Op.stap-doel · Fase 3 (P)
4.2.PF3.2
De leerling kan de seizoenen koppelen aan typische zintuiglijke ervaringen in hun leefwereld.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerling leert seizoenen herkennen vanuit concrete ervaringen in de eigen omgeving. De focus ligt niet op het begrijpen van seizoenen als abstract begrip, maar op het verbinden van terugkerende waarnemingen, activiteiten en zintuiglijke ervaringen aan verschillende momenten in het jaar. De leraar vertrekt vanuit ervaringen op school, thuis en tijdens uitstappen en ondersteunt via herhaling, observatie en gesprekken.
Voorbeeld(en):
Voorbeeld(en):
- De leerling ervaart dat het koud is en vaker donker wanneer hij/zij in de winter naar school komt.
- De leerling voelt vallende bladeren, hoort bladeren knisperen of ziet paddenstoelen in de herfst.
- De leerling herkent bloemen, jonge dieren of lammetjes tijdens de lente.
- De leerling ervaart warm weer, zonlicht of buitenspelen tijdens de zomer.
- De leerling koppelt seizoensgebonden activiteiten aan foto's, voorwerpen, pictogrammen of ervaringen uit de eigen leefwereld.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 4.2.7 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
De bron vermeldt geen samenhangrelaties.