Op.stap-doel · jongste kleuter (G)
3.1.GJK.2
De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de dieren.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Het begrip ‘dieren’ koppelen aan concrete voorbeelden uit de directe leefomgeving zoals honden, katten, vogels en insecten.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.1 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Volgt na (after)
- 3.1.GK2.1 2de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de zoogdieren.
- 3.1.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de vogels.
- 3.1.GK2.3 2de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de vissen.
- 3.1.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de insecten.
- 3.1.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de spinnen.
- 3.1.GK2.6 2de kleuter · De leerlingen kunnen zoogdieren beschrijven op basis van voortplantingswijze.
- 3.1.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
- 3.1.GK3.5 3de kleuter · De leerlingen kunnen spinnen beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
- 3.2.GK2.8 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kop, de romp, de poten, de staart, de hoef, de klauw, de tanden.
- 3.2.GK2.9 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de bek, de vleugels, de veren.
- 3.2.GK2.10 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de vinnen, de schubben.
- 3.2.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kop, het borststuk, het achterlijf, aantal poten.
- 3.2.GK3.5 3de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: het kopborststuk, het achterlijf, aantal poten.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GJK.3 jongste kleuter · De leerlingen kunnen groei en ontwikkeling van organismen waarnemen.
- 3.7.GJK.1 jongste kleuter · De leerlingen kunnen met minstens één zintuig een organisme, een voorwerp, materie, een technisch systeem of natuurkundig verschijnsel verkennen.
- 3.7.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kunnen benoemen wat ze zien, ruiken, horen of voelen tijdens een activiteit.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GJK.1 jongste kleuter · De leerlingen kunnen veelvoorkomende organismen in hun omgeving herkennen.