Op.stap-doel · 2de kleuter (G)

3.1.GK2.14

De leerlingen kunnen beschrijven aan de hand van voorbeelden hoe mensen en dieren groeien en ontwikkelen.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Ontwikkeling en voortplanting van organismen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
2de kleuter
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 2a39a0fa-679d-43fd-9c68-d5fc46802763

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen bouwen verder op het waarnemen van groei en verandering. Ze leren nu ook eenvoudig vertellen wat er verandert bij mensen en dieren. Ze gebruiken daarbij herkenbare voorbeelden uit hun leefwereld: een baby wordt groter, een jong dier groeit op, sommige dieren zien er als jong anders uit dan als volwassen dier. De nadruk ligt nog niet op volledige biologische processen, maar op het verwoorden van zichtbare veranderingen: groter worden, sterker worden, meer kunnen, veranderen van uiterlijk. In samenhang met de classificatie van organismen maken de kleuters verder onderscheid tussen mensen en dieren. Ze merken dat mensen groeien zoals dieren groeien, maar dat dieren op verschillende manieren kunnen ontwikkelen. Een kuiken groeit bijvoorbeeld uit tot een kip, terwijl een rups sterk verandert en een vlinder wordt.
Voorbeelden:
  • De kleuters leggen uit hoe een mens groeit.
    Bijvoorbeeld: ze bekijken foto’s van een baby, een peuter, een kleuter en een volwassene. Ze vertellen: “Een baby is klein”, “Een kleuter kan stappen en praten”, “Een volwassene is groter.”
  • De kleuters leggen uit hoe een jong dier groeit tot een volwassen dier.
    Bijvoorbeeld: ze vergelijken prenten van een puppy en een hond, een kitten en een kat, een kalf en een koe. Ze vertellen wat verandert: het dier wordt groter, krijgt meer kracht, kan zelf eten of lopen.
  • De kleuters ontdekken dat sommige dieren tijdens hun ontwikkeling sterk veranderen van uitzicht.
    Bijvoorbeeld: ze bekijken de ontwikkeling van rups naar vlinder of van kikkerdril naar dikkopje naar kikker. Ze benoemen eenvoudig: “Eerst is het een rups, later wordt het een vlinder” of “Een dikkopje krijgt pootjes en wordt een kikker.” 

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.4 derde kleuterklasDe kleuters kennen de fasen van de levenscyclus: geboorte/kieming, groei, voortplanting, dood.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/93034); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.1.GJK.3 jongste kleuter · De leerlingen kunnen groei en ontwikkeling van organismen waarnemen.

Volgt na (after)

  • 3.1.GK3.11 3de kleuter · De leerlingen kennen de fasen van de levenscyclus van het dier: geboorte, groei, voortplanting, dood.
  • 3.1.GK3.12 3de kleuter · De leerlingen kennen de fasen van de levenscyclus van de mens: geboorte, groei, voortplanting, dood.
  • 3.1.GK3.9 3de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip: sterven.

Samen te bekijken (together)

  • 3.1.GK2.6 2de kleuter · De leerlingen kunnen zoogdieren beschrijven op basis van voortplantingswijze.
  • 3.7.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kunnen gericht waarnemen tijdens een onderzoek.
  • 3.1.GK2.8 2de kleuter · De leerlingen kunnen vogels beschrijven op basis van voortplantingswijze.
  • 3.1.GK2.10 2de kleuter · De leerlingen kunnen vissen beschrijven op basis van voortplantingswijze.