Op.stap-doel · 3de kleuter (G)

3.2.GK3.1

De leerlingen kunnen veelvoorkomende organismen in hun omgeving benoemen.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop
Subdomein
Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving
Cluster
Relatie tussen organismen en hun omgeving
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
3de kleuter
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 40469dba-dc81-436d-9452-8d624b5739e8

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De kleuters benoemen veelvoorkomende organismen die ze in hun nabije omgeving tegenkomen, zoals bomen, bloemen, gras, vogels, vissen, slakken, wormen, mieren, spinnen, vlinders, honden of katten. In de derde kleuterklas mag dit iets gerichter dan bij de jongere kleuters: kleuters benoemen niet alleen wat ze zien, maar kunnen ook eenvoudige verbanden leggen met waar het organisme voorkomt. Zo groeit een boom in de tuin of het park, leeft een vis in het water, zit een worm in de aarde en vinden we een spin soms in een web. Dit doel bouwt verder op het herkennen en benoemen van organismen en vormt een opstap naar het latere leren over fauna en flora, biotopen, voedselrelaties en eten en gegeten worden.
Voorbeelden:
  • De kleuter benoemt tijdens een wandeling organismen in de omgeving, zoals een boom, bloem, vogel, mier, worm, slak of spin.
  • De kleuter vertelt waar een organisme voorkomt: “De vis zwemt in het water”, “De worm zit in de aarde”, “De vogel zit in de boom.”
  • De kleuter benoemt organismen op prenten of foto’s en maakt eenvoudige groepjes, bijvoorbeeld dieren en planten, of dieren die op de grond, in de lucht of in het water voorkomen.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.2.6 vierde leerjaarDe leerlingen kunnen voorbeelden geven van relaties tussen organismen onderling en hun omgeving.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92750); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.2.GK2.1 2de kleuter · De leerlingen kunnen veelvoorkomende organismen in hun omgeving benoemen.

Volgt na (after)

  • 3.2.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal twee van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.

Samen te bekijken (together)

  • 4.2.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: het water: de oceaan, de rivier, de beek, de vijver;
  • 4.2.GK3.5 3de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekken tot natuurlijke aspecten van landschappen: de vegetatie: het grasland, het riet, het gazon;

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 3.1.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de insecten.
  • 3.1.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot organismen: de spinnen.
  • 3.1.GK3.3 3de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot organismen: de fauna, de flora.