Op.stap-doel · 2de kleuter (G)
3.2.GK2.3
De leerlingen kunnen benoemen wat mensen eten.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De kleuters leren eenvoudige voedingsmiddelen benoemen die mensen eten. De focus ligt op herkenbare en concrete voorbeelden uit hun leefwereld, zoals wat ze eten tijdens het fruitmoment, de lunch, het koekmoment, in de poppenhoek, in de winkelhoek of tijdens een kookactiviteit. Ze gebruiken eenvoudige woorden zoals brood, fruit, groenten, soep, pasta, rijst, aardappelen, kaas, yoghurt, vlees, vis of ei. De leraar stimuleert kleuters om in eenvoudige zinnen te verwoorden wat mensen eten: “Mensen eten brood”, “Ik eet een appel”, “Wij eten soep”.
Dit doel bouwt verder op het doel bij de jongste kleuters waarbij kleuters benoemen wat ze zelf eten. In de tweede kleuterklas wordt dit verbreed naar wat mensen eten. Zo ontstaat een opstap naar het vergelijken met wat dieren eten en naar latere doelen rond voedselrelaties, voedsel zoeken en eten en gegeten worden.
Voorbeelden:
Dit doel bouwt verder op het doel bij de jongste kleuters waarbij kleuters benoemen wat ze zelf eten. In de tweede kleuterklas wordt dit verbreed naar wat mensen eten. Zo ontstaat een opstap naar het vergelijken met wat dieren eten en naar latere doelen rond voedselrelaties, voedsel zoeken en eten en gegeten worden.
Voorbeelden:
- De kleuter benoemt voedingsmiddelen uit de brooddoos of tijdens het eetmoment: “Ik eet een boterham”, “Ik eet druiven”, “Ik eet kaas.”
- De kleuter benoemt op prenten of in de winkelhoek wat mensen kunnen eten, zoals brood, fruit, groenten, soep, pasta, aardappelen of ei.
- De kleuter verwoordt in eenvoudige taal: “Mensen eten groenten”, “Mensen eten fruit”, “Mensen eten brood.”
- De kleuter sorteert samen met de leraar afbeeldingen van voedingsmiddelen die mensen eten, bijvoorbeeld fruit bij fruit, groenten bij groenten, brood bij broodproducten.
- De kleuter vertelt wat hij of zij thuis of op school eet, bijvoorbeeld: “Thuis eet ik rijst”, “Op school eet ik soep.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.1 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GJK.2 jongste kleuter · De leerlingen kunnen benoemen wat ze eten.
Volgt na (after)
- 3.2.GK2.4 2de kleuter · De leerlingen kunnen benoemen wat dieren eten.
Samen te bekijken (together)
- 5.1.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: jagen, voedsel verzamelen.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 9-1.2.GK2.1 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kennen het begrip: de groenten. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 3.2.GK2.15 2de kleuter · De leerlingen kennen verschillende voedingsmiddelen.
- 9-1.2.GK2.2 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kennen het begrip: de aardappelen. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 9-1.2.GK2.5 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kennen het begrip: de vis. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 9-1.2.GK2.7 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kunnen verschillende soorten groenten benoemen. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 9-1.2.GK2.6 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kennen het begrip: het vlees. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 9-1.2.GK2.4 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kennen het begrip: de kaas. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 9-1.2.GK2.8 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kunnen verschillende soorten groenten proeven en beschrijven. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 9-1.2.GK2.3 Veilige en gezonde levensstijl De leerlingen kennen het begrip: het ei. (buiten de selectie van Kennisatlas)