Minimumdoel · eindpunt vierde leerjaar

4.2.5

De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen:

  • het wonen: het rijhuis, het vrijstaand huis, het appartementsgebouw, stedelijk, landelijk, de stad; 

  • de transportinfrastructuur: de snelweg, het kanaal, de (lucht)haven; 

  • de landbouw: de akkerbouw, de veeteelt, de gemengde landbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw; 

  • de landbouwprocessen: de irrigatie; 

  • de verwerking en de distributie van gewassen; 

  • het water als hulpbron: de dam, het reservoir, de waterkracht; de vervuiling van waterhabitats; 

  • de handel en de diensten: het kantoor, de bank, het winkelcentrum; 

  • de recreatie en het toerisme: het sportterrein, de entertainmentfaciliteit. 

Rubriek
Aardrijkskunde > Aardrijkskundige kennis > Landschappen: natuurlijke en menselijke aspecten
Soort
Te bereiken minimumdoelen op populatieniveau
Geldig vanaf
1 september 2025
Unieke code
4-4.2.5 (eindpunt + code)
Bron
Vlaamse overheid (AHOVOKS); record uit de KOV-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92563)

Kennis in de encyclopedie

Voor dit minimumdoel is nog geen artikel gekoppeld.

Op.stap-doelen die hiernaar verwijzen

Koppelingen zoals de Op.stap-export ze aanlevert; niet onafhankelijk gecontroleerd.

  • 4.2.GL1.3 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen in een (afgebeeld) landschap voorbeelden van menselijke aspecten tonen.
  • 4.2.GL3.4 3de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: stedelijk, landelijk;
  • 4.2.GL3.5 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen van elementen in het (afgebeelde) landschap de functie van menselijke infrastructuur benoemen.
  • 4.2.GL1.5 1ste leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het wonen: het rijhuis, het vrijstaand huis, het appartementsgebouw, de stad.
  • 4.2.GL2.3 2de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de transportinfrastructuur: de snelweg, het kanaal, de (lucht)haven;
  • 4.2.GL3.8 3de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de akkerbouw, de veeteelt, de gemengde landbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw.
  • 4.2.GL3.9 3de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouwprocessen: irrigatie;
  • 4.2.GL3.10 3de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de verwerking en de distributie van gewassen;
  • 4.2.GL1.6 1ste leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de handel en diensten: het kantoor, de bank, het winkelcentrum;
  • 4.2.GL2.4 2de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de recreatie en het toerisme: het sportterrein, de entertainmentfaciliteit.
  • 4.2.GL4.7 4de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het water als hulpbron: de dam, het reservoir, de waterkracht;
  • 4.2.GL4.8 4de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het water als hulpbron: de vervuiling van waterhabitats;