Op.stap-doel · 2de kleuter (G)
3.2.GK2.1
De leerlingen kunnen veelvoorkomende organismen in hun omgeving benoemen.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De kleuters leren veelvoorkomende organismen uit hun nabije omgeving benoemen. Waar jongste kleuters vooral organismen leren herkennen en aanwijzen, zetten tweede kleuters een stap verder: ze gebruiken woorden om te zeggen wat ze zien. De leraar vertrekt vanuit concrete waarnemingen op de speelplaats, in de klas, in de tuin, in het park of tijdens een wandeling. Kleuters benoemen bijvoorbeeld een boom, bloem, gras, vogel, vis, hond, kat, slak, worm of mier. Daarbij kan de leraar ook voorzichtig de link leggen met waar het organisme leeft of voorkomt: een worm in de aarde, een vogel in de boom, een vis in het water.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De kleuter benoemt tijdens een wandeling enkele organismen in de omgeving, zoals: “Dat is een boom”, “Dat is een vogel”, “Dat is een slak.”
- De kleuter benoemt organismen op foto’s, prenten of in de klas, bijvoorbeeld een bloem, gras, hond, kat, vis of mier.
- De kleuter vertelt eenvoudig waar hij of zij een organisme ziet: “De worm zit in de aarde”, “De vogel zit in de boom”, “De vis zwemt in het water.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.6 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GJK.1 jongste kleuter · De leerlingen kunnen veelvoorkomende organismen in hun omgeving herkennen.
Volgt na (after)
- 3.2.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kunnen veelvoorkomende organismen in hun omgeving benoemen.
Samen te bekijken (together)
- 4.2.GK2.8 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken;