Op.stap-doel · 1ste leerjaar (G)

3.1.GL1.5

De leerlingen kennen de levenscyclus van zoogdieren.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Ontwikkeling en voortplanting van organismen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
1ste leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 3ed8e352-d9af-4230-bb6a-07f2df94de7e

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen kennen de eenvoudige levenscyclus van zoogdieren: een zoogdier wordt meestal levend geboren, groeit op als jong dier, wordt een volwassen dier, kan zich later voortplanten en gaat uiteindelijk dood. Ze leren daarbij dat jonge zoogdieren in de eerste periode vaak zorg en melk van de moeder nodig hebben. De samenhang met classificatie van organismen is belangrijk: zoogdieren vormen een groep binnen de gewervelde dieren. Ze worden meestal levend geboren, zogen hun jongen en hebben vaak haren of een vacht. De focus ligt hier niet op alle kenmerken van zoogdieren in detail, maar op het herkennen van hun levenscyclus en het kunnen plaatsen van voorbeelden binnen deze diergroep.
Voorbeelden:
 
  • De leerlingen leggen prenten van de levenscyclus van een hond in de juiste volgorde.
    Bijvoorbeeld: puppy → jonge hond → volwassen hond → hond krijgt puppy’s → oude hond/dood.
    Ze verwoorden: “Een puppy wordt geboren”, “De puppy drinkt melk bij de moeder”, “De puppy groeit”, “Later wordt hij een volwassen hond.”
  • De leerlingen vergelijken de levenscyclus van verschillende zoogdieren.
    Bijvoorbeeld: kalf → koe, lam → schaap, kitten → kat, veulen → paard.
    Ze ontdekken dat deze dieren allemaal als jong dier geboren worden, groeien, volwassen worden en later zelf jongen kunnen krijgen.
  • De leerlingen onderscheiden de levenscyclus van een zoogdier van die van een dier dat uit een ei komt.
    Bijvoorbeeld: een kitten wordt geboren uit de buik van de moeder, terwijl een kuiken uit een ei komt.
    Zo leggen ze de koppeling met classificatie: een kat is een zoogdier, een kip is een vogel. Beide dieren hebben een levenscyclus, maar de start van die levenscyclus ziet er anders uit. 

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.5 vierde leerjaarDe leerlingen kennen de levenscyclus van fauna, voor elk van deze groepen: zoogdieren, vogels, amfibieën, insecten.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92742); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.1.GK3.9 3de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip: sterven.
  • 3.1.GK3.11 3de kleuter · De leerlingen kennen de fasen van de levenscyclus van het dier: geboorte, groei, voortplanting, dood.
  • 3.1.GK2.6 2de kleuter · De leerlingen kunnen zoogdieren beschrijven op basis van voortplantingswijze.

Samen te bekijken (together)

  • 3.1.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen zoogdieren beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
  • 3.1.GL1.4 1ste leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de zoogdieren, de vissen; de flora