Op.stap-doel · jongste kleuter (G)

3.5.GJK.3

De leerlingen kunnen lichtbronnen aanduiden.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Natuurkundige verschijnselen
Subdomein
Licht
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
jongste kleuter
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 610d0ac6-ad27-497b-9ab1-8b754dc3e43a

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat sommige dingen licht geven. Ze herkennen en wijzen eenvoudige lichtbronnen aan in hun omgeving, zoals de zon, een lamp, een zaklamp of een kaars. De nadruk ligt op waarnemen, aanwijzen en benoemen: kleuters hoeven nog niet uit te leggen hoe een lichtbron werkt, maar leren wel het verband leggen tussen een voorwerp en het licht dat ervan komt.
Bij dit doel is het belangrijk om te vertrekken vanuit concrete ervaringen. Kleuters kijken rond in de klas, buiten of in prentenboeken en zoeken wat licht geeft. De leraar geeft taal aan hun waarnemingen: “De lamp geeft licht”, “De zon geeft licht”, “De kaars geeft licht.”
Voorbeelden:
  • De leerlingen wijzen de zon aan als iets dat licht geeft. 
  • De leerlingen wijzen een lamp aan wanneer de leraar vraagt: “Wat geeft licht?” Ook lampen worden expliciet als voorbeeld genoemd bij dit doel.
  • De leerlingen wijzen een kaars aan als lichtbron. 
  • De leerlingen zoeken in de klas naar voorwerpen die licht geven, zoals een plafondlamp, tafellamp of zaklamp.
  • De leerlingen vergelijken prenten van dag en nacht en wijzen aan waar het licht vandaan komt.
  • De leerlingen ervaren dat een lamp licht geeft wanneer die aan is, en geen licht geeft wanneer die uit is.
  • De leerlingen gebruiken eenvoudige zinnen: “De zon geeft licht”, “De lamp brandt”, “De kaars geeft licht” of “De zaklamp schijnt.”
Mogelijke aanpak in de klaspraktijk
  • Waarnemen: de leraar laat verschillende lichtbronnen zien, zoals een lamp, zaklamp, kaars of de zon buiten.
  • Aanduiden: de leerlingen wijzen aan wat licht geeft.
  • Benoemen: de leraar modelleert de taal: “Dit is een lichtbron. De lamp geeft licht.”
  • Sorteren: de leerlingen sorteren prenten of voorwerpen in twee groepen: geeft licht en geeft geen licht.
  • Verkennen: de leerlingen onderzoeken wat er gebeurt wanneer een lamp of zaklamp aan en uit gaat.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.5.2 derde kleuterklasDe kleuters kennen licht: de lichtbron, de reflectie.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92730); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Volgt na (after)

  • 3.5.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kunnen voorbeelden geven van lichtbronnen.

Samen te bekijken (together)

  • 3.7.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kunnen benoemen wat ze zien, ruiken, horen of voelen tijdens een activiteit.