Op.stap-doel · Fase 2 (P)
4.3.PF2.2
De leerling drukt zich uit over ervaringen met weersverschijnselen.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerling toont via gedrag, lichaamstaal, geluiden, gebaren, woorden of ondersteunende communicatie hoe hij/zij weersverschijnselen ervaart. De focus ligt op het uiten van beleving en voorkeuren, niet op het benoemen van het weer. De leraar geeft betekenis aan deze reacties, verwoordt ervaringen en stimuleert de leerling om deze op een eigen manier kenbaar te maken.
Voorbeeld(en):
Voorbeeld(en):
- De leerling lacht wanneer hij/zij de wind voelt.
- De leerling draait het gezicht naar de zon.
- De leerling trekt de hand terug bij het voelen van ijs of sneeuw.
- De leerling gebruikt een gebaar, pictogram of woord om een weerservaring aan te duiden.
- De leerling toont voorkeur of afkeer voor bepaalde weersomstandigheden.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 4.3.3 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
De bron vermeldt geen samenhangrelaties.