuigenis bewijst op zichzelf niet elk detail, maar wel dat de verhalen over dwang en sterven niet van één persoon kwamen.

Ook de commissie van 1905 hoorde getuigen. In Baringa brachten dorpshoofden bundels stokjes mee, één voor elke onderdaan die gedood was; een van hen kwam met honderdtwintig. De commissie schreef er voorzichtig bij: ‘Wat men ook moge denken van het vertrouwen dat men in zo’n verslag mag stellen …’, en wees op een tabel van de Abir zelf: in zeven maanden van 1905 waren 142 van hun bewakers gedood of gewond. Voor de commissie toonde dat hoe gewelddadig het stelsel van bewakers was (Onderzoekscommissie 1905).

Uitbreiding Verminkingen: wat Casement en de commissie schreven

De afgehakte handen zijn het bekendste beeld van de Kongostaat. Wie het onderwerp in de klas aansnijdt, moet weten wat de bronnen precies zeggen, en waar ze elkaar tegenspreken.

Casement beschreef twee gevallen bij het Mantumbameer:

Uit de tijd zelf

Twee zulke gevallen kwamen mij werkelijk onder ogen terwijl ik aan het meer was. Het ene was een jonge man van wie beide handen met de kolven van geweren tegen een boom waren afgeslagen, het andere een jongen van elf of twaalf jaar wiens rechterhand bij de pols was afgehakt.

Casement Report 1904, verslag van 11 december 1903, Mantumbameer · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Hij vermeldt dat de regeringssoldaten in beide gevallen vergezeld waren van blanke officieren, van wie hem de namen gegeven werden (Casement Report 1904).

De commissie van 1905 zag zelf verminkte mensen:

Uit de tijd zelf

In Coquilhatville ondervroegen we de personen die Epondo en Ikabo heten. Epondo was zijn linkerhand afgehakt, Ikabo zijn rechter. … Daaruit volgen de betreurenswaardige daden die ons gemeld werden en die we bevestigd hebben: de verminking van levende personen die de soldaten van de bewaking voor dood hadden gehouden.

Onderzoekscommissie 1905, hoofdstuk ‘The Mutilations’ · vertaling Kennisatlas naar de Engelse vertaling van 1906 (vertaler niet vermeld)

De commissie bevestigt dus de verminkingen, bij levende mensen die de soldaten voor dood hadden gehouden. Maar ze schrijft dat een blanke zulke verminkingen ‘nooit als straf’ heeft opgelegd of willen opleggen (Onderzoekscommissie 1905, hoofdstuk ‘The Mutilations’). Daartegenover staan Casement, die blanke officieren noemt, en missionarissen die andere getuigenissen gaven. Plasman schrijft dat de verminkingen vooral in het Evenaarsdistrict voorkwamen en daar bevolen werden door Fiévez, die zo het verbruik van munitie door de soldaten wilde controleren (Expertenrapport Kamer 2021, p. 431). Hoe vaak verminking voorkwam en in welke streken, is niet precies bekend.

Lees het rapport van 1905 dus als wat het is: een verslag van een commissie die Leopold zelf aanstelde. Wat het bevestigt, weegt zwaar, juist omdat het van het bestuur komt. Waar het verzacht, is het partijdig. Het rapport verscheen bovendien zonder de verslagen van de getuigenverhoren (EB 1911, Congo Free State).

Hoeveel mensen stierven?

Niemand weet precies hoeveel mensen in de Kongostaat stierven; de deskundigen werken met schattingen. De bevolking nam niet alleen af door geweld, maar ook door ziektes en doordat er minder kinderen geboren werden, en de getuigen van Casement spraken over akkers die stilvielen. Daarom spreken het AfricaMuseum en het expertenrapport van een bevolkingsdeficit: het verschil tussen het aantal mensen dat er was en het aantal dat er zonder die rampen geweest zou zijn (AfricaMuseum, standpunt) (Expertenrapport Kamer 2021, p. 438).

De schattingen lopen ver uiteen:

  • Het AfricaMuseum in Tervuren schat het bevolkingsverlies in de Kongostaat op honderdduizenden; recente schattingen van Belgische en Congolese historici gaan tot enkele miljoenen (AfricaMuseum, standpunt).
  • Plasman verwijst in het expertenrapport naar demografisch onderzoek van Anatole Romaniuk en Jean-Paul Sanderson: ‘er [kunnen] onmogelijk tien miljoen mensen verdwenen zijn’. Tussen 1885 en 1930, dus ook over de eerste decennia van Belgisch-Congo, zou het bevolkingsdeficit 1 tot 5 miljoen mensen bedragen. Als oorzaken noemt hij het klimaat van terreur, dat volgens hem een deel van de bevolking trof, epidemieën, geslachtsziektes die in sommige streken tot de helft van de vrouwen onvruchtbaar maakten, en vooral, volgens Romaniuk, een dalend geboortecijfer (Expertenrapport Kamer 2021, p. 438).
  • Het getal van tien miljoen doden is vooral bekend geworden door het boek King Leopold’s Ghost (1998) van de Amerikaanse journalist Adam Hochschild. Het expertenrapport noemt het getal niet te staven (Expertenrapport Kamer 2021, p. 438 en noot 1152).

Een kleiner getal maakt het niet minder ernstig. In hetzelfde rapport wordt de antropologe Bambi Ceuppens geciteerd: ‘Zelfs indien “slechts” een half miljoen Congolezen rechtstreeks of onrechtstreeks zijn gestorven ten gevolge van geweld dat verband hield met het Leopoldiaanse bewind … kan men moeilijk beweren dat zo’n hoog dodental toevallig was’ (Expertenrapport Kamer 2021, p. 467).

Was het genocide? Plasman meent van niet: ‘Ondanks de gruwel kunnen die feiten niet als een genocide worden aangemerkt’, omdat er geen opzet was om een deel van de bevolking uit te roeien, zoals de definitie van de Verenigde Naties vereist (Expertenrapport Kamer 2021, p. 441). Een ander hoofdstuk van het rapport stelt dat die discussie kan afleiden van waar het om gaat, en dat het ‘evenmin uitgesloten’ is dat in bepaalde streken of tegen bepaalde groepen genocide gepleegd werd (Expertenrapport Kamer 2021, p. 467). Daarover zijn de deskundigen het dus niet eens.

Kindvraag

Hoeveel mensen zijn er gestorven?

Kort antwoord voor kinderen

Dat weet niemand precies; historici kunnen het alleen schatten. Mensen stierven door geweld, door honger en door ziektes, en er werden minder kinderen geboren. Historici schatten dat er daardoor honderdduizenden tot enkele miljoenen mensen minder in Congo leefden dan anders.

Nuance voor de leerkracht

Het getal van tien miljoen, dat je soms leest, vinden de deskundigen van het Belgische parlement niet te staven (Expertenrapport Kamer 2021, p. 438). Het AfricaMuseum spreekt van honderdduizenden tot enkele miljoenen (AfricaMuseum, standpunt).

Kritiek en onderzoek

De eerste grote openbare aanklacht kwam in 1890. George Washington Williams, een Afro-Amerikaanse predikant, jurist en geschiedschrijver, reisde dat jaar door de Kongostaat en schreef in Stanley Falls een open brief aan Leopold II, met genummerde aanklachten (Williams 1890, open brief):

Uit de tijd zelf

De regering van Uwe Majesteit heeft hun land in beslag genomen, hun dorpen verbrand, hun bezit gestolen, hun vrouwen en kinderen tot slaaf gemaakt en andere misdaden begaan, te talrijk om in bijzonderheden te vermelden. … Alle misdaden die in Congo begaan zijn, zijn in uw naam begaan, en u moet zich voor de rechtbank van de publieke opinie verantwoorden voor het wanbestuur over een volk wiens leven en lot u door de verheven Conferentie van Berlijn werd toevertrouwd.

Williams 1890, open brief, open brief, Stanley Falls, 18 juli 1890 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Williams vroeg om een internationale onderzoekscommissie (Williams 1890, open brief). Hij noemt zijn getuigen niet, en sommige van zijn beweringen zijn zijn weergave van wat hij hoorde. Toch is het opvallend vroeg: twee jaar vóór het rubberstelsel van 1892 op gang kwam, en vijftien jaar vóór de commissie van 1905. Ook zendelingen, zoals die van de Congo Balolo Mission, brachten al vroeg misbruiken naar buiten (Expertenrapport Kamer 2021, p. 429).

Het Britse parlement nam op 20 mei 1903 een motie aan over het bestuur van de Kongostaat. In datzelfde jaar reisde de Britse consul in Boma, Roger Casement, langs de rivieren. Zijn verslag, gedateerd 11 december 1903, verscheen in februari 1904 (EB 1911, Congo Free State) (Casement Report 1904). Leopold stelde daarop bij decreet van 23 juli 1904 een onderzoekscommissie aan van drie leden, met Edmond Janssens als voorzitter. De commissie was van 5 oktober 1904 tot 21 februari 1905 in Congo (EB 1911, Congo Free State) (Onderzoekscommissie 1905). Haar rapport, gedateerd 31 oktober 1905, bevestigde gijzelname, verminking en machtsmisbruik door de bewakers. Maar het keurde het concessiestelsel en de verplichte arbeid in beginsel goed (Onderzoekscommissie 1905) (EB 1911, Congo Free State).

In Groot-Brittannië voerden E. D. Morel en de Congo Reform Association campagne. Ook in België klonk kritiek, onder meer van Georges Lorand, pater Arthur Vermeersch, Émile Vandervelde en Stanislas Lefranc. Het expertenrapport noemt zulke critici ‘koloniale en missionaire mensenrechtenactivisten’ (Expertenrapport Kamer 2021, p. 65–90).

Zwart-wit prent van een grote slang met het gezicht van een gekroonde man die zich in kronkels rond het lichaam van een Congolese man slaat; op de achtergrond een vrouw met een kind bij een hut. Onderaan de titel 'In the Rubber Coils'.
Figuur 3. 'In the Rubber Coils', spotprent van Edward Linley Sambourne in het Britse blad Punch, 28 november 1906. Leopold II is afgebeeld als een slang. Een spotprent geeft een mening, geen verslag. Edward Linley Sambourne (Punch, 1906), via Wikimedia Commons (bestand 'Punch congo rubber cartoon.jpg') · Publiek domein (Sambourne † 1910)

Wie spreekt er in de bronnen?: geen extra leerlingdoel

Laat leerlingen bij elke bron vragen wie ze schreef, voor wie en met welk doel. Williams was een Amerikaan die zelf door het land reisde. Casement was een Britse ambtenaar; zijn getuigen spraken via tolken. De commissie van 1905 werkte in opdracht van Leopold zelf. Geen van die bronnen is ‘neutraal’, en toch bevestigen ze elkaar op belangrijke punten (gijzelname, verminking, dwang). Dat is een goede oefening in bron en bewijs: een partijdige bron kan iets bevestigen, juist als ze er geen belang bij heeft.

Van Kongostaat naar Belgische kolonie

Al in 1895 en 1901 was een overname door België ter sprake gekomen, zonder resultaat. In 1906 en 1907 werd er in België opnieuw over gedebatteerd. Op 28 november 1907 werd een verdrag van overdracht ondertekend. De Belgische Kamer keurde op 20 augustus 1908 het verdrag goed, samen met de wet die de kolonie zou besturen, en de Senaat op 9 september. Op 14 november 1908 hield de Kongostaat op te bestaan, en de volgende dag nam België de soevereiniteit over (EB 1911, Congo Free State). Vanaf dan heette het land Belgisch-Congo.

Wat veranderde er? Het gebied was nu een kolonie van de Belgische staat, niet langer de staat van de koning (EB 1911, Congo Free State). Maar volgens de historica Gillian Mathys bleef het principe dat de kolonie zichzelf moest bekostigen. In de jaren na de overname werden de harde maatregelen ‘voor even opgeborgen’, maar in het interbellum keerden ze terug: in 1922 werd de zweep voor ‘disciplinering’ opnieuw toegestaan. Dwangarbeid, verplichte teelt en belastingen bleven (Expertenrapport Kamer 2021, p. 193–196). Het expertenrapport waarschuwt dat de aandacht voor de Kongostaat het geweld van de periode na 1908 niet mag verdoezelen (Expertenrapport Kamer 2021, p. 27).

Een voorbeeld uit het jaar na de overname: Isidore Bakanja, een Congolese arbeider bij een factorij van de handelsmaatschappij SAB bij Boende, die catechese volgde. In het voorjaar van 1909 kreeg hij op bevel van de handelsagent Van Cauter 200 tot 250 slagen met de chicotte, een zweep. Een inspecteur noteerde in 1908 en 1909 bij dezelfde maatschappij ketenen, zweepslagen en moorden (Expertenrapport Kamer 2021, p. 76–78).

Belgisch-Congo en de mijnen van Katanga

Na 1908 groeide de mijnbouw sterk. Het hart ervan lag in het zuiden, in Katanga, rond Elisabethstad (nu Lubumbashi) en Kolwezi (Expertenrapport Kamer 2021, p. 186–187). Al in 1891 had Jules Cornet er kopererts vastgesteld (ULiège Réflexions, UMHK). Op 28 oktober 1906, nog onder Leopold II, werd de Union Minière du Haut-Katanga opgericht, onder meer door de Société Générale de Belgique. In 1911 werd de eerste koperstaaf geproduceerd (ULiège Réflexions, UMHK). Volgens de onderzoeker Benjamin Rubbers had de Union Minière van 1906 tot 1966 het monopolie op de mijnbouw in die streek. De provincie zelf werd bestuurd door een maatschappij met eigen gezagsrechten, het Comité Spécial du Katanga (Rubbers 2018, § 3).

De mijnen hadden veel arbeiders nodig. Het personeel groeide van 8.500 in 1919 tot 17.200 in 1929, en de maatschappij wierf mensen buiten Katanga (ULiège Réflexions, UMHK). Rubbers beschrijft hoe aannemers arbeiders van ver haalden en ze voor zes tot twaalf maanden naar Zuid-Katanga brachten. Ze woonden in kampen die als barakken gebouwd waren, met militaire tucht. Sterfte, desertie en verloop bleven begin jaren 1920 hoog; longontsteking en tyfus waren de belangrijkste doodsoorzaken. Daarna veranderde de maatschappij van aanpak: ze wilde arbeiders langer houden, met hun gezin, in kampen voor gezinnen (Rubbers 2018, § 3). Vanaf 1926 voerde de maatschappij een beleid dat de Luikse universiteit paternalistisch noemt (ULiège Réflexions, UMHK).

De winst was groot. Volgens Mathys kwam in 1951 bijna twee derde van de winst van de koloniale beleggingen, 4,4 van 6,9 miljoen dollar, van de Union Minière. In 1956 kwam 75 procent van de kobalt in de wereld uit Belgisch-Congo, en het land was de grootste producent van industriële diamant (Expertenrapport Kamer 2021, p. 186–187). De Union Minière bleef ook na de onafhankelijkheid draaien op de uitvoer van Congolese bodemrijkdommen (Expertenrapport Kamer 2021, p. 184).

Kindvraag

Wat deed de Union Minière?

Kort antwoord voor kinderen

Het was een Belgisch bedrijf dat in Katanga, in het zuiden van Congo, mijnen uitbaatte, vooral voor koper. Er werkten duizenden Congolese arbeiders, die vaak van ver gehaald werden en in kampen woonden. Het bedrijf verdiende er veel geld aan.

Paul Panda Farnana

Wie wil horen hoe een Congolees zelf over de kolonie sprak, komt bij Paul Panda Farnana. Hij werd in 1888 geboren in Nzemba, bij Moanda, in het huidige Kongo-Central, en kwam in 1895 als kind naar België (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Coosemans 1952). Hij studeerde er, als eerste Congolees met een diploma hoger onderwijs in België, werkte vanaf 1909 in de botanische tuin van Eala, vocht in 1914 als vrijwilliger bij Namen en zat daarna in Duitsland gevangen. Na de oorlog richtte hij de Union congolaise op, de eerste Congolese vereniging in België (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Coosemans 1952). Zijn levensloop staat uitgebreider in het artikel over revoluties en emancipatie.

Bidprentje met een sepiafoto in een ovaal van een jonge man met kort snorretje, jas en hoge boord, en daaronder de tekst 'Priez pour l'âme de M'fumu Paul Panda Farnana'.
Figuur 4. Bidprentje van Paul Panda Farnana (1930). Volgens het prentje werd hij geboren in 1890 en overleed hij op 13 mei 1930; het AfricaMuseum en de Biographie Coloniale Belge noemen 1888 en 12 mei. Mundaneum (fotograaf onbekend), via Wikimedia Commons (bestand 'Paul Panda Farnana 01.jpg') · Publiek domein volgens Commons; maker en sterfjaar niet vastgesteld

Hoe weinig ruimte hij had, tonen twee voorbeelden uit het expertenrapport. Op 13 december 1911 hield hij in Leuven een lezing voor een Vlaamse studentenclub, waarin hij pleitte voor de civilisabilité, de ‘beschaafbaarheid’, van de Congolezen. Een vriend schreef in januari 1912 dat zijn ‘afhankelijke en door de jaloezie van de blanken bedreigde positie’ hem belette zijn ideeën te uiten (Expertenrapport Kamer 2021, p. 75).

In 1920 sprak hij op het Nationaal Koloniaal Congres in Brussel, als enige Congolees (AfricaMuseum, Panda Farnana). Het expertenrapport citeert uit het verslag van dat congres wat hij over de scholen zei: ‘Au Congo Belge, l’autochtone peut dire, pour ce qui concerne les écoles officielles: “Nous sommes aujourd’hui ce que nous étions hier!”’ In Belgisch-Congo kan de inheemse bevolking over de officiële scholen zeggen: ‘Wij zijn vandaag wat we gisteren waren!’ Voor een bevolking van tien miljoen mensen, in een gebied tachtig keer zo groot als België, telde hij maar zeven officiële scholen (Expertenrapport Kamer 2021, p. 54). De tien miljoen is zijn eigen schatting van toen, geen telling. Volgens het AfricaMuseum eiste de Union congolaise meer inspraak voor Congolezen in het bestuur, minder dwangarbeid, beter onderwijs en erkenning voor de Congolese oorlogsveteranen (AfricaMuseum, Panda Farnana). In 1929 keerde hij terug naar zijn geboortedorp, waar hij een school en een kapel stichtte. Hij stierf er op 12 mei 1930 (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Coosemans 1952).

Twee blikken op één man: geen extra leerlingdoel

De koloniale Biographie Coloniale Belge van 1952 beschrijft Panda Farnana vooral als iemand die gehecht was aan België: zijn studies, zijn werk in Eala, de verdediging van Namen en zijn voorstel uit 1923 voor een jaarlijks eerbetoon aan de onbekende Congolese soldaat. Over zijn kritiek zwijgt ze (Coosemans 1952). Het AfricaMuseum en het expertenrapport tonen ook de man die rechten eiste (AfricaMuseum, Panda Farnana) (Expertenrapport Kamer 2021, p. 54). Vergelijk ze met leerlingen. En laat hem niet voor ‘de Congolezen’ spreken: hij was één man met een uitzonderlijke opleiding, die grotendeels in België leefde.

Onafhankelijkheid en herinnering

Op 30 juni 1960 werd Congo onafhankelijk. Na de toespraak van koning Boudewijn in Leopoldstad (nu Kinshasa) nam Patrice Lumumba, de eerste premier, het woord. Volgens M’Bokolo ‘deed hij een boekje open’ over de uitbuiting sinds 1885 (Expertenrapport Kamer 2021, p. 41–42). Hij sprak over de strijd voor de onafhankelijkheid:

Uit de tijd zelf

We zijn trots op die strijd, van tranen, van vuur en van bloed, tot in het diepst van ons wezen … [die] onmisbaar was om een einde te maken aan de vernederende slavernij die ons met geweld werd opgelegd.

Lumumba 1960, toespraak van 30 juni 1960 · vertaling Kennisatlas naar een Engelse weergave (vertaler niet vermeld)

Van die toespraak bestaan verschillende versies. Zinnen die je online soms leest, staan niet in elke tekst; citeer alleen uit een versie die je kunt nagaan (Lumumba 1960).

Zwart-witfoto van twee mannen met bril aan een tafel: links Patrice Lumumba in pak met strikje, die naar een open map kijkt met een pen in de hand; rechts een oudere man in pak met das, die met opgeheven hand iets zegt.
Figuur 5. Patrice Lumumba (links) naast de Belgische premier Gaston Eyskens, 30 juni 1960. Persfoto van Congopresse; volgens de beschrijving op Wikimedia Commons ondertekent Lumumba hier het document van de onafhankelijkheid. Congopresse (fotograaf onbekend), 1960, via Wikimedia Commons (bestand 'Patrice Lumumba signs the document granting independence to the Congo next to Belgian Prime Minister Gaston Eyskens.jpg') · Commons: Public domain; fotograaf onbekend, dus geen sterfjaar vast te stellen (foto uit 1960)

Met de onafhankelijkheid was niet alles geregeld. Volgens Sarah Van Beurden en Gillian Mathys vielen onafhankelijkheid en dekolonisatie niet samen: er volgden opstanden, zoals die van Mulele, bekend als ‘de tweede onafhankelijkheid’, en een geschil tussen België en Congo over bezit en schulden (Expertenrapport Kamer 2021, p. 341). De Union Minière werd op 1 januari 1967 door de Congolese staat genationaliseerd (ULiège Réflexions, UMHK).

Vandaag wordt in België nog over die geschiedenis gesproken. Op 30 juni 2020, zestig jaar na de onafhankelijkheid, schreef koning Filip aan de Congolese president Tshisekedi: ‘Ten tijde van Congo-Vrijstaat werden geweld- en gruweldaden gepleegd die op ons collectieve geheugen blijven wegen.’ Hij betuigde zijn ‘diepste spijt’, maar bood geen excuses aan (VRT 2020, brief koning). Een bijzondere commissie van de Kamer liet deskundigen een rapport schrijven, dat op 26 oktober 2021 klaar was (Expertenrapport Kamer 2021). Op 19 december 2022 bereikte de commissie geen akkoord over haar aanbevelingen, en er kwamen ‘(voorlopig) geen excuses’ (VRT 2022, Kamercommissie).

Kindvraag

Waarom praten we daar nu nog over?

Kort antwoord voor kinderen

Omdat wat toen gebeurde nog altijd belangrijk is voor veel mensen in Congo en in België. In 2020 schreef de Belgische koning aan de president van Congo dat hij het ‘diepste spijt’ had. Het Belgische parlement liet onderzoeken wat er in de kolonie gebeurd was.

Nuance voor de leerkracht

De koning bood geen excuses aan, en de Kamercommissie raakte het in 2022 niet eens over haar aanbevelingen (VRT 2020, brief koning) (VRT 2022, Kamercommissie).

Wat we weten en wat onzeker is

  • Goed gedocumenteerd: de Conferentie van Berlijn en de artikels van haar slotakte; dat de Kongostaat van 1885 tot 1908 een aparte staat was met Leopold II in persoon als vorst; de overname door België in 1908; de oprichting van de Union Minière in 1906. Ook de gijzelname, de dwangarbeid voor rubber en de verminkingen zijn bevestigd, door bronnen die van verschillende kanten komen: een Amerikaanse reiziger, een Britse consul en een commissie van Leopold zelf.
  • Onzeker of omstreden: hoeveel mensen stierven. De schattingen gaan van honderdduizenden tot enkele miljoenen; het getal van tien miljoen vinden de deskundigen van de Kamer niet te staven. Of het geweld als genocide kan gelden, daarover zijn ook die deskundigen het niet eens. Hoe vaak verminkingen voorkwamen, en wie ze beval, verschilt per streek en per bron.
  • Verschillen in de bronnen: over de precieze jaartallen van de decreten die het rubberstelsel mogelijk maakten, verschillen de Encyclopaedia Britannica van 1911 en het expertenrapport; wij volgen de eerste. Over Panda Farnana’s geboortejaar en sterfdag zijn er kleine verschillen tussen een bidprentje uit 1930 en de biografieën.
  • Voorzichtig mee omgaan: de stemmen van Congolezen uit de tijd van de Kongostaat kennen we vooral via anderen: een consul met tolken, een commissie van het bestuur, missionarissen. De woorden van Leopold II en Panda Farnana citeren we zoals het expertenrapport ze overneemt. Het rapport van 1905 bevestigt veel, maar verzacht de rol van de Europeanen.
  • Niet in dit artikel: de Eerste Wereldoorlog in Congo, Simon Kimbangu, en de Congolese geschiedschrijving over deze periode. Die horen bij andere artikels of een latere uitbreiding.

Kaarten

  • Gekleurde kaart van Centraal-Afrika met de Onafhankelijke Kongostaat in het midden, omringd door Frans Congo, Angola, Duits en Brits Oost-Afrika; dertien genummerde districten, stations en missieposten; links onderaan een inzetkaart van Beneden-Congo.

    Carte de l'État indépendant du Congo et de l'Afrique centrale · Jean du Fief (1829-1908), secrétaire général de la Société royale belge de géographie, 1892

    De Onafhankelijke Kongostaat op een Belgische kaart van 1892, gemaakt door de secretaris-generaal van de Société royale belge de géographie. De staat is opgedeeld in dertien districten; de kaart toont stations van de staat en katholieke en protestantse missies.

    Hoofdkaart 'waar lag de Onafhankelijke Kongostaat' (nu DR Congo). Een kaart door de bouwers van de staat zelf: ze toont wat zij wilden laten zien (stations, districten, missies), niet de dorpen of volkeren. Vergelijk met de kaart van 1911 voor Belgisch-Congo.

    Grote versie · Bekijk bij de bron · Publiek domein (Commons: Public domain; maker Du Fief † 1908, dus meer dan 70 jaar) · Bibliothèque nationale de France, Département Cartes et plans (via Gallica en Wikimedia Commons, bestand btv1b7759082m)

  • Kaart van Belgisch-Congo in 1911 met een groene grens, de districten Equateur, Lac Léopold II, Kasai, Katanga, Stanleyville en andere, rivieren, spoorwegen en lijsten van posten en missies in de kantlijn; rechtsboven een kleine kaart van België op dezelfde schaal.

    Carte du Congo belge 1911 · Institut cartographique militaire (Brussel), 1911

    Belgisch-Congo op een kaart van het Brusselse Institut cartographique militaire, 1911, drie jaar na de overname. Rechtsboven staat een kaartje van België op dezelfde schaal.

    Tweede kaart voor het hoofdstuk over 1908 en Belgisch-Congo: hetzelfde gebied als in 1892, nu als Belgisch-Congo. De inzetkaart van België maakt het groottepunt zichtbaar zonder dat er een getal genoemd moet worden. Een Belgische staatskaart: ze toont posten, missies en districten, niet de bevolking.

    Grote versie · Bekijk bij de bron · Publiek domein (Commons: Public domain; uitgave van een staatsinstelling, 1911; individuele maker niet genoemd) · Bibliothèque nationale de France, Département Cartes et plans (via Gallica en Wikimedia Commons, bestand btv1b532581388)

Verbanden

  • Begrip ImperialismeDe Conferentie van Berlijn, de erkenning van Leopolds staat en het begrip imperialisme zijn daar uitgelegd; hier gaat het om wat dat in Congo betekende.
  • Voorgeschiedenis Het Kongo-koninkrijkHet koninkrijk Kongo aan de monding van de Kongostroom, eeuwen vóór de Kongostaat, met de slavenhandel en de brieven van Afonso I.
  • Begrip Slavernij en slaafgemaaktenDe Akte van Berlijn verbood de slavenhandel in het Congobekken, terwijl het rubberstelsel op dwangarbeid steunde.
  • Gelijktijdig Revoluties, grondwetten en emancipatiePaul Panda Farnana en de Union congolaise, en de strijd voor gelijke rechten in België in dezelfde jaren.
  • Begrip PerspectiefBijna alle bronnen over de Kongostaat komen van Europeanen; de stemmen van Congolezen komen via consuls, commissies en missionarissen tot ons.
  • Verwijst hierheen De Eerste WereldoorlogGelijktijdig vanuit dat artikel: Na de oorlog krijgt België een mandaat over Ruanda-Urundi.
  • Verwijst hierheen Erfgoed en herinneringVerdieping vanuit dat artikel: De geschiedenis achter de discussie over standbeelden en straatnamen van Leopold II.
  • Verwijst hierheen ImperialismeVerdieping vanuit dat artikel: De Conferentie van Berlijn en de Onafhankelijke Kongostaat.
  • Verwijst hierheen Hedendaagse tijdVerdieping vanuit dat artikel: Het artikel eindigt met de onafhankelijkheid van Congo in 1960 en de herinnering.
  • Verwijst hierheen Moderne tijdVerdieping vanuit dat artikel: De Conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke Kongostaat van Leopold II, het rubberstelsel en Belgisch-Congo.
  • Verwijst hierheen PerspectiefVerdieping vanuit dat artikel: Drie rapporten over de Kongostaat en twee blikken op Paul Panda Farnana.
  • Verwijst hierheen Revoluties, grondwetten en emancipatieVerdieping vanuit dat artikel: De Onafhankelijke Kongostaat en Belgisch-Congo, waarin Panda Farnana werkte en waartegen hij zijn eisen richtte.
  • Verwijst hierheen Rivaliteit en samenwerking na 1945Gelijktijdig vanuit dat artikel: Toen het EEG-verdrag in 1957 de ‘landen overzee’ noemde, was Congo nog een Belgische kolonie.

Bronnen en verdieping

Historische bronnen

  1. Afgevaardigden van de veertien ondertekenende staten, South African History Online (uitgever van de webtekst) (1885). General Act of the Berlin Conference on West Africa, 26 February 1885 (Engelse tekst).Engelse tekst, vertaler niet vermeld; art. 1, 4, 5, 6 en 9. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Thomas F. Bayard (Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken), President Grover Cleveland (1885). Papers relating to the Foreign Relations of the United States 1885, document 38: brieven van 11 september 1885 over de erkenning van de Onafhankelijke Staat Congo.Amerikaanse erkenning, 11 september 1885. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. George Washington Williams (1890). An Open Letter to His Serene Majesty Leopold II, King of the Belgians and Sovereign of the Independent State of Congo (Stanley Falls, 18 juli 1890).Transcriptie op Wikisource, niet vergeleken met de oorspronkelijke druk. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  4. Roger Casement (Brits consul), Britse regering (Command Paper Cd. 1933) (1904 (verslag van Casement gedateerd 11 december 1903)). Correspondence and Report from His Majesty's Consul at Boma Respecting the Administration of the Independent State of the Congo (Africa No. 1, 1904; Casement Report).Verslag van 11 december 1903 (Lulonga, Mantumbameer) en Inclosure 1 in No. 3. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. Edmond Janssens (voorzitter), Giacomo Nisco, E. de Schumacher, (onderzoekscommissie ingesteld door Leopold II bij decreet van 23 juli 1904) (1905 (Frans origineel in Bulletin officiel de l'État indépendant du Congo, sept.-okt. 1905; Engelse vertaling 1906)). The Congo: a report of the Commission of enquiry appointed by the Congo Free State government (Engelse vertaling, New York 1906). G. P. Putnam's Sons, New York en Londen.Engelse vertaling van 1906, vertaler niet vermeld; hoofdstukken over de prestaties, de verminkingen en de concessies. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Patrice Lumumba (1960). Patrice Lumumba, toespraak bij de onafhankelijkheid van Congo, 30 juni 1960 (Engelse tekst).Engelse webtekst, vertaler niet vermeld; alleen korte citaten. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Geraadpleegde literatuur

  1. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Alleen om te tonen welke woorden het leerplan gebruikt; niet als historische bron. (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens
  2. Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.Minimumdoel voor de moderne tijd (6de leerjaar): imperialisme, veranderende grenzen, conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke Kongostaat, Union Minière du Haut-Katanga, Paul Panda Farnana. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. Politisches Archiv des Auswärtigen Amts (Federal Foreign Office, Duitsland) (2026). General Act of the Berlin West Africa Conference, 26 February 1885.Instellingsbron over de Conferentie van Berlijn: veertien deelnemende staten, geen Afrikaanse vertegenwoordigers, geen grenzen getrokken maar een kader (effectieve bezetting, art. 34 en 35), verbod op slavenhandel in het Congobekken, Congo-Vrijstaat als zijafspraak. Corrigeert de misvatting dat in Berlijn Afrika werd 'opgedeeld' met een liniaal. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Encyclopaedia Britannica, 11e uitgave (auteur niet op de geopende pagina gecontroleerd) (1911). Congo Free State (Encyclopaedia Britannica, 11e uitgave).Tijdgenoot (1911): decreten van 1885, 1891 en 1892, domeinen en concessies, leningen, de Britse kritiek, de commissie van 1904–1905 en de overname door België in 1908. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. Sarah Van Beurden, Gillian Mathys, Elikia M'Bokolo, Mathieu Zana Etambala, Pierre-Luc Plasman, (e.a.; deskundigen van de Bijzondere Commissie) (2021). Verslag van de deskundigen, Bijzondere Commissie belast met het onderzoek over Congo-Vrijstaat (1885-1908) en het Belgisch koloniaal verleden in Congo (1908-1960), Rwanda en Burundi (1919-1962) (DOC 55 1462/003, 26 oktober 2021).p. 20, 27, 41–61 (M’Bokolo), 54 en 75–78 (Zana Etambala), 100–101 (Leopold II via Dumont 1948), 183–196 (Mathys), 341 (Van Beurden en Mathys), 417 en 428–441 (Plasman), 467. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. AfricaMuseum (Koninklijk Museum voor Midden-Afrika), Tervuren. The viewpoints of the museum.Instellingsstandpunt: Leopold II gebruikte Congo als 'capitalist colony'; de uitbating van rubber en ivoor ging 'accompanied by excessive violence'; verovering, strafexpedities en gedwongen arbeid hoorden bij de oorzaken van grote sterfte; het bevolkingstekort 'runs into the hundreds of thousands' en kan volgens recente schattingen van Belgische en Congolese historici enkele miljoenen bedragen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  7. Université de Liège, Réflexions (2020s). Union Minière du Haut-Katanga (Glossaire, Réflexions).Instellingsbron: kopererts in Katanga door Jules Cornet vastgesteld in 1891; Union Minière du Haut-Katanga opgericht op 28 oktober 1906 door o.a. de Société Générale de Belgique; eerste koperstaaf 1911; personeel van 8 500 (1919) naar 17 200 (1929); werving buiten Katanga; paternalistisch beleid vanaf 1926; nationalisatie 1 januari 1967 (Gécomin, later Gécamines). (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  8. Benjamin Rubbers (2018). Mining towns, enclaves and spaces: A genealogy of worker camps in the Congolese copperbelt. doi:10.1016/j.geoforum.2018.10.005.§ 1 en § 3 (de eerste kampen, 1906–1923). (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  9. AfricaMuseum (Koninklijk Museum voor Midden-Afrika), Tervuren (2022). Paul Panda Farnana, a Congolese nationalist and pan-Africanist (AfricaMuseum).Museum: geboren 1888 in Nzemba; in 1895 door Jules Derscheid naar België gebracht; diploma Vilvoorde 1907 (eerste Congolees met een hogere diploma in België); 1909 terug naar Congo; 1914 vrijwilliger, krijgsgevangen te Namen, in Duitsland tot het einde van de oorlog; 1919 eerste Pan-Afrikaans congres; Union congolaise; 18-20 september 1920 eerste Nationaal Koloniaal Congres; 1921 tweede Pan-Afrikaans congres; 1929 terug naar Nzemba; overleden 12 mei 1930 'of poisoning'. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  10. M. Coosemans (1952). Panda Farnana (M'Fumu Paul), in: Biographie Coloniale Belge, deel III, 1952, kol. 668-669 (M. Coosemans).Koloniaal lemma uit 1952; zwijgt over zijn kritiek. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  11. Belga (VRT NWS) (2020). Koning Filip betuigt 'diepste spijt' voor Belgische wandaden in Congo (30 juni 2020).Nieuwsbron die de brief van koning Filip aan president Tshisekedi (30 juni 2020) citeert: 'Ten tijde van Congo-Vrijstaat werden geweld- en gruweldaden gepleegd die op ons collectieve geheugen blijven wegen' en 'Gedurende de daaropvolgende koloniale periode werd eveneens leed veroorzaakt en zijn vernederingen toegebracht'; 'diepste spijt', geen excuses. De brief zelf (royal.be) is niet geopend. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  12. VRT NWS (2022). Kamercommissie Belgisch koloniaal verleden draait uit op een sis (19 december 2022).Nieuwsbron: de bijzondere Kamercommissie bereikte op 19 december 2022 geen akkoord over de aanbevelingen en excuses (artikel 69); er komen '(voorlopig) geen excuses van België aan Congo, Burundi en Rwanda'. Nodig om te zeggen dat het expertenrapport (2021) niet door het parlement is overgenomen. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Verder lezen en kijken

  1. John A. Hobson (1902). Imperialism: A Study (1e uitgave).Uitgewerkt in het begripsartikel over imperialisme. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Leigh Gardner (2023). Slavery, Coercion, and Economic Development in Sub-Saharan Africa.Dwangarbeid in koloniaal Afrika; zie het begripsartikel over slavernij. (beschikbaarheid onbekend, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Doelen

Op.stap

  • 5.1.GL5.13 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, Paul Panda Farnana.Het begrip emancipatie en de volledige levensloop van Panda Farnana (krijgsgevangenschap, Pan-Afrikaans congres van 1921) staan in het artikel over revoluties en emancipatie. Zijn woorden van 1920 zijn alleen via het expertenrapport aangehaald, niet uit het verslag van het congres zelf. Verder in: Revoluties, grondwetten en emancipatie.
  • 5.1.GL5.21 5de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: imperialisme, conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke Kongostaat, Union Minière du Haut-Katanga.Het begrip imperialisme zelf wordt in het begripsartikel uitgelegd; hier alleen wat Leopold II ermee deed. De oorlog tegen de ‘Arabo-Swahili’ wordt alleen genoemd, zonder verloop of rechtvaardiging. Waarvoor rubber in Europa en Amerika gebruikt werd, staat er niet in. De woorden van Leopold II (1876) en van Panda Farnana (1920) zijn alleen tweedehands, via het expertenrapport, aangehaald. De Eerste Wereldoorlog in Congo, Simon Kimbangu en de Congolese geschiedschrijving komen niet aan bod. De Union Minière wordt behandeld tot de nationalisatie in 1967, zonder de arbeidsomstandigheden na de jaren 1920. Verder in: Imperialisme, Slavernij en slaafgemaakten, De Eerste Wereldoorlog.

Minimumdoelen

  • 5.1.2 zesde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten.Veranderende grenzen komen alleen aan bod als verandering van bestuur (staat van Leopold II, dan Belgische kolonie) en als de afbakening van het Congobekken in de Akte van Berlijn, niet met kaarten van de grenzen zelf. De industriële en agrarische revolutie, grondwetten, emancipatie en de Eerste Wereldoorlog staan in andere artikels. Verder in: Imperialisme, Revoluties, grondwetten en emancipatie, De industriële revolutie, De Eerste Wereldoorlog.

Over dit artikel

Geschreven
4 november 2026
Laatst gewijzigd
4 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie