De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden:
een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief werken met legende, oriëntatie, (tussen)windrichtingen;
werken met register en vakcoördinaten;
zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: kompas, kaart en zon;
landschappen schetsen om menselijke en natuurlijke aspecten schematisch weer te geven;
aardrijkskundige staaf- en lijngrafieken bespreken.
Rubriek
Aardrijkskunde > Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken > Aardrijkskundige bronnen en vaardigheden
Soort
Te bereiken minimumdoelen op populatieniveau
Geldig vanaf
1 september 2025
Unieke code
4-4.3.1 (eindpunt + code)
Bron
Vlaamse overheid (AHOVOKS); record uit de KOV-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92578)
Kennis in de encyclopedie
Voor dit minimumdoel is nog geen artikel gekoppeld.
Op.stap-doelen die hiernaar verwijzen
Koppelingen zoals de Op.stap-export ze aanlevert; niet onafhankelijk gecontroleerd.
4.3.GL2.12de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: zichzelf in de werkelijke ruimte oriënteren met behulp van verschillende methoden: plattegrond;
4.3.GL3.13de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardijkskundige vaardigheden: zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: kaart;
4.3.GL4.24de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardijkskundige vaardigheden: zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: kompas;
4.3.GL4.34de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardijkskundige vaardigheden: zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: zon;
4.3.GL4.44de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekkingen tot aardrijkskundige vaardigheden: landschappen schetsen om menselijke en natuurlijke aspecten schematisch weer te geven;
4.3.GL1.71ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een plattegrond identificeren.
4.3.GL1.81ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een plattegrond lokaliseren.
4.3.GL1.91ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen de legende bij een plattegrond verkennen.
4.3.GL2.32de leerjaar (G)De leerlingen kunnen een plattegrond oriënteren op basis van herkenningspunten in de werkelijke ruimte.
4.3.GL2.42de leerjaar (G)De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een plattegrond identificeren.
4.3.GL2.52de leerjaar (G)De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een plattegrond lokaliseren.
4.3.GL2.72de leerjaar (G)De leerlingen kunnen bij een eigen plattegrond een legende met symbolen maken.
4.3.GL2.82de leerjaar (G)De leerlingen kunnen een legende bij een plattegrond hanteren.
4.3.GL1.101ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een analoge en digitale kaart lokaliseren.
4.3.GL2.92de leerjaar (G)De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een analoge en digitale kaart lokaliseren.
4.3.GL3.33de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief oriëntatie, windrichtingen;
4.3.GL3.43de leerjaar (G)De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een analoge en digitale kaart lokaliseren.
4.3.GL3.53de leerjaar (G)De leerlingen kunnen het werken met een legende verkennen.
4.3.GL4.54de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief werken met legende, oriëntatie, (tussen)windrichtingen;
4.3.GL4.74de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: werken met register;
4.3.GL4.84de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: werken met vakcoördinaten;
4.3.GL3.73de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: aardrijkskundige staafgrafieken bespreken.
4.3.GL4.154de leerjaar (G)De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: aardrijkskundige lijngrafieken bespreken.