Op.stap-doel · jongste kleuter (G)

3.1.GJK.3

De leerlingen kunnen groei en ontwikkeling van organismen waarnemen.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Ontwikkeling en voortplanting van organismen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
jongste kleuter
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 1d53abe9-2bd7-47a5-8307-2c63a52b3cff

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De jongste kleuters maken op een eenvoudige en zintuiglijke manier kennis met groei en verandering bij organismen. Ze merken op dat planten, dieren en mensen groter worden of veranderen. De nadruk ligt op kijken, voelen, vergelijken en verwoorden wat ze zien. De kleuters hoeven nog geen volledige ontwikkelingsfasen te kennen. Ze ervaren vooral dat een organisme niet altijd hetzelfde blijft: een plantje wordt groter, een jong dier groeit, een baby wordt een peuter. Zo ontstaat een eerste basis voor het latere inzicht dat organismen tot verschillende groepen behoren, zoals planten en dieren, en dat die elk op hun eigen manier groeien en ontwikkelen.
Voorbeelden:
  • De kleuters kijken naar een plantje in de klas dat groter wordt.
    Bijvoorbeeld: samen tuinkers of een boon zaaien, regelmatig kijken en benoemen: “Er komt iets uit”, “Het plantje wordt groter”, “Ik zie blaadjes.”
  • De kleuters vergelijken jonge en volwassen dieren.
    Bijvoorbeeld: prenten bekijken van een kuiken en een kip, een lam en een schaap, een puppy en een hond. De kleuters benoemen wat ze zien: klein/groot, jong/oud, zacht, poten, oren, vacht.
  • De kleuters ontdekken dat ook mensen groeien.
    Bijvoorbeeld: foto’s bekijken van zichzelf als baby en nu, of prenten van baby – kind – volwassene ordenen. De kleuters merken op: “Ik was klein”, “Nu ben ik groter”, “Een baby kan nog niet alles.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.4 derde kleuterklasDe kleuters kennen de fasen van de levenscyclus: geboorte/kieming, groei, voortplanting, dood.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/93034); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Volgt na (after)

  • 3.1.GK2.15 2de kleuter · De leerlingen kunnen beschrijven aan de hand van voorbeelden hoe planten groeien en ontwikkelen.
  • 3.1.GK2.14 2de kleuter · De leerlingen kunnen beschrijven aan de hand van voorbeelden hoe mensen en dieren groeien en ontwikkelen.
  • 3.1.GK2.11 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: geboren worden en groeien.
  • 3.1.GK2.12 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de geboorte, het zogen, het jong, de volwassene.
  • 3.1.GK2.13 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: het ei, uitkomen, het kuiken, het volwassen dier.

Samen te bekijken (together)

  • 3.1.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de dieren.
  • 3.7.GJK.1 jongste kleuter · De leerlingen kunnen met minstens één zintuig een organisme, een voorwerp, materie, een technisch systeem of natuurkundig verschijnsel verkennen.
  • 3.7.GJK.3 jongste kleuter · De leerlingen kunnen eenvoudige vragen stellen over wat ze zien of beleven.
  • 3.1.GJK.1 jongste kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de planten.
  • 3.7.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kunnen benoemen wat ze zien, ruiken, horen of voelen tijdens een activiteit.