Op.stap-doel · 1ste leerjaar (G)
3.1.GL1.1
De leerlingen kunnen planten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Planten beschrijven op basis van hun bouw door verschillende onderdelen te benoemen zoals de wortel, de stengel of stam, het blad, de bloem, de vrucht en het zaad.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerling wijst de wortel, stengel of stam, bladeren en bloem aan bij een plant.
- De leerling benoemt dat een plant een stam of stengel, bladeren en soms bloemen heeft.
- De leerling herkent en benoemt de vrucht en het zaad bij een plant (bv. appel met pitjes).
- De leerling beschrijft een plant met kenmerken zoals de delen (bv. lange stengel, grote bladeren, aanwezigheid van vruchten).
- De leerling vergelijkt twee planten en benoemt gelijkenissen en verschillen (bv. wel ↔ geen bloem, wel ↔ geen vrucht).
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.3 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GK2.4 2de kleuter · De leerlingen kunnen planten beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
Volgt na (after)
- 3.1.GL5.6 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.1.GL4.5 4de leerjaar · De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL1.3 1ste leerjaar · De leerlingen weten dat organismen leven in een omgeving met andere organismen en daar afhankelijk van zijn.
- 3.7.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen gericht waarnemen tijdens een onderzoek.
- 3.1.GL1.4 1ste leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de zoogdieren, de vissen; de flora
- 3.2.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal twee van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL1.8 1ste leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de stam, de vrucht, het zaad.