Op.stap-doel · 3de kleuter (G)
3.5.GK3.3
De leerlingen kunnen ontdekken dat sommige voorwerpen licht beter weerkaatsen dan andere.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen ontdekken dat licht niet op elk voorwerp op dezelfde manier reageert. Sommige voorwerpen kaatsen licht sterker terug, waardoor je ze sneller of duidelijker ziet. Andere voorwerpen kaatsen minder licht terug en vallen minder op in een donkere omgeving. Bij kleuters gaat het vooral om ervaren, vergelijken en verwoorden: ze hoeven nog niet uit te leggen hoe reflectie natuurkundig werkt, maar leren wel opmerken dat er verschillen zijn tussen materialen en oppervlakken.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerlingen onderzoeken een donkere doos met verschillende voorwerpen. Door telkens meer licht binnen te laten of meer gaatjes in de doos te openen, stellen ze vast dat sommige voorwerpen eerder zichtbaar worden dan andere.
- De leerlingen vergelijken voorwerpen zoals een spiegel, aluminiumfolie, een metalen lepel, wit papier, karton, stof of een donker voorwerp en merken dat sommige materialen meer licht terugkaatsen dan andere.
- De leerlingen schijnen met een zaklamp op verschillende voorwerpen en kijken welke voorwerpen duidelijker oplichten.
- De leerlingen merken dat een glad of glanzend oppervlak vaak meer licht terugkaatst dan een dof of donker oppervlak.
- De leerlingen gebruiken eenvoudige taal: “Dit blinkt”, “Ik zie dit sneller”, “Dit kaatst licht terug”, “Dit voorwerp zie ik minder goed.”
- De leerlingen vergelijken wat ze zien bij weinig licht en bij meer licht: sommige voorwerpen worden al snel zichtbaar, andere pas wanneer er meer licht is.
- Verwondering: de leraar toont een donkere doos waarin voorwerpen liggen en vraagt: “Welke voorwerpen zie je al?”
- Verkennen: de leerlingen kijken in de doos terwijl er weinig licht binnenkomt.
- Meer licht toevoegen: de leraar opent telkens een extra gaatje of laat meer licht binnen.
- Waarnemen: de leerlingen benoemen welke voorwerpen ze eerst zien en welke later zichtbaar worden.
- Vergelijken: de leerlingen leggen de voorwerpen naast elkaar en bekijken welke voorwerpen glanzen, blinken of licht terugkaatsen.
- Verwoorden: de leraar modelleert taal zoals: “Dit voorwerp kaatst veel licht terug” en “Dit voorwerp kaatst minder licht terug.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.5.2 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Volgt na (after)
- 3.5.GL1.7 1ste leerjaar · De leerlingen kennen licht: rechtlijnige beweging.
Samen te bekijken (together)
- 3.7.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kunnen aangeleerde woordenschat inzetten om te redeneren over een wetenschappelijke vraag.
- 3.7.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kunnen observaties beschrijven.
- 3.7.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kennen de relatie tussen oorzaak en gevolg.
- 3.7.GK3.3 3de kleuter · De leerlingen kunnen eenvoudige conclusies beschrijven.