Op.stap-doel · 1ste leerjaar (G)
3.2.GL1.7
De leerlingen kennen het volgende begrip: de wervelkolom.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren het begrip wervelkolom kennen als een belangrijk deel van het lichaam van mensen én dieren. De wervelkolom is de rij botjes in de rug. Ze wordt ook wel de ruggengraat genoemd.
De leerlingen ontdekken dat niet alleen mensen een wervelkolom hebben, maar ook veel dieren, zoals een hond, kat, paard, koe, vogel of vis. Bij deze dieren loopt de wervelkolom door de rug en helpt ze mee om het lichaam te ondersteunen. Zo leren leerlingen dat de wervelkolom een onderdeel is van de bouw van verschillende organismen, niet enkel van het menselijk lichaam.
Bij dit doel ligt de nadruk op herkennen, aanwijzen, benoemen en vergelijken. Leerlingen wijzen de wervelkolom aan op het eigen lichaam, maar ook op afbeeldingen, modellen of skeletten van dieren. Zo zien ze dat de wervelkolom bij mensen verticaal in de rug loopt wanneer ze rechtop staan, terwijl ze bij veel dieren horizontaal door de rug loopt, bijvoorbeeld bij een hond, kat of paard.
Voorbeelden:
De leerlingen ontdekken dat niet alleen mensen een wervelkolom hebben, maar ook veel dieren, zoals een hond, kat, paard, koe, vogel of vis. Bij deze dieren loopt de wervelkolom door de rug en helpt ze mee om het lichaam te ondersteunen. Zo leren leerlingen dat de wervelkolom een onderdeel is van de bouw van verschillende organismen, niet enkel van het menselijk lichaam.
Bij dit doel ligt de nadruk op herkennen, aanwijzen, benoemen en vergelijken. Leerlingen wijzen de wervelkolom aan op het eigen lichaam, maar ook op afbeeldingen, modellen of skeletten van dieren. Zo zien ze dat de wervelkolom bij mensen verticaal in de rug loopt wanneer ze rechtop staan, terwijl ze bij veel dieren horizontaal door de rug loopt, bijvoorbeeld bij een hond, kat of paard.
Voorbeelden:
- De leerlingen wijzen bij zichzelf aan waar hun rug is en leren dat daarin de wervelkolom zit.
- De leerlingen bekijken een afbeelding of model van een menselijk skelet en wijzen de wervelkolom aan.
- De leerlingen bekijken een afbeelding van het skelet van een hond, kat, paard of koe en zoeken waar de wervelkolom loopt.
- De leerlingen vergelijken een mens en een dier: “Bij de mens loopt de wervelkolom in de rug van boven naar beneden; bij een hond loopt ze door de rug van kop naar staart.”
- De leerlingen ontdekken dat ook dieren zoals vogels en vissen een wervelkolom hebben.
- De leerlingen gebruiken eenvoudige zinnen: “De wervelkolom zit in de rug”, “Een hond heeft ook een wervelkolom”, “De wervelkolom is een rij botjes” of “De wervelkolom wordt ook ruggengraat genoemd.”
- De leerlingen verbinden het begrip met gekende dieren: “Bij een paard loopt de wervelkolom door de rug”, “Bij een kat voel je de rug waar de wervelkolom zit.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
De Op.stap-export bevat bij dit doel geen verwijzing naar een minimumdoel. Dat bewijst niet dat het doel buiten de minimumdoelen valt.
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GK2.8 2de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kop, de romp, de poten, de staart, de hoef, de klauw, de tanden.
Volgt na (after)
- 3.3.GL3.5 3de leerjaar · De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de steun op het eigen lichaam aanduiden en benoemen.
- 3.1.GL4.1 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: de gewervelde dieren, de ongewervelde dieren, de gewervelden, de ongewervelden.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.1.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen zoogdieren beschrijven op basis van kenmerken: bouw.