Op.stap-doel · 3de kleuter (G)
3.1.GK3.11
De leerlingen kennen de fasen van de levenscyclus van het dier: geboorte, groei, voortplanting, dood.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
In het derde kleuter leren de leerlingen dat ook dieren een levenscyclus doorlopen. Ze maken kennis met een eenvoudige volgorde: een dier wordt geboren of komt uit een ei, het dier groeit, later kan het zelf jongen krijgen en uiteindelijk gaat het dier dood. De nadruk ligt op het herkennen, benoemen en ordenen van deze fasen aan de hand van concrete en herkenbare voorbeelden. Kleuters hoeven nog niet alle details van voortplanting te begrijpen. Het volstaat dat ze begrijpen dat jonge dieren niet zomaar verschijnen: ze worden geboren of komen uit een ei, groeien op en kunnen later zelf voor nieuwe jonge dieren zorgen. De samenhang met classificatie van organismen is hier belangrijk. Dieren behoren tot de fauna, maar niet alle dieren ontwikkelen zich op dezelfde manier. Sommige dieren worden levend geboren, zoals veel zoogdieren. Andere dieren komen uit een ei, zoals vogels, veel vissen, reptielen, amfibieën en insecten. Zo ontdekken kleuters dat de levenscyclus bij verschillende diergroepen gelijkenissen én verschillen vertoont.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De kleuters leggen prenten van de levenscyclus van een kip in de juiste volgorde.
Bijvoorbeeld: ei → kuiken → kip/haan → nieuwe eieren → dood.
Ze benoemen eenvoudig: “Een kuiken komt uit een ei”, “Het kuiken groeit”, “Later wordt het een kip of haan”, “Een kip kan eieren leggen.” - De kleuters vergelijken de levenscyclus van een zoogdier met die van een dier dat uit een ei komt.
Bijvoorbeeld: kitten → jonge kat → volwassen kat tegenover ei → kuiken → kip.
Ze merken op: “Een kat wordt geboren uit de buik van de moeder”, “Een kuiken komt uit een ei”, “Allebei groeien ze groter.” - De kleuters bekijken een levenscyclus waarin het dier sterk verandert.
Bijvoorbeeld: kikkerdril → dikkopje → jonge kikker → volwassen kikker, of eitje → rups → pop → vlinder.
Ze benoemen: “Eerst is het een eitje”, “Daarna verandert het dier”, “Later wordt het een kikker/vlinder.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.4 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GK2.14 2de kleuter · De leerlingen kunnen beschrijven aan de hand van voorbeelden hoe mensen en dieren groeien en ontwikkelen.
Volgt na (after)
- 3.1.GL1.5 1ste leerjaar · De leerlingen kennen de levenscyclus van zoogdieren.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GK3.7 3de kleuter · De leerlingen kunnen fauna beschrijven op basis van voortplantingswijze.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.1.GK3.9 3de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip: sterven.