Op.stap-doel · 2de leerjaar (G)

4.3.GL2.11

De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 2e jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;

Discipline
Aardrijkskunde
Domein
Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken
Subdomein
Aardrijkskundig denken
Cluster
Ruimtelijke posities, relaties en contrasten
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
2de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 53722fa4-31c5-4c1e-a5e6-5937d864bccd

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

Voorbeeld(en): Over hoe de aanwezigheid van transportinfrastructuur in een dorp verschilt van in een stad (cfr. ruimtelijke posities en contrasten).

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 4.3.3 vierde leerjaarDe leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 4de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over:Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92580); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 4.3.GL1.12 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 1ste jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;

Volgt na (after)

  • 4.3.GL3.8 3de leerjaar · De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 3de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;

Samen te bekijken (together)

  • 4.2.GL2.3 2de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de transportinfrastructuur: de snelweg, het kanaal, de (lucht)haven;