Op.stap-doel · Fase 3 (P)

4.1.PF3.1

De leerling kan met ondersteuning taal koppelen aan (spel)opdrachten met ruimtelijke begrippen.

Discipline
Aardrijkskunde
Domein
Topografie
Subdomein
Relatieve en absolute ligging
Cluster
Relatieve ligging
Route
Predoelen (P)
Fase
Fase 3 (een fase, geen leerjaar)
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 6daeba7a-c614-4dba-9f32-4a37c3ebbdbf

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerling leert ruimtelijke begrippen begrijpen en gebruiken binnen concrete opdrachten en spelactiviteiten. Taal omvat hierbij alle communicatievormen die betekenis geven aan ervaringen, zoals gesproken taal, gebaren, pictogrammen, voorwerpen of ondersteunende communicatie. De leraar ondersteunt via modeling, herhaling en gezamenlijke ervaringen en koppelt begrippen consequent aan handelen.
Voorbeeld(en):
  • De leerling legt een blok op, onder of naast een voorwerp na ondersteuning.
  • De leerling volgt een opdracht zoals "zet de bal in de doos".
  • De leerling wijst het juiste voorwerp aan bij een ruimtelijk begrip.
  • De leerling reageert op begrippen zoals 'voor', 'achter', 'naast' of 'tussen' tijdens spel.
  • De leerling gebruikt gebaren, pictogrammen of woorden om ruimtelijke begrippen te begrijpen of uit te drukken.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 4.1.3 derde kleuterklasDe kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: dichtbij, veraf, voor, achter, opzij, boven, onder, tussen, binnen, buiten, hoog, laag, in, uit, naast, midden.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92494); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

De bron vermeldt geen samenhangrelaties.