Onderwerp · Geschiedenis · ook: Techniek

Vroeger en nu: mijn straat, mijn huis, mijn familie

Hoe de straat, het huis en de dingen in huis veranderd zijn sinds de tijd van de grootouders, en hoe kleuters dat zelf kunnen ontdekken.

Zo gemarkeerd: een woord dat Op.stap bij dit onderwerp expliciet gebruikt.

Voor een kleuter begint geschiedenis dicht bij huis. In de eigen straat, in het eigen huis en in de verhalen van oma en opa zijn sporen te vinden van hoe het vroeger was. Dit artikel geeft de leerkracht achtergrond bij die onderwerpen: hoe mensen in Vlaanderen woonden, wasten, naar de radio luisterden en voor het eerst televisie keken, wat kinderen speelden en hoe de school geregeld werd. Bij elk onderdeel staan korte antwoorden op vragen die kinderen stellen.

Het artikel is bewust voorzichtig. Over sommige onderwerpen die Op.stap noemt, zoals het veranderende straatbeeld, het vervoer en de meubels, is nog geen bron gevonden die het verhaal voor Vlaanderen draagt. Daar staat geen verhaal, maar een aanpak: wat kinderen zelf kunnen bekijken en vragen. In het slot staat wat we weten en wat nog onzeker is.

De hedendaagse tijd

Op.stap verwacht dat kleuters weten hoe mensen in de hedendaagse tijd samenleefden, dicht bij hun eigen leven: de eigen woning en de eigen straat, het dorp of de stad, veranderingen in het straatbeeld, het interieur van een huis, technologie en herinneringen van de familie aan hun kindertijd. Als woorden die de leerkracht daarbij geregeld gebruikt, noemt Op.stap: radio, tv, computer, keukenapparatuur, speelgoed, meubels, vervoer, school en hedendaagse tijd (KOV Op.stap 1.3). Ook de minimumdoelen voor de derde kleuterklas vragen dat kleuters weten hoe mensen in de hedendaagse tijd samenleefden, met dezelfde onderwerpen (AHOVOKS 2026, p. 97).

De hedendaagse tijd is de laatste van de zes periodes waarin we de geschiedenis indelen: de tijd waarin we nu leven, en die van onze ouders en grootouders (KOV Op.stap 1.3). Voor een kleuter is het vooral de tijd die mensen zich nog kunnen herinneren. Hoe de zes periodes werken, en wat de woorden lang geleden, heel lang geleden en nu betekenen, staat in het artikel over tijd en chronologie.

“Was oma vroeger ook klein?”

Kort antwoord voor kinderen

Ja. Oma was ook ooit een kind, net als jij. Toen zag haar huis er anders uit, en er waren andere spullen. Als je het haar vraagt, kan ze je vertellen hoe het toen was.

Nuance voor de leerkracht

Kleuters hebben het vaak moeilijk met het idee dat volwassenen ooit kind waren. Een foto van de grootouder als kind maakt het concreet. Het is meteen ook een eerste bron: wat zie je op de foto, en wat is er anders dan nu?

Mijn straat

Op.stap noemt de eigen stad, het dorp of de straat en de veranderingen in het straatbeeld. Voor het ordenen van drie bronnen geeft Op.stap als voorbeeld onder meer een oude postkaart van de eigen gemeente en een foto van de straat waar de school ligt (KOV Op.stap 1.3). Dat is de eenvoudigste ingang: leg een oude prentkaart of foto van een plek in de gemeente naast een foto van dezelfde plek vandaag, en laat de kinderen zoeken wat er anders is en wat hetzelfde gebleven is.

Hoe het straatbeeld in Vlaanderen in de twintigste eeuw veranderde, beschrijft dit artikel niet. Er is voor dit artikel nog geen Vlaamse bron gelezen over de veranderingen in de straten, over nieuwe wijken of over het aantal auto’s. Wat de kinderen zeggen, moet dus uit het beeld zelf komen: staan er auto’s, fietsen of paarden op? Hoe zien de huizen eruit? Zijn er lantaarns, winkels, bomen?

Oude beelden van de eigen gemeente vinden: geen extra leerlingdoel

Oude prentkaarten en foto’s zijn vaak te vinden in de beeldbank van een stads- of gemeentearchief, bij een heemkundige kring of in de beeldbank van het agentschap Onroerend Erfgoed. Let op de licentie als je een beeld wilt verspreiden of afdrukken. De beeldbank van Onroerend Erfgoed vermeldt bij elk beeld onderaan de detailpagina welke licentie geldt, gaande van publiek domein en vrij hergebruik tot beelden waarvan alle rechten voorbehouden zijn (Beeldbank Onroerend Erfgoed, hergebruik). Die beeldbank bevat wel vooral recente foto’s. Een prentkaart draagt vaak een poststempel of een geschreven datum: dan is ze meteen een kleine les in dateren.

Vervoer

Vervoer is alles waarmee mensen en dingen van de ene plek naar de andere gaan: te voet, met de fiets, de auto, de bus, de tram of de trein. Op oude foto’s en prentkaarten van de straat is het vervoer vaak goed te zien. Laat de kinderen benoemen wat ze zien, en vragen hoe oma en opa vroeger naar school gingen.

Wanneer welke vervoermiddelen in Vlaanderen gewoon werden, staat hier niet: daarvoor is nog geen bron gevonden. Vertel het dus niet als feit, maar laat het verhaal komen van wie het meegemaakt heeft.

“Hadden ze vroeger ook auto’s?”

Kort antwoord voor kinderen

Ja, maar niet zoveel als nu, en ze zagen er anders uit. Vraag maar aan je oma of opa hoe zij naar school gingen. Misschien te voet, of met de fiets.

Nuance voor de leerkracht

‘Niet zoveel als nu’ is hier de veilige formulering. Cijfers over het aantal auto’s in Vlaanderen zijn voor dit artikel niet gevonden. Het antwoord van de grootouder is een herinnering en dus een bron, met de beperkingen van een herinnering.

Mijn huis

Hoe zag een huis eruit toen de grootouders of overgrootouders klein waren? Musea Brugge maakte een lesmap bij een tentoonstelling over het dagelijks leven in de jaren 1930, 1940 en 1950. De tentoonstelling had vier kamers: eten en drinken, wonen, media en kledij (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen). Wat volgt, komt grotendeels uit die lesmap. Het is een museumdocument voor leerkrachten, geen onderzoek naar alle Vlaamse huizen. Het beschrijft hoe het in veel huizen was, niet in elk huis.

Wonen zonder warm water

Volgens de lesmap was er in die tijd geen douche, en hadden veel huizen geen warm stromend water. Om in bad te gaan, moest je water opwarmen en een tobbe vullen. Een keer per week ging iedereen om beurt in bad, voor de Leuvense stoof, een kachel. ’s Nachts stond er een nachtpot. De slaapkamers waren niet verwarmd, en in de winter stonden er ijsbloemen op de ramen (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, tip 6, wonen).

“Hoe gingen ze vroeger in bad?”

Kort antwoord voor kinderen

In veel huizen was er geen douche. Je moest eerst water warm maken op de kachel en dan in een grote tobbe gieten. Iedereen ging één keer per week in bad, de ene na de andere, bij de warme kachel.

Nuance voor de leerkracht

De lesmap beschrijft de jaren 1930–1950. Dat is eerder de kindertijd van de overgrootouders van de kleuters van nu dan van hun grootouders (zie bij ‘Mijn familie’). Laat de kinderen gerust vragen hoe het bij oma thuis was: het antwoord kan anders zijn, en dat is net interessant.

Maandag wasdag

Een van de duidelijkste veranderingen in huis gaat over de was. De lesmap schrijft: ‘Maandag wasdag was een zware dag voor vele huisvrouwen. Alles moest met de hand gedaan worden: water koken, zeep raspen, schrobben, spoelen, wringen, ophangen en strijken.’ (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, tip 6, kledij)

Daarna kwam er hulp. Volgens de lesmap was de eerste wasmachine nog niet volautomatisch: je moest er emmers water in gieten. Uiteindelijk kwam er in de jaren 1950 een volautomatische wasmachine. De wasmachine, het elektrische strijkijzer en de stofzuiger maakten het werk lichter (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, tip 6, kledij).

Zulke toestellen hadden elektriciteit nodig. In Aalter liep in 2023 een tentoonstelling, honderd jaar nadat de gemeente in 1923 op het elektriciteitsnet aangesloten was. De ‘eerste elektrische wasmachine’ die daar te zien was, was volgens het verslag van VRT NWS ‘niet meer dan een houten wastobbe die wel werd aangedreven door elektriciteit’ (VRT NWS (2023), Aalter elektriciteit). Dat is een voorbeeld uit één gemeente: het zegt niet wanneer heel Vlaanderen elektriciteit of een wasmachine had.

De koelkast

Ook de keukenapparatuur veranderde: de toestellen in de keuken die helpen bij het bewaren, klaarmaken en opruimen van eten, zoals een koelkast, een diepvriezer, een mixer of een elektrisch fornuis. De lesmap noemt die toestellen bij de kooklessen op school (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen).

Over de koelkast schrijft ETWIE, de expertisecel voor technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed: ‘in België begint de koelkast aan populariteit te winnen vanaf de jaren 1950’. Tot het midden van de jaren 1950 waren Belgische producenten succesvol; daarna nam de invoer uit andere Europese landen het over (ETWIE, Koeling). Hoeveel gezinnen toen al een koelkast hadden, is voor dit artikel niet gevonden.

“Waar hielden ze vroeger de melk koud?”

Kort antwoord voor kinderen

Lang geleden hadden veel mensen nog geen koelkast. Pas ongeveer zeventig jaar geleden kwamen er in België steeds meer koelkasten. Daarvoor moesten mensen het eten op een andere manier goed houden.

Nuance voor de leerkracht

Hoe mensen voor de koelkast hun eten bewaarden (kelder, kelderkast, inmaken, dagelijks kopen) staat niet in de gelezen bronnen. Laat de kinderen het daarom thuis vragen in plaats van het zelf in te vullen.

Voor wie verder wil lezen over de koelkast: geen extra leerlingdoel

De historicus Willem Scheire schreef een doctoraat over koelkasten, massaconsumptie en materiële cultuur in België tussen 1945 en 1975 (VUB, 2018), en eerder een kort artikel over de koelkast in het tijdschrift Volkskunde (2012). Die teksten zijn voor dit artikel niet gelezen; ze staan bij de bronnen als verdere lectuur, niet als bron voor de beweringen hierboven.

Meubels

Meubels zijn de grote dingen in een huis waarop je zit, slaapt of eet, of waarin je iets opbergt: een tafel, stoelen, een bed, een kast, een zetel. Samen met de lampen, de kachel en wat aan de muur hangt, vormen ze het interieur, de inrichting van een huis.

Hoe de meubels in Vlaamse huizen in de twintigste eeuw veranderden, staat hier niet: daarvoor is nog geen bron gelezen. Een goede vergelijking voor kleuters is een oude foto van een kamer bij de grootouders of in een museum, naast de eigen woonkamer of keuken. Wat staat er op dezelfde plaats? Wat is er nu bij gekomen, en wat is verdwenen?

Radio, tv en computer

Bij technologie noemt Op.stap de radio, de tv en de computer (KOV Op.stap 1.3). Voor de radio en de televisie zijn er duidelijke data uit de geschiedenis van de openbare omroep.

De radio

De radio is een toestel dat geluid ontvangt dat ergens anders uitgezonden wordt: muziek, nieuws, verhalen. In België regelde de overheid in 1930 het zendmonopolie, en op 1 februari 1931 begon het Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep (NIR) op de middengolf met twee nationale programma’s, een Nederlandstalig en een Franstalig. Wie een radio had, betaalde elk jaar een taks: 60 frank voor een lampenradio en 20 frank voor een kristalontvanger (VRT (2016), Basisinfo Radio 1, p. 3). In 1947 zond het NIR voor het eerst uit op FM (VRT, tijdlijn 1945-1970).

In de mediakamer van de Brugse tentoonstelling stond volgens de lesmap een radio die nog werkte (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, media). Een oude radio in de klas, met knoppen om te draaien, is voor kleuters een sterke bron: hoe zet je hem aan, hoe zoek je een zender, waar komt het geluid uit?

De televisie

De tv, of televisie, ontvangt beelden met geluid. Op 31 oktober 1953 waren er voor het eerst reguliere televisie-uitzendingen in Vlaanderen en in Franstalig België, gemaakt door het NIR. Het programma ‘Panorama’ begon volgens het regieverslag om 19.44 uur, hoewel het schema 19.30 uur aangaf (VRT NWS (2023), 70 jaar televisie). De omroepster was Irene Beval (VRT, tijdlijn 1945-1970). Van die eerste uitzending zijn geen opnames bewaard (VRT NWS (2023), 70 jaar televisie).

In het begin was er niet elke dag televisie. Bij de wereldtentoonstelling Expo 58 schrijft de VRT in haar eigen tijdlijn: ‘Voortaan kan heel Vlaanderen elke dag van de week, het hele jaar door, tv kijken’ (VRT, tijdlijn 1945-1970). Hoeveel gezinnen toen al een televisie hadden, is voor dit artikel niet gevonden.

Een afstandsbediening was er toen niet. De lesmap schrijft: ‘Als je van zender wilde veranderen moest er telkens iemand rechtstaan en de knop draaien of duwen.’ (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, media)

“Had oma vroeger ook een tv?”

Kort antwoord voor kinderen

Toen er voor het eerst televisie was in Vlaanderen, was oma waarschijnlijk nog niet geboren. Misschien had ze als kind wel een tv, maar die was anders: met knoppen en zonder afstandsbediening. Je moest opstaan om een ander programma te kiezen.

Nuance voor de leerkracht

De eerste uitzending was in 1953. Of een gezin toen al een toestel had, verschilde sterk; cijfers zijn voor dit artikel niet gevonden. Ook wanneer de kleurentelevisie kwam, staat niet in de gelezen bronnen. Laat de kinderen het daarom aan hun grootouders vragen: wanneer kwam de eerste tv bij jullie thuis?

De computer

Een computer is een machine die rekent en informatie bewaart en verwerkt. Voor kleuters is het de laptop, de tablet of de computer van de school of van thuis. Wanneer computers in Vlaamse huizen kwamen, staat hier niet: daarvoor is nog geen bron gevonden. De vraag aan de grootouders is ook hier de beste ingang: hadden jullie vroeger een computer, en wat deden jullie ermee?

De eerste computer in België: geen extra leerlingdoel

Volgens een artikel in het vakblad Computable werd de eerste computer van België in 1955 in Antwerpen in gebruik genomen. De bouw zou in 1952 begonnen zijn bij de Bell Telephone Manufacturing Company, onder leiding van Vitold Belevitch; de datering komt volgens het artikel van de computerhistoricus Gerard Alberts (Computable, eerste computer in België). Het ging om een grote rekenmachine voor een bedrijf, geen computer voor thuis. Dit is een secundaire bron die nog door een museum- of wetenschappelijke bron bevestigd moet worden.

Speelgoed en school

Speelgoed

Speelgoed is alles waarmee kinderen spelen: een bal, een pop, blokken, een springtouw, een spel. De lesmap van Musea Brugge noemt als spelletjes van toen bikkels, knikkers, rekkers en springtouwen (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, tip 7). Misschien kennen de kinderen er zelf nog enkele van, en dan levert dat een mooi gesprek op: niet alles is veranderd.

Welk speelgoed wanneer opkwam, bijvoorbeeld wanneer plastic speelgoed gewoon werd, staat hier niet: daarvoor is nog geen bron gevonden. Vraag de grootouders naar hun lievelingsspeelgoed, en vraag of ze iets willen meebrengen.

“Wat speelde opa vroeger?”

Kort antwoord voor kinderen

Dat kun je het best aan opa zelf vragen. Veel kinderen speelden vroeger met knikkers, met een springtouw of met bikkels. Misschien heeft opa nog iets van zijn speelgoed bewaard.

Nuance voor de leerkracht

De opsomming komt uit de Brugse lesmap over de jaren 1930–1950. Voor de grootouders van kinderen van nu kan het lievelingsspeelgoed heel anders geweest zijn; laat hun eigen antwoord voorgaan.

School

De school is de plek waar kinderen samen leren, met een juf of meester. Ook de school heeft een geschiedenis. Sinds de wet van 19 mei 1914 is er in België een leerplicht; die werd toen geregeld in de wetten op het lager onderwijs (Kamer (1983), memorie leerplicht, memorie van toelichting, 1). Tot welke leeftijd kinderen toen naar school moesten, is voor dit artikel niet gecontroleerd en staat er daarom niet.

De Brugse tentoonstelling had ook een klas, en de lesmap vertelt over kooklessen op school, met een koelkast, mixers en een elektrisch fornuis, en over verstellen en naaien (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen). Hoe de klassen, de banken en het lesmateriaal er in Vlaanderen vroeger uitzagen, staat niet in de gelezen bronnen. Een oude klasfoto van de eigen school, als die bestaat, is een uitstekende vergelijking.

Mijn familie

Op.stap noemt de familieherinneringen uit de kindertijd (KOV Op.stap 1.3). Een herinnering is een bron: wie iets zelf meegemaakt heeft, kan erover vertellen. De lesmap van Musea Brugge zegt het zo: ‘Grootouders zijn de mooiste levende getuigen’, en ‘Verhalen horen uit eerste hand is altijd leuker’. De lesmap stelt voor dat de kinderen een grootouder interviewen (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen, tip 2).

Voor kleuters werkt dat het best met een voorwerp of een foto. Een grootouder brengt iets mee uit de eigen kindertijd en vertelt erbij: een foto van het huis, een stuk speelgoed, een schoolschrift. De kinderen stellen vragen en vergelijken met nu. Hoe je uit zo’n verhaal of voorwerp iets kunt afleiden, en waarom een herinnering niet hetzelfde is als een verslag, staat in het artikel over bron en bewijs.

Uitbreiding Een foto met iets dat er niet hoort

De lesmap beschrijft een klasactiviteit met een ‘anachronisme’: een zwart-witfoto van vroeger waarin met een fotobewerkingsprogramma een voorwerp van vandaag gezet is. De kinderen zoeken wat er niet thuishoort (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen). Voor kleuters kan dat heel eenvoudig: een oude foto van een woonkamer waarop een tablet ligt, of een straat van vroeger met een moderne auto. Het spel oefent precies wat dit artikel vraagt: zien wat oud en wat nieuw is. Het is een museumidee, geen onderzoeksresultaat; het werkt het best als de kinderen zelf uitleggen waarom iets niet past.

Welke kindertijd vertellen de grootouders?: geen extra leerlingdoel

De Brugse lesmap noemt de jaren 1930–1950 ‘de kindertijd van de grootouders van je leerlingen’ (Musea Brugge, lesmap Kinderen van toen). Voor kleuters van nu ligt dat anders. Een rekenvoorbeeld, als benadering en niet als bewering over echte families: een kleuter die rond 2021 geboren is, met ouders van ongeveer dertig en grootouders die op hun beurt rond hun dertigste kinderen kregen, heeft grootouders die rond 1960 geboren zijn. Hun kindertijd valt dan eerder in de jaren 1960 en 1970. De jaren 1930–1950 zijn dan de kindertijd van de overgrootouders. Elke familie is anders; dat verschil is zelf een mooi gespreksonderwerp.

Wat we weten en wat onzeker is

  • Zeker: de start van het NIR op 1 februari 1931, het eerste gebruik van FM in 1947, de eerste reguliere televisie-uitzending in Vlaanderen op 31 oktober 1953 en de dagelijkse uitzendingen vanaf Expo 58, allemaal volgens de omroep zelf. De leerplichtwet dateert van 19 mei 1914.
  • Onzeker of tegenstrijdig: een VRT-brochure geeft 1 oktober 1953 als datum van de eerste televisie-uitzending (VRT (2016), Basisinfo Radio 1, p. 3); twee andere VRT-bronnen geven 31 oktober, en die datum volgen we hier. De leeftijdsgrenzen van de leerplicht in 1914 zijn niet gecontroleerd. De eerste computer van België in 1955 steunt alleen op een vakbladartikel.
  • Voorzichtig mee omgaan: wat over wonen, de wasdag, de wasmachine en speelgoed gezegd wordt, komt uit een lesmap van Musea Brugge over de jaren 1930–1950. Het beschrijft hoe het in veel huizen was, niet in alle. Het voorbeeld uit Aalter geldt voor één gemeente. Familieherinneringen zijn waardevolle bronnen, maar herinneringen kunnen verkleuren.
  • Nog niet met een bron onderbouwd: hoe het straatbeeld en het vervoer in Vlaanderen veranderden, hoe meubels en klaslokalen eruitzagen, welk speelgoed wanneer opkwam, wanneer computers in de huizen kwamen, en hoeveel gezinnen een radio, televisie, wasmachine of koelkast hadden. Voor de koelkast is het doctoraat van Willem Scheire de meest waarschijnlijke bron.

Verbanden

  • Begrip Tijd en chronologieLegt de woorden heel lang geleden, lang geleden, nu, later, oud en nieuw uit, en de hedendaagse tijd als een van de zes periodes.
  • Begrip Bron en bewijsEen oude foto, een voorwerp of het verhaal van een grootouder is een bron; hoe je daaruit iets afleidt, staat in dat artikel.
  • Verwijst hierheen Tijd en chronologieVerdieping vanuit dat artikel: Werkt voor de kleuters en de eerste leerjaren uit hoe de eigen straat, het eigen huis en de familie veranderd zijn, met de woorden oud, nieuw, vroeger en nu.

Bronnen en verdieping

Geraadpleegde literatuur

  1. Katholiek Onderwijs Vlaanderen (2026). Op.stap – leerplan basisonderwijs, doelen (momentopname 1.3).Doelen en richtinggevende woordenschat over de hedendaagse tijd bij de kleuters; voorbeelden bij het ordenen van drie bronnen (oude postkaart, foto van de straat van de school, radio). (beschikbaarheid onbekend) · brongegevens
  2. Vlaamse overheid, AHOVOKS (2026). Minimumdoelen en visieteksten voor het derde jaar kleuteronderwijs, het vierde jaar lager onderwijs en het zesde jaar lager onderwijs.Minimumdoel derde kleuterklas over hoe mensen in de hedendaagse tijd samenleefden (brochure p. 97). (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  3. Musea Brugge (2021). Lesmap Kinderen van toen, senioren van nu (versie corona).Tips 2, 4, 6 en 7: grootouders als getuigen, wonen, media, kledij en de wasdag, spelletjes. Museumdidactisch document over de jaren 1930, 1940 en 1950. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  4. Tom De Decker (2023). Aalter zet 100 jaar elektriciteit in de kijker met tentoonstelling.De eerste elektrische wasmachine als houten wastobbe; een regionaal voorbeeld. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  5. ETWIE, Expertisecel voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel erfgoed (2026). Koeling (kennisbank, thema).De koelkast in België vanaf de jaren 1950. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  6. VRT (2016). Basisinfo Radio 1 (brochure, versie 2016), rubriek 'De voorgeschiedenis van de VRT'.p. 3: wet van 1930, start van het NIR op 1 februari 1931, de taks op radiotoestellen. De datum die de brochure voor de eerste televisie-uitzending geeft, is niet overgenomen. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  7. VRT (2026). VRT-historiek: tijdlijn 1945-1970 (radio en televisie).FM in 1947, eerste televisiebeelden op 31 oktober 1953, Expo 58. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  8. Alexander Verstraete (2023). 70 jaar televisie: de eerste uitzending in Vlaanderen.De eerste uitzending: NIR, Panorama om 19.44 uur, geen opnames bewaard. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  9. Computable (2026). Eerste computer van België in Antwerpen in gebruik genomen (BTMC, 1955).Zwakke, secundaire bron; alleen gebruikt voor een kort, toegeschreven detail over de eerste computer in België. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  10. Kamer van Volksvertegenwoordigers (1983). Wetsontwerp betreffende de leerplicht, memorie van toelichting (Kamer van Volksvertegenwoordigers, 645 (1982-1983) nr. 1).Memorie van toelichting, rubriek 1: de leerplichtwet van 19 mei 1914. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  11. Agentschap Onroerend Erfgoed (Vlaamse overheid) (2026). Beeldbank Onroerend Erfgoed: hergebruik van beelden.Licenties voor hergebruik van beelden. (gratis, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Verder lezen en kijken

  1. Willem Scheire (2018). IJskoud! Koelkasten, massaconsumptie en materiële cultuur in België tussen 1945 en 1975. VUB (doctoraat; promotor Peter Scholliers).Doctoraat over koelkasten en massaconsumptie in België, 1945–1975. Niet gelezen en niet gebruikt als bron voor deze tekst. (via bibliotheek, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens
  2. Willem Scheire (2012). Geschiedschrijving van het evidente. Het verhaal van de koelkast.Kort wetenschappelijk essay over de koelkast als alledaags voorwerp. Niet gelezen en niet gebruikt als bron voor deze tekst. (via bibliotheek, gecontroleerd 3 november 2026) · brongegevens

Doelen

Op.stap

  • 5.1.GJK.1 jongste kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen stad, dorp of straat, veranderingen in het straatbeeld, technologie.De veranderingen in het straatbeeld en het vervoer in Vlaanderen zijn niet beschreven: geen Vlaamse bron gelezen (straten, nieuwe wijken, aantal auto's). De term vervoer is alleen omschreven, met een aanpak via beelden en vragen aan grootouders. Computer steunt alleen op een vakbladartikel over een bedrijfscomputer (1955); thuiscomputers en het aantal toestellen per gezin zijn niet gevonden. Verder in: Tijd en chronologie, Hedendaagse tijd (nog te schrijven).
  • 5.1.GJK.2 jongste kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen woning, familieherinneringen uit de kindertijd, technologie, het interieur van een woning.Meubels en het interieur zijn alleen omschreven, niet met een bron beschreven. Wonen en wasdag steunen op één museumdidactische lesmap. Percentages van gezinnen met koelkast, wasmachine, radio of tv ontbreken (mogelijk in het doctoraat van Scheire, 2018, nog niet gelezen). Speelgoed alleen met de opsomming uit de lesmap; school alleen met de leerplichtwet van 1914 en de kooklessen uit de lesmap. Geen bron over hoe kleuters tijd en verandering begrijpen. Verder in: Tijd en chronologie, Hedendaagse tijd (nog te schrijven).
  • 5.1.GK2.7 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen stad, dorp of straat, veranderingen in het straatbeeld, technologie.De veranderingen in het straatbeeld en het vervoer in Vlaanderen zijn niet beschreven: geen Vlaamse bron gelezen (straten, nieuwe wijken, aantal auto's). De term vervoer is alleen omschreven, met een aanpak via beelden en vragen aan grootouders. Computer steunt alleen op een vakbladartikel over een bedrijfscomputer (1955); thuiscomputers en het aantal toestellen per gezin zijn niet gevonden. Verder in: Tijd en chronologie, Hedendaagse tijd (nog te schrijven).
  • 5.1.GK2.8 2de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen woning, familieherinneringen uit de kindertijd, technologie, het interieur van een woning.Meubels en het interieur zijn alleen omschreven, niet met een bron beschreven. Wonen en wasdag steunen op één museumdidactische lesmap. Percentages van gezinnen met koelkast, wasmachine, radio of tv ontbreken (mogelijk in het doctoraat van Scheire, 2018, nog niet gelezen). Speelgoed alleen met de opsomming uit de lesmap; school alleen met de leerplichtwet van 1914 en de kooklessen uit de lesmap. Geen bron over hoe kleuters tijd en verandering begrijpen. Verder in: Tijd en chronologie, Hedendaagse tijd (nog te schrijven).
  • 5.1.GK3.5 3de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen stad, dorp of straat, veranderingen in het straatbeeld, technologie.De veranderingen in het straatbeeld en het vervoer in Vlaanderen zijn niet beschreven: geen Vlaamse bron gelezen (straten, nieuwe wijken, aantal auto's). De term vervoer is alleen omschreven, met een aanpak via beelden en vragen aan grootouders. Computer steunt alleen op een vakbladartikel over een bedrijfscomputer (1955); thuiscomputers en het aantal toestellen per gezin zijn niet gevonden. Verder in: Tijd en chronologie, Hedendaagse tijd (nog te schrijven).
  • 5.1.GK3.6 3de kleuterDe leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen woning, familieherinneringen uit de kindertijd, technologie, het interieur van een woning.Meubels en het interieur zijn alleen omschreven, niet met een bron beschreven. Wonen en wasdag steunen op één museumdidactische lesmap. Percentages van gezinnen met koelkast, wasmachine, radio of tv ontbreken (mogelijk in het doctoraat van Scheire, 2018, nog niet gelezen). Speelgoed alleen met de opsomming uit de lesmap; school alleen met de leerplichtwet van 1914 en de kooklessen uit de lesmap. Geen bron over hoe kleuters tijd en verandering begrijpen. Verder in: Tijd en chronologie, Hedendaagse tijd (nog te schrijven).

Minimumdoelen

  • 5.1.3 derde kleuterklasDe kleuters weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden.

Over dit artikel

Geschreven
3 november 2026
Laatst gewijzigd
3 november 2026
Fout gezien?
Meld een correctie