Op.stap-doel · 2de kleuter (G)

3.5.GK2.3

De leerlingen kunnen verkennen hoe een schaduw wordt gevormd.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Natuurkundige verschijnselen
Subdomein
Licht
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
2de kleuter
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 4c7d1937-0875-4967-b04b-6e3f0c4c7289

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen verkennen dat een schaduw ontstaat wanneer iets het licht tegenhoudt. Ze doen dat via concrete ervaringen met lichtbronnen zoals de zon, een lamp of een zaklamp. Door voorwerpen, hun handen of hun lichaam tussen de lichtbron en een muur, doek of grond te plaatsen, merken ze dat er een donkere vorm ontstaat: de schaduw.
Bij dit doel ligt de nadruk op spelend verkennen, waarnemen en taal geven. Kleuters hoeven nog niet precies uit te leggen dat licht zich rechtlijnig voortplant. Ze ontdekken vooral dat er drie elementen nodig zijn om een schaduw te zien: een lichtbron, iets dat het licht tegenhoudt en een plaats waarop de schaduw zichtbaar wordt.
Voorbeelden:
  • De leerlingen spelen een schimmenspel en ontdekken dat er een schaduw verschijnt wanneer een hand, popje of voorwerp voor een lamp of zaklamp wordt gehouden.
  • De leerlingen experimenteren met een zaklamp en verschillende voorwerpen om te zien dat een schaduw ontstaat wanneer iets het licht tegenhoudt.
  • De leerlingen houden hun hand tussen een zaklamp en de muur en zien dat de vorm van hun hand als schaduw op de muur verschijnt.
  • De leerlingen gebruiken voorwerpen zoals een blok, knuffel, popje, beker of kartonnen figuur en kijken welke schaduw ze maken.
  • De leerlingen gaan buiten in de zon staan en zoeken hun eigen schaduw op de grond.
  • De leerlingen merken dat een schaduw verdwijnt of verandert wanneer de lichtbron wordt verplaatst of wanneer het voorwerp wordt weggehaald.
  • De leerlingen benoemen met ondersteuning: “De zaklamp geeft licht”, “Mijn hand houdt het licht tegen”, “Daar zie ik de schaduw.”
Mogelijke aanpak in de klaspraktijk
  • Verwondering: de leraar toont een schaduw op de muur en vraagt: “Waar komt die donkere vorm vandaan?”
  • Verkennen: de leerlingen experimenteren met een zaklamp, een doek of muur en verschillende voorwerpen.
  • Waarnemen: de leerlingen kijken wat er gebeurt wanneer het voorwerp dichter bij of verder van de lichtbron staat.
  • Benoemen: de leraar gebruikt consequent de woorden licht, lichtbron, schaduw, lamp, zaklamp en voorwerp.
  • Spelen: de leerlingen maken een schimmenspel met handen, popjes of kartonnen figuren.
  • Verwoorden: de leerlingen vertellen wat ze zien: “Ik maak een schaduw”, “De schaduw is groot”, “De schaduw is klein”, “De schaduw is weg.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.5.1 derde kleuterklasDe kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurkundige verschijnselen:Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92729); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.5.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kunnen licht en donker onderscheiden en benoemen.

Volgt na (after)

  • 6.3.GK3.13 Muzische vorming De leerlingen kunnen schaduwfiguren maken. (buiten de selectie van Kennisatlas)
  • 3.5.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kennen licht: de reflectie.

Samen te bekijken (together)

  • 3.7.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kunnen gericht waarnemen tijdens een onderzoek.
  • 3.7.GK2.1 2de kleuter · De leerlingen kunnen voorspellen wat er zal gebeuren in een concrete situatie.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 6.3.GK2.12 Muzische vorming De leerlingen experimenteren met lichtbronnen en schaduwen. (buiten de selectie van Kennisatlas)