Minimumdoel · eindpunt derde kleuterklas

4.2.3

De kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen:

  • het wonen: het huis, het appartement, de tuin; 

  • de transportinfrastructuur: de weg, de straat, de bus, het spoor, de trein; 

  • de landbouw: de akker, de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, het gewas; 

  • de industrie: de fabriek, de werkplaats; 

  • de handel en de diensten: de winkel, de markt, de bakkerij; 

  • de recreatie en het toerisme: het zwembad, de zee, het park, de bibliotheek. 

Rubriek
Aardrijkskunde > Aardrijkskundige kennis > Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten
Soort
Na te streven minimumdoelen op populatieniveau
Geldig vanaf
1 september 2025
Unieke code
K-4.2.3 (eindpunt + code)
Bron
Vlaamse overheid (AHOVOKS); record uit de KOV-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92500)

Kennis in de encyclopedie

Voor dit minimumdoel is nog geen artikel gekoppeld.

Op.stap-doelen die hiernaar verwijzen

Koppelingen zoals de Op.stap-export ze aanlevert; niet onafhankelijk gecontroleerd.

  • 4.2.GJK.2 jongste kleuter (G)De leerlingen kunnen menselijke aspecten in (afgebeelde) landschappen observeren.
  • 4.2.GK2.6 2de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het wonen: het huis, de tuin;
  • 4.2.GK3.7 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het wonen: het appartement;
  • 4.2.GK2.7 2de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de transportinfrastructuur: de straat;
  • 4.2.GK3.8 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de transportinfrastructuur: de weg, de bus, het spoor, de trein;
  • 4.2.GK2.8 2de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken;
  • 4.2.GK3.9 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de akker, het gewas;
  • 4.2.GK2.9 2de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de industrie: de fabriek;
  • 4.2.GK3.10 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de industrie: de werkplaats;
  • 4.2.GK2.10 2de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de handel en diensten: de winkel;
  • 4.2.GK3.11 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de handel en diensten: de markt, de bakkerij;
  • 4.2.GK2.11 2de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de recreatie en het toerisme: de zee, het park;
  • 4.2.GK3.12 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de recreatie en het toerisme: het zwembad, de bibliotheek.