De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen:
het wonen: het rijhuis, het vrijstaand huis, het appartementsgebouw, stedelijk, landelijk, de stad;
de transportinfrastructuur: de snelweg, het kanaal, de (lucht)haven;
de landbouw: de akkerbouw, de veeteelt, de gemengde landbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw;
de landbouwprocessen: de irrigatie;
de verwerking en de distributie van gewassen;
het water als hulpbron: de dam, het reservoir, de waterkracht; de vervuiling van waterhabitats;
de handel en de diensten: het kantoor, de bank, het winkelcentrum;
de recreatie en het toerisme: het sportterrein, de entertainmentfaciliteit.
Rubriek
Aardrijkskunde > Aardrijkskundige kennis > Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten
Soort
Te bereiken minimumdoelen op populatieniveau
Geldig vanaf
1 september 2025
Unieke code
4-4.2.5 (eindpunt + code)
Bron
Vlaamse overheid (AHOVOKS); record uit de KOV-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92563)
Kennis in de encyclopedie
Voor dit minimumdoel is nog geen artikel gekoppeld.
Op.stap-doelen die hiernaar verwijzen
Koppelingen zoals de Op.stap-export ze aanlevert; niet onafhankelijk gecontroleerd.
4.2.GL1.31ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen in een (afgebeeld) landschap voorbeelden van menselijke aspecten tonen.
4.2.GL3.43de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: stedelijk, landelijk;
4.2.GL3.53de leerjaar (G)De leerlingen kunnen van elementen in het (afgebeelde) landschap de functie van menselijke infrastructuur benoemen.
4.2.GL1.51ste leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het wonen: het rijhuis, het vrijstaand huis, het appartementsgebouw, de stad.
4.2.GL2.32de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de transportinfrastructuur: de snelweg, het kanaal, de (lucht)haven;
4.2.GL3.83de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de akkerbouw, de veeteelt, de gemengde landbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw.
4.2.GL3.93de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouwprocessen: irrigatie;
4.2.GL3.103de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de verwerking en de distributie van gewassen;
4.2.GL1.61ste leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de handel en diensten: het kantoor, de bank, het winkelcentrum;
4.2.GL2.42de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de recreatie en het toerisme: het sportterrein, de entertainmentfaciliteit.
4.2.GL4.74de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het water als hulpbron: de dam, het reservoir, de waterkracht;
4.2.GL4.84de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het water als hulpbron: de vervuiling van waterhabitats;