Op.stap-doel · 1ste leerjaar (G)
3.5.GL1.5
De leerlingen weten dat energie iets kan laten bewegen, licht geven of warm maken.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat energie nodig is om iets te laten gebeuren. Energie kan ervoor zorgen dat iets beweegt, licht geeft of warm wordt. De nadruk ligt op herkenbare situaties uit de leefwereld van jonge leerlingen: toestellen, bewegingen, lichtbronnen en warmtebronnen die ze thuis, op school of buiten kunnen waarnemen.
Bij dit doel gaat het nog niet om het precies benoemen van alle energievormen. Leerlingen ontdekken vooral dat energie een werking heeft: door energie kan een voorwerp in beweging komen, kan een toestel warmte maken of kan iets licht geven.
Voorbeelden:
Bij dit doel gaat het nog niet om het precies benoemen van alle energievormen. Leerlingen ontdekken vooral dat energie een werking heeft: door energie kan een voorwerp in beweging komen, kan een toestel warmte maken of kan iets licht geven.
Voorbeelden:
- De leerlingen herkennen dat een haardroger energie gebruikt om lucht te laten bewegen en om warme lucht te maken.
- De leerlingen herkennen dat een fiets vooruitgaat wanneer iemand trapt: door te trappen wordt beweging mogelijk.
- De leerlingen herkennen dat wind een windmolen kan laten bewegen.
- De leerlingen herkennen dat een lamp energie nodig heeft om licht te geven.
- De leerlingen herkennen dat een zaklamp licht geeft wanneer er energie uit een batterij wordt gebruikt.
- De leerlingen herkennen dat een radiator, kachel of waterkoker energie gebruikt om warmte te maken.
- De leerlingen herkennen dat een ventilator energie gebruikt om lucht te laten bewegen.
- De leerlingen herkennen dat een speelgoedauto op batterijen kan bewegen wanneer er energie uit de batterij komt.
- De leerlingen verwoorden met ondersteuning: “Energie kan iets laten bewegen”, “Energie kan licht geven” of “Energie kan iets warm maken.”
- Energie laat iets bewegen: fiets, windmolen, ventilator, speelgoedauto, haardroger.
- Energie geeft licht: lamp, zaklamp, fietslamp, scherm.
- Energie maakt warm: haardroger, radiator, kachel, waterkoker, broodrooster.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.5.3 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Volgt na (after)
- 3.5.GL3.7 3de leerjaar · De leerlingen kennen energie en energievormen: thermische energie.
- 3.5.GL3.9 3de leerjaar · De leerlingen kunnen voorbeelden geven van energie-omzetting.
- 3.5.GL3.8 3de leerjaar · De leerlingen kennen toepassingen van thermische energie.
Samen te bekijken (together)
- 3.7.GL1.3 1ste leerjaar · De leerlingen weten dat technische systemen ontstaan vanuit een behoefte of om een probleem op te lossen.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.7.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen gericht waarnemen tijdens een onderzoek.