Vrouwenemancipatie en burgerrechten

Van de eerste vrouwen in de gemeenteraad tot het huwelijk voor twee mannen of twee vrouwen, van een busrit in Montgomery tot de mijnwerkers uit Italië, Marokko en Turkije.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

Dit artikel speelt zich af in de hedendaagse tijd, tussen 1919 en 2006. Het speelt zich vooral af in België, met één uitstap naar de Verenigde Staten. In die tijd veranderde voor veel mensen wat ze mochten. Vrouwen kregen stemrecht, eerst voor de gemeenteraad en pas na de Tweede Wereldoorlog voor het parlement. Getrouwde vrouwen hoefden hun man niet langer om toestemming te vragen om te werken of een document te tekenen. Arbeidsters legden het werk neer voor gelijk loon. In de Amerikaanse stad Montgomery weigerde Rosa Parks in 1955 op te staan voor een witte passagier, en zwarte inwoners lieten een jaar lang de bus staan. België haalde na 1945 arbeiders uit Italië, Spanje, Griekenland, Marokko en Turkije naar de mijnen en fabrieken. In 2003 werd het huwelijk opengesteld voor twee mannen of twee vrouwen.

Twee woorden houden dat samen: vrouwenemancipatie en burgerrechten. Ze worden hieronder eerst kort uitgelegd. Daarna volgt elk onderwerp met de teksten uit die tijd zelf: wetten, een politierapport, een rechterlijke uitspraak en een parlementair stuk.

Wat is vrouwenemancipatie?

Het leerplan gebruikt het woord vrouwenemancipatie zowel bij het stemrecht voor vrouwen als bij de pil (KOV Op.stap 1.3). Emancipatie betekent dat een groep die minder rechten heeft dan anderen, dezelfde rechten opeist en ze stap voor stap krijgt. Bij vrouwenemancipatie is die groep de vrouwen. Het begrip zelf wordt uitgelegd in het artikel over emancipatie.

Waar begonnen vrouwen in de twintigste eeuw? Het Burgerlijk Wetboek van 1804 bleef in België gelden. De gehuwde vrouw stond daarin onder het gezag van haar man en werd juridisch behandeld als een ‘eeuwige minderjarige’. Pas een wet van 30 april 1958 hief dat gezag op (Kamer DOC 51 1908/001, toelichting, blz. 2–3). Hoe dat wetboek ontstond, en hoe Emilie Claeys en andere vrouwen in de negentiende eeuw al gelijke rechten eisten, staat in het artikel Revoluties, grondwetten en emancipatie.

Vrouwenemancipatie ging dus over twee dingen tegelijk. Het ging over de politiek: mogen stemmen en verkozen worden. En het ging over het dagelijks leven: werken, een eigen loon, trouwen, en zelf beslissen over kinderen krijgen. De hoofdstukken hieronder volgen die twee kanten.

Kindvraag

Wat betekent vrouwenemancipatie?

Kort antwoord voor kinderen

Dat vrouwen dezelfde rechten opeisen als mannen en ze stap voor stap krijgen. Bijvoorbeeld het recht om te stemmen, om te werken zonder toestemming van hun man, of om evenveel te verdienen voor hetzelfde werk.

Wat zijn burgerrechten?

Ook burgerrechten is een woord uit het leerplan, en het staat er bij drie heel verschillende voorbeelden: het homohuwelijk, Rosa Parks en de gastarbeiders (KOV Op.stap 1.3). In dit artikel bedoelen we ermee de rechten die je hebt als burger van een land: gelijk behandeld worden door de wet en de overheid, stemmen, trouwen, werken, in een bus of een restaurant binnen mogen zoals ieder ander. Bij burgerrechten gaat het telkens om een groep die zulke rechten niet of niet volledig had, en om de vraag of de wet voor iedereen dezelfde is.

Het woord komt letterlijk terug in de naam van een Amerikaanse wet uit 1964, de Civil Rights Act, de ‘wet op de burgerrechten’. Die wet verbood onder meer dat restaurants, hotels en theaters mensen weigerden of scheidden op grond van ras, huidskleur, godsdienst of nationale herkomst (Civil Rights Act 1964). Ze komt verderop terug, bij Rosa Parks.

Kort na de Tweede Wereldoorlog legden de Verenigde Naties in één tekst vast welke rechten voor alle mensen zouden moeten gelden. Op 10 december 1948 aanvaardde de Algemene Vergadering in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Acht staten onthielden zich, geen enkele stemde tegen (UVRM 1948). Het eerste artikel luidt:

Uit de tijd zelf

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.

All human beings are born free and equal in dignity and rights.

UVRM 1948, art. 1 (10 december 1948) · vertaling Kennisatlas uit het Engels
Zwart-witfoto van een oudere vrouw met kort krullend haar en een parelketting, die een grote gedrukte affiche vasthoudt waarop in grote letters The Universal Declaration of Human Rights staat, met het embleem van de Verenigde Naties bovenaan.
Figuur 1. Eleanor Roosevelt met een affiche van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in het Engels, Lake Success (New York), november 1949. De Verklaring zelf werd op 10 december 1948 aanvaard. Foto: FDR Presidential Library & Museum, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · CC BY 2.0 (volgens Commons en de Flickr-bron)

Hoe het leerplan de onderwerpen indeelt: geen extra leerlingdoel

Het leerplan zet het homohuwelijk, Rosa Parks en de gastarbeiders samen onder ‘burgerrechten’, en de pil en het stemrecht voor vrouwen onder ‘vrouwenemancipatie’ (KOV Op.stap 1.3). Dat is een keuze van het leerplan, geen historische vaststelling. In de hoofdstukken hieronder spreekt elk voorbeeld voor zich. Een definitie van burgerrechten uit een vakbron is voor dit artikel niet gevonden; de omschrijving hierboven is een werkomschrijving. Een kleine aanvulling bij de Verklaring van 1948: volgens de Verenigde Naties wordt Hansa Mehta gezien als degene die ervoor zorgde dat de tekst niet ‘all men’ (alle mannen) maar ‘all human beings’ (alle mensen) zegt (UVRM 1948).

Kindvraag

Wat zijn burgerrechten?

Kort antwoord voor kinderen

De rechten die je hebt als inwoner van een land: dat de wet je op dezelfde manier behandelt als anderen, dat je mag stemmen, trouwen en werken, en dat je overal binnen mag zoals ieder ander. Lang niet iedereen had die rechten altijd. Mensen hebben ervoor moeten opkomen.

Stemrecht voor vrouwen

Het stemrecht voor vrouwen kwam in België niet in één keer. Historici Nathalie Botteldoorn en Leen Van Molle spreken van een ‘drietrapssysteem’: ‘van volledige uitsluiting door de kieswetgeving van 1831, over actief en passief gemeentelijk kiesrecht in 1920-21, tot provinciaal en parlementair kiesrecht vanaf 1948’ (Botteldoorn en Van Molle, inleiding). Actief kiesrecht is het recht om te stemmen, passief kiesrecht het recht om zelf verkozen te worden.

Opvallend is dat de Grondwet van 1831 nergens zei dat alleen mannen mochten stemmen. Volgens de Senaat werden vrouwen er nooit uitdrukkelijk van uitgesloten (Senaat, stemrecht V). De uitsluiting kwam uit de kieswetten (Botteldoorn en Van Molle, inleiding). Hoe het stemrecht voor mannen tot 1919 groeide, van het cijnskiesrecht tot ‘één man, één stem’, staat in het artikel Revoluties, grondwetten en emancipatie.

Een kleine groep in 1919

Een wet van 9 mei 1919 gaf voor de parlementsverkiezingen van dat jaar eenmalig stemrecht aan een kleine groep vrouwen: niet-hertrouwde weduwen en moeders van gesneuvelde soldaten, en een heel beperkt aantal vrouwen uit het verzet of uit gevangenschap (Senaat, BS 1919). Het ging om ongeveer 12.000 vrouwen op 1.760.000 kiezers. De weduwen en moeders brachten volgens de Senaat eigenlijk de stem uit van een gestorven man of zoon; alleen de vrouwen die zelf gevangen hadden gezeten, stemden in eigen naam (Senaat, stemrecht V).

De gemeenteraad in 1920 en 1921

De wet van 15 april 1920 gaf stemrecht voor de gemeenteraad aan alle Belgische vrouwen vanaf 21 jaar die zes maanden in de gemeente woonden. Prostituees en vrouwen die voor overspel veroordeeld waren, bleven uitgesloten. Een wet van 19 februari 1921 maakte vrouwen ook verkiesbaar voor de gemeenteraad. Op 24 april 1921 waren de gemeenteraadsverkiezingen, de eerste waarbij vrouwen in heel België mochten stemmen. Een wet van 27 augustus 1921 liet verkozen vrouwen ook burgemeester of schepen worden, maar een gehuwde vrouw had daarvoor de toestemming van haar man nodig (Botteldoorn en Van Molle, noten 5–7).

Mogen stemmen is nog iets anders dan verkozen worden. In 1921 werden in België 196 vrouwen verkozen, ongeveer 0,85 procent van alle gemeenteraadsleden (Botteldoorn en Van Molle, noten 14 en 16). Er was een gedachte dat het gemeentelijke stemrecht een ‘leerschool’ zou zijn, een oefening voor later. Botteldoorn en Van Molle stellen vast dat dat niet uit de cijfers blijkt: in hun onderzoek naar de Oost-Vlaamse gemeenteraden steeg het aandeel vrouwelijke kandidaten en verkozenen tussen 1920 en 1940 nauwelijks (Botteldoorn en Van Molle, inleiding en deel III).

Toch zaten er al vrouwen in het parlement voordat vrouwen voor het parlement mochten stemmen. Marie Spaak-Janson werd in 1921 senator. Ze werd gecoöpteerd: niet door de kiezers verkozen, maar door de senatoren zelf aangeduid. Lucie Dejardin werd in 1929 volksvertegenwoordiger. Allebei zetelden ze in een parlement waarvoor ze zelf niet mochten stemmen (Senaat, stemrecht V).

Zwart-witportret van een vrouw met kort donker, golvend haar en een witte kraag op een donkere jurk, die opzij kijkt. Op de rand van de glasplaat staan nummers.
Figuur 2. Lucie Dejardin (1875-1945) op een persfoto van mei 1929, het jaar waarin ze volksvertegenwoordiger werd. Foto: Reportage belge, Agence Rol. Foto: Reportage belge (Agence Rol), Bibliothèque nationale de France (Gallica), via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · Publiek domein volgens Commons en de BnF-vermelding; sterfjaar van de fotograaf niet na te gaan

Het parlement in 1948 en 1949

Na de bevrijding stelde de regering het vrouwenstemrecht voor het parlement uit, ‘officieel omdat het onmogelijk is binnen korte tijd nieuwe kiezerslijsten op te stellen’, zoals de Senaat schrijft. De wet die alle vrouwen algemeen enkelvoudig stemrecht gaf, werd op 27 maart 1948 goedgekeurd. De eerste parlementsverkiezingen waaraan vrouwen konden deelnemen, vonden plaats op 26 juni 1949. Het aantal kiezers steeg daardoor van 28 naar 58 procent van de bevolking (Senaat, stemrecht V).

In hetzelfde jaar 1948 schreven de Verenigde Naties in hun Universele Verklaring dat de wil van het volk moet blijken uit verkiezingen met algemeen en gelijk stemrecht:

Uit de tijd zelf

… in periodieke en echte verkiezingen, met algemeen en gelijk stemrecht …

… in periodic and genuine elections which shall be by universal and equal suffrage …

UVRM 1948, art. 21 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Dat de twee teksten in hetzelfde jaar vallen, betekent niet dat de ene de andere veroorzaakte. De bronnen van dit artikel leggen dat verband niet. Ze tonen wel dat het idee ‘iedereen een stem’ in die jaren op verschillende plaatsen tegelijk werd uitgesproken.

Waarom duurde het in België zo lang? De Senaat wijst op partijbelangen. Katholieke politici steunden het vrouwenstemrecht omdat ze verwachtten dat vrouwen vooral katholiek zouden stemmen. Socialisten en liberalen verzetten zich om dezelfde reden. De Senaat haalt Vandervelde aan, die in 1920 over de vrouwen sprak van ‘hun onverschilligheid, hun gemis aan ontwikkeling en hun overwegend klerikaal conservatisme’ (Senaat, stemrecht V). Dat is de lezing van de Senaat; ze toont vooral hoe politici toen over vrouwen dachten, niet hoe vrouwen zelf waren.

Kindvraag

Waarom mochten vrouwen zo lang niet stemmen?

Kort antwoord voor kinderen

Omdat de politici die de wetten maakten, het lang tegenhielden. Sommige partijen waren bang dat vrouwen voor een andere partij zouden stemmen. Het lag dus niet aan de vrouwen zelf. Voor de gemeenteraad mochten alle vrouwen stemmen vanaf 1921, voor het parlement pas vanaf 1949.

Werk, loon en huwelijk

Stemrecht was maar één kant. Vrouwen mochten in 1921 voor de gemeenteraad stemmen, maar advocaat worden mochten ze nog niet. In 1888 mocht Marie Popelin, die rechten had gestudeerd, de eed van advocaat niet afleggen omdat ze een vrouw was. De Senaat schrijft: ‘34 jaar later … krijgen Belgische vrouwen eindelijk bij wet de mogelijkheid om advocaat te worden, mits toestemming van hun echtgenoot.’ Dat gebeurde met de wet van 1922 (Senaat, BS 1922 (balie)).

Die woorden ‘mits toestemming van hun echtgenoot’ komen in de wetten van die jaren meermaals terug. Ze verdwenen pas met de wet van 30 april 1958 over de rechten en plichten van echtgenoten. De Senaat vat ze zo samen: ‘De getrouwde vrouw is niet langer gelijkgesteld aan een minderjarige. Ze kan buitenshuis werken, documenten tekenen, een operatie ondergaan … zonder toestemming van haar man.’ (Senaat, BS 1958) Volledige gelijkheid tussen man en vrouw in het huwelijk kwam er met de wet van 14 juli 1976. Die regelde wat volgens de Senaat ‘de laatste ongelijkheid tussen echtgenoten’ was: het huwelijksvermogen, dus wie wat bezit en beheert (Senaat, BS 1976).

De ‘Staatsblad-kaarten’ van de Senaat: geen extra leerlingdoel

Voor veel wetten in dit artikel steunen we op een reeks korte toelichtingen die de Senaat maakte voor een tentoonstelling over Marie Janson. Ze geven per wet de datum en de kern, maar het zijn moderne samenvattingen, geen wetteksten. Op één punt spreken ze andere bronnen tegen: de kaart over de wet van 1920 noemt ook provinciaal stemrecht, terwijl de Senaat zelf in een andere publicatie en het onderzoek van Botteldoorn en Van Molle het provinciale stemrecht voor vrouwen in 1948 plaatsen. Dit artikel volgt die laatste twee.

De staking bij FN in Herstal

Gelijke rechten op papier betekenden nog geen gelijk loon. ‘Vanaf 16 februari 1966 legden meer dan 3000 arbeidsters van de Fabrique nationale d’armes de guerre in Herstal het werk neer’, schrijft de historica Leen Van Molle. Ze eisten gelijk loon voor gelijk werk, zoals artikel 119 van het Verdrag van Rome uit 1957 voorschreef. De staking duurde drie volle maanden en maakte ook ruim 5000 mannen werkloos. Op het einde kregen de staaksters ‘principieel gelijk’ (Van Molle 2004, blz. 359–360).

In Franstalig België wordt de staking gezien als het ‘élément déclencheur’, het startschot, van een nieuwe golf van de vrouwenbeweging. Het actiecomité ‘À travail égal, salaire égal’ (gelijk loon voor gelijk werk) bleef tot 1978 actief (Van Molle 2004, blz. 359–360).

Kindvraag

Waarom staakten de vrouwen bij FN?

Kort antwoord voor kinderen

Omdat ze minder betaald kregen dan mannen voor hetzelfde werk. Meer dan 3000 arbeidsters legden in 1966 het werk neer. Na drie maanden kregen ze in principe gelijk.

De pil

De pil is een pil die een vrouw kan nemen om niet zwanger te worden. Dat soort middel heet een voorbehoedsmiddel of anticonceptie. Waarom hoort dat in een artikel over rechten? Omdat het lang niet vanzelf sprak dat een vrouw zelf mocht beslissen of en wanneer ze kinderen kreeg, en omdat de wet daar een rol in speelde.

In 1923 kwam er in België een wet ‘tot beteugeling der aanzetting tot vruchtafdrijving en der propaganda tot het voorkomen van zwangerschap’. In gewone woorden: reclame voor abortus en voor middelen om zwangerschap te voorkomen werd verboden. Een betrouwbaar voorbehoedsmiddel bestond toen nog niet (Senaat, BS 1923).

De Turnhoutse gynaecoloog Ferdinand Peeters (1918–1998) werkte aan een hormonale pil. In 1961 bracht een Duits bedrijf zijn formule op de markt onder de naam Anovlar. In België mochten voorbehoedsmiddelen niet verspreid worden. Daarom kwam het middel hier in 1965 op de markt als middel tegen ‘menstruatieklachten’ (Canon, de pil). Volgens de Canon van Vlaanderen wees de Kerk gezinsplanning af; de Canon noemt een herderlijke brief van 1953 van bisschop De Smedt van Brugge (Canon, de pil). In 1973 werd het verbod op de verspreiding van voorbehoedsmiddelen opgeheven (Canon, de pil).

In die jaren kwamen vrouwen er zelf voor op straat. Op 4 maart 1970 voerde Dolle Mina in Antwerpen haar eerste actie. De groep kwam op voor seksuele voorlichting, de vrije verkoop van voorbehoedsmiddelen, abortus uit het strafrecht en meer kinderopvang. Met speelse en uitdagende straatacties, zoals het uitdelen van ‘de pil’, haalde Dolle Mina de media (Van Molle 2004, blz. 360). Op 11 november 1972 volgde de eerste Vrouwendag (Van Molle 2004, blz. 360). Abortus werd pas in 1990 onder voorwaarden uit het strafrecht gehaald (Senaat, BS 1990).

Een andere lezing van de jaren zeventig: geen extra leerlingdoel

Leen Van Molle waarschuwt dat de media-aandacht voor Dolle Mina ‘één bepaalde perceptie’ gaf van de vrouwenbeweging, ten nadele van andere organisaties zoals de KAV, de SVV en de PAG. In Wallonië geldt eerder de FN-staking als begin (Van Molle 2004, blz. 359–361). Hoeveel de pil het leven van vrouwen in België precies veranderde, is moeilijk te zeggen: de wet, de Kerk en de verkoop als menstruatiemiddel maakten dat de verandering geleidelijk ging.

Kindvraag

Was de pil vroeger verboden?

Kort antwoord voor kinderen

Niet de pil zelf, maar de verspreiding van voorbehoedsmiddelen en reclame ervoor waren in België lang verboden. Daarom werd de pil in 1965 eerst verkocht als middel tegen menstruatieklachten. In 1973 werd het verbod op de verspreiding opgeheven.

Rosa Parks en de bus in Montgomery

In de jaren 1950 waren witte en zwarte mensen in een deel van de Verenigde Staten bij wet van elkaar gescheiden, bijvoorbeeld op school en op de bus. Dat heet segregatie. In de stad Montgomery, in de staat Alabama, stond het voor de bussen in de stadsverordening:

Uit de tijd zelf

Iedereen die in de stad een buslijn uitbaat, moet op zijn bussen gelijke maar gescheiden plaatsen voorzien voor witte mensen en zwarten [Engels: negroes, het woord van toen], door de werknemers die de bus besturen de passagiers zitplaatsen te laten toewijzen … (sectie 10)

Het is onwettig voor een passagier om te weigeren of na te laten een zitplaats in te nemen tussen de plaatsen die toegewezen zijn aan het ras waartoe hij behoort, wanneer zo’n werknemer daarom vraagt … (sectie 11)

… equal but separate accommodations for white people and negroes on his buses …

Montgomery City Code 1938, Montgomery City Code (1938), sectie 10 en 11 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

De chauffeur had volgens dezelfde verordening de bevoegdheden van een politieagent (Montgomery City Code 1938, sectie 11). Hij besliste dus wie waar mocht zitten.

Op 1 december 1955 weigerde Rosa Parks in Montgomery haar zitplaats af te staan aan een witte passagier. Ze werd gearresteerd (King Institute, Parks). Het politierapport van die dag is bewaard. De agenten, Day en Mixon, schreven als reden van de arrestatie:

Uit de tijd zelf

weigeren de bevelen van de buschauffeur op te volgen

refusing to obey orders of bus driver

NARA, Rosa Parks, politierapport van Montgomery, 1 december 1955 (National Archives, identifier 596074) · vertaling Kennisatlas uit het Engels
Getypt en handgeschreven politieformulier van de politie van Montgomery, gedateerd 1 december 1955. In het vak voor details staat dat de buschauffeur een gekleurde vrouw in het witte deel van de bus had en dat ze niet wilde verzitten, met de naam Rosa Parks en de handtekeningen van twee agenten onderaan.
Figuur 3. Het politierapport van 1 december 1955 over de arrestatie van Rosa Parks, uit het dossier van de zaak Browder v. Gayle (National Archives, identifier 596074). National Archives and Records Administration (Southeast Region), identifier 596074, via archives.gov · Federaal gerechtelijk dossier van de Verenigde Staten; geen licentie vermeld op de lespagina

Rosa Parks was geen toevallige reizigster. Ze was al sinds 1943 secretaris van de plaatselijke afdeling van de NAACP (National Association for the Advancement of Colored People) (King Institute, Parks). Ze was ook niet de eerste. Negen maanden eerder was de vijftienjarige Claudette Colvin om dezelfde reden gearresteerd, maar haar zaak leidde niet tot een groot protest (King Institute, Parks).

Witte krijttekening op een zwarte achtergrond van de plattegrond van een bus, met rijen zitplaatsen in cirkels. Bij een zitplaats halverwege is met de hand Rosa Parks geschreven. Linksboven staat Exhibit A attached to Exhibit C 2/22/1956.
Figuur 4. Schema van de bus waarop Rosa Parks zat, uit het dossier van de zaak Browder v. Gayle (National Archives, identifier 596069). Haar zitplaats is met de hand aangeduid. National Archives and Records Administration (Southeast Region), identifier 596069, via archives.gov · Federaal gerechtelijk dossier van de Verenigde Staten; geen licentie vermeld op de lespagina

De boycot

Vanaf 5 december 1955 bleven ongeveer negen op de tien zwarte inwoners van Montgomery van de bussen weg. Dat heet een boycot: samen weigeren iets te gebruiken of te kopen om iets af te dwingen. Dezelfde dag richtten ze de Montgomery Improvement Association op, met Martin Luther King Jr. als voorzitter. De boycot duurde meer dan een jaar, tot december 1956 (King Institute, boycot).

Zwart-witfoto van een politieagent in lichtgekleurd hemd met een stropdas, die zich over een tafel buigt en de vingers van Rosa Parks op een inktkussen drukt. Parks, met bril en jasje, kijkt toe. Op de mouwen van de agent staat Police Montgomery Ala.
Figuur 5. Rosa Parks wordt op 22 februari 1956 gevingerafdrukt door een agent van Montgomery, tijdens de boycot. Dit is dus niet de arrestatie van 1 december 1955. Foto: Gene Herrick (AP). Foto: Gene Herrick (Associated Press), hersteld door Adam Cuerden, via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · Publiek domein volgens Commons; sterfjaar van de fotograaf niet gecontroleerd, rechtenstatus van de AP-foto niet zelf nagegaan
Uitbreiding Een jaar zonder bus: de boycot van Montgomery stap voor stap
  • 1 december 1955. Rosa Parks weigert op te staan en wordt gearresteerd (NARA, Rosa Parks) (King Institute, Parks).
  • 5 december 1955. De boycot begint. Ongeveer negentig procent van de zwarte inwoners blijft van de bussen weg. De Montgomery Improvement Association wordt opgericht, met Martin Luther King Jr. als voorzitter (King Institute, boycot).
  • Juni 1956. In de zaak Browder v. Gayle oordeelt een rechtbank met drie rechters, onder wie Frank M. Johnson Jr., dat de segregatie op de bussen in strijd is met de Amerikaanse grondwet. Het politierapport over Rosa Parks zit bij de stukken van die zaak (NARA, Rosa Parks).
  • 13 november 1956. Het Supreme Court, het hoogste gerechtshof van de Verenigde Staten, bevestigt die uitspraak (NARA, Rosa Parks).
  • 20 december 1956. King roept op om de boycot te beëindigen (King Institute, boycot).
  • 21 december 1956. King rijdt mee op een bus waarop zwarte en witte passagiers niet meer gescheiden worden (King Institute, boycot).

De toespraken die King in die maanden hield, zijn bewaard, maar ze zijn auteursrechtelijk beschermd. Daarom citeren we ze hier niet.

Kindvraag

Wat deed Rosa Parks?

Kort antwoord voor kinderen

Op 1 december 1955 bleef ze in een bus in Montgomery zitten toen ze haar plaats moest afstaan aan een witte passagier. Ze werd gearresteerd. Daarna lieten de zwarte inwoners van de stad meer dan een jaar lang de bus staan, tot de rechtbank de scheiding op de bussen verbood.

Van de rechtbank tot de wet van 1964

De boycot alleen veranderde de wet niet; daarvoor was ook de rechtbank nodig. Twee jaar eerder, op 17 mei 1954, had het Supreme Court al over gescheiden scholen geoordeeld in de zaak Brown v. Board of Education:

Uit de tijd zelf

Gescheiden onderwijsvoorzieningen zijn in wezen ongelijk.

Separate educational facilities are inherently unequal.

Brown v. Board 1954, uitspraak van 17 mei 1954 · vertaling Kennisatlas uit het Engels

Die uitspraak ging over scholen, niet over bussen. In juni 1956 oordeelde een rechtbank dat ook de segregatie op de bussen van Montgomery tegen de grondwet inging, en op 13 november 1956 bevestigde het Supreme Court dat (NARA, Rosa Parks).

Voor het hele land kwam er een wet. Op 2 juli 1964 ondertekende president Lyndon Johnson de Civil Rights Act (Civil Rights Act 1964). Het tweede deel van die wet, Title II, begint zo:

Uit de tijd zelf

Iedereen heeft recht op het volle en gelijke gebruik van de goederen, diensten, voorzieningen, voorrechten, voordelen en accommodaties van elke openbare gelegenheid … zonder discriminatie of segregatie op grond van ras, huidskleur, godsdienst of nationale herkomst.

All persons shall be entitled to the full and equal enjoyment of the goods, services, facilities, privileges, advantages, and accommodations of any place of public accommodation …

Civil Rights Act 1964, Title II, Sec. 201(a) · vertaling Kennisatlas uit het Engels
Zwart-witfoto van president Lyndon Johnson, gezeten aan een bureau met microfoons en een bakje met pennen, terwijl hij een wet ondertekent. Een dichte groep mannen in pak staat achter hem, onder wie Martin Luther King jr.
Figuur 6. President Lyndon Johnson ondertekent op 2 juli 1964 de Civil Rights Act. Achter hem staat onder anderen Martin Luther King jr. Foto: Cecil Stoughton, White House. Foto: Cecil Stoughton, White House Press Office, via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · Publiek domein volgens Commons (werk van de federale overheid van de VS)

Met ‘openbare gelegenheden’ bedoelt de wet onder meer hotels, restaurants, theaters en benzinestations. De wet verbood ook segregatie die een staat of een stad voorschreef, zoals de verordening van Montgomery. Private clubs vielen er niet onder (Civil Rights Act 1964, Sec. 201 en 202).

Oude woorden in oude wetten: geen extra leerlingdoel

De verordening van Montgomery gebruikt het Engelse woord negroes. Dat was toen een gangbaar woord in wetten, maar het is vandaag kwetsend. In de vertaling staat het oorspronkelijke woord tussen haken, zodat duidelijk is wat de bron zegt. Buiten het citaat spreken we van zwarte mensen of zwarte Amerikanen. De verordening is hier gelezen in een transcriptie van een archief van de burgerrechtenbeweging, niet in de oorspronkelijke uitgave van de stad.

Gastarbeiders

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de Belgische economie snel. Er was meer werk dan de eigen bevolking kon doen. De Belgische overheid sloot daarom akkoorden met andere landen om arbeiders te laten komen: eerst met Italië in 1946, later met onder meer Spanje in 1956 en Griekenland in 1957, en in 1964 met Marokko en Turkije (FOD BuZa 2024). Die arbeiders werkten in de kolenmijnen, maar ook in de textiel en de metaalverwerking (FOD BuZa 2024).

Zulke arbeiders worden gastarbeiders genoemd. In dat woord zit ‘gast’: het gaat ervan uit dat ze maar een tijd zouden blijven. Veel van hen bleven echter. Vandaag wonen in België naar schatting 200.000 tot 300.000 mensen van Turkse afkomst en meer dan 700.000 mensen van Marokkaanse afkomst, hun kinderen en kleinkinderen meegerekend (FOD BuZa 2024). De federale overheid zet het woord zelf tussen aanhalingstekens (FOD BuZa 2024).

Mannen voor de mijnen: Italië

Op 23 juni 1946 ondertekenden België en Italië in Rome een protocol. België beloofde Italië grote hoeveelheden grondstoffen te leveren, vooral steenkool. Italië zou in ruil arbeiders sturen voor de Belgische mijnen (L'Avenir 2021). Een Franstalige krant vatte het later samen als ‘du charbon contre des hommes’: steenkool in ruil voor mensen (L'Avenir 2021).

Waarom was dat nodig? Volgens dezelfde krant waren in 1945 van de 100.401 geregistreerde mijnwerkers in België er 44.979 Duitse krijgsgevangenen. Het aantal Italiaanse mijnwerkers steeg van 2.238 in 1945 naar 19.164 in 1946 en 29.957 in 1947, en bereikte in 1955 een hoogtepunt van 45.649 (L'Avenir 2021). Het Italiaanse ministerie van Buitenlandse Zaken spreekt van ‘tienduizenden’ Italiaanse arbeiders die door de akkoorden van 1946 naar België kwamen (Esteri 2016).

Marcinelle, 8 augustus 1956

Het werk in de mijnen was zwaar en gevaarlijk. Op 8 augustus 1956 brak brand uit in de mijn Le Bois du Cazier in Marcinelle. Er stierven 262 mijnwerkers van twaalf nationaliteiten, onder wie 136 Italianen en 95 Belgen (Esteri 2016) (Sites of Conscience). In Italië is 8 augustus sinds 2001 de nationale dag van de Italiaanse arbeid in de wereld (Esteri 2016).

Zwart-witfoto van drie reddingswerkers in werkkleren met helmen, lampen en grote ademtoestellen op de rug, die een ijzeren trap tussen bakstenen muren op- of afgaan. Bovenaan kijken agenten en mannen in werkkleren toe.
Figuur 7. Redders met zuurstofapparaten bij de mijn Le Bois du Cazier in Marcinelle, op 9 augustus 1956, de dag na de ramp. Foto: Wim van Rossem, Anefo (Nationaal Archief). Foto: Wim van Rossem / Anefo, Nationaal Archief, CC BY-SA 3.0 nl, via Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 nl (volgens Commons); naamsvermelding en gelijk delen

De ramp had gevolgen voor de aanwerving. Volgens de historicus Guy Coppieters, die het onderzoek van Mazyar Khoojinian bespreekt, sloot Italië de Belgische mijnen af voor zijn migratiediensten, en zocht België arbeiders elders, in Griekenland, Spanje en later Turkije (Coppieters 2019). De gedenkplaats van Le Bois du Cazier schrijft dat de ramp een einde maakte aan het verdrag met Italië van 1946 en leidde tot strengere veiligheidsregels (Sites of Conscience). Marcinelle droeg dus mee bij aan de verandering; of het de enige oorzaak was, zeggen de bronnen niet.

Marokko en Turkije

In 1964 sloot België akkoorden met Marokko, in februari, en met Turkije, op 16 juli in Brussel (FOD BuZa 2024). Voor de mijnen waren Turkse arbeiders toen al begonnen te komen. Een eerste konvooi vertrok op 1 mei 1963 van Ankara naar Genk, met 35 kandidaat-mijnwerkers. Tussen 1962 en 1965 werden 17.173 kandidaten aangeworven. In januari 1965 werkten 9.082 Turken in de Belgische mijnen, het hoogste aantal ooit (Coppieters 2019).

Velen hielden het niet lang vol. Nauwelijks de helft van de aangeworven Turken werkte na een jaar nog, en eind 1969 was nog maar een vijfde in de mijn aan het werk. Coppieters noemt hun huisvesting ‘schrijnend’. Op 24 juli 1963 legden Turkse mijnwerkers in Waterschei voor het eerst samen het werk neer (Coppieters 2019). Ondertussen kwamen er gezinnen: van 423 gezinnen met 874 kinderen in 1964 naar 1.583 gezinnen met 5.067 kinderen in 1970 (Coppieters 2019). Gaandeweg waren de mijnen ook niet langer de enige plaats waar gastarbeiders werkten (Coppieters 2019).

Waarom staan de gastarbeiders bij de burgerrechten? Ze woonden en werkten in België zonder Belg te zijn. Hun geschiedenis stelt dus de vraag van dit hele artikel: krijgt iedereen die hier leeft en werkt dezelfde rechten, op een veilige werkplek, een goede woning en een gezin bij zich?

Kindvraag

Waren de gastarbeiders welkom?

Kort antwoord voor kinderen

België ging ze zelf zoeken, omdat de mijnen en fabrieken arbeiders nodig hadden. Welkom zijn is nog iets anders. Het werk in de mijnen was zwaar en gevaarlijk, zoals de ramp van Marcinelle in 1956 toont, en de Turkse mijnwerkers woonden volgens een historicus in schrijnende omstandigheden. Velen bleven toch, en hun kinderen en kleinkinderen wonen nog in België.

Wie hier aan het woord is: geen extra leerlingdoel

Over de gastarbeiders spreken in dit artikel vooral overheden, een krant, een gedenkplaats en historici. De arbeiders en hun gezinnen zelf komen weinig aan het woord. Het boek van Mazyar Khoojinian over de Turkse mijnwerkers is hier alleen gekend via een recensie. Wie in de klas met gastarbeiders werkt, kan de verhalen van grootouders of buren een plaats geven: dat is een mondelinge bron, met dezelfde vragen over wie spreekt en wat die persoon kon weten. Zie daarvoor ook het artikel Bron en bewijs.

Het homohuwelijk

Met het homohuwelijk bedoelt men een huwelijk tussen twee mannen of tussen twee vrouwen. In de wet heet dat een huwelijk ‘voor personen van hetzelfde geslacht’.

Het Belgische Burgerlijk Wetboek zei nergens dat een huwelijk alleen tussen een man en een vrouw kon. Toch gingen rechters en juristen daar altijd van uit, omdat het huwelijk volgens hen op het krijgen van kinderen gericht was (Kamer, DOC 50 1692/001, memorie van toelichting, blz. 4). Een eerste stap was de wet van 23 november 1998 over de wettelijke samenwoning, die ook openstond voor twee personen van hetzelfde geslacht (Kamer, DOC 50 1692/001).

Op 14 maart 2002 diende de regering een wetsontwerp in om het huwelijk open te stellen. Het nieuwe artikel 143 van het Burgerlijk Wetboek moest luiden:

Uit de tijd zelf

Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van hetzelfde geslacht.

Kamer, DOC 50 1692/001, wetsontwerp van 14 maart 2002, art. 143 BW

De regering legde uit waarom: ‘Het uitgangspunt van dit ontwerp is dan ook de gelijke behandeling van homoseksuele en heteroseksuele paren bij het huwelijk.’ Er was één uitzondering. Voor de afstamming van kinderen, en dus ook voor adoptie, zou het huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen niet dezelfde gevolgen hebben (Kamer, DOC 50 1692/001, samenvatting).

De wet van 13 februari 2003 kreeg de titel ‘wet tot openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek’. België was daarmee het tweede land ter wereld, na Nederland (Senaat, BS 2003). Met een wet van 18 mei 2006 mochten twee personen van hetzelfde geslacht ook samen een kind adopteren (Senaat, BS 2006).

Uitbreiding Twee lezingen in één parlementair stuk (2002)

In het wetsontwerp van 2002 staan twee standpunten naast elkaar. Dat maakt het een goede bron om te zien hoe een samenleving over zo’n vraag nadenkt. De passages hieronder komen uit de memorie van toelichting, de uitleg van de regering bij het ontwerp (Kamer, DOC 50 1692/001, memorie van toelichting, blz. 4–5).

Waarom het huwelijk tot dan voor een man en een vrouw was. De regering beschrijft de oude redenering zo:

Uit de tijd zelf

De logica daartoe was het gegeven dat het huwelijk is gericht op voortplanting. Vermits personen van hetzelfde geslacht niet in staat zijn bij elkaar kinderen te verwekken, werd er door de rechtsleer en rechtspraak vanuit gegaan dat de huwelijkspartners van een verschillend geslacht moeten zijn.

Kamer, DOC 50 1692/001, memorie van toelichting, blz. 4

Wat de Raad van State zei. De Raad van State, die wetsontwerpen vooraf beoordeelt, wees erop dat het huwelijk toen werd omschreven als een verbintenis tussen een man en een vrouw, ook in internationale verdragen. Hij vond het geen ongeoorloofde discriminatie om het huwelijk voor een man en een vrouw te houden (Kamer, DOC 50 1692/001, memorie van toelichting, blz. 5).

Wat de regering antwoordde.

Uit de tijd zelf

Het recht is echter geen dode materie. Het is niet onveranderlijk. Het recht staat niet los van de evoluties in de maatschappij en mag niet ongevoelig zijn voor de veranderingen binnen deze maatschappij.

Kamer, DOC 50 1692/001, memorie van toelichting, blz. 5

En verder: het huwelijk is ‘vandaag de dag niet meer uitsluitend op de voortplanting gericht, maar het heeft niettemin een grote symbolische waarde en juridische impact op iemands hoedanigheid’ (Kamer, DOC 50 1692/001, memorie van toelichting, blz. 5).

In 2003 werd het ontwerp wet. De vraag zelf, wat een huwelijk is en wie het mag aangaan, is een vraag over waarden. Dit artikel beschrijft hoe ze toen beantwoord werd, niet wat het juiste antwoord is.

Kindvraag

Mogen twee mannen of twee vrouwen trouwen?

Kort antwoord voor kinderen

In België wel, sinds een wet van 2003. België was het tweede land ter wereld dat dat toeliet, na Nederland. Sinds 2006 mogen ze ook samen een kind adopteren.

Wetsontwerp en wet: geen extra leerlingdoel

De tekst van artikel 143 en de passages uit de memorie komen uit het wetsontwerp van maart 2002, niet uit de wet zoals ze in februari 2003 werd aangenomen. De titel van de wet en de datum komen uit de toelichting van de Senaat. Het onderwerp kan in een klas gevoelig liggen. De bron helpt om neutraal te blijven: ze laat zien welke argumenten er toen op tafel lagen en wat het parlement besliste.

Wat we weten en wat onzeker is

  • Zeker, uit de teksten zelf: wat de Universele Verklaring van 1948, de busverordening van Montgomery, het politierapport over Rosa Parks, de uitspraak Brown v. Board of Education, de Civil Rights Act van 1964 en het Belgische wetsontwerp van 2002 zeggen.
  • Goed gedocumenteerd: de stappen in het stemrecht voor vrouwen (1919, de wetten van 1920 en 1921, de wet van 1948 en de verkiezingen van 1949), de wetten over de getrouwde vrouw (1958, 1976), het begin van de FN-staking op 16 februari 1966, de arrestatie van Rosa Parks op 1 december 1955 en de boycot tot december 1956, het protocol met Italië van 23 juni 1946, de ramp van Marcinelle op 8 augustus 1956, de akkoorden met Marokko en Turkije in 1964, en de wetten van 1998, 2003 en 2006.
  • Een kleine onzekerheid in de data: de bronnen noemen 4 of 5 juni 1956 voor de uitspraak van de rechtbank in Montgomery, en 17 of 18 februari 1964 voor het akkoord met Marokko. Daarom staat er hier ‘juni 1956’ en ‘februari 1964’.
  • Een lezing, geen vaststelling: waarom het vrouwenstemrecht zo lang op zich liet wachten. De Senaat wijst op partijbelangen. Of het gemeentelijke stemrecht een ‘leerschool’ was, betwijfelen Botteldoorn en Van Molle op basis van hun cijfers.
  • Moeilijk te meten: hoeveel de pil het leven van vrouwen in België veranderde. De wet, de Kerk en de verkoop als menstruatiemiddel maakten de verandering geleidelijk. Ook wie het begin van de nieuwe vrouwenbeweging was, de FN-arbeidsters, Dolle Mina of de minder bekende organisaties, hangt volgens Van Molle af van waar je kijkt.
  • Minder bekend dan Rosa Parks: de rol van Claudette Colvin en van andere vrouwen in Montgomery. De bronnen van dit artikel zeggen er weinig over.
  • Mee, niet de enige oorzaak: de ramp van Marcinelle veranderde de aanwerving van mijnwerkers. Of ze het einde van de Italiaanse aanwerving veroorzaakte of versnelde wat al bezig was, beslissen de bronnen hier niet.
  • Voorzichtig mee omgaan: de cijfers over de Italiaanse mijnwerkers komen uit een krantenartikel. De verordening van Montgomery is gelezen in een transcriptie. De gegevens over de Turkse mijnwerkers kennen we uit een recensie van een boek, niet uit het boek zelf.

Verbanden

  • Voorgeschiedenis Revoluties, grondwetten en emancipatieDe Verklaring van 1789, het Burgerlijk Wetboek met de gehoorzaamheidsplicht van de vrouw, de Grondwet van 1831, de strijd voor het stemrecht en Emilie Claeys gaan aan dit artikel vooraf.
  • Begrip EmancipatieHet begrip emancipatie, waarvan vrouwenemancipatie een voorbeeld is.
  • Voorgeschiedenis De Eerste WereldoorlogIn 1919 kregen weduwen en moeders van gesneuvelde soldaten eenmalig stemrecht voor het parlement.
  • Voorgeschiedenis De industriële revolutieDe steenkoolmijnen in Wallonië en Limburg, waarvoor België na 1945 arbeiders in het buitenland ging zoeken.
  • Begrip Tijd en chronologieDe hedendaagse tijd als periode, en waar de jaren van dit artikel op een tijdlijn staan.
  • Verwijst hierheen Democratie en rechtsstaat door de tijdVerdieping vanuit dat artikel: Burgerrechten, het stemrecht voor vrouwen en de Universele Verklaring van 1948.
  • Verwijst hierheen EmancipatieVoortwerking vanuit dat artikel: Vrouwenemancipatie en de strijd voor burgerrechten na 1945.
  • Verwijst hierheen De industriële revolutieVoortwerking vanuit dat artikel: Migratie naar België na 1945, met de gastarbeiders in de mijnen.
  • Verwijst hierheen Hedendaagse tijdVerdieping vanuit dat artikel: Vrouwenstemrecht, werk, loon en huwelijk, Rosa Parks, gastarbeiders en het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht.
  • Verwijst hierheen Revoluties, grondwetten en emancipatieVoortwerking vanuit dat artikel: De strijd voor gelijke rechten van vrouwen en voor burgerrechten na 1945.

Bronnen en verdieping

Historische bronnen

  1. Verenigde Naties (1948). Universal Declaration of Human Rights / Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (10 december 1948).Art. 1 en 21 in de Engelse tekst; de geschiedenispagina van de VN voor de stemming en Hansa Mehta. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  2. Veterans of the Civil Rights Movement (Civil Rights Movement Archive) (1938). Montgomery City Code (1938), Section 10 en 11: gescheiden plaatsen op de bus (transcriptie, Civil Rights Movement Archive).Section 10 en 11, in een transcriptie; de oorspronkelijke code is hier niet gezien. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  3. National Archives and Records Administration (VS) (2026). Rosa Parks, 'Arrest Record' en Browder v. Gayle (National Archives, onderwijspagina met afbeeldingen van het politierapport).Politierapport van 1 december 1955 (NARA 596074) en de uitspraken in Browder v. Gayle. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  4. National Archives and Records Administration (VS) (1954). Brown v. Board of Education (1954) (National Archives, Milestone Documents).Alleen de kernzin en de datum. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  5. National Archives and Records Administration (VS) (1964). Civil Rights Act (1964) (National Archives, Milestone Documents).Title II, Sec. 201 en 202. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers (2002). Wetsontwerp tot openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (Kamer, DOC 50 1692/001, 14 maart 2002).Samenvatting, memorie van toelichting (blz. 4–5) en het ontwerp van art. 143 BW; het ontwerp, niet de definitieve wet. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Geraadpleegde literatuur

  1. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Alleen om te tonen welke woorden het leerplan gebruikt (vrouwenemancipatie, burgerrechten en de vijf voorbeelden); niet als historische bron. (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens
  2. Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers (2005). Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1595 van het Burgerlijk Wetboek (verbod op verkoop tussen echtgenoten), Kamer DOC 51 1908/001, 4 juli 2005, toelichting.Toelichting, blz. 2–3: de gehuwde vrouw als ‘eeuwige minderjarige’ en de wet van 30 april 1958. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  3. Belgische Senaat (2019). Vrouwenstemrecht tot 1949 (Senaat, '100 jaar algemeen enkelvoudig stemrecht', deel V).De vrouwen die in 1919 mochten stemmen, de wet van 1920, Spaak-Janson en Dejardin, de wet van 1948 en de verkiezingen van 1949. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  4. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 9 mei 1919' (eenmalig stemrecht voor weduwen en moeders van gesneuvelden).Moderne toelichting van de Senaat bij de wet van 9 mei 1919, geen wettekst. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  5. Nathalie Botteldoorn, Leen Van Molle (niet vermeld in het bestand). Nathalie Botteldoorn en Leen Van Molle, 'De gemeentepolitiek als leerschool? Vrouwen in de Oost-Vlaamse gemeenteraden, 1920-1940'.Inleiding, noten 5–7 en 14–16: de wetten van 1920 en 1921, de verkiezingen van 24 april 1921 en het aantal verkozen vrouwen. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  6. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 7 april 1922' (vrouwen kunnen toetreden tot de balie).Moderne toelichting bij de wet van 1922 over de balie. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  7. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 30 april 1958' (afschaffing van de maritale macht).Moderne toelichting bij de wet van 30 april 1958. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  8. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 14 juli 1976' (volledige gelijkheid tussen echtgenoten).Moderne toelichting bij de wet van 14 juli 1976. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  9. Leen Van Molle (2004). Leen Van Molle, 'De nieuwe vrouwenbeweging in Vlaanderen, een andere lezing', BTNG-RBHC XXXIV (2004), 3, pp. 359-397.Blz. 359–361: de FN-staking van 1966, Dolle Mina en de kritische herlezing van het gangbare verhaal. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  10. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 20 juni 1923' (verbod op reclame voor anticonceptie en abortus).Moderne toelichting bij de wet van 1923 tegen reclame voor anticonceptie en abortus. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  11. Canon van Vlaanderen (2026). De pil (Canon van Vlaanderen).Ferdinand Peeters, Anovlar, de verkoop in België vanaf 1965 en het einde van het verbod in 1973; geen auteur vermeld. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  12. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 3 april 1990' (abortus onder voorwaarden niet meer strafbaar).Instelling: wet van 1990 over zwangerschapsafbreking: abortus om niet-medische redenen mogelijk tot de 13e week; alleen de zwangere vrouw beslist. Randverhaal bij de pil, niet zelf een doel. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  13. Martin Luther King, Jr. Research and Education Institute, Stanford University (2026). Parks, Rosa (The Martin Luther King, Jr. Research and Education Institute, Stanford University).Instelling/encyclopedie: Parks sloot zich aan bij de lokale NAACP en werd in 1943 secretaris; op 1 december 1955 werd zij gearresteerd omdat ze haar zitplaats niet wilde afstaan aan een witte passagier; negen maanden eerder was de 15-jarige Claudette Colvin om dezelfde reden gearresteerd, zonder massaprotest; Parks over zichzelf: 'I was not tired physically, or no more tired than I usually was at the end of a working day.' (uit haar autobiografie). (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  14. Martin Luther King, Jr. Research and Education Institute, Stanford University (2026). Montgomery Bus Boycott (The Martin Luther King, Jr. Research and Education Institute, Stanford University).Instelling/encyclopedie: boycot vanaf 5 december 1955 (ongeveer 90% van de zwarte inwoners bleef van de bussen weg); Montgomery Improvement Association gevormd, King gekozen tot voorzitter; Browder v. Gayle (juni 1956); Supreme Court bevestigt in november 1956; op 20 december 1956 roept King op de boycot te beëindigen; op 21 december 1956 neemt hij een geïntegreerde bus. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  15. FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (2024). 60 jaar migratieakkoorden met Turkije en Marokko (FOD Buitenlandse Zaken).Instelling: 'In 1964 sloot België migratieakkoorden met Turkije (16 juli) en Marokko (18 februari)'; eerder Italië (1946), Spanje (1956) en Griekenland (1957); doel: arbeidskrachten aantrekken voor de naoorlogse groei; werk in kolenmijnen, textiel en metaalverwerking; schattingen: 200.000-300.000 mensen van Turkse afkomst (inclusief nakomelingen) en meer dan 700.000 van Marokkaanse afkomst. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  16. L'Avenir (2021). Du charbon contre des hommes: il y a 75 ans, le protocole belgo-italien du 23 juin 1946 (L'Avenir).Krantenartikel bij de 75ste verjaardag van het protocol, met cijfers over de mijnwerkers. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  17. Ministero degli Affari Esteri e della Cooperazione Internazionale (Italië) (2016). Marcinelle e accordi di immigrazione (Ministero degli Affari Esteri, 2016).Instelling: de ramp van 8 augustus 1956 'provoco' la morte di 262 minatori fra cui 136 italiani e 95 belgi'; 'gli accordi del 1946, all'origine del trasferimento in Belgio di decine di migliaia di lavoratori italiani'; sinds 2001 is 8 augustus in Italië de nationale dag voor het offer van de Italiaanse arbeid in de wereld. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  18. International Coalition of Sites of Conscience (2026). Le Bois du Cazier (Belgium), Sites of Conscience.Instelling (netwerk van gedenkplaatsen): brand op 8 augustus 1956 in Le Bois du Cazier (Marcinelle) doodde 262 mannen van 12 nationaliteiten, 'more than half' Italiaanse migranten; de ramp beëindigde het verdrag met Italië van 1946 en leidde tot strengere veiligheidsregels. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  19. Guy Coppieters (2019). Guy Coppieters, recensie van Mazyar Khoojinian, Les Turcs à la mine. L'immigration turque dans l'industrie charbonnière belge (1956-1970), Louvain-la-Neuve, EME, 2018 (BTNG-RBHC 2019, 2-3).Recensie van Khoojinian, Les Turcs à la mine (2018); het boek zelf is niet geraadpleegd. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  20. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 13 februari 2003' (het huwelijk wordt opengesteld voor iedereen).Moderne toelichting bij de wet van 13 februari 2003. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens
  21. Belgische Senaat (2021). Senaat, tentoonstelling Marie Janson: kaart 'Staatsblad 18 mei 2006' (adoptie door personen van hetzelfde geslacht).Moderne toelichting bij de wet van 18 mei 2006. (gratis, gecontroleerd 4 november 2026) · brongegevens

Nog geen aanbevolen verdieping geselecteerd.

Doelen

Op.stap

  • 5.1.GL6.3 6de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: vrouwenemancipatie, de pil.De wettekst van 1973 over voorbehoedsmiddelen is niet geraadpleegd; het einde van het verbod steunt alleen op de Canon van Vlaanderen. De ontwikkeling en goedkeuring van de pil in de Verenigde Staten komen niet aan bod (de datum is in de bronnen tegenstrijdig). Uitkomst en einddatum van de FN-staking alleen volgens Van Molle (‘principieel gelijk’, na drie maanden). Verder in: Emancipatie, Revoluties, grondwetten en emancipatie.
  • 5.1.GL6.8 6de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: vrouwenemancipatie, stemrecht voor vrouwen.De wetteksten van 1919, 1920, 1921 en 1948 zijn niet zelf in het Staatsblad geraadpleegd; het artikel steunt op de Senaat en op Botteldoorn en Van Molle. De campagnes van vrouwen zelf voor het stemrecht na 1920 komen weinig aan bod. Verder in: Revoluties, grondwetten en emancipatie, Emancipatie.
  • 5.1.GL6.9 6de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, het homohuwelijk.Burgerrechten wordt alleen met een werkomschrijving uitgelegd, zonder definitiebron. De definitieve wettekst van 2003 (Staatsblad) is niet geraadpleegd; het artikel citeert het wetsontwerp van 2002. De geschiedenis van holebi's in België vóór 1998 komt niet aan bod.
  • 5.1.GL6.10 6de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, Rosa Parks.De toespraken van Martin Luther King worden niet geciteerd (beschermd). Het kiesrecht van zwarte Amerikanen (Voting Rights Act) en de bredere burgerrechtenbeweging na 1956 komen niet aan bod. Het vonnis Browder v. Gayle zelf is niet geraadpleegd.
  • 5.1.GL6.11 6de leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, gastarbeiders.Het woord gastarbeider wordt niet met een Belgische vakbron uitgelegd. De immigratiestop van 1974 en de gezinshereniging zijn niet gebronnen en ontbreken. De Marokkaanse, Spaanse en Griekse arbeiders worden alleen genoemd, niet uitgewerkt. De ligging van Turkije (voorkennis volgens de toelichting) wordt niet behandeld. Verder in: De industriële revolutie.

Minimumdoelen

Over dit artikel

Geschreven
4 november 2026
Laatst gewijzigd
4 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie