Op.stap-doel · 2de kleuter (G)

3.5.GK2.2

De leerlingen kunnen voorbeelden geven van lichtbronnen.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Natuurkundige verschijnselen
Subdomein
Licht
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
2de kleuter
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 798a4700-4461-4c65-818f-07c97396fa00

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat een lichtbron iets is dat licht geeft. Ze benoemen concrete voorbeelden uit hun leefwereld, zoals de zon, de sterren, een lamp, een zaklamp of een kaars. Het gaat hier vooral om herkennen, benoemen en taal geven aan wat kinderen zien en ervaren.
Bij dit doel ligt de nadruk niet op het technisch verklaren van licht, maar op het actief gebruiken van de woordenschat. Kleuters leren antwoorden op vragen zoals: “Wat geeft licht?”, “Waar komt het licht vandaan?” en “Welke dingen maken het donker minder donker?”
Voorbeelden:
  • De leerlingen geven de zon als voorbeeld van een lichtbron.
  • De leerlingen geven de sterren als voorbeeld van lichtbronnen.
  • De leerlingen geven de lamp als voorbeeld van een lichtbron. 
  • De leerlingen geven de zaklamp als voorbeeld van een lichtbron. 
  • De leerlingen geven de kaars als voorbeeld van een lichtbron. 
  • De leerlingen zoeken in de klas, op de speelplaats of op prenten naar dingen die licht geven en benoemen die als lichtbron.
  • De leerlingen vergelijken voorwerpen die wel licht geven met voorwerpen die geen licht geven, bijvoorbeeld een zaklamp tegenover een blok, een lamp tegenover een stoel of de zon tegenover een wolk.
  • De leerlingen gebruiken eenvoudige zinnen: “De zon geeft licht”, “De lamp geeft licht”, “De zaklamp schijnt”, “De kaars geeft licht.”
Mogelijke aanpak in de klaspraktijk
  • Waarnemen: de leraar toont verschillende voorwerpen of prenten en vraagt: “Wat geeft licht?”
  • Benoemen: de leerlingen benoemen voorbeelden van lichtbronnen.
  • Sorteren: de leerlingen sorteren prenten of voorwerpen in twee groepen: lichtbron en geen lichtbron.
  • Verkennen: de leerlingen gebruiken een zaklamp in een donkere hoek en ervaren dat een lichtbron licht geeft.
  • Taal geven: de leraar modelleert begrippen en zinnen: “Dit is een lichtbron. Een lichtbron geeft licht.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.5.2 derde kleuterklasDe kleuters kennen licht: de lichtbron, de reflectie.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92730); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.5.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kunnen licht en donker onderscheiden en benoemen.
  • 3.5.GJK.3 jongste kleuter · De leerlingen kunnen lichtbronnen aanduiden.

Volgt na (after)

  • 3.5.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kennen licht: de lichtbron.

Samen te bekijken (together)

  • 3.7.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kunnen gericht waarnemen tijdens een onderzoek.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 6.3.GK2.12 Muzische vorming De leerlingen experimenteren met lichtbronnen en schaduwen. (buiten de selectie van Kennisatlas)