De kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen:
de reliëfvorm: de berg, de heuvel, de vallei;
de helling: omhoog, omlaag, steil, zacht;
het water: de oceaan, de zee, het strand, de rivier, de beek, de plas, de vijver;
de vegetatie: de boom, het bos, het gras, het grasland, de weide, het riet, het gazon;
de bodem: vruchtbaar, zanderig, rotsachtig.
Rubriek
Aardrijkskunde > Aardrijkskundige kennis > Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten
Soort
Na te streven minimumdoelen op populatieniveau
Geldig vanaf
1 september 2025
Unieke code
K-4.2.2 (eindpunt + code)
Bron
Vlaamse overheid (AHOVOKS); record uit de KOV-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92499)
Kennis in de encyclopedie
Voor dit minimumdoel is nog geen artikel gekoppeld.
Op.stap-doelen die hiernaar verwijzen
Koppelingen zoals de Op.stap-export ze aanlevert; niet onafhankelijk gecontroleerd.
4.2.PF3.1Fase 3 (P)De leerling kan met ondersteuning taal koppelen aan natuurlijke en menselijke aspecten in eigen leefwereld of op eigen (vakantie)foto's.
4.2.GJK.1jongste kleuter (G)De leerlingen kunnen natuurlijke aspecten in (afgebeelde) landschappen observeren.
4.2.GK2.22de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: de reliëfvorm: de berg;
4.2.GK2.32de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: de helling: omhoog, omlaag;
4.2.GK3.23de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: de reliëfvorm: de heuvel, de vallei;
4.2.GK3.33de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: de helling: steil, zacht;
4.2.GK2.42de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: het water: de zee, het strand, de plas;
4.2.GK3.43de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: het water: de oceaan, de rivier, de beek, de vijver;
4.2.GK2.52de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekken tot natuurlijke aspecten van landschappen: de vegetatie: de boom, het bos, het gras, de weide;
4.2.GK3.53de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekken tot natuurlijke aspecten van landschappen: de vegetatie: het grasland, het riet, het gazon;
4.2.GK3.63de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: de bodem: vruchtbaar, zanderig, rotsachtig.