Op.stap-doel · 2de kleuter (G)
3.7.GK2.2
De leerlingen kunnen gericht waarnemen tijdens een onderzoek.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Voorbeeld:
- Kijken wat er verandert wanneer de leerlingen water toevoegen aan zand.
- Een auto van een helling laten rollen en zien dat hij vanzelf begint te bewegen.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.6.1 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.7.GJK.1 jongste kleuter · De leerlingen kunnen met minstens één zintuig een organisme, een voorwerp, materie, een technisch systeem of natuurkundig verschijnsel verkennen.
- 3.7.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kunnen benoemen wat ze zien, ruiken, horen of voelen tijdens een activiteit.
- 3.7.GJK.3 jongste kleuter · De leerlingen kunnen eenvoudige vragen stellen over wat ze zien of beleven.
Volgt na (after)
- 3.7.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kunnen observaties beschrijven.
- 3.7.GK3.3 3de kleuter · De leerlingen kunnen eenvoudige conclusies beschrijven.
- 3.7.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kunnen aangeleerde woordenschat inzetten om te redeneren over een wetenschappelijke vraag.
- 3.7.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kennen de relatie tussen oorzaak en gevolg.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GK2.7 2de kleuter · De leerlingen kunnen vogels beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
- 3.1.GK2.9 2de kleuter · De leerlingen kunnen vissen beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
- 3.1.GK2.6 2de kleuter · De leerlingen kunnen zoogdieren beschrijven op basis van voortplantingswijze.
- 3.5.GK2.7 2de kleuter · De leerlingen kunnen verschillende elektrische onderdelen herkennen.
- 3.1.GK2.14 2de kleuter · De leerlingen kunnen beschrijven aan de hand van voorbeelden hoe mensen en dieren groeien en ontwikkelen.
- 3.1.GK2.5 2de kleuter · De leerlingen kunnen zoogdieren beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
- 3.5.GK2.3 2de kleuter · De leerlingen kunnen verkennen hoe een schaduw wordt gevormd.
- 3.7.GK2.1 2de kleuter · De leerlingen kunnen voorspellen wat er zal gebeuren in een concrete situatie.
- 3.5.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kunnen voorbeelden geven van lichtbronnen.
- 3.3.GK2.3 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: zien, horen, ruiken.
- 9-3.3.GK2.3 Sociaal en emotioneel leren De leerlingen kunnen opmerken wat anderen goed kunnen. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 3.1.GK2.8 2de kleuter · De leerlingen kunnen vogels beschrijven op basis van voortplantingswijze.
- 3.4.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kunnen materie kiezen in functie van het gebruiksdoel.
- 3.3.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de huid, voelen.
- 3.1.GK2.15 2de kleuter · De leerlingen kunnen beschrijven aan de hand van voorbeelden hoe planten groeien en ontwikkelen.
- 3.1.GK2.4 2de kleuter · De leerlingen kunnen planten beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
- 3.4.GK2.3 2de kleuter · De leerlingen kunnen materie sorteren op basis van een waarneembare eigenschap.
- 3.3.GK2.1 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de tanden, de tong, proeven, de honger, de dorst, de maag.
- 3.5.GK2.8 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurkundige verschijnselen: de magneet, magnetisch.
- 3.1.GK2.10 2de kleuter · De leerlingen kunnen vissen beschrijven op basis van voortplantingswijze.
Alternatief (alternative)
- 3.7.SF4.1 Fase 4 · De leerling begrijpt dat materie verandert als het wordt gemanipuleerd.